Nota Dieren­welzijn


113 plannen voor dieren in de stad

13 februari 2020

Voorwoord

“Putting yourself in the place of others…
is what thinking ethically is all about.”
Peter Singer

Dieren verdienen een goede bescherming en een leven naar hun aard en behoeften. Het zijn levende wezens met bewustzijn en gevoel en ze verdienen een respectvolle behandeling.

Al het leven om ons heen - dieren, planten en micro-organismen - is van belang. Den Haag, stad van vrede en recht; ook voor dieren! is het eerste initiatiefvoorstel geweest van de Partij voor de Dieren Den Haag. Aan de hand van dit voorstel is de huidige dierenwelzijnsnota van de gemeente tot stand gekomen in 2012. Sindsdien is er het een en ander veranderd aan het perspectief op dierenwelzijn in de wetenschap en in onze maatschappij.

Mensen zijn zich er steeds meer van bewust dat dieren intelligente wezens zijn die gevoelens ervaren. Ook groeit het ongemak over de manier waarop wij als samenleving met dieren omgaan. Met dit nieuwe initiatiefvoorstel wil de Partij voor de Dieren Den Haag een diervriendelijke stad verankeren in het gemeentelijke beleid.

Robin Smit
13 februari 2020
Den Haag

Inhoudsopgave

Inleiding

Het bewustzijn over dierenwelzijn wint de laatste jaren terrein. Ook in beleid krijgt dierenwelzijn steeds meer een plek. Toen de eerste dierenwelzijnswet ter bescherming van de dieren in de veehouderij kwam, is het debat over dierenwelzijn geopend. Het verdrag van Amsterdam is het eerste dat verwijst naar dieren als bewuste wezens. Tot de dag van vandaag zijn dieren volgens de wet nog steeds eigendom, maar door de jaren heen zijn daar stapsgewijs veranderingen in gekomen.

De kwetsbare positie van dieren schept een morele verantwoordelijkheid om rekening te houden met de belangen van elk individueel dier. Dieren worden nog steeds uitgebuit voor productie en vermaak. Dat onrecht moet stoppen. Dieren verdienen beleid dat rekening houdt met hun behoeften.

Intrinsieke waarde

Net als mensen hebben dieren een eigen, intrinsieke waarde die los staat van het nut of de waarde van het dier voor de mens. De intrinsieke waarde van dieren wordt door steeds meer mensen erkend. Deze werd voor het eerst vastgelegd in de Gezondheids- en Welzijnswet Dieren (GWWD) uit 1996, en later in de nieuwe Wet dieren (2014):

“Onder erkenning van de intrinsieke waarde [...] wordt verstaan erkenning van de eigenwaarde van dieren, zijnde wezens met gevoel.”

Door het initiatiefvoorstel ‘Den Haag, stad van vrede en recht; ook voor dieren!’ van de Partij voor de Dieren is de intrinsieke waarde van dieren ook opgenomen in de huidige dierenwelzijnsnota van de gemeente Den Haag uit 2012.

Aanleiding

Het huidige dierenwelzijnsbeleid van de gemeente voorziet op dit moment in de dieren op de stadsboerderijen en de benodigde zorg die zij behoeven. Dit wordt toegelicht in ‘Boeren met beleid’. Verder worden jaarlijks gelden toegekend aan het Haags Dierencentrum en de Dierenambulance Den Haag en omstreken voor het ophalen van, eerste hulp bieden aan en de opvang van honden en katten. Ook krijgt de Vereniging Kattenzorg een tegemoetkoming in de kosten die gepaard gaan met het aanpakken van het zwerfkattenprobleem. Voor de opvang van konijnen en knaagdieren krijgt de Dierenbescherming regio Zuidwest een tegemoetkoming in de opvangkosten. Ook worden er (behoudende) programma’s voor kinderen ontwikkeld met betrekking tot de onderwerpen dieren, natuur en milieu.

De Partij voor de Dieren Den Haag vindt dit beleid nog niet toereikend. De aanleiding voor deze nota is dat in Den Haag nog een hoop te verbeteren valt op het vlak van dierenwelzijn. Kennis over dieren is de laatste jaren in een stroomversnelling gekomen, waardoor regelmatig gekeken moet worden of het huidige beleid nog wel in lijn is met de heersende opvattingen en wetenschappelijke ontwikkelingen.

Wat is er mis?

Opvang

De dierenopvang heeft verbetering en professionalisering nodig. Ieder dier dat opvang nodig heeft, zou in de regio moeten kunnen worden opgevangen, 24 uur per dag. Voorbeelden van problemen waar dierenopvanginstellingen tegenaan (kunnen) lopen zijn het vinden van permanente opvang voor dieren van de toekomstige huis- en hobbydierenlijst en financiële problemen rondom huisvesting en stijgende onderhoudskosten.

Leefgebied

Door het stijgende aantal bewoners, de woningopgave van de gemeente Den Haag en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte komt het leefmilieu van in het wild levende dieren onder druk te staan. Steeds meer groengebieden worden bebouwd. Voorbeelden hiervan zijn de strandhuisjes, de Oude Waalsdorperweg (NATO-complex) en de uitbreiding van Madurodam. Naast dat dieren hun woonplek verliezen, kunnen ze ook andere problemen ervaren. Zo raken zwanen verstrikt in bovenleidingen, worden dieren aangereden of kunnen ze verstrikt raken in rondslingerend plastic.

Wetgeving

Door de ontwikkelende kennis op het gebied van dierenwelzijn is het de vraag of het huidige beleid nog wel in lijn is met de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen en inzichten. Sinds de totstandkoming van de nota dierenwelzijn in 2012 zijn er landelijke veranderingen geweest op het gebied van wet- en regelgeving. Zo is in 2014 de Wet dieren van kracht gegaan en in 2017 de nieuwe Wet natuurbescherming ingevoerd. Tijdens het schrijven van deze nota wordt ook hard gewerkt aan de invoering van de omgevingswet, die impact heeft op bouwplannen die weer invloed kunnen hebben op de leefgebieden van dieren. Door alle wetswijzigingen is de huidige dierenwelzijnsnota van Den Haag niet meer actueel.

Missende thema’s

In de dierenwelzijnsnota van Den Haag ontbreekt een diergroep die wel verblijft in onze stad, de paarden. Den Haag kent een aantal maneges maar ook ruiterpaden. Paardenwelzijn is een onderwerp waar steeds vaker naar gekeken wordt. Daarom is het nodig dat de stad daar een richtlijn voor op stelt.

Ook spelen huisdieren vaak een rol in andere beleidsterreinen waar niet altijd bij stil wordt gestaan. Zo is het hebben van huisdieren een reden dat slachtoffers in situaties waar sprake is van huiselijk geweld deze plek niet ontvluchten. Denk ook aan de opvang van daklozen met een huisdier of minima die geen hulp ontvangen voor noodzorg voor hun viervoetige gezinslid.

Definitie

Wat betreft dierenwelzijn zijn er wettelijke verplichtingen die voor iedereen gelden, wettelijke taken waarvoor de gemeente verantwoordelijk is en specifieke regelgeving voor bepaalde groepen zoals dierentuinen. De omschrijving van de wettelijke taken zorgt er ook voor dat duidelijk wordt hoe het begrip dierenwelzijn wordt geïnterpreteerd.

Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van leven van dieren, zowel de lichamelijke conditie als het welbevinden. Voeding, verzorging, huisvesting en behandeling zijn van grote invloed op hun welzijn. Het is algemeen aanvaard dat een dier zich het best voelt in omstandigheden die zoveel mogelijk aansluiten bij zijn natuurlijke gedrag en die zo min mogelijk aanleiding geven tot stress, pijn of angst. Dit is dan ook het ambitieniveau van deze nota.

Leeswijzer

Eerst worden in de nota algemene dierenwelzijnsvraagstukken behandeld die van invloed zijn op verschillende diergroepen in de gemeente en bij bedrijven. Vervolgens worden de specifieke vraagstukken op het gebied van gezelschapsdieren behandeld, waarna de dieren in het wild worden beschreven. Als laatst worden recreatie- en landbouwhuisdieren toegelicht. Bij iedere subparagraaf worden actiepunten geformuleerd die in het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid tot uiting zouden moeten komen. Deze actiepunten zijn verdeeld in twee categorieën (alleen in opgemaakte versie - zie bovenaan deze pagina). De grijze categorie bevat maatregelen die slechts een andere beleidskeuze behoeven. De groene categorie bevat actiepunten waarbij extra geld nodig is om tot uitvoering te komen.

Rol van de gemeente

De gemeente Den Haag heeft een wettelijke zorgplicht voor de dieren in de stad. Deze nota beschrijft hoe de gemeente Den Haag invulling geeft aan deze taken. Daarnaast staan in de nota ambities die de hofstad wil waarmaken op het gebied van dierenwelzijn voor gezelschapsdieren en vrij levende dieren. Hierbij wil de gemeente zoveel mogelijk gebruikmaken van de kennis en deskundigheid van lokale organisaties die zich inzetten voor het dierenwelzijn in de stad.

Jaarlijkse evaluatie

Op andere beleidsterreinen wordt het gemeentelijke beleid jaarlijks geëvalueerd of komt er een voortgangsrapportage om de voortgang van het beleid te kunnen controleren. Helaas gebeurt dat niet met het dierenwelzijnsbeleid van de gemeente. Ook over de voortgang van het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid zou ieder jaar moeten worden gerapporteerd. Hiermee kan de gemeenteraad beter controleren hoe het ervoor staat met het realiseren van gestelde doelen voor dieren in de stad. De raad heeft deze wens op initiatief van de Partij voor de Dieren in 2016 ook uitgesproken, door het met algemene stemmen aannemen van een motie die opriep een jaarrapport op te stellen. Dit is echter tot nog toe slechts één keer gebeurd.

Het is daarnaast belangrijk dat dierenwelzijnsorganisaties jaarlijks een moment krijgen om aan de gemeenteraad te laten zien wat de vele medewerkers en vrijwilligers allemaal doen voor de dieren. Zo kunnen deze organisaties het voor de gemeenteraadsleden en het college inzichtelijk maken wat voor taken zij hebben en hoe zij die taken uitvoeren in opdracht van de gemeente. Maar ook bevordert een jaarlijkse bijeenkomst de onderlinge samenwerking.

Actiepunten

  1. De gemeente roept de Haagse dierenwelzijnsorganisaties jaarlijks bij elkaar voor een overleg met betrokken ambtenaren. Een verslag van het overleg wordt jaarlijks opgenomen in de voortgangsrapportage.
  2. De gemeente stuurt jaarlijks een voortgangsrapportage over het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid naar de gemeenteraad. Hierin wordt duidelijk wat er het afgelopen jaar is gedaan en wat de komende uitdagingen zijn.

Adviesraad

Andere steden, zoals Amsterdam en Antwerpen, hebben een onafhankelijke adviesraad dierenwelzijn opgezet. In deze adviesraden zitten experts op het gebied van dierenwelzijn en komen uit het werkveld. Deze adviesraad adviseert het stadsbestuur gevraagd en ongevraagd over de uit te voeren wettelijke taken, gemeentelijk beleid en bij ontwikkelingen in de openbare ruimte waarbij het leefgebied van alle dieren wordt beïnvloed. Hierdoor wordt het dierenwelzijnsbeleid gemonitord en kunnen deze experts worden betrokken bij ontwikkelingen die betrekking hebben op dierenwelzijn. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen naast ecologische verbindingszones of gebouwen waar dieren nestelen.

Actiepunten

  1. De gemeente stelt een adviesraad op met onafhankelijke experts uit het Haagse dierenwelzijnsveld.

Calamiteiten

In tijden van een ramp zijn er naast mensen helaas ook slachtoffers onder dieren. Ook deze groep heeft behoefte aan hulp, opvang en de nodige zorg. Nu zijn dieren aangewezen op de hulp van de brandweer en de politie. Ten tijde en na afloop van een ramp of calamiteit moeten dieren worden opgevangen en verzorgd voor de periode dat zij nog niet terug kunnen keren naar huis.

Het regionale rampenbestrijding- en crisisbeheersingbeleidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden 2019 -2022 is in 2019 vastgesteld. Het plan geeft aan hoe de hulpverleningsorganisaties moeten handelen ten tijde van een ramp of crisis. De opvang van dieren wordt hierin genoemd, maar is niet in detail uitgewerkt. De dierenwelzijnsorganisaties hebben zo geen handvatten voor hoe te handelen in crisissituaties.

Dierenambulances krijgen geen voorrang bij noodgevallen. Hierdoor komen dierenambulances ten tijde van een calamiteit niet tijdig op locatie. Helaas overlijdt het dier in deze gevallen vaak. Als maatregel kunnen dierenambulances in noodgevallen gebruikmaken van bus- en trambanen, zoals in Rotterdam.

Eigenaren van huisdieren doen er goed aan om naast hun voordeur met een sticker aan te geven dat er huisdieren in de woning aanwezig zijn. In geval van brand of andere calamiteiten is dan voor hulpdiensten in één oogopslag duidelijk wat de situatie is. De gemeente kan dat communiceren via haar website, maar bijvoorbeeld ook stickers verstrekken op de diverse stadsdeelkantoren.

Ten slotte kunnen dieren dakloos worden bij gedwongen ontruiming of ziekenhuisopname van de eigenaar. Het is dan van belang dat voor alle betrokkenen duidelijk is wat er met deze dieren gebeurt en dat er tijdelijke opvang gefaciliteerd is.

Actiepunten

  1. De gemeente nodigt een vertegenwoordiger van de in te stellen adviesraad dierenwelzijn uit voor de periodieke overleggen met de hulpdiensten.
  2. De gemeente communiceert dat inwoners hun dieren en hulpdiensten kunnen helpen door het plaatsen van een sticker bij de voordeur. De gemeente biedt deze stickers aan op de stadsdeelkantoren.
  3. De gemeente geeft dierenambulances een vrijstelling om in noodgevallen gebruik te kunnen maken van bus- en trambanen.
  4. Dieren worden opgenomen in het draaiboek van hulpdiensten en in het rampenplan.
  5. In het rampenplan wordt de evacuatie, in-veiligheidstelling en tijdelijke opvang geregeld van huisdieren en dieren die in parken, dierentuinen, maneges en stadsboerderijen leven.

Politie

Het gebruik van politiepaarden- en honden bij rellen is zorgelijk. Hierbij krijgen paarden te maken met beangstigende situaties en zijn ze het doelwit vanuit het publiek. Het komt hierbij voor dat de paarden gewond raken. Paarden zijn van nature vluchtdieren en dat maakt hen snel angstig. Het lichaam van paarden is daar ook op gebouwd. De ogen staan aan de zijkant van het hoofd, wat ervoor zorgt dat paarden een breed gezichtsveld hebben om gevaren vroegtijdig te signaleren. Naast de paarden kunnen ook omstanders en de berijders gewond raken.

De gemeente kan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken oproepen tot meer onderzoek naar oproerbeheersing waarbij geen dieren worden gebruikt. De politie kan hierdoor toewerken naar methodes waarbij dieren niet worden blootgesteld aan onnodige stress en pijn.

Actiepunten

  1. De gemeente pleit bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en de politie-eenheid Den Haag voor meer onderzoek naar oproerbeheersing zonder het gebruik van dieren.

Handhaving

Handhaving speelt een belangrijke rol bij het borgen van dierenwelzijn in onze stad. Bijvoorbeeld in gevallen van verwaarlozing, mishandeling of verlating van een gezelschaps- of wild dier. De handhaving van de naleving van de Wet dieren wordt uitgevoerd door de inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlands Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zij zijn als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) bevoegd om een proces-verbaal op te maken en waar nodig dieren in beslag te nemen. Verder wordt er samengewerkt met politie, regio inspecteurs van de Dierenbescherming en dierenwelzijnsorganisaties in de stad.

Het is belangrijk dat de overheid kan optreden bij geconstateerde overtredingen en misstanden op dierenwelzijnsgebied. Daarom is het belangrijk dat ook de gemeente Den Haag beleid heeft ten aanzien van de dierenpolitie en BOA’s. Inmiddels heeft Den Haag een coördinator dierenpolitie en zijn er 11 taakaccenthouders dierenwelzijn (een per basisteam). Taakaccenthouders zijn agenten die zich bezighouden met handhaving dierenwelzijn naast de reguliere politiezaken. Hoewel er taakaccenthouders zijn in de politiekorpsen blijkt in praktijk de tijd vooral op te gaan aan reguliere politiezaken.

De gemeente heeft in het lokale integraal veiligheidsplan 2019 - 2022 het tegengaan van dierenmishandeling als ambitie opgenomen. Hierbij is het doel om de integrale samenwerking tussen LID, NVWA, dierenpolitie (ofwel taakaccenthouders dierenwelzijn) en de gemeentelijke handhavers te bevorderen op het gebied van vroegtijdige signalering van dierenmishandeling. Het is daarom goed om het kennisniveau rond dierenwelzijn bij de handhavers op te schroeven zodat de handhavers beter weten waarop te handelen.

De BOA’s en taakaccenthouders dierenwelzijn moeten minimaal 50% van hun tijd kunnen besteden aan het verbeteren van dierenwelzijn. Zo kunnen zij honden uit auto’s bevrijden op warme zomerdagen, of de aanwezigheid van dieren bij geweldsdelicten toetsen. De gemeente dient er zorg voor te dragen dat de BOA’s en taakaccenthouders een gelijkwaardige positie krijgen met een duidelijk omschreven budget, taken en bevoegdheden binnen het politionele apparaat. Toezicht moet effectief zijn en de strafmaat passend voor het delict.

Actiepunten

  1. De gemeente stelt duidelijke dierenwelzijnstaken op die door BOA’s uitgevoerd kunnen worden en schroeft het kennisniveau rond dierenwelzijn (verder) op.
  2. De gemeente gaat in gesprek met de politie-eenheid Den Haag om taakaccenthouders minimaal 50% van hun werktijd te laten besteden aan dierenwelzijnszaken.
  3. De gemeente roept de politie-eenheid Den Haag op meer taakaccenthouders dierenwelzijn aan te wijzen.
  4. De gemeente pleit in G4-verband bij de landelijke overheid voor een houdverbod in gevallen van verwaarlozing.

Voorlichting

Voorlichting en educatie behoren tot de belangrijkste middelen die de gemeente kan inzetten om het welzijn van dieren te bevorderen, dierenleed te voorkomen en bewustwording omtrent dierenwelzijn te vergroten.

De gemeente Den Haag heeft via de afdeling milieueducatie een speciaal onderwijsprogramma ontwikkeld dat gratis beschikbaar is voor Haagse scholen. Lessen, excursies, leskisten, keuzekisten en projecten zijn beschikbaar met diverse thema’s als afval en grondstoffen, groen en biodiversiteit, klimaat en energie, openbare ruimte en voedsel en water. Dit is belangrijk om kinderen bekend te maken met natuurlijke processen.

Het onderwijs mag niet voorbijgaan aan dierenwelzijn. Veel scholieren komen niet in aanraking met productiedieren, terwijl zij later wel keuzes maken die het welzijn van dieren beïnvloeden. Scholen moeten daarom de mogelijkheid krijgen om lessen aan te bieden die scholieren een representatief beeld geven van hoe het is gesteld met het dierenwelzijn en van hoe hun keuzes daarop van invloed zijn.

Ook is het belangrijk om stil te staan bij huisdieren, waar kinderen veelvuldig mee in aanraking komen. Bijtincidenten komen ook voor in huiselijke omgeving waar kinderen aanwezig zijn. Om slachtoffers onder kinderen te verminderen is het nodig dat kinderen meer leren over het gedrag en lichaamstaal van dieren. Diverse organisaties hebben hiervoor al lespakketten ontwikkeld.

Actiepunten

  1. De gemeente stimuleert scholen om lessen aan te bieden waarin leerlingen leren omgaan met (huis)dieren.
  2. De gemeente ontwikkelt een lespakket voor scholen (lagere en middelbare) dat gaat over duurzaam (plantaardig) voedsel en de maatschappelijke effecten van voedselproductie.
  3. Op de gemeentelijke website voor natuur- en milieueducatie wordt ook aandacht besteed aan dieren(welzijns)lessen in de klas.

Catering

Jaarlijks komen veel inwoners van de stad op het stadhuis of in een van de stadsdeelkantoren. Ook werken veel mensen voor de gemeente en de gemeente heeft veel inkoopmacht. In de gemeentelijke catering kan het diervriendelijke voorbeeld worden gegeven door biologische, lokale en plantaardige producten te stimuleren in het aanbod. Hier is een initiatiefvoorstel voor ingediend.

Aanvullend aan dit voorstel is van belang dat in gemeentelijke gebouwen of bij gemeentelijke evenementen geen vlees van bedreigde diersoorten, zoals paling, wordt geserveerd. Ook dient geen vlees of producten te worden aangeboden dat op dieronvriendelijke manier wordt geproduceerd, zoals foie gras of kalfsvlees.

Actiepunten

  1. De gemeente serveert op gemeentelijke evenementen en in gemeentelijke kantines geen bedreigde diersoorten, zoals paling.
  2. De gemeente serveert op gemeentelijke evenementen en in gemeentelijke kantines geen dierlijke producten die op dieronvriendelijke manier worden geproduceerd, zoals kalfsvlees en foie gras.

Bedrijven in de stad

Den Haag kan ervoor kiezen om de verkoop van levende dieren en bont tegen te gaan. Ook kan de gemeente maatregelen treffen om het gebruik van proefdieren te verminderen. Den Haag kan zijn contact met bedrijven inzetten om een diervriendelijkere stad te worden.

Ambulante handel

In de nota Markten, Straathandel en Kiosken 2016-2021 staan geen regels omtrent de handel van goederen. Sinds 2018 is het in Amsterdam verboden om levende dieren te verhandelen op de markt. De handhaving van de welzijnswetten is een taak van marktmeesters, de politie, de LID, de NVWA en de BOA’s. Omtrent de verkoop van levende vis en schaaldieren, zoals kreeften en krabben, op markten bestaat momenteel nog geen regelgeving. Op dit welzijnsaspect kunnen gemeenten nog niet ingrijpen, tenzij sprake is van misstanden zoals blootstelling aan de brandende zon. De gemeente Leiden gaat wel in gesprek met vishandelaren om de verkoop van levende vissen, schaal- en schelpdieren terug te dringen.

Actiepunten

  1. De gemeente reguleert de handel in (levende) dieren op markten in de nota Markten, Straathandel en Kiosken.
  2. De gemeente gaat in gesprek met vishandelaren om de verkoop van levende zeedieren voor consumptie te stoppen.

Proefdieren

Dierproeven gaan vaak samen met dierenleed. Alhoewel de gemeente geen zeggenschap heeft over dierproeven, omdat het een Rijksbevoegdheid is, kan de gemeente wel sturing geven op een proefdiervrij beleid.

De gemeente kan een proefdiervrij beleid voeren, door te werken met proefdiervrije en biologische schoonmaakmiddelen. Zulke middelen zijn niet getest op dieren en brengen geen schade toe aan onze leefomgeving. Maar ook door alternatieven voor dierproeven of proefdiervrije producten op te nemen als subsidievoorwaarde voor gemeentelijke subsidies.

Actiepunten

  1. De gemeente hanteert een actief proefdiervrij inkoopbeleid.
  2. De gemeente hanteert proefdiervrije producten of alternatieven voor dierproeven als voorwaarde bij subsidieaanvragen.

Bont

In diverse winkels of op markten in Den Haag worden producten aangeboden waarin bont is verwerkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om jassen met bontkragen of de slapende katjes met levensechte vacht.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat bont vaak met verkeerde etikettering wordt verkocht en in vele gevallen echt bont zelfs wordt verkocht als nepbont. Doordat veel landen bont zijn gaan produceren is de prijs van bont stukken lager dan vroeger. Consumenten gaan er vaak van uit dat ze geen echt bont maar imitatiebont kopen. Terwijl de consument vaak niets weet over de herkomst. Helaas met alle gevolgen van dien voor de dieren, die hebben geleden onder de handelingen voor de productie van de bontjas.

De gemeente kan een voorbeeld- en voorlichtingsfunctie innemen. Zo heeft de gemeente Amsterdam in 2013 een brief met daarin een oproep om geen bont te verkopen aan de Amsterdamse winkeliers gestuurd. In Amsterdam is het gebruik van bont in kleding en de verkoop van bont in de subsidieverordening van bijzondere evenementen opgenomen. Ook in een aantal grote steden in Californië geldt een verbod op de verkoop van bont.

Actiepunten

  1. De gemeente hanteert een actief bontvrij inkoopbeleid.
  2. De gemeente informeert de inwoners van de stad actief over de nadelen van bont via diverse kanalen, zoals de website.
  3. De gemeente subsidieert geen instellingen, organisaties of evenementen die bont gebruiken.

Gezelschapsdieren

In veel gezinnen vervult een huisdier een rol als gezinslid. In 2015 is in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een derde uitgave van ‘Feiten en Cijfers van de Gezelschapsdierensector’ tot stand gekomen. Hieruit blijkt dat rond die tijd ruim 33,4 miljoen gezelschapsdieren in Nederland aanwezig waren. Ten opzichte van 2010 is dat aantal met maar liefst 12,5% gestegen.

Bijna 59% van de Nederlandse huishoudens blijkt een huisdier te hebben. Steeds meer mensen schaffen een reptiel aan als huisdier: een explosieve groei ten opzichte van 2010 met 160%. Zie de grafiek voor een totaaloverzicht (aantallen in miljoenen).

De eigenaar van een huisdier draagt veel verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van het leven van zijn of haar dier. Hij of zij is de eerstverantwoordelijke voor het welzijn en de gezondheid van zijn of haar dier. Kosten voor een dierenarts, aanschaf van voeding, en dagelijkse beweging geven zijn een aantal taken waar een eigenaar verantwoordelijk voor is. Het dier is altijd afhankelijk van de eigenaar.

De overheid heeft hier primair een kaderstellende en regisserende rol. De overheid stelt normen voor het omgaan met dieren. Zij bepaalt welke dieren gehouden mogen worden en welke (minimum)eisen er gelden voor bijvoorbeeld huisvesting, voeding en verzorging. Ook bepaalt de overheid welke ingrepen er bij dieren gedaan mogen worden.

Voorlichting kan ervoor zorgen dat mensen geen verkeerde aankopen doen en goed voor de dieren zorgen. Hier ligt een belangrijke preventieve taak voor de gemeente. Die kan helpen voorkomen dat inwoners van Den Haag een dier aanschaffen dat niet bij hun leefsituatie past. Dit voorkomt dierenleed en bespaart geld. Daarnaast moet het voor inwoners duidelijk zijn waar zij met hun huisdieren naartoe kunnen als er problemen ontstaan, bijvoorbeeld door ziekte of opname in een zorginstelling. De overheid komt als verantwoordelijke in beeld wanneer de eigenaar, om welke reden dan ook, zijn of haar verantwoordelijkheid niet kan of wil nakomen en het welzijn van het dier in gevaar komt.

Grafiek: huisdieren in Nederland (aantallen in miljoenen).

Aanschaf

Huisdieren zijn op meerdere manieren aan te schaffen. Ze worden zelfs op advertentiesites aangeboden. (Online-)winkels, beurzen en markten zijn ongeschikt voor het verkopen van levende dieren. De omstandigheden daar hebben vaak negatieve effecten op het welzijn van het dier. Doordat dieren daar in een impuls worden aangeschaft, zijn de nieuwe eigenaren zich niet altijd bewust van de zorgen die een huisdier met zich meebrengt.

Vaak is het de vraag waar de (jonge) dieren vandaan komen. Veelal komen deze dieren via (malafide) handelaren op de markt. In de handel en transport worden veel dieren blootgesteld aan zware omstandigheden. Dit kan gepaard gaan met ziekten en epidemieën.

Er gelden regels voor de verkoop van dieren. Het is niet toegestaan om dieren te verkopen aan personen jonger dan 16 jaar zonder begeleiding. Dieren mogen ook niet meer in etalages staan. Verkopers moeten klanten voorzien van schriftelijke informatie over het aangeschafte dier.

De gemeente kan de verkoop van dieren in winkels en op markten niet verbieden. Onze stad kan wel in gesprek gaan met dierenwinkels en aansturen op doorverwijzing naar dierenopvanginstanties en erkende fokkers voor de adoptie van een dier in plaats van verkoop in de winkel. Via een convenant kunnen afspraken worden gemaakt om de verkoop van dieren terug te dringen.

Huisdieren worden ook middels fokkers aangeschaft. Niet alle fokkers zijn erkend; sommige mensen doen het het incidenteel of als hobby. Helaas zijn er ook ‘foute’ fokkers die geen rekening houden met dierenwelzijn en ongewenste erfelijke eigenschappen die ouderdieren meedragen. Deze laatste groep mensen is alleen maar uit op economisch gewin over de rug van dieren. Daarom is het goed als vanuit de gemeente gezamenlijk met andere gemeenten de druk op de landelijke overheid wordt opgevoerd voor strengere eisen voor fokkers zodat alleen nog maar gezonde dieren kunnen worden aangeschaft.

Er zijn in Den Haag 14 Huisdier Informatie Punten. Op deze plekken kunnen mensen terecht als ze erover denken om een huisdier te nemen. Het is van belang dat de Huisdier Informatie Punten voldoende bekend zijn. Huisdier Informatie Punten kunnen mensen doorverwijzen naar verantwoorde plaatsen om een huisdier aan te schaffen.

Actiepunten

  1. De gemeente dringt bij de landelijke overheid aan op aangescherpte criteria voor fokkers.
  2. De gemeente dringt bij de landelijke overheid aan op een verbod op verkoop van dieren via internet, in dierenwinkels, tuincentra en andere locaties die impulsaankopen en onverantwoorde verkoop van dieren bevorderen.
  3. De gemeente sluit een convenant met dierenwinkels en tuincentra dat tot doel heeft de verkoop van levende dieren daar op termijn te stoppen.
  4. De gemeente zet in op bekendheid en uitbreiding van de Huisdier Informatie Punten.

Identificatie en registratie

Veel dieren komen onnodig in het asiel terecht omdat de eigenaar niet kan worden achterhaald. Identificatie door een chip en registratie kunnen ervoor zorgen dat een eigenaar snel opgespoord wordt.

Sinds 2013 is de registratie van honden verplicht. Iedere hond die in Nederland geboren wordt, moet binnen zeven weken worden gechipt. Het is voor opsporing van eigenaren van groot belang dat de chipgegevens in één centrale database worden geregistreerd zonder tussenkomst van private databanken. Gezien de hoeveelheid katten die op straat terecht komen, zou het goed zijn als deze regeling ook voor hen ingevoerd zou worden. Dit zou ook als prikkel kunnen fungeren tegen impulsaankopen.

Op dit moment zijn er meerdere private databanken actief waarin huisdiereigenaren zelf hun gegevens kunnen wijzigen. Deze private databanken geven deze gegevens weer door aan de centrale databank, die alle gegevens bewaart en slechts inzichtelijk is voor een beperkte groep mensen. Hier gaat het vaak fout. Mensen registreren hun huisdier niet waardoor gechipte dieren alsnog vermist raken. Als gevolg hiervan komen deze dieren terecht in de opvang en stijgen de kosten voor opvang en verzorging van die dieren.

De stichting Amivedi, gerund door vrijwilligers, is een landelijke organisatie waar men gevonden of vermiste dieren kan aanmelden. Deze organisatie helpt bij het opsporen van vermiste dieren. Ook de Dierenbescherming heeft een meldpunt voor vermiste en gevonden dieren: mijndieriszoek.nl. De gemeente kan helpen om vermiste huisdieren te herenigen met hun eigenaren door via de gemeentelijke website en sociale media aandacht te besteden aan de diverse meldpunten.

Actiepunten

  1. De gemeente geeft voorlichtingscampagnes over en ondersteunt chipacties.
  2. De gemeente doet mee met de jaarlijkse chipmaand in juni door onder andere alle dierenartsen op te roepen met (goedkopere) chipacties te komen.
  3. De wethouder stuurt bij de Rijksoverheid aan op een landelijke regelgeving voor het verplicht chippen van katten.
  4. De wethouder stuurt bij de minister aan op een centraal registratiepunt voor gechipte honden en katten.
  5. De gemeente ondersteunt dierenhulporganisaties en Amivedi om het bereik en de herkenbaarheid van de meldpunten met gevonden dieren te vergroten.

Castratie en sterilisatie

Castratie en sterilisatie van gezelschapsdieren heeft zowel voor- als nadelen. Zo worden dieren vaak minder agressief nadat zij onvruchtbaar zijn gemaakt en lopen zij minder kans op bepaalde ziektes. Ook voorkomen dergelijke ingrepen ongewenste nestjes, die vaak weer kunnen leiden tot impulsaankopen. Aan de andere kant kleven er altijd risico’s aan operaties, al zijn die in dit geval klein. Het is belangrijk om goede voorlichting te geven over het castreren en steriliseren van dieren.

In de gemeente Den Haag wordt de zwerfkattenpopulatie onder controle gehouden middels de Trap-Neuter-Returnmethode. De gemeente geeft hier een tegemoetkoming voor aan de dierenhulporganisatie.

Actiepunten

  1. De gemeente zet verschillende vormen en kanalen in voor voorlichting over het onvruchtbaar maken van dieren.

Hondenbeleid

In 2018 waren 18.023 geregistreerde honden in Den Haag. In de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Den Haag zijn drie artikelen opgenomen omtrent honden. Het eerste hondengerelateerde artikel gaat over loslopende honden (2:57). Het tweede artikel (2:58) heeft alles te maken met de verontreiniging door honden. Gevaarlijke honden vormen het onderwerp van het laatste artikel (2:59).

Hondenbelasting

Het heffen van een belasting op een levend wezen is niet wenselijk. Verder is het lastig de hondenbelasting te innen. Er zijn controleurs voor nodig en dat maakt het duur. In het coalitieakkoord 2019-2022, ‘Samen voor de stad’, hebben de nieuwe coalitiepartijen desondanks afgesproken de hondenbelasting in stand te houden.

Om honden als huisdieren in een stad te kunnen houden, zijn aparte voorzieningen nodig. De gemeente eist dat Haagse hondenbezitters hieraan bijdragen middels de hondenbelasting. Indien die eis wordt gesteld, is het belangrijk dat deze inkomsten ook daadwerkelijk aan dit doel worden besteed.

Actiepunten

  1. De opbrengsten van de hondenbelasting worden besteed aan voorzieningen die rechtstreeks aan honden of andere dieren ten goede komen.

Losloopgebieden

Een goede hoeveelheid en soort lichaamsbeweging voor een hond zijn belangrijke onderdelen van verantwoord huisdierbezit. Er was in 2015 ruim 5 vierkante kilometer van het Haagse grondgebied beschikbaar als losloopgebied voor honden. De kwaliteit van deze gebieden is vaak ondermaats. De gebieden zijn vaak voorzien van veel steen of het bestaat uit een modderpoel, maar ook zijn deze gebieden niet altijd veilig genoeg om je hond los te laten. Zo zijn er gevaarlijke situaties bij de Erasmusweg, Ferrandweg, Segbroeklaan en op het strand.

Ook is de verdeling niet evenredig. In sommige stadsdelen met meer hondenbezitters is haast geen losloopgebied beschikbaar. Zie de kaart voor een overzicht. De rode gebieden zijn verboden voor honden.

Hierdoor kunnen de bestaande losloopgebieden druk bezochte plekken worden. Vanwege het aantal gebruikers op een klein stukje kan dat weer leiden tot incidenten.

De openbare ruimte is schaars. In of nabij Natura 2000-gebieden is het niet wenselijk om losloopplekken te creëren omdat de natuur al onder druk staat door alle ruimtelijke ontwikkelingen en de stikstofproblemen. Voorkomen moet worden dat honden in vogelrustgebieden broedende vogels verstoren, of plantensoorten vertrappen.

Een oplossing voor veilige losloopgebieden kan worden gezocht in hondenspeeltuinen zoals die ook te vinden zijn in Rotterdam (Bello) en Vlaardingen (de Broekpolder). In de gemeente Nijmegen en Oss heeft de gemeente zelf hondenspeeltuinen aangelegd naar aanleiding van te weinig goede en veilige plekken voor losloopgebieden, maar ook om ergernissen van hondenpoep op straat, paden en rond kinderspeelplaatsen te voorkomen.

Afbeelding: hondenlosloopgebieden in Den Haag. Rode gebieden zijn verboden voor honden.

Actiepunten

  1. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met veilige en voldoende losloop- en uitlaatgebieden voor honden op loopafstand. Bij het aanwijzen van deze locaties wordt rekening gehouden met natuurwaarden van de bestaande locatie.
  2. De gemeente hanteert en communiceert een integrale aanpak hondenbeleid in natuurgebieden om die gebieden optimaal te beschermen en tevens hondenlosloopgebieden in de natuur te handhaven.

Sociale communicatie

Of een hond rust nodig heeft, is voor anderen dan de eigenaar niet altijd direct zichtbaar. In diverse wereldsteden gebruiken hondeneigenaren hiervoor een geel lintje. Een hond met een geel lintje om heeft behoefte aan ruimte, bijvoorbeeld door gedrags- of gezondheidsproblemen. Ook kunnen hondeneigenaren hiermee naar elkaar communiceren of een loslopende hond moet worden aangelijnd bij het passeren van een andere hond.

Actiepunten

  1. De gemeente promoot het concept van de gele lintjes op de website van de gemeente, bij de Huisdier Informatie Punten en bij dierenartsen.

Agressie

Onderzoek uit 2008 laat zien dat jaarlijks ongeveer 150.000 mensen worden gebeten door een hond. Het merendeel van de beten, zo’n 66%, is niet ernstig en vereist geen medische behandeling. Een derde van de slachtoffers laat zich behandelen door een huisarts of bezoekt een afdeling spoedeisende hulp. In een periode van 25 jaar (tot 2006) zijn 29 dodelijke slachtoffers gevallen, in 8 gevallen waren het jonge kinderen. Het blijkt dat het grootste deel van de bijtincidenten in eigen omgeving plaatsvindt. De slachtoffers zijn dan vaak kinderen. Bijtincidenten in de openbare ruimte beslaan ongeveer 30% en betrekken voornamelijk volwassen die niet bekend zijn met honden.

Agressief gedrag van honden komt ook voor in Den Haag. Dit gedrag moet vooral worden bekeken in relatie tot de behandeling van de hond door de eigenaar. De eigenaar heeft de volle verantwoordelijkheid om de hond goed op te voeden en waar nodig bij zich te houden.

De gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht bieden mogelijkheden om (eigenaren) van agressieve honden aan te pakken. Sinds 2008 ligt de aanpak van bijtincidenten vooral bij gemeenten. Op dit moment hanteren verschillende gemeenten verschillend beleid in hun APV met betrekking tot de omgang met bijtincidenten.

De eigenaar kan door een erkende en hoogwaardige gedrags- en opvoedcursus te volgen leren om op een juiste manier om te gaan met de hond. De kans op onvoorspelbaar gedrag van de hond neemt hierdoor af. In Zwitserland zijn hondeneigenaren dan ook verplicht om een opvoedcursus te volgen die verdeeld is in 5 theorielessen en 5 praktijklessen. De mogelijkheden van een verplichte opvoedcursus voor nieuwe hondeneigenaren bij de aanschaf van de eerste hond dienen onderzocht te worden.

Iedere gemeente kan een eigen bijtprotocol opstellen. Verschillende dierenwelzijnsorganisaties hebben een voorzet gedaan. De werkgroep Hulp Inbeslaggenomen Honden en de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA) sturen erop aan om de eigenaar meer verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van zijn/haar hond. Ook moeten bijtincidenten zoveel mogelijk afgehandeld worden via het bestuursrecht, waarbij wordt voorkomen dat honden in beslag worden genomen. De eigenaar moet ervoor zorgen dat zijn/haar hond geen gevaar vormt in de openbare ruimte.

Voor de meeste honden en eigenaren zou een muilkorf- en aanlijngebod per direct na een bijtincident en een verplichte opvoed- of gedragscursus om de hond beter onder controle te krijgen, voor bestaande eigenaren die nog geen cursus hebben gehad, afdoende zijn. Houdt de eigenaar zich hier niet aan, moeten juridische stappen volgen. Zodra de eigenaar de training en test heeft afgelegd moet hij of zij aantonen dat de hond na een bijtincident weer zonder muilkorf- en aanlijngebod op straat kan lopen. Bij duidelijke ongeschiktheid van de eigenaar kan het college het Openbaar Ministerie of de rechter verzoeken om de eigenaar, mede in het belang van de hond, een houdverbod op te leggen en de hond te laten verplaatsen.

Wanneer een hond lange tijd in de zogeheten ‘opslag’ heeft verbleven, levert een test niet altijd een betrouwbaar beeld op over het gedrag van de hond. Honden die gestrest zijn presteren vaak slechter tijdens de test, wat voor de hond kan leiden tot een nadelige beoordeling en uiteindelijk euthanasie. Het is daarom van groot belang om de periode waarin de hond in de opslag moet verblijven zo kort mogelijk te houden en actief met de hond te werken aan terugkeer in de maatschappij. Dit sluit aan bij artikel 1.10 uit het Besluit Houders van Dieren.

De Raad voor Dieraangelegenheden doet ook nog aanbevelingen tot wijzigingen van artikelen in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafverordening. Hierdoor kan het mogelijk zijn dat de eigenaar nog meer verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn of haar omgang met de hond. Het ophitsen of onvoldoende terughouden van de hond jegens andere dieren zou hiermee strafbaar worden. De gemeente kan bij het ministerie aandringen op doorvoering van deze wijziging.

Actiepunten

  1. De gemeente onderzoekt invoering van een verplichte opvoedcursus voor hondeneigenaren en dringt hierop aan bij de landelijke overheid.
  2. De gemeente verplicht de eigenaar van de hond na een bijtincident het behalen van een Sociaal Hondenvaardigheidsbewijs (SHVB) en het ongewenste gedrag dat heeft geleid tot het bijtincident aan te pakken met een gedragsdeskundige.
  3. De gemeente neemt de aanbevelingen van de Werkgroep Hulp inbeslaggenomen Honden en de RDA bij bijtincidenten op in de APV.
  4. De gemeente verstrekt via de website informatie over belangrijke adressen voor kwalitatieve en deskundige gedragscursussen en opvoeding.
  5. De gemeente dringt bij het ministerie aan op doorvoering van de door de RDA voorgestelde wetswijzigingen in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafverordening.

Afstandsdieren

Wanneer de eigenaar van een dier afstand doet van zijn of haar dier is het voor het dier en de gemeente van belang dat de eigenaar het dier niet dumpt maar afstaat aan het asiel. Asielen vragen een vergoeding aan de eigenaar van het dier voor de opvang en verzorging van de afstandsdieren. Voor onvoorziene omstandigheden biedt afstand doen een oplossing.

Sommige eigenaren kunnen het bedrag niet betalen, doordat zij bijvoorbeeld in de bijstand zitten. In sommige situaties willen mensen uiteindelijk afstand doen van hun dier omdat zij anders in de knel komen met hun financiën. Voorkomen moet worden dat deze mensen op een andere manier van hun dier af willen komen. Dieren kunnen op straat terechtkomen en daardoor in slechte conditie raken. Het is daarom ook wenselijk dat de gemeente deze noodvoorziening financiert. Dit gebeurt al in Amsterdam.

Actiepunten

  1. De gemeente vergoedt de kosten voor afstandsdieren waarvan de eigenaar geen geld heeft om de afstandskosten te betalen.

Minima

Wie zijn baan verliest en een uitkering aanvraagt, kan al in het bezit zijn van een huisdier. Voor hem of haar wordt ondersteuning geboden, maar helaas niet voor het huisdier. De huisdierbezitter kan de dierenartsrekening of andere medische noodhulp voor het dier vaak niet zelf betalen. Bijna 60% van de huisdiereigenaren met een minimuminkomen geven aan dat ze om financiële redenen wel eens hebben afgezien van een bezoek aan de dierenarts. Dit komt niet ten goede aan het dierenwelzijn.

Burgers onder de armoedegrens geven een significant hoger cijfer aan de band met hun huisdier dan burgers boven de armoedegrens. Toch heeft deze groep vaker het gevoel dat zij niet de juiste verzorging kan bieden aan hun huisdier met als voornaamste reden een gebrek aan financiële middelen.

De gemeente dient initiatieven te nemen om dit soort situaties te verminderen en het liefst te voorkomen. In 2007 is de eerste dierenkliniek voor mensen met een uitkering geopend, minimax Dierendokter. Tot 2013 was er in Den Haag een Sociaal Fonds dat vanuit de Dierenbescherming werd bekostigd. Na reorganisaties is dit fonds vervallen. Door teruglopende donaties heeft de Dierenbescherming inmiddels medewerkers die streng selecteren welke hulp nodig is voor het dier, zoals de begeleiding naar het afstand doen van een dier aan een opvangcentrum, het zoeken van tijdelijke opvang of het vinden van een oplossing om de rekening te betalen.

De gemeente zou hierin kunnen bijspringen door initiatieven van dierenartsen of andere sociale noodfondsen voor huisdierbezitters te steunen. Zo kan de gemeente minima met een ooievaarspas tegemoetkomen in de medische kosten voor hun huisdier.

In Amsterdam kan men gebruik maken van de ADAM-regeling, waarbij het eerste bezoek aan de dierenarts altijd gratis is. Indien het dier een medische behandeling nodig heeft, vergoedt de gemeente de helft van de kosten tot een maximum van 300 euro per jaar, per stadspas. De regeling geldt voor 1 huisdier per stadspasjaar.

In de gemeenten Rotterdam, Apeldoorn, Deventer en Zutphen kunnen huisdiereigenaren met een uitkering tegen minimale kosten hun huisdier laten behandelen. Met de Rotterdampas kunnen mensen ook bij aangewezen dierenwinkels aankopen doen. Ook komen mensen in Apeldoorn met een voedselbankpas in aanmerking voor de dierenvoedselbank die voedselpakketten voor de huisdieren uitdeelt.

Gemeenten werken ook samen met de Stichting Bevordering Huisdierenwelzijn om huisdieren van mensen in de minima te ondersteunen. De gemeente Helmond verwijst mensen uit de bijstand bijvoorbeeld door naar de stichting.

Er is minder financiële steun voor mensen die de medische noodgevallen niet meer kunnen betalen. De gemeente kan de bijzondere bijstand beschikbaar stellen voor medische noodgevallen van minima, ook voor dieren. Dit gebeurt nu nog niet. Het verdient aanbeveling om dierenwelzijnsorganisatie(s) en een dierenarts(en) in te schakelen voor het beoordelen van de medische noodzakelijkheid van de behandeling en de kosten. Tegelijkertijd kan worden gekeken of de eigenaar behoefte heeft aan andere hulp of herplaatsing van het dier. Wanneer de kosten niet uitsluitend uit noodvoorzieningen kunnen worden betaald, kan via een spoedprocedure een aanvraag worden gedaan voor een vergoeding van de resterende medische kosten.

Actiepunten

  1. De gemeente verleent structurele steun aan de medische zorg voor dieren van ooievaarspashouders.
  2. De gemeente ondersteunt mensen met een huisdier die gebruikmaken van de voedselbank door ze naar de voedselbank voor huisdieren te verwijzen.
  3. De gemeente onderzoekt mogelijkheden om de bijzondere bijstand te gebruiken voor een (gedeeltelijke) vergoeding van noodzakelijke medische kosten voor dieren van bijstandsgerechtigden.

Dier en zorg

Dieren zijn een belangrijk onderdeel van het welzijn en bij de zorg voor mensen. Diverse wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat de inzet van dieren in de zorg onder andere stress vermindert, eenzaamheid en depressie tegengaat en de kwaliteit van het leven van zowel huisdier als eigenaar verhoogt.

In de zorgsector worden dieren steeds meer ingezet. In sommige zorginstellingen zijn huisdieren welkom, in een aantal andere zorginstellingen komen vrijwilligers met hun huisdier op bezoek bij de mensen die daar verblijven. Tot nog toe gelden voor de aanbieders van activiteiten met dieren in de zorg nog geen kwaliteitseisen of certificatie. Dit is verontrustend, omdat in de praktijk iedereen activiteiten met dieren in de zorg kan organiseren. Dit kan leiden tot ongewenste en onveilige situaties voor mens en dier.

In 2014 is het initiatiefvoorstel ‘Dier en Zorg’ aangenomen. Het voorstel roept de gemeente op om de inzet van dieren in de Haagse zorg-en welzijnssector te bevorderen maar daarbij ook het welzijn en de veiligheid van zowel mens als dier te garanderen. De gemeente heeft daarop een bijeenkomst met onafhankelijke en specialistische organisaties georganiseerd om te kijken hoe de kwaliteit geborgd kan worden (middels een kwaliteitstoets) en hoe de welzijnssector diervriendelijker kan worden. Het was toen wachten op landelijke richtlijnen en er heerste veel onduidelijkheid over wat wel of niet is toegestaan met interventies in de zorg met dieren. In 2017 is een richtlijn ontwikkeld voor onder andere de inzet van dieren in de gezondheidszorg. Een tweede bijeenkomst met de organisaties kan helpen om de kwaliteit van interventies met dieren in de zorg in Den Haag voor mens en dier te verbeteren en om helderheid te scheppen.

Bij dierenopvang Dog Sense worden de huisdieren opgevangen van mensen die in de maatschappelijke opvang verblijven. Het verlies van een huisdier heeft grote gevolgen voor het welzijn van het dier en het herstel van de cliënt. Dog Sense heeft inmiddels lange wachtlijsten omdat veel mensen die zorg nodig hebben hun huisdier niet kwijt willen. Het is van belang dat mensen die in de maatschappelijke opvang verblijven waar mogelijk hun huisdier(en) bij zich kunnen houden.

In veel gevallen wonen zorgbehoevende mensen nu langer thuis en krijgen thuiszorg. Helaas zijn voor huisdieren dan vaak geen oplossingen aanwezig, omdat de werkdruk voor thuiszorgmedewerkers al hoog ligt. Daarnaast heeft niet iedereen mensen in de omgeving die kunnen helpen. Thuiszorg voor huisdieren is een onmisbare zorg aan huis die ook helpt tegen eenzaamheid. Het stelt mensen in staat om hun trouwe maatje te behouden. Huisdieren bevorderen, zoals al langer bekend, het welzijn en verbinden mensen onderling.

Voor interventies met dieren in de zorg zijn er ook de hulphonden. Nog steeds worden soms hulphonden geweigerd op locaties of in taxi’s in onze stad. Deze dieren ondersteunen hulpbehoevende mensen om mee te doen in de maatschappij. Veelal hebben deze mensen een beperking waardoor ze ook niet altijd de ontlasting van hun viervoeter kunnen opruimen. Een inclusieve gemeente betekent dat er voor deze duo’s ook aandacht moet zijn in het gemeentelijke beleid.

Actiepunten

  1. De gemeente organiseert een vervolgbijeenkomst met zorginstellingen, gemeenteambtenaren en aanbieders van interventies met dieren in de zorg over de landelijke richtlijnen en de implementatie daarvan in Den Haag.
  2. De gemeente toetst (subsidie)-aanvragen voor interventies met dieren of opvang van dieren in de zorg- en welzijnssector aan vooraf opgestelde dierenwelzijnsnormen.
  3. De gemeente gaat in gesprek met zorginstellingen opdat zorgbehoevenden hun huisdier mee kunnen nemen, tenzij dat niet in het belang van het dier is.
  4. De gemeente onderzoekt hoe een mantelzorgproject voor dieren kan worden opgezet.
  5. De gemeente neemt in de Algemene Plaatselijke Verordening (artikel 2:57) een uitzondering op voor aangelijnde hulphonden, waardoor deze dieren hun begeleider kunnen begeleiden naar een publiek toegankelijke plek.
  6. De gemeente blijft in gesprekken met de stichting Taxibelang Haaglanden benadrukken dat hulphonden moeten worden toegelaten in taxi’s.

Geweld doorbreken

Dierenmishandeling vindt vaak plaats in een omgeving waar ook andere vormen van geweld voorkomen, zoals huiselijk geweld.

De huisdieren zijn vaak de vergeten slachtoffers van huiselijk geweld. Het Instituut Antrozoölogie (voorheen de Stichting Cirkel van Geweld) heeft het bewustzijn over de verbanden die bestaan tussen huiselijk geweld tegen mensen en geweld tegen dieren vergroot. Zo blijkt uit diverse onderzoeken dat in meer dan de helft van de gevallen van huiselijk geweld ook dierenmishandeling plaatsvindt. Dierenmishandeling is een opstap naar andere geweldsdelicten zoals kindermishandeling en huiselijk geweld. Om hier meer grip op te krijgen zullen hulpverleners van de gemeente Den Haag bij een hulpvraag rond kwetsbare gezinnen standaard ook de toestand van de huisdieren in kaart moeten brengen.

Een derde van de mishandelde vrouwen heeft in een onderzoek van het IFAW en Kadera aangegeven dat de (ex-)partner wel eens heeft gedreigd met het mishandelen van het aanwezige huisdier. Ruim de helft van die ondervraagde vrouwen heeft aangegeven dat de (ex-) partner het huisdier daadwerkelijk pijn heeft gedaan of zelfs heeft gedood. Dit staat ook wel bekend als de cirkel van geweld. Een huisdier als gezinslid kent ook een keerzijde. 41% van de ondervraagde vrouwen uit het onderzoek van Blijf van mijn Dier geven aan hun vlucht naar de opvang uit stellen tot wel één jaar vanwege het huisdierbezit. Plekken waar huisdieren kunnen worden afgegeven tijdens de vluchtweg kunnen een tussenoplossing zijn.

In de Wet maatschappelijke opvang 2015 is op het gebied van beschermd wonen en opvang ook opgenomen dat bij maatwerkvoorzieningen naar de behoeften moet worden gekeken. Uit het onderzoek van Kadera blijkt dat er behoefte is aan een opvang waar het gehele gezin, ook de dieren, welkom is.

In 2014 is het initiatief Blijf van mijn Dier gestart om huisdier en eigenaar zo snel mogelijk de onveilige thuissituatie te laten ontvluchten. De dieren kunnen in de eerste crisisperiode worden opgevangen, bijvoorbeeld bij de dierenarts, dierenambulance, pension of asiel. De menselijke slachtoffers kunnen zo hun weg naar de opvang vervolgen. In de meest ideale situatie zou het hele gezin op één plek worden opgevangen. Voorbeelden daarvan zijn de projecten ‘Together we care’ en ‘Sheltering Animals and Families Together’.

Deze vorm van opvang voorkomt stress bij mens en dier, neemt drempels weg bij de vlucht en zorgt voor een beter herstel in het gezin. Kinderen zien de huisdieren vaak als maatjes die er in de moeilijke tijden altijd voor hen zijn.

Hulpverleners van de gemeente kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren van dierenmishandeling. Wordt er niet goed voor de dieren gezorgd, dan is de kans groter dat ook de kinderen of partner slachtoffer zijn van mishandeling of verwaarlozing. Aandacht voor de huisdieren helpt bij de opsporing van wat er mis kan zijn. Den Haag kan het voorbeeld volgen van de gemeente Nijmegen om hier een plan voor uit te werken. Ook gaat de gemeente Den Haag samen met de woningcorporaties bedenken hoe hun (onderhouds)medewerkers getraind kunnen worden in het herkennen van huiselijk geweld en dierenmishandeling.

Actiepunten

  1. De gemeente realiseert samen met dierenartsen, dierenambulance, Blijf van mijn Dier en Veilig Thuis plekken waar huisdieren tijdens de vlucht van het slachtoffer kunnen worden afgegeven.
  2. De gemeente faciliteert, in samenspraak met de keten, een crisisopvang voor de eerste 24 uur waar huisdieren welkom zijn.
  3. De gemeente realiseert een opvanglocatie voor slachtoffers van huiselijk geweld in Den Haag waarbij huisdieren gezamenlijk met hun gezin kunnen worden opgevangen.
  4. Sociale hulpverleners van de gemeente Den Haag houden in kwetsbare gezinnen ook een oogje in het zeil op de toestand van de huisdieren.

Dakloze maatjes

Daklozen hebben het in de wintermaanden moeilijk. De kou en de regen zorgen voor erbarmelijke verblijfssituaties. Soms hebben daklozen een maatje zoals een hond of een kat. Daarom is het in bijvoorbeeld Arnhem mogelijk om de hond mee te nemen in de nachtopvang. Ook in België is het goed geregeld voor daklozen en hun viervoeters. Deze kunnen gezamenlijk worden opgevangen bij een opvang. Op sommige plaatsen in België zijn zelfs speciale verblijven gebouwd waar daklozen met hun dier terecht kunnen.

In Edinburgh kunnen daklozen terecht bij het project All4Paws clinic voor een behandeling voor hun viervoeter. Door deze mogelijkheid verdwijnen de daklozen niet uit beeld. Ook kan hiermee de gezondheid van de dakloze in de gaten worden gehouden.

Actiepunten

  1. De gemeente biedt bij de nachtopvang dakloze en hun dier onderdak in hetzelfde pand.
  2. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid of Haagse dierenartsen of dierenopvangorganisaties willen helpen ondersteunen bij de verzorging van dieren van daklozen.

Dieren in het wild

In de natuur leven verschillende diersoorten. Bomen, struiken en zelfs het water zijn verblijfplaatsen voor in het wild levende dieren. Een dierenleven in de stad gaat echter niet altijd over rozen. Deze dieren kunnen tegen een gebouw aanvliegen of worden aangereden en hebben dan hulp nodig voor herstel. In Den Haag zijn er verschillende dierenopvanginstanties die dieren in nood helpen.

Ook zijn er andere dieren in de buitenruimte te vinden, die daar soms zelf niet voor kiezen. Zo kunnen gezelschapsdieren om wat voor reden dan ook op straat terechtkomen. Voor deze dieren wordt, zodra zij gevonden zijn op straat, opvang geregeld in één van de vele opvanginitiatieven in de stad. Hier kunnen deze voormalige zwerfdieren hun weg naar een nieuwe eigenaar in goede verzorging afwachten.

Opvang en vervoer

Er komt veel bij kijken om een dier een kwalitatief goed leven te geven. Kosten voor een dierenarts, voer, attributen en de dagelijkse benodigde bewegingsruimte zijn een aantal van die verantwoordelijkheden. Wellicht wekt het dan ook geen verbazing dat jaarlijks honderden dieren terechtkomen bij een dierenopvang. Het Knaaghof, De Egelopvang, Vogelopvang de Wulp, het Haags Dierencentrum, het Knagertje, de Dierenambulance Den Haag en omstreken en de Vereniging Kattenzorg doen hier belangrijk werk. Dieren komen daar terecht doordat een eigenaar afstand doet of doordat de dieren worden gedumpt op straat en worden gevonden door bijvoorbeeld de dierenambulance.

Jaarlijks maakt de dierenambulance ruim 18.000 ritten om alle dieren in nood in Den Haag te helpen. Hiervan zijn ongeveer 10.000 ritten voor het vervoeren van in het wild levende dieren, zowel gewond als kadavers. De gemeente biedt sinds 2018 een structurele tegemoetkoming.

De gemeente Den Haag heeft de wettelijke taken uitbesteed aan een aantal Haagse dierenwelzijnsorganisaties. De gemeente heeft gekozen voor een inkoopmodel, in tegenstelling tot een subsidiemodel. De wettelijke taken worden uitbesteed middels een aanbesteding voor drie jaar. Alle organisaties die menen de taak conform het programma van eisen te kunnen uitvoeren kunnen inschrijven op één of meerdere deeltaken. De gemeente geeft geen subsidies aan dierenwelzijnsorganisaties naast de inkoop van de wettelijke taken.

De opvang van zieke en gewonde in het wild levende dieren is niet een wettelijke taak zoals het opvangen van zwerfdieren, maar een plicht die verankerd is in de algemene zorgplicht in de Wet natuurbescherming (Artikel 1.11) en in de Wet dieren (artikel 1.4).

De zorgplicht van de gemeente, zoals in de wet is opgenomen, betreft zowel gebieds- als soortenbescherming. Hiermee biedt de zorgplichtbepaling bescherming aan Natura 2000-gebieden (Meijendel & Berkheide, Westduinpark & Wapendal en Solleveld & Kapittelduinen), dieren, planten en hun directe leefomgeving.

Zwerfdieren

De wettelijke opvangtaak voor honden en katten is aan het Haags Dierencentrum uitbesteed. De gemeentelijke taken voor de opvang van zwervende konijnen en knaagdieren is uitbesteed aan het Knaaghof. De taken voor de opvang van park- en volièrevogels en overige gezelschapsdieren (zoals fretten en koudbloedigen) is uitbesteed aan Dierenambulance Den Haag en omstreken. Zowel gezonde als zieke en gewonde dieren van deze diersoorten worden in het dierenhospitaal opgevangen.

De Dierenambulance Den Haag en omstreken is verder ook verantwoordelijk voor het vervoer van gevonden gezelschapsdieren, opvang zieke en gewonde dieren. Eind 2019 loopt de huidige aanbesteding in de gemeente Den Haag bij de dierenwelzijnsorganisaties voor deze taken af. Zie de grafiek (in het pdf-bestand; zie bovenaan) voor het aantal opgevangen dieren in Den Haag in 2017. Hier zijn geen gegevens van de knaagdierenopvang Het Knagertje in opgenomen, omdat deze gegevens niet zijn gecommuniceerd.

Het Burgerlijk Wetboek verplicht de gemeente om de gevonden huisdieren minimaal 14 dagen op te vangen en te verzorgen. Zodra de wettelijke termijn van 14 dagen voorbij is, wordt het dier eigendom van de gemeente en worden de dieren overgedragen aan de opvangorganisatie waar het dier op dat moment verblijft.

Het probleem is dat de opgevangen dieren veel langer blijven zitten dan de 14 dagen waar een tegemoetkoming voor wordt gegeven. Een van de redenen daarvoor is de medische toestand waar een dier in verkeert, waardoor ook de medische kosten verder kunnen oplopen. Door de hoge populatiedichtheid in opvangcentra is een hogere besmettingsgraad aanwezig voor ziektes. Ook krijgen dieren vaak na de 14-dagentermijn nog allerlei kostbare medische ingrepen zoals castratie of sterilisatie, chip, ontworming, en vaccinatie.

De 14-dagentermijn en de daarmee gepaarde tegemoetkoming is achterhaald en dekt de kosten waarvoor de gemeente een wettelijke taak heeft in de verste verte niet. Zo blijven honden gemiddeld 131 dagen, katten 31 dagen, en konijnen 67 dagen zitten, is uit de jaarverslagen van de opvangen op te maken. De tegemoetkoming van de gemeente Den Haag dekt voor het Haags Dierencentrum maximaal 20% van de totale jaarlijkse kosten. Aangezien de opvang van de gemeente een vast bedrag per dier krijgt, draait de opvang voor de meerkosten op. De opvanginstellingen hebben hierdoor moeite het hoofd boven water te houden, ondanks de inzet van vele hardwerkende vrijwilligers. De gemeente heeft echter een algemene zorgplicht voor de opvang en de benodigde verzorging voor deze dieren.

In 2018 heeft de Dierenambulance 144 reptielen opgehaald. In Den Haag worden deze dieren opgevangen bij de Dierenambulance Den Haag en omstreken of bij andere gespecialiseerde opvanglocaties in omliggende gemeenten. Het is zowel in het belang van de dieren als van inwoners dat de opvang van koudbloedigen, algemeen bekend is en goed geregeld wordt. Hierdoor kan de gemeente proberen om te voorkomen dat mensen reptielen loslaten op straat.

Wilde dieren

In 2018 zijn 9.461 in het wild levende dieren vervoerd door de dierenambulance Den Haag en omstreken. Het merendeel (8.854) betrof vogels die in de problemen waren geraakt door verkeer, verstrikt raakten in plastic of vislijnen of tegen glas aan waren gevlogen. Verder zijn er egels (213), hazen (189), vleermuizen (145), reeën (6), koudbloedigen (30), zeehonden (19) en verschillende soorten roofdieren (5) vervoerd naar de diverse opvanginstellingen. De daadwerkelijke aantallen van gewonde in het wild levende dieren die verzorging nodig hebben gehad liggen hoger, omdat veel dieren direct door de vinder naar de opvanginstelling worden gebracht. Naarmate de stad verdicht lijken de aantallen dieren die in de problemen raken toe te nemen.

In Den Haag zijn meerdere opvangorganisaties die gewonde in het wild levende dieren verzorgen en daar een ontheffing voor hebben zoals de Dierenambulance Den Haag en omstreken, vogelopvang De Wulp en de Egelopvang. Het uitgangspunt van de behandeling moet altijd zijn dat gerevalideerde dieren succesvol terug kunnen keren in het wild. De gemeente vergoedt de verzorging door de Dierenambulance maar voor een klein deel.

Dierennoodhulporganisaties hebben veel kosten bij het uitvoeren van de wettelijke taken die zij uitvoeren in opdracht van de gemeente. Een gemeente geeft een bijdrage om die taken uit te voeren. Bij de vergoeding moet rekening worden gehouden met de medische toestand (pillen, vaccinaties en eventuele operaties), de algemene huisvestingskosten (gas, water en licht) de verblijfsduur van het dier in de opvang, de kosten voor het personeel en onderhoudskosten voor het pand (of verduurzamen van het pand).

De Dierenambulance Den Haag e.o. maakt jaarlijks zo’n 6.000 tot 6.800 ritten. De kosten daarvan zijn zo’n € 27,50 per rit, exclusief btw. Dit komt neer op jaarlijkse ritkosten van minstens € 165.000. De gemeente geeft jaarlijks een tegemoetkoming van € 50.000.

Een aantal gemeenten zoals Velsen, Eindhoven en Rotterdam betaalt een vast bedrag per inwoner per jaar aan de dierennoodhulporganisaties. Welke vorm van financiële steun het beste is voor de dierenopvanginstellingen moet gezamenlijk met hen worden besproken om zo tot een kostendekkende vergoeding te komen.

Actiepunten

  1. De gemeente geeft op de website duidelijk aan waar mensen reptielen heen kunnen brengen als zij deze vinden op straat of hier afstand van willen doen.
  2. De gemeente biedt, in samenspraak met de regio en de dierenhulporganisaties, een kostendekkende vergoeding voor het vervoer, de opvang en de verzorging van gewonde en zieke in het wild levende en zwerfdieren.

Bedreigingen

In een dichtbevolkte stad, is er zeer weinig ruimte voor dieren. Bebouwing en verkeer nemen toe, wat zorgt voor een onveilige leefomgeving voor veel vogel- en diersoorten.

In een stad die ontwikkelt raken dieren in de problemen door ingrepen en veranderingen in de openbare ruimte. Vaak lopen dieren tegen onnatuurlijke barrières aan die door de mens zijn aangebracht. In onze stad zijn dat onder andere straatkolken, kademuren, baggerwerkzaamheden, afrasteringen, sluizen en gemalen.

Jacht

In een ecosysteem hebben alle dieren en planten een rol. Het natuurlijke evenwicht hierin wordt verstoord door dieren van een bepaalde diersoort te doden. Daarnaast volgt de dood van een dier na een schot niet altijd even snel. Dieren vluchten soms met hagel in het lijf, waarna ze langdurig lijden tot ze uiteindelijk sterven. Wanneer een ouderlijk dier wordt afgeschoten bestaat de kans dat de jongen ook overlijden, omdat zij verhongeren en zichzelf niet kunnen redden. Een direct effect van de jacht is dat dieren schrikkerig worden en zich verplaatsen naar andere gebieden.

De regels voor de jacht en schadebeheersing zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Er liggen hier geen bevoegdheden voor de gemeente tenzij de gemeente grondeigenaar is.

Helaas zijn er ook signalen dat in de gemeentegrenzen van Den Haag zwanendrifters actief zijn. Deze vorm van stropen is sinds 2017 verboden.

Actiepunten

  1. De gemeente voert een jachtverbod in op eigen grondgebied. Den Haag spreekt zich uit tegen de jacht.
  2. De gemeente spoort aan dat wijkagenten en BOA’s meer samenwerken met de (dieren)politie bij signalen van vermeende zwanendrifters om de in het wild levende dieren te beschermen in hun leefgebied.

Visserij

Een andere vorm van stropen is de visserij. Door de visserijwet uit 1963 (artikel 21) moet men zelf visrechthebbende zijn of schriftelijke toestemming hebben om te kunnen vissen in het Nederlandse binnenwater.

Grondeigenaren met visrecht verhuren dit recht vaak, bijvoorbeeld aan een Hengelsportvereniging, en dragen de zorg voor de visstand en de vergunningverlening over aan de huurder. De vergunningverlening wordt op doelmatigheid getoetst door de Kamer van Binnenvisserij. De hengelsportvereniging is vaak de visrechthebbende die het huurt van de eigenaar van de grond onder het water. Mensen die willen gaan vissen schaffen hun VISpas aan bij de hengelsportwinkel, bij de hengelsportvereniging GHV/Groene Hart of met een simpele muisklik via de website van de hengelsportvereniging. Zo hebben de mensen die willen gaan vissen de schriftelijke toestemming hiervoor.

De belangen van de sportvisserij en dierenwelzijn zijn tegenstrijdig. Er is lang verondersteld dat vissen geen gevoel hebben. Daarom werden ze ook niet genoemd in dierenwelzijnswetgeving. Wetenschappelijk onderzoek toont echter het tegendeel aan. Vissen hebben alle eigenschappen om prikkels die mensen als pijn ervaren te ontvangen, en daarop te reageren met een vluchtreactie,,. Ze zijn zich bewust van hun omgeving en kunnen stress ervaren en lijden. De huidige dierenwelzijnswetgeving gaat uit van de intrinsieke waarde van de dieren, wat wil zeggen dat de dieren waardevol zijn in zichzelf. Dat geldt dus ook voor vissen.

Het vangen van vissen gaat altijd gepaard met stress, pijn, leed en angst. Bij de sportvisserij lopen vissen verwondingen op bij het op het land brengen, verwijderen van haken, wegen en terugzetten. Dit is vooral het geval als er weerhaken worden gebruikt. Dierenwelzijnsorganisaties stellen daarom dat sportvissen in strijd is met dierenwelzijn. In overleg met de gemeente en bijvoorbeeld de Vissenbescherming kunnen lessen voor scholen worden ontwikkeld waarbij het vissenwelzijn centraal staat.

Helaas worden vissen en andere zeezoogdieren ook gevangen aan de Haagse kust door staandwantnetten. Al meerdere mensen zijn in de problemen gekomen door de netten, maar helaas ook dieren. Zo is een bruinvis overleden nadat het verstrikt is geraakt in het net. De gemeente moet deze onnauwkeurige netten weren op Haags grondgebied. Hierover is een initiatiefvoorstel ingediend.

Uitgaande van de intrinsieke waarde van vissen en van het feit dat zij pijn, angst en stress kunnen ervaren, moet de gemeente dit leed niet promoten of subsidiëren. De sportvisserij wordt op de gemeentelijke pagina gepromoot als een populaire sport. De gemeente promoot zelfs tripjes voor een dagje sportvissen op zee. Ook geeft de gemeente subsidie aan vlaggetjesdag om het eten van vis te promoten.

Actiepunten

  1. De pachtovereenkomsten tussen de gemeente (als grondeigenaar) en de hengelsportvereniging GHV/Groene Hart (als huurder) worden beëindigd. Ook worden geen nieuwe overeenkomsten gesloten met hengelsportverenigingen.
  2. De gemeente informeert Hagenaren op de website over diervriendelijke alternatieven voor de visserij. Ook promoot de gemeente de visserij niet op de website.
  3. De gemeente stelt samen met de Vissenbescherming lesmateriaal over vissen op waarbij het dierenwelzijn van de dieren centraal staat.
  4. De gemeente verleent geen subsidies voor (de promotie van) de visserij.

Verkeer

Veel dode dieren die worden opgehaald door de dierenambulance zijn slachtoffer van het verkeer. Niet alleen is het verkeer gevaarlijk voor dieren, in sommige situaties zorgen dieren in het verkeer ook voor gevaarlijke situaties voor mensen. De gemeente moet dan ook zorgen dat dieren en mensen waar mogelijk worden beschermd tegen de gevaren die het gebruik van (gemotoriseerd) vervoer met zich meebrengt.

In 2019 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen om gevaarlijke hondenlosloopgebieden te inventariseren en te komen met verbeteringsvoorstellen om de gebieden veiliger te maken. Maar ook voor in het wild levende dieren zijn de wegen vaak een obstakel. Dieren kunnen zich door deze ecologische knelpunten niet van het ene naar het andere leefgebied verplaatsen.

Op plaatsen waar frequent aanrijdingen plaatsvinden met dieren wordt onderzocht of hekken, wildroosters of andere diervriendelijke maatregelen uitkomst kunnen bieden. Indien de gevaarlijke verkeerssituatie zich bevindt op een grensgebied met omliggende gemeenten, moet de gemeente Den Haag aandringen op het nemen van diervriendelijke maatregelen. Uit de omgevingskenmerken valt af te lezen waar dieren het meeste risico lopen. Vaak wordt dat door gegevens van de Dierenambulance bevestigd. Ook kan gebruik worden gemaakt van de veldkennis van de stadsecologen.

In een aantal gemeenten zoals Utrecht worden waarnemingen bijgehouden over welke dieren waar verongelukken om het knelpunt aan te pakken. In Den Haag gebeurt het in kaart brengen van verkeersongevallen nu alleen nog bij ongevallen met mensen. Ook de oorzaken van ongelukken met dieren kunnen inzichtelijker worden door een kaart.

Actiepunten

  1. De gemeente brengt in kaart welke knelpunten bestaan tussen verkeer en fauna en lost deze met spoed op.
  2. De gemeente voorkomt dat bij wegaanpassingen en aanleg van nieuwe wegen of fietspaden nieuwe ecologische knelpunten ontstaan.
  3. De gemeente houdt actief een (digitale) kaart bij waar ongelukken met dieren op worden geregistreerd.

Bouw

Dieren hebben een haat-liefdeverhouding met gebouwen. Sommige gebouwen kunnen een gevaar vormen voor dieren, met name voor vogels. Gebouwen bieden anderzijds ook kansen voor vogels en vleermuizen, wanneer er gelegenheden worden gecreëerd waar zij een nest kunnen bouwen.

Bij het ontwerpen en bouwen van grootstedelijke voorzieningen en projecten kunnen preventieve maatregelen worden genomen om de risico’s voor dieren te verminderen. Basisinformatie over wildgeleiding, faunapassages, wilduitstapplaatsen, glasmarkering bij doorzichtige geluidsschermen en glas in gebouwen dient overzichtelijk in een handleiding te worden samengebracht.

In modernere ontwerpen van nieuwe woonhuizen en bedrijfspanden zijn vaak weinig of geen verblijfsmogelijkheden voor diersoorten die daarvan gebruikmaken zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Zij hebben hun nesten in spouwmuren, spleten, kieren of onder dakpannen en/of overwinteren er. Ook bij energiebesparende maatregelen zoals het isoleren van bestaande gebouwen en bij vervanging van daken waarbij alle spleten en kieren worden gedicht, kunnen onbedoeld verblijfplaatsen worden vernietigd.

Natuurinclusief bouwen houdt in dat bij bouwen, verbouwen of renoveren van woningen of bedrijfspanden de natuur integreert in de bouw. Bij natuurinclusief bouwen worden bijvoorbeeld voorzieningen in gevels en daken gerealiseerd voor vogels.

Na een aangenomen motie (in 2015) is de gemeente druk bezig met natuurinclusief bouwen middels een puntensysteem. Voor het natuurinclusief bouwen gelden nu nog geen strikte eisen, waardoor aannemers al voldoen door het aanleggen van een mussendakpan. Het is nu tijd voor de volgende stap om natuurinclusief bouwen uit te breiden, waardoor strengere voorwaarden moeten worden gesteld om te kunnen spreken over natuurinclusief bouwen bij een bouwproject.

De zoogdierenvereniging heeft 2019 uitgeroepen tot het jaar van de egel. Het aantal egels is met 65% gedaald, sinds in 1994 is gestart met het tellen van het aantal egels. Jaarlijks verongelukken zo’n 135.000 egels in Nederland doordat zij worden aangereden. Egels lopen vele kilometers op zoek naar voedsel. Niet alleen de openbare weg maar ook tuinen zijn een obstakel tijdens de zoektocht naar eten of partners.

In Engeland is een publieksactie gestart: de egelsnelweg. Inwoners helpen mee door een gat in hun schutting te maken waardoor de egels de tuin kunnen betreden. Deze egelsnelwegen zorgen ervoor dat egels een groter en veiliger leefgebied tot hun beschikking krijgen.

De gemeente kan in haar groenbeheer ook rekening houden met egels door onder andere ook egelsnelwegen te realiseren, maar ook inwoners oproepen hetzelfde te doen door het op haar website te vermelden. Daarbuiten kan de gemeente ook bij nieuwbouw of renovatieprojecten ervoor zorgen dat tuinen aan elkaar verbonden zijn middels de egelsnelweg.

Actiepunten

  1. De gemeente stelt een handleiding op met preventieve maatregelen om risico’s bij flora en fauna te voorkomen door ontwerpen en ingrepen in de buitenruimte.
  2. De gemeente bouwt en renoveert alleen nog natuurinclusief. Als de gemeente opdrachtgever is, worden natuurdoelstellingen gesteld.
  3. De eisen die aan een natuurinclusief gebouw worden gesteld, worden aangescherpt.
  4. De gemeente legt waar mogelijk egelsnelwegen aan en stimuleert bewoners dat ook te doen. Bij nieuwbouwprojecten op gemeentelijke grond worden egelsnelwegen verplicht.

Licht en geluid

Als je Den Haag vanuit de lucht ziet is het een grote bron van licht. Verlichting is in de stad in sommige gevallen van belang, maar is vaak ook ongewenst. Er wordt ook gesproken over lichtvervuiling wanneer het licht uit een stad dermate uitstraalt naar andere gebieden, dat ook deze indirect verlicht worden.

De dieren die in onze stad in het wild verblijven ervaren nadelige invloeden van de verlichting. Nachtdieren zoals vleermuizen raken door verlichting gedesoriënteerd en kunnen hierdoor verongelukken tijdens hun vlucht. Vleermuizen mijden niet alleen daglicht, maar ook kunstmatige verlichting. De verstoring kan leiden tot een negatieve populatieontwikkeling. Het is van belang voor ons als stad en voor het dier om hiermee rekening te houden bij de inrichting van de openbare ruimte.

Vleermuizen nemen het blauwe en ultraviolette licht van straatlantaarns zeer sterk waar. Zij worden hierdoor bijvoorbeeld gehinderd in het zoeken naar voedsel. Vleermuizen hebben last van alle soorten en sterktes licht.

Op plaatsen waar verlichting toch noodzakelijk is en die zich in het leefgebied van vleermuizen bevinden, kan daarom beter gebruik worden gemaakt van vleermuisvriendelijke lampen. Rijkswaterstaat heeft een speciale batlamp laten ontwikkelen met kleuren die minder hinderlijk zijn voor vleermuizen.

Straatverlichting kan worden voorzien van een bewegingssensor. Zo kan het worden gedimd of uitgaan bij lage activiteit. Dit beperkt de algehele lichtvervuiling en bespaart energie. Diverse gemeenten hebben reeds positieve ervaringen met verschillende soorten dimbare LED-straatverlichting,,, die dimt als geen beweging wordt waargenomen.

Ook het omgevingsgeluid beïnvloedt het gedrag en de gezondheid van mens en dier. Bij (her)inrichting en beheer van de stad en (recreatie)projecten verdient geluid meer aandacht. Zoals eerder gezegd verbiedt de wet natuurbescherming (artikel 3.5 en 3.9) beschermde inheemse dieren te verstoren. Geluid kan verstoring veroorzaken voor in het wild levende dieren.

Actiepunten

  1. De gemeente stelt een plan op om lichtvervuiling in de ecologische verbindingszones, groengebieden en parken terug te dringen en nieuwe lichtvervuiling te voorkomen.
  2. De gemeente vervangt lampen rondom leefgebieden van vleermuizen door vleermuisvriendelijke verlichting.
  3. De gemeente inventariseert plekken in de stad waar dimbare verlichting met sensoren kan worden geplaatst.
  4. De gemeente is terughoudend met (wegen)bouw, recreatieve projecten en het verlenen van vergunningen voor evenementen die kunnen leiden tot verstoring van fauna.

Vuurwerk

Vuurwerk wordt gezien als een leuke attractie tijdens de jaarwisseling of als afsluiter van evenementen. Voor de dieren en het milieu is vuurwerk minder aangenaam. Veel dieren ervaren stress door de knallen, flitsen en geur van het vuurwerk. De hoge intensiteiten die in een keer verschijnen, maar ook in een keer weer ophouden zorgen voor een impuls. Veel dieren hebben een sterker ontwikkeld gehoor- of reukvermogen dan de mens. Ook kunnen de dieren geraakt worden wanneer ze toevallig in de buurt zijn.

De concentraties van zware metalen maar ook fijnstof zijn rond de jaarwisseling veel hoger dan gemiddeld. De eerste twee uur van het nieuwe jaar beginnen zelfs met concentraties die tientallen keren zo hoog zijn als normaal. Zware metalen als barium, antimoon en strontium zijn schadelijk voor de gezondheid van mens en dier. Koper is in hoge concentraties giftig voor dieren die in het water leven. Vuurwerk draagt bij voor ongeveer 18% van al het koper in het oppervlaktewater.

De stad kan op bepaalde plaatsen een vuurwerkevenement houden zonder daarbij dieren te verstoren en te verjagen. Zolang de wet consumentenvuurwerk niet verbiedt, kan de gemeente wel zones aanwijzen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken. In Den Haag zijn verschillende vuurwerkvrije zones ingesteld bij stadsboerderijen, dierenasielen en ziekenhuizen. Het is belangrijk dat er rond gevoelige locaties een bufferzone geldt waarin geen vuurwerk wordt afgestoken. Het risico is dat dieren anders alsnog stress en angst ervaren door licht, geluid en geuren van het vuurwerk dat vlakbij het leefgebied van de dieren wordt afgestoken.

Ook moet worden voorkomen dat buiten oud en nieuw vuurwerk tijdens festivals en evenementen voor overlast zorgt bij dieren, bijvoorbeeld door geluidsoverlast te voorkomen tijdens het broedseizoen.

Actiepunten

  1. De gemeente zet in op een landelijk vuurwerkverbod.
  2. De gemeente organiseert zelf alternatieve evenementen op geschikte locaties waar geen gevaar of hinder is voor dier, milieu en mens.
  3. De gemeente stelt vuurwerkvrije zones in op plaatsen waar veel dieren voorkomen en communiceert deze middels borden op locatie en de gemeentewebsite.
  4. De gemeente hanteert een ruime bufferzone bij vuurwerkvrije zones rondom de dierenverblijven.
  5. De gemeente geeft geen subsidie aan evenementen die vuurwerk afsteken tijdens het broedseizoen.

Water

Landelijk is geschat dat 1 tot 3 miljoen dieren per jaar in putten terechtkomen. Vooral tijdens de voorjaar- en zomertrek van en naar voortplantingswateren vallen dieren, zoals de bedreigde rugstreeppad in de put, waar ze niet uitkomen, verhongeren of in het riool terecht komen.

Door uitklimvoorzieningen kunnen de dieren de situatie ontvluchten. De gemeente kan de voorzieningen plaatsen als andere werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, in het kader van werk met werk. Tijdens schoonmaakwerkzaamheden van putten kunnen uitklimvoorzieningen worden beschadigd. Het is dus van belang dat bij onderhoud daar rekening mee wordt gehouden.

Veel grachtengordels, en ook de Haagse, kenmerken zich door de steile en stenige walkanten. Ieder jaar komen in het broedseizoen jonge watervogels in de problemen doordat zij niet op het droge kunnen komen. Ook zoogdieren als katten en egels kunnen in het water terechtkomen en door de steile kanten komen zij niet zelfstandig uit het water. De dieren wacht een langzame en akelige verdrinkingsdood. In 2018 is een voorstel met algemene stemmen aangenomen waardoor het college met dierenhulporganisaties de knelpunten in kaart brengt en een plan van aanpak opstelt om de watergangen in Den Haag diervriendelijk te maken. Om nieuwe knelpunten aan te pakken moet een meldpunt komen waar de inwoners van de stad locaties kunnen melden.

Deugdelijke afrasteringen kunnen een hoop dierenleed voorkomen. Iedere diersoort gaat op een andere manier om met afrastering. De afrastering moet hierop worden afgestemd en moet de juiste hoogte, kwaliteit en functionaliteit hebben. In natuurgebieden vormen de aanwezigheid van prikkeldraad, glad schrikdraad en schriklint een bedreiging voor dieren. Tijdens een schrikreactie kunnen dieren zich hieraan verwonden.

Het baggeren zorgt voor een gevaar voor de aanwezige dieren. Voordat overgegaan wordt op baggeren moet een inventarisatie plaatsvinden van aanwezige diersoorten. Daarna moeten maatregelen genomen worden om de aanwezige soorten te ontzien van leed. De beste periode om te baggeren is in september of oktober. Dit is tussen de voortplanting en de winterrust. Van belang is dat de werkzaamheden gefaseerd worden uitgevoerd, zodat dieren de kans hebben om zich te kunnen verplaatsen. Wanneer vissen moeten worden overgezet is het van belang dat dit op een deskundige manier gebeurt, met zo min mogelijk stress en pijn.

Sommige vissoorten leven deels op zee en deels in zoet binnenwater. In hun trektocht komen zij obstakels als stuwen, gemalen, sluizen en waterkrachtcentrales tegen. Daardoor worden soorten als de paling en zalm nu met uitsterven bedreigd. Het Hoogheemraadschap van Delfland neemt inmiddels maatregelen om vissen te helpen verder te zwemmen.

Actiepunten

  1. De gemeente streeft ernaar dat alle straatkolken in Den Haag worden voorzien van uitklimvoorzieningen. Bij werkzaamheden worden deze aangebracht.
  2. De gemeente inventariseert dieronvriendelijke steile walkanten. Er komt een actieplan om knelpunten op te lossen en nieuwe te voorkomen.
  3. De gemeente gebruikt geen prikkeldraad of glad schrikdraad in of aan de rand van natuurgebieden.
  4. Er wordt gefaseerd en op ecologische wijze gebaggerd in september of oktober. Voorafgaand wordt een inventarisatie gedaan van aanwezige diersoorten.
  5. Den Haag zet zich samen met het waterschap in om vismigratie te bevorderen. Toepassingen in het water hebben als harde voorwaarde dat vissen kunnen passeren.

Hitte

Soms kunnen in het wild levende dieren het moeilijk hebben met bepaalde weersomstandigheden. Den Haag kent een aantal hitte-eilanden waar de temperaturen flink op kunnen lopen. Extreme droogte en hitte kunnen ervoor zorgen dat dieren niet genoeg vocht binnenkrijgen en uitdrogen. Eenvoudige maatregelen zoals het onder water zetten van een stuk groen kunnen de dieren aanzienlijk helpen. Ook moet de gemeente een lokaal hitteplan opstellen voor de dierenverblijven in eigendom van de gemeente, zoals de stadsboerderijen maar bijvoorbeeld ook in vijvers en parken.

Actiepunten

  1. De gemeente stelt een lokaal hitteplan op voor alle dierenverblijfplaatsen in eigendom van de gemeente.

Ecologie

De stad is aan het verdichten. In onze gemeente zijn een aantal groene gebieden die als woonplaats dienen voor diverse flora en fauna. Onderdeel van die groene gebieden zijn de hoofdboomstructuren, Stedelijke Groene Hoofdstructuur, Ecologische Verbindingszones en Natura 2000-gebieden. Helaas bevinden zich in onze stad nog veel ecologische knelpunten. Dit zijn punten waar migratie van natuur niet of nauwelijks mogelijk is door menselijke ingrepen in de openbare ruimte. In de nota Ecologische Verbindingszones 2008 - 2018 staan een aantal van die knelpunten en welke de prioriteit krijgen om aan te pakken. Inmiddels is de tijd van de nota verstreken maar zijn nog niet alle knelpunten opgelost. De vraag is zelfs of er geen nieuwe knelpunten zijn bijgekomen.

Biodiversiteit

De Nederlandse insectenstand laat een dramatische daling zien en dit heeft een groot effect op de rest van de flora en fauna, ook in onze stad. Onlangs zijn in het wetenschappelijke tijdschrift Biological Conservation 73 studies naar de insectensterfte geanalyseerd. Daaruit blijkt dat insectensoorten acht keer zo snel uitsterven als reptielen, vogels en zoogdieren.

Insecten vormen een belangrijke voedingsbron voor vogels en ze bestuiven vele planten. Zonder bestuiving bijvoorbeeld geen appels of zwarte bessen. In totaal is 80% van de plantensoorten afhankelijk van insecten voor bestuiving. De afname van de insecten aantallen heeft onder andere te maken met het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Het is van groot belang dat dit gebruik wordt beëindigd.

Voor de instandhouding en de diversiteit van de insecten is het van belang om ook in de stad beplanting aan te brengen die voor deze dieren aantrekkelijk is. Bloemen maken de stad aantrekkelijk voor insecten zoals vlinders en bijen. Niet alleen de gemeente kan bijdragen aan een insectvriendelijke stad door rekening te houden met de inrichting van de openbare ruimte. Ook kunnen bedrijven, woningcorporaties, instellingen en de inwoners van onze stad worden aangemoedigd om hun tuinen op een natuur- en diervriendelijke manier in te richten. Vervolgens is het van belang om de openbare ruimte kleinschalig, gefaseerd en natuurvriendelijk te beheren.

Actiepunten

  1. De gemeente vergroot het aanbod en de diversiteit van planten voor insecten in het openbaar groen.
  2. De gemeente stimuleert inwoners van de stad om hun tuin natuur- en diervriendelijk in te richten.
  3. De gemeente promoot het plaatsen van vleermuiskasten en nestgelegenheden voor vogels.

Maaibeleid

In de gemeente Den Haag wordt sinds 2018 doorgroeimaaien toegepast op een aantal groenstroken langs waterkanten. Bij doorgroeimaaien wordt minder vaak gemaaid. Pas na het broedseizoen wordt begonnen met maaien. Zo blijven de nesten van watervogels rond de waterkanten en op andere locaties beter beschermd. Ook zorgt deze manier van maaien voor het behoud van de nodige voeding en huisvesting voor vele insectensoorten. Daarmee zorgt de stad er ook voor dat het voedsel (de insecten) voor vogels beschikbaar blijft. De gemeente werkt dit maaibeleid uit in de Nota Stadsnatuur.

Toch is er verbetering van het huidige beleid mogelijk. In andere groenstroken in de stad kan doorgroeimaaien worden toegepast waardoor insecten in de hele stad mogelijkheden hebben om te ontwikkelen en te overleven.

Actiepunten

  1. Het gemeentelijke maaibeleid gebeurt op basis van ecologisch beheer, kleinschalig en gefaseerd, waar mogelijk.

Broedseizoen

Volgens de Wet natuurbescherming is het verboden om opzettelijk dieren te verstoren die door de wet worden aangewezen. Verder staat in de wet dat het verboden is opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen of nesten weg te nemen.

Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Iedere soort heeft een eigen broedperiode en door de onvoorspelbare weersinvloeden en klimaatverandering is de broedperiode flexibeler geworden. Ook de wet legt geen begin- of einddata van het broedseizoen vast. Sommige vogels, zoals de blauwe reiger en de bosuil, beginnen al in februari met broeden en bepaalde (zang)vogels broeden nog in augustus,. Veel vogels broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus. Het broedseizoen zou in beleidsstukken van de gemeente daarom moeten gelden tussen 15 februari en 31 augustus, de periode die de provincie hanteert.

Actiepunten

  1. De gemeente hanteert de periode van 15 februari tot 31 augustus als broedseizoen.
  2. De gemeente laat in warme zomers het broedseizoen langer doorlopen zodat geen verstoring van nesten en jonge dieren wordt veroorzaakt.

Conflicten

Dieren hebben zich gedurende duizenden jaren aangepast aan de aanwezigheid van mensen. Bijvoorbeeld de huismuis en de stadsduif. Zij zijn goed in het opsporen van eten dat door de mens is achtergelaten, en komen steeds terug naar de plekken die kansen bieden op het vinden van eten. In veel gevallen is het eten in deze situaties niet geschikt voor deze dieren. Sommige mensen ervaren overlast van bepaalde diersoorten.

In de Wet natuurbescherming zijn bepalingen opgenomen die bestrijding van schade door dieren mogelijk maken. Hier zijn wel restricties in opgenomen om bedreigde diersoorten beter te beschermen. Bij algemene maatregel van bestuur zijn een aantal beschermde diersoorten die in het hele land veelvuldig schade aanrichten door de Minister aangemerkt, de zogenaamde landelijke schadesoorten. Bestrijding van deze soorten is onder voorwaarden toegestaan zonder ontheffing.

Bestrijding door middel van doding is onwenselijk. De gemeente moet inzetten op preventief beleid, daardoor is uiteindelijke bestrijding vaak niet eens meer nodig. Als bestrijding wel nodig is, dient dit op de meest diervriendelijke manier te gebeuren. Methoden die dieronvriendelijk zijn en die nodeloos lichamelijk en psychisch lijden bij dieren veroorzaken moeten worden vermeden. Hierbij valt te denken aan verdrinkingsvallen, lijmplanken, klemmen en chemische bestrijding. Bovendien zijn ze niet selectief. Vaak worden de plekken die de gevangen dieren hadden in een ecosysteem ingenomen door nieuwe dieren. Hierdoor blijven dieren en mensen met elkaar in aanraking.

Het gebruik van gif is onwenselijk. Het meeste vergif dat gebruikt wordt, waaronder anticoagulantia (meest gebruikte middel tegen ratten en muizen) is traag werkend. Deze middelen gaan met veel leed gepaard.

Over het algemeen kan worden gesteld dat dieren afkomen op voedsel dat makkelijk te bemachtigen is. In de stad moet hierbij worden gedacht aan rondslingerend afval, overvolle afvalbakken en het opzettelijk voeren van dieren. Hierop hebben de inwoners van de stad zelf invloed. In de aanpak van vermeende overlast moet dit gedrag van inwoners worden aangepakt. Er zijn verschillende maatregelen die bij kunnen dragen aan het terugdringen van de beschikbaarheid van voedsel in de openbare ruimte. Zo kan in de APV een voederverbod worden opgenomen voor bepaalde diersoorten in de gehele stad, waar dat nu alleen maar in bepaalde delen van de stad geldt. Mensen denken dan wel twee keer na of ze een boete willen riskeren om voedsel op straat te gooien.

In de afvalstoffenverordening kan ook een verbod worden opgenomen op het achterlaten van straatafval. Het achterlaten van vuilnis op andere tijdstippen en plekken dan is aangegeven kan ook verboden worden via de afvalstoffenverordening. Handhaving hierop is noodzakelijk. Centraal en eenduidig beleid voor het aanbieden van huisvuil en grofvuil is noodzakelijk voor het scheppen van duidelijkheid.

Actiepunten

  1. De gemeente handhaaft op het verbod om straatafval te creëren of afval op onjuiste tijdstippen of plekken aan te bieden.
  2. De gemeente voert voor alle wijken het voederverbod uit de APV in, met betrekking tot bepaalde in het wild levende dieren.
  3. De gemeente neemt afstand van dieronvriendelijke bestrijdingsmethoden en zet in op preventie.

Vermaak met dieren

Het welzijn van dieren die gebruikt worden voor evenementen, kunstuitingen, reclamespots, televisieprogramma’s, levende kerststallen en volksspelletjes is vaak niet gegarandeerd. Om stress en andere aantasting van dierenwelzijn te voorkomen, moeten er in elk geval gedragscodes komen voor het gebruik van dieren voor amusement.

Evenementen

Helaas worden dieren nog altijd gebruikt voor het vermaak van mensen en lijden dieren daaronder. De dieren die bij evenementen worden gebruikt, kunnen vaak hun soorteigen gedrag niet vertonen. Ook hebben zij vaak geen mogelijkheid om zich terug te trekken. Zo krijgen roofvogels bijvoorbeeld nauwelijks de kans om te vliegen en zitten ze voor het grootste deel van de tijd in te kleine hokken of met een kort touw vastgebonden aan een blok, zonder schaduw of water.

In Nederland staan ongeveer 200 bedrijven geregistreerd bij de Kamer van Koophandel die dieren verhuren voor evenementen, zoals mobiele kinderboerderijen, roofvogelshows en levende kerststallen. Alle bedrijven bij elkaar bieden ongeveer 150 diersoorten aan en in totaal enkele duizenden individuele dieren. Door verhuurbedrijven wordt niet altijd bijgehouden hoe vaak welk dier verhuurd wordt. Niet alle begeleiders van de dieren zijn daarvoor geschoold. Dit kan leiden tot welzijnsproblemen bij de dieren.

Het is wenselijk dat Den Haag afstand neemt van het op deze manier gebruiken van dieren. Momenteel is het wettelijk niet mogelijk om dieronvriendelijke evenementen te verbieden op grond van dierenwelzijn. Wel kan worden gekozen voor het vergunningplichtig maken van evenementen met dieren. Onlangs is daar in Den Haag een initiatiefvoorstel over ingediend.

Actiepunten

  1. De gemeente verzoekt de minister, samen met andere gemeenten, meer mogelijkheden te krijgen om het gebruik van dieren bij evenementen te weren.
  2. De gemeente spreekt zich actief uit tegen evenementen met dieren, waaronder roofvogelshows.

Duiven

Het gebruik van sierduiven voor bijvoorbeeld trouwerijen kan het welzijn van deze duiven nadelig beïnvloeden. Vaak kunnen de sierduiven de weg naar huis niet meer terugvinden. De duif kan in het wild moeilijk overleven omdat hij tot het moment van loslating steeds is gevoerd en beschermd. Soms vallen deze duiven ten prooi aan grote vogels of verhongeren ze langzaam.

De Dierenambulance ontfermt zich bij melding over uitgeputte losgelaten sierduiven. De kosten voor de verzorging komen meestal ten laste van de Dierenambulance, dierenarts of Dierenbescherming. De geringde sierduiven worden nauwelijks opgehaald bij de opvang.

Landelijk is er geen verbod op het loslaten van sierduiven. Inmiddels ontraadt de gemeente het loslaten van sierduiven bij bruiloften, zo is te lezen op de trouwwebsite van Den Haag.

Actiepunten

  1. De gemeente verbiedt het loslaten van vogels, zoals sierduiven, in de APV.

Dierentuinen

In Den Haag zijn twee vergunningen voor dierentuinen afgegeven door de RVO: aan Sea Life (sinds 2003) en Avonturion (sinds 2016), ook wel bekend als Avonturia De Vogelkelder. In Europa geldt een Dierentuinrichtlijn. In het Besluit Houders van Dieren is opgenomen aan welke eisen dierentuinen moeten voldoen. Ook worden dierentuinen in het Besluit Houders van Dieren verplicht tot instandhouding van diersoorten en deelneming aan educatieve programma’s, door het uitvoeren van minimaal een activiteit als deelnemen aan onderzoek, deelname aan fokprogramma’s voor populatie herstel of herintroductie of het opvangen van dieren uit opvangcentra en in beslag genomen dieren.

De inzichten in aard en functie van dierentuinen veranderen. Het welzijn van dieren krijgt steeds meer aandacht. Het houden van wilde (zoog)dieren en roofvogels in gevangenschap voor educatieve en recreatieve waarde staat in toenemende mate ter discussie.

De wetenschap en maatschappij zien ook steeds liever dat dieren in zo natuurlijk mogelijke situaties worden gehuisvest. Dit is niet altijd mogelijk in de beperkte ruimte die dierentuinen hebben op hun locatie. Ook zijn diverse klachten binnengekomen bij de Partij voor de Dieren over hoe de dieren worden gehouden bij voornamelijk Avonturion. Het dierenwelzijn is het meest gebaat bij een model waarin de opvang van dieren in nood centraal staat, waarbij de focus op dierenwelzijn en educatie ligt. Het houden van een collectie levende dieren met als voornaamste doel om deze tentoon te stellen zou de gemeente niet meer moeten steunen.

Actiepunten

  1. De gemeente draagt het standpunt uit dat een dierentuin alleen een aanvaardbare, bij voorkeur tijdelijke, huisvesting is voor dieren die zich niet in hun oorspronkelijke leefgebied kunnen handhaven en niet kunnen worden uitgezet.
  2. De gemeente verzoekt beide dierentuinen het doel en de uitwerking van de fokprogramma’s te verantwoorden in het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid.
  3. De gemeente gaat in gesprek met Sea Life en Avonturion over het uitfaseren van het tentoonstellen van dieren.

Paardenwelzijn

Hoewel paarden kuddedieren zijn die veel bewegingsvrijheid nodig hebben, staan veel paarden en pony’s het grootste deel van de tijd alleen in een box. Uit onderzoek van Dier&Recht blijkt dat ruim 80% van de manegepaarden lijden onder ernstige, psychische of fysieke, welzijnsproblemen. Als kuddedier individueel opgesloten in een box, urenlang zonder vrije bewegingsruimte, weinig fysiek contact met soortgenoten en chronische stress.

In tegenstelling tot andere landen stelt Nederland geen wettelijke minimumeisen aan de huisvesting en verzorging van paarden. De Sectorraad Paarden stelde richtlijnen op die zelfregulerend zouden moeten werken. De Dierenbescherming en Dier&Recht constateerden dat dit nog onvoldoende het geval is.

Strafrechtelijk kan alleen worden opgetreden als het welzijn van de dieren aantoonbaar wordt geschaad. Veel meldingen met betrekking tot paarden en pony’s gaan over zaken die strafrechtelijk niet zijn aan te pakken. Uit jaarcijfers van het LID uit 2013 blijkt dat in 20% van de zaken betrekking hebben op slecht welzijn van paarden en pony’s, die vooral worden gehouden voor hobbydoeleinden.

In 2011 is de Dierenbescherming gekomen met het Paardenbesluit dat, naar de mening van de Dierenbescherming, als minimumrichtlijn zou moeten dienen voor het houden van paarden. Hierin staat onder meer dat paarden minimaal vier uur per dag los moeten kunnen lopen, in groepen worden gehuisvest en worden gevrijwaard van eindeloze verveling. Den Haag zou deze wensen uit het Paardenbesluit als richtlijn moeten overnemen.

Paarden zijn ook verkeersdeelnemers. Zodra een paard verongelukt kan het voor onrust en onduidelijkheid zorgen. Het is daarom belangrijk om op voorhand duidelijke afspraken te maken over hulp aan het verongelukte paard.

Actiepunten

  1. De gemeente formuleert beleid omtrent paarden en koetsen op basis van het Paardenbesluit van de Dierenbescherming.
  2. De gemeente onderzoekt mogelijkheden om de voorwaarden in het Paardenbesluit een plaats te geven in de vergunningverlening.
  3. De gemeente geeft voorlichting aan paardenhouders en maneges over het verbeteren van paardenwelzijn op basis van de uitgangspunten van het Paardenbesluit.
  4. De gemeente maakt duidelijke afspraken met dierenartsen, dierenhulporganisaties en noodhulpinstanties over de handelswijze bij een verongelukt paard.
  5. De gemeente pleit er bij de Rijksoverheid voor dat het Paardenbesluit van de Dierenbescherming als basis dient voor het waarborgen van het paardenwelzijn in de Wet dieren.

Stadsboerderijen

De gemeente bezit momenteel tien stadsboerderijen. De stadsboerderijen kunnen een educatieve functie hebben als kinderen leren hoe ze met dieren moeten omgaan. In een aantal stadsboerderijen is het welzijn van de dieren niet altijd optimaal, waardoor de educatieve functie ook in het geding komt.

In 2005 heeft de raad het initiatiefvoorstel ‘Boeren met beleid’ aangenomen. Hierin worden zeven uitgangspunten voor de omgang met dieren op stadsboerderijen vastgelegd. Een overzicht hiervan staat elders op deze pagina.

De Partij voor de Dieren heeft ‘Boeren met beleid’ in de praktijk geanalyseerd. Daaruit blijkt dat het beleid op sommige punten tekortschiet. Zo is het voor dieren niet altijd mogelijk het soorteigen gedrag te vertonen. Ook is er niet altijd adequaat toezicht op de dieren tijdens de knuffelmomenten met cavia’s en konijnen en voldoet het fokbeleid niet.

In de gemeentelijke nota dierenwelzijn uit 2012 is te lezen dat de Haagse stadsboerderijen op dat moment koploper waren als het ging om dierenwelzijn. Ze zijn inmiddels ingehaald door andere boerderijen die het keurmerk ‘Diervriendelijke kinderboerderij’ hebben ontvangen.

Het huidige beleid staat het fokken met konijnen, knaagdieren en kippen niet toe. Wel is het fokken met landbouwhuisdieren toegestaan om de populatie op peil te houden. In praktijk betekent dat per stadsboerderij, per ras maximaal één dier gedekt wordt. Indien nodig worden overige landbouwhuisdieren middels aanschaf verkregen.

In de praktijk blijkt dat sommige stadsboerderijen nog wel eieren uitbroeden. Onduidelijk is waar de kuikens blijven als zij ouder worden. Ook worden jonge landbouwhuisdieren geboren op stadsboerderijen waar geen plek voor meer dieren is. Door de stadsboerderijen ook in het voorjaar te bezoeken is geconstateerd dat op bijna alle stadsboerderijen dezelfde rassen van geiten- en schapen lammeren rondliepen. Doordat geiten en schapen vaak een tweeling krijgen loopt het aantal jonge dieren snel op.

De dieren waar geen plek voor is, worden verkocht aan derden met een halfjaarlijkse eigendomsovereenkomst. De nieuwe eigenaren worden steekproefsgewijs binnen een half jaar na aanschaf en op kosten van de gemeente bezocht door een dierenarts. Deze toetst de gestelde voorwaarden (huisvesting, samen staan en gezondheid). Het is voorgekomen dat niet alle verkochte dieren na een bezoek aanwezig waren op de locatie. In het vervolg zijn aan de betreffende koper geen dieren meer verkocht.

Ook kunnen de Haagse stadsboerderijen te maken krijgen met een brand. De dieren zitten opgesloten in hun verblijven. Om voor deze dieren een zo brandveilig mogelijk verblijf te realiseren is het voor de stadsboerderijen noodzakelijk om hier een plan over op te stellen. Hierin staan maatregelen in die genomen kunnen worden, maar bijvoorbeeld ook de handelswijze van werknemers en hulpdiensten ten tijde van brand.

De zeven uitgangspunten van de nota ‘Boeren met beleid’.

  1. Dieren worden gehuisvest conform hun natuurlijke behoeftes en leefomgeving;
  2. Dieren worden zoveel mogelijk via aanschaf verworven;
  3. De gemeente blijft verantwoordelijk voor (onverhoopt) overtollige dieren;
  4. Bij de educatie komt meer aandacht voor het in hun waarde laten van dieren;
  5. Maatregelen worden genomen om vervetting van dieren tegen te gaan;
  6. Zieke dieren worden in principe niet vervoerd;
  7. Weiden en knuffelhoeken zijn slechts voor publiek toegankelijk als adequaat toezicht aanwezig is.

Actiepunten

  1. De gemeente evalueert de situatie van de stadsboerderijen in Den Haag op het gebied van dierenwelzijn, educatie en kwaliteit van inrichting.
  2. De gemeente zorgt ervoor dat de stadsboerderijen voldoen aan alle voorwaarden die zijn gesteld aan het keurmerk ‘Diervriendelijke kinderboerderij’.
  3. De Haagse stadsboerderijen stellen een plan op om hun stallen brandveiliger te maken.

Tot slot

Financiën

Dit voorstel bestaat uit diverse maatregelen die geen extra geld kosten. Ook zijn er maatregelen die beperkt extra geld kosten, wat binnen het dierenwelzijnsbudget kan worden opgevangen. De maatregelen in het kader vereisen budgettaire wijzigingen. Deze middelen zouden kunnen worden gehaald uit andere beleidsprogramma’s zoals de internationale stad en buitenruimte. Het is logisch de ogen te richten op andere beleidsprogramma’s, omdat veel actiepunten gezamenlijk kunnen worden opgepakt bij herinrichtingen in de openbare ruimte. Ook kan worden aangeklopt bij de provincie voor taken of geld voor het helpen van gewonde in het wild levende dieren.

Maatregelen die budgettaire wijzigingen vereisen.

  • Adviesraad met dierenwelzijnsexperts (3);
  • Aanleggen van veilige losloopgebieden (37);
  • Kosten afstandsdieren vergoeden (45);
  • Financiële steun aan minima (46 & 48);
  • Opvang slachtoffers huiselijk geweld openstellen voor huisdieren (57);
  • Kostendekkende vergoeding dierenopvangen (62);
  • Oplossen knelpunten verkeer en fauna (69);
  • Vleermuisvriendelijke straatverlichting (77);
  • Straatkolken voorzien van uitklimvoorzieningen (85);
  • Vergroten diversiteit beplanting (91).

    Planning

    Dit voorstel kan worden geïntegreerd in de nota die het college aan het samenstellen is en die rond de zomer van 2020 is te verwachten.

    Ontwerp-raadsbesluit

    De gemeenteraad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen d.d. …, gezien het voorstel van Robin Smit, Partij voor de Dieren.

    Besluit:

    1. De in dit initiatiefvoorstel beschreven uitgangspunten als basis te nemen voor het gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid.
    2. De intrinsieke waarde van dieren en de kwaliteit van leven van dieren, zowel de lichamelijke conditie als het welbevinden, als pijler vast te stellen van het gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid.
    3. Binnen dit gemeentelijk beleid de in dit initiatiefvoorstel genoemde, genummerde 113 actiepunten uit te voeren.

    Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ...

    De griffier,De voorzitter,