Raads­vragen vergun­ningen voor circussen


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Naar aanleiding van de vergunningaanvraag van diverse circussen, stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

Van de afdeling vergunningen vernamen wij dat er een vergunning is aangevraagd door circus Herman Renz voor de periode van 10 t/m 23 oktober. Uit een onderzoeksrapport van Wageningen Universiteit, Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland (http://edepot.wur.nl/51316), dat in 2009 is gepresenteerd, blijkt dat wilde dieren in het circus lijden. Dit komt onder meer door de onmogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen en door verveling, gebrek aan beweging, ruimtegebrek en door de frequente, langdurige transportsituaties.

1. Is het college, mede gezien het bovenstaand voornemens de vergunning te verlenen? Zo ja, wordt daarbij rekening gehouden met de bevindingen uit het rapport van Wageningen Universiteit? Waaruit blijkt dit?

2. Van de afdeling vergunningen vernamen wij dat er nog meer aanvragen van circussen zijn binnengekomen dan wel worden verwacht.
Bent u bereid om pro-actief periodes te reserveren voor circussen zonder wilde dieren zodat de burgers van Den Haag kunnen genieten van circussen zonder dierenleed?
Bent u bereid om de voorkeur te geven aan een circus zonder wilde dieren wanneer er voor een bepaalde periode twee aanvragen tegelijk binnenkomen?

3. Bij de aanvraag van de vergunning vraagt de gemeente om een veiligheidsplan.
Wordt er in het veiligheidsplan rekening gehouden met de veiligheid van de dieren? Zo ja, waaruit blijkt dat?
Wordt er in het veiligheidsplan rekening gehouden met de veiligheid van de bezoekers wanneer er wilde dieren in het circus aanwezig zijn? Zo ja, waaruit blijkt dat?

4. De gemeente hanteert een ontmoedigingsbeleid waarbij met name het belang van dierenwelzijn wordt benadrukt. De aanvrager van de vergunning dient zich te houden aan alle wettelijke voorschriften. Bij de aanvraag van de vergunning van Herman Renz hebben wij geen specifieke vraag gezien die hierop betrekking heeft. Waar en wanneer komt dit ontmoedigingsbeleid aan de orde en waaruit blijkt dit beleid?

5. In de vergunningsaanvraag van circus Herman Renz is niet te lezen dat er sprake is van dieren in het circus. Op welke wijze geeft de aanvrager van een vergunning aan dat er sprake is van het gebruik van dieren in het circus?

Aanvragen van vergunningen worden in sommige gevallen gepubliceerd in de stadskrant. Naar aanleiding van deze publicatie kunnen burgers een zienswijze indienen en daarmee aangeven hoe zij denken over de aanvraag. Deze zienswijze wordt in de vergunning opgenomen en zo nodig weerlegt.
Als de vergunning eenmaal is verleend is het mogelijk voor burgers om bezwaar te maken tegen deze vergunning. We kunnen vaststellen dat het gebruik van wilde dieren in circussen een controversieel onderwerp is. Daarmee is ook het belang duidelijk om bij alle aanvragen betreffende circussen met wilde dieren over te gaan tot publicatie in de stadskrant.

6. Is het college met mij van mening dat het voor burgers van belang is om te weten of een circus die een vergunning aanvraagt in onze gemeente gebruik maakt van dieren tijdens de voorstelling en daarbij ook te weten welke dieren dit betreft? Hoe gaat het college dit vormgeven zodat burgers volledig worden geïnformeerd en zij met deze informatie zelf kunnen besluiten of een zienswijze of bezwaarschrift noodzakelijk is?

7. Is het college bereid om in de toekomst alle aanvragen voor vergunningen voor circussen met dieren te publiceren in de stadskrant zodat burgers weten welk circus een vergunning heeft aangevraagd in onze gemeente? Zo ja, op welke termijn gaat u dit realiseren?

Met vriendelijke groet,


Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Gemeente Den Haag

Antwoorddatum: 27 jul. 2011

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 27 juli 2011 een brief met daarin zes vragen aan de
voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden
van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Van de afdeling vergunningen vernamen wij dat er een vergunning is aangevraagd door circus
Herman Renz voor de periode van 10 t/m 23 oktober. Uit een onderzoeksrapport van Wageningen
Universiteit, Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland (http://edepot.wur.nl/51316), dat
in 2009 is gepresenteerd, blijkt dat wilde dieren in het circus lijden. Dit komt onder meer door de
onmogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen en door verveling, gebrek aan beweging,
ruimtegebrek en door de frequente, langdurige transportsituaties.

1 Is het college, mede gezien het bovenstaand voornemens de vergunning te verlenen? Zo ja, wordt
daarbij rekening gehouden met de bevindingen uit het rapport van Wageningen Universiteit?
Waaruit blijkt dit?
Ja, als aan de vergunningvereisten wordt voldaan is het college voornemens een vergunning te
verlenen. De Haagse APV en de landelijke wetgeving kennen geen juridische grondslag om een
vergunning op grond van dierenwelzijn te weigeren of daar voorwaarden aan te verbinden.

2 Van de afdeling vergunningen vernamen wij dat er nog meer aanvragen van circussen zijn
binnengekomen dan wel worden verwacht. Bent u bereid om pro-actief periodes te reserveren
voor circussen zonder wilde dieren zodat de burgers van Den Haag kunnen genieten van circussen
zonder dierenleed? Bent u bereid om de voorkeur te geven aan een circus zonder wilde dieren
wanneer er voor een bepaalde periode twee aanvragen tegelijk binnenkomen?

Zoals is aangegeven bij vraag 1, is dierenwelzijn geen grondslag om een vergunning te weigeren, ook
niet voor een bepaalde periode. Vergunningaanvragen worden in behandeling genomen op volgorde
van binnenkomen.
Als voor een locatie in dezelfde periode een tweede aanvraag door een andere exploitant wordt
gedaan, moet die worden afgewezen. Hierbij kan geen rekening worden gehouden met het al dan niet
aanwezig zijn van wilde dieren.

3 Bij de aanvraag van de vergunning vraagt de gemeente om een veiligheidsplan. Wordt er in het
veiligheidsplan rekening gehouden met de veiligheid van de dieren? Zo ja, waaruit blijkt dat?
Wordt er in het veiligheidsplan rekening gehouden met de veiligheid van de bezoekers wanneer er
wilde dieren in het circus aanwezig zijn? Zo ja, waaruit blijkt dat?
Het veiligheidsplan ziet primair toe op maatregelen die de organisator moet treffen om het evenement
op een voor bezoekers en overige aanwezigen veilige en ordelijke wijze te laten verlopen. Hierbij
moet gedacht worden aan de constructieve veiligheid van de tent en andere bouwsels, de
brandveiligheid en de inzet van voldoende beveiligers en EHBO'ers. Veiligheid van bezoekers in
verband met aanwezigheid van wilde dieren is geen apart onderwerp in het veiligheidsplan. Dit is in
eerste instantie een verantwoordelijkheid van de circusexploitant.

4 De gemeente hanteert een ontmoedigingsbeleid waarbij met name het belang van dierenwelzijn
wordt benadrukt. De aanvrager van de vergunning dient zich te houden aan alle wettelijke
voorschriften. Bij de aanvraag van de vergunning van Herman Renz hebben wij geen specifieke
vraag gezien die hierop betrekking heeft. Waar en wanneer komt dit ontmoedigingsbeleid aan de
orde en waaruit blijkt dit beleid?
In het kader van de vergunningsprocedure voor het evenement wordt geen ontmoedigingsbeleid
gevoerd. De Haagse APV en de landelijke wetgeving kent geen juridische grondslag om
circusexploitanten op basis van dierenwelzijn buiten de deur te houden. Wel wordt in contacten met de
organisator het dierenwelzijn benadrukt.

5 In de vergunningsaanvraag van circus Herman Renz is niet te lezen dat er sprake is van dieren in
het circus. Op welke wijze geeft de aanvrager van een vergunning aan dat er sprake is van het
gebruik van dieren in het circus?
De aanvrager kan via de bij de vergunning behorende stukken of in het dienstenoverleg aangeven of er
dieren worden geprogrammeerd tijdens de shows. Ervaring leert dat bij de meeste circussen dieren
betrokken zijn.
Aanvragen van vergunningen worden gepubliceerd in de stadskrant. Naar aanleiding van deze
publicatie kunnen burgers een zienswijze indienen en daarmee aangeven hoe zij denken over de
aanvraag. Deze zienswijze wordt in de vergunning opgenomen en zo nodig weerlegd. Als de
vergunning eenmaal is verleend is het mogelijk voor burgers om bezwaar te maken tegen deze
vergunning.

6 Is het college met mij van mening dat het voor burgers van belang is om te weten of een circus die
een vergunning aanvraagt in onze gemeente gebruik maakt van dieren tijdens de voorstelling en
daarbij ook te weten welke dieren dit betreft? Hoe gaat het college dit vormgeven zodat burgers
volledig worden geïnformeerd zodat zij met deze informatie zelf kunnen besluiten of een zienswijze
of bezwaarschrift noodzakelijk is?
De aanwezigheid van dieren is voor de gemeente niet van belang in het kader van de
vergunningverlening. Tegen dit aspect kunnen dan ook door burgers geen rechtsmiddelen worden
aangewend.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer