Schrif­te­lijke vragen na tweede kapstok­overleg maat­schap­pe­lijke opvang


Aan de voorzitter van de gemeenteraad, de heer J.J. van Aartsen,

Dinsdag 25 oktober vond het tweede kapstokoverleg plaats tussen cliëntenraden vanuit de maatschappelijke opvang en gemeenteraadsleden. Naar aanleiding van het eerste kapstokoverleg afgelopen maart stelden de toen aanwezige politieke partijen een aantal schriftelijke vragen (RIS 293468).

In vervolg op de beantwoording van deze schriftelijke vragen en het tweede kapstokoverleg, stellen de Partij van de Arbeid, de Haagse Stadspartij, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en ChristenUnie/SGP op grond van artikel 30 van het Reglement van orde de volgende vragen aan het college:

Momenteel ligt de concepttekst van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) voor ter consultatie op het internet. Deze wet zal leiden tot een verbetering van de positie voor cliëntenraden van zorginstellingen.

1. Hoe is de positie van cliëntenraden van maatschappelijke opvang organisaties op dit moment geregeld?

2. Ziet u aanleiding om aan de hand van deze wetswijziging ook de positie van cliëntenraden in het kader van de Wmo lokaal verder te verbeteren?

3. De cliëntenvertegenwoordigers maatschappelijke opvang hebben het gevoel niet altijd over dezelfde informatie kunnen beschikken over de beleidsafspraken tussen aanbieders en de gemeente Den Haag, dan de bestuurders van betreffende instellingen. Ziet u mogelijkheden om deze informatiepositie te verbeteren?

Onafhankelijke cliëntondersteuning blijkt in de praktijk nog niet altijd goed geregeld te zijn. Mensen die een beroep doen op de maatschappelijke opvang weten bijvoorbeeld vaak niet dat ze gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning.

4. Hoe is de onafhankelijke cliëntondersteuning in de maatschappelijke opvang momenteel volgens u geregeld?

5. Hoe wordt aan cliënten gecommuniceerd dat ze gebruik kunnen maken van onafhankelijke ondersteuning?

6. Waarheen of naar wie worden ze doorverwezen? Heeft MEE de juiste expertise om de maatschappelijke opvangdoelgroep van objectief cliëntenadvies te voorzien?

7. Op welk moment in het proces krijgt de cliënt hierover informatie? Op welke manier is geborgd dat alle cliënten op de hoogte zijn van de mogelijkheid tot onafhankelijke ondersteuning?

Veel (voormalig) dak- en thuislozen maken gebruik van de gemeentelijke collectieve zorgverzekering. Deze verzekering dekt de tandartskosten slechts tot 400 euro per jaar, terwijl (voormalig) dak- en thuislozen vaak veel gebitsproblemen hebben. Hierdoor betaalt men alsnog hoge zorgkosten, is men genoodzaakt elders een aanvullende tandartsverzekering af te sluiten of krijgt men niet de gebitsverzorging die noodzakelijk is.

8. Bent u bekend met dit probleem?

9. Ziet u mogelijkheden om in de onderhandelingen over de toekomstige gemeentelijke zorgverzekering hier rekening mee te houden en de vergoeding voor tandartskosten te verhogen en/of voor deze doelgroep een aparte voorziening te treffen?

In de schriftelijke vragen van het vorige kapstokoverleg stelden we een aantal vragen over de wachtlijsten voor
sociale huurwoningen die ervoor zorgen dat de nachtopvang, doorstroomvoorzieningen en beschermd wonen
voorzieningen ‘verstopt’ zitten omdat mensen niet door kunnen stromen naar een eigen woning.

10. Valt dak- of thuisloosheid onder de vastgestelde criteria waardoor mensen in aanmerking kunnen
komen voor een urgentieverklaring? Zo nee, waarom niet?

Uit beide kapstokoverleggen blijkt dat wachttijden voor sociale huurwoningen in de praktijk op kunnen lopen
tot vier of vijf jaar. Daarnaast blijken particuliere verhuurders vaak geen ex-daklozen te willen huisvesten in
verband met een risico op niet betalen van de huur.

11. Is het correct dat dak- en thuislozen als gevolg van de wachttijd voor een sociale woning jaren onnodig
in nachtopvang of doorstroomvoorziening zitten, wachtend op een woning?

12. Wat zijn de precieze wachttijden voor sociale huurwoningen momenteel? Kunt u dit uitsplitsen naar
diverse woningtypes en leeftijdscategorieën, waardoor verschillen inzichtelijk zijn tussen bijvoorbeeld
kleine appartementen voor alleenstaande jongeren en mensen die in aanmerking komen voor 55+
woningen (waarvoor de wachtlijsten doorgaans korter zijn)?

13. Kunt u inzicht geven in hoeveel bepaalde voorzieningen per persoon per tijdseenheid (week, jaar)
kosten? Hoeveel kost een plek in de nachtopvang? In een doorstroomvoorziening? In een beschermd
wonen situatie?

14. Kunt u bij de aanbieders van maatschappelijke opvang nagaan in hoeverre zij van mening zijn dat
mensen onnodig lang in een opvang of doorstroomvoorziening verblijven als gevolg van het ontbreken
van een beschikbare betaalbare woning?

In het kapstokoverleg kwam ten slotte naar voren dat de groep mensen op straat toeneemt. Veel van hen
weigert in eerste instantie zorg te aanvaarden en komt daardoor niet in aanmerking voor opvang.

15. Op welke wijze probeert de gemeente deze doelgroep dusdanig te begeleiden en verleiden dat ze hulp
aanvaarden en toch gebruik maken van voorzieningen?

16. In hoeverre is de vereiste van zorgacceptatie een belemmering voor mensen om opvang te
accepteren?

17. Is het college bereid om de extra middelen die beschikbaar komen voor maatschappelijke opvang van
het rijk, in te zetten voor straatteams die mensen kunnen adviseren en begeleiden naar
ondersteuning, hulp en onderdak?

Martijn Balster Fatima Faïd Kim Waanders Arjen Kapteijns
PvdA HSP D66 GroenLinks

Christine Teunissen Pieter Grinwis
PvdD ChristenUnie/SGP

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer