Willem van Prooijen


19 - Bezui­denhout

Willem (75) is een ondernemer met een liefde voor hardlopen in de natuur. Als oud-docent en groot muziekliefhebber, gaan onderwerpen als onderwijs en cultuur hem erg aan het hart.

Waarom stem jij Partij voor de Dieren?
PvdD is de enige partij die snapt dat wij mensen verantwoordelijk zijn voor het voortbestaan van de Aarde en waar je mensen aantreft die daar ook persoonlijk consequenties aan verbinden.

Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik heb een eigen bedrijf (eenmanszaak) gespecialiseerd in reparaties en onderhoud van Apple computers. Verder ben ik gepensioneerd leraar wis- en natuurkunde en heb daarnaast ook een tijd pianoles gegeven. Tot voor kort was ik ledenadministrateur van een grote hardloopvereniging.

Wat is voor jou persoonlijk de reden dat je politiek actief wil worden?
Niks doen is geen optie. En ik zou willen dat politici eerlijk en rechtstreeks antwoorden geven op vragen die ze gesteld worden.

Wat is jouw binding met Den Haag?
De onmiddellijke nabijheid van bos, duinen en zee. Plus concertzalen en een schouwburg. Ik ben hier in 1977 komen wonen om aan de Vrije School les te geven. En we mochten ons gelukkig prijzen dat we op fietsafstand van het Conservatorium bleken te wonen toen 3 van onze 4 kinderen daar op les konden.

Als de PvdD de grootste zou worden in Den Haag, wat zou je als eerste veranderen?
In de Gemeenteraad trachten samen te werken met alle partijen om de neuzen dezelfde kant op te krijgen t.a.v. de grote problemen: klimaat, zorg voor de natuur, wonen.

Wat voor veranderingen zou jij in jouw wijk willen zien?
Bezuidenhout is op zich prima om te wonen. Een concrete verbetering zou zijn dat de infrastructuur en regelgeving geschikt gemaakt worden voor massale aanleg van zonnepanelen op de hier overal platte daken plus overal laadpalen voor elektrische auto’s.

Alles, maar dan ook alles hier op aarde verloopt cyclisch. Pas als we ons dat bewust worden kunnen we de aarde redden.

In mijn 20-er jaren kreeg ik interesse in alternatieve voeding. Dat begon met weglaten van onnodige genotsmiddelen als koffie en alcohol (roken deed ik al nooit), daarna vlees en vis vermijden tot aan het beoefenen van de macrobiotiek (vegan avant la lettre!). Ik herinner me nog goed dat ik heel Amsterdam, waar ik toen studeerde, moest doorfietsen om bij een zgn. reformwinkel biologisch brood of onbespoten groenten te bemachtigen. Nu hebben we een Ekoplaza om de hoek! Overigens was ook toen al mijn motivatie om geen vlees te eten de vele malen grotere aanslag op landbouwgrond t.g.v. veeteelt, naast de zorg voor mijn lichaam. Dat laatste was in die tijd, toen aardappelen, vlees en groenten het gangbare menu vormden, nog echt een issue! Is dat gezond? Krijg je wel genoeg eiwitten? Zorg je voor je vitaminen? Ik was in die tijd ook gaan hardlopen dus vond het wel stoer dat ik met mijn toenmalige dieet van voornamelijk bruine rijst en groenten toch wel aardig kon meekomen…

In 1972 bracht de Club van Rome het wereldschokkende (dat was althans de bedoeling…) rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Daarvóór hadden we in 1970 het Europese Natuurbeschermingsjaar, N70 genaamd. Ik deed mee aan studiegroepen en één notie is me toen helder geworden: alles, maar dan ook alles hier op aarde verloopt cyclisch. Pas als we ons dat bewust worden kunnen we de aarde redden.