23 jul. 2025
Schriftelijke vragen Mest- en gifgebruik, een baggerdepot en het doden van mollen op gemeentelijke gronden bij Clingendael en Reigersbergen
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Het college heeft in oktober 2024 in de commissiebrief over natuurontwikkeling (RIS320065) aangekondigd om de natuurwaarde van gemeentelijke gronden bij Reigersbergen, Clingendael en Marlot te verbeteren. Hierbij is aangegeven dat bestaande bruikleenovereenkomsten worden opgezegd zodat deze gronden kunnen gaan dienen als gebied voor weidevogels en ooievaars. Ook is aangegeven dat over pachtovereenkomsten gesprekken gevoerd worden om te komen tot ecologisch verantwoord gebruik.
Op 23 juli 2025 publiceerde De Telegraaf een artikel over deze percelen. Uit het artikel blijkt dat er sprake is van het gebruik van kunstmest. Ook lijkt er sprake te zijn van grootschalig uitrijden van mest, het gebruik van gifstoffen, stankoverlast en een baggerdepot. De gebieden zijn, in ieder geval voor het overgrote deel, onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) en deels van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Bij de Partij voor de Dieren zijn signalen binnengekomen dat er ook sprake is van het actief doden van dieren zoals mollen. Ook omwonenden hebben herhaaldelijk hun zorgen geuit, onder meer over stankoverlast. De Partij voor de Dieren maakt zich ernstig zorgen en wil graag opheldering.
Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Jan Willem van den Bos, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:
- Kan het college bijvoorbeeld met een kaartje aangeven welke gemeentelijke gronden (in Den Haag of in Wassenaar maar eigendom van de gemeente Den Haag) in het gebied bij Clingendael, Reigersbergen, Marlot momenteel in gebruik zijn als agrarisch perceel?
- Kan het college aangeven welke percelen onderdeel zijn van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en/of Natuurnetwerk Nederland?
- Kan het college per perceel specificeren of sprake is van pacht, bruikleen of andere gebruiksvormen?
- Kan het college aangeven wanneer de overeenkomsten verlopen?
- Welke milieu- en natuurvoorwaarden zijn verbonden aan deze pacht- of bruikleenovereenkomsten?
- Is het toegestaan om op deze gronden gif/bestrijdingsmiddelen te gebruiken?
- Is het toegestaan om kunstmest te gebruiken?
- Is het toegestaan om drijfmest uit te rijden? Is het toegestaan om mest van andere bedrijven en plaatsen hier uit te rijden?
- Is het toegestaan dieren zoals mollen te doden? Hoe kijkt het college naar deze praktijk?
- Heeft het college zicht op of deze praktijken daadwerkelijk plaatsvinden? Graag een reactie per onderwerp. Zo ja, op welke percelen?
- Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het gebruik van kunstmest, van gif, van mest (overmatig) en het doden van mollen in natuurgebieden, schadelijk is voor de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit en ingaat tegen het erkennen van de intrinsieke waarde van dieren?
- Welke maatregelen neemt het college om dergelijke schadelijke effecten te beperken?
- Kan het college aangeven wat de uitkomst is van de gesprekken met degene die gronden pacht en in bruikleen heeft over ecologisch verantwoord beheer? Is de beheerder van de gronden bereid iets te doen om natuurvriendelijker te werken? Zo ja, wat?
- De Partij voor de Dieren heeft geconstateerd dat op een perceel nabij Reigersbergen een depot met bagger is geplaatst. Kan het college bevestigen dat dit klopt?
- Zo ja, gaat dit om een perceel dat in principe bestemd was voor agrarisch beheer? Wat is de reden voor deze plaatsing? Is hierbij rekening gehouden met de ligging in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur?
- Hoe draagt de aanwezigheid van een baggerdepot in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur bij aan de doelstelling om natuurwaarden te versterken?
- Hoe gaat het college om met de (stank-)overlast en andere zorgen van omwonenden? Wanneer kunnen zij resultaat verwachten?
- Wanneer gaat het college zorgen dat er concrete stappen gezet worden om de genoemde natuurdoelen (in RIS320065) bij Reigersbergen en Clingendael te bereiken?
Jan Willem van den Bos
Partij voor de Dieren