Opinie: Op weg naar een trans­pa­ranter Den Haag


Opinie­ar­tikel Robert Barker in Den Haag Centraal

22 januari 2021

De Haagse Rekenkamer onderzocht de mate van openbaarheid van het stadsbestuur. De gemeenteraadsleden Robert Barker , Joris Wijsmuller , Bülent Aydin en Kavish Partiman vinden dat informatie niet ongemotiveerd geheim mag blijven.

In de toeslagenaffaire hebben we het belang van goede en transparante informatie gezien. Voor een goed functionerende rechtsstaat is het essentieel dat de zittende macht transparant en controleerbaar is. Daarom moet een democratisch verkozen orgaan, zoals de gemeenteraad, zelf op basis van alle relevante informatie kunnen oordelen over noodzaak en wenselijkheid van ingrijpende besluiten. En dit proces en de stukken moeten voor pers en burgers toegankelijk zijn.

Dit is de reden dat een gemeente volgens de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) informatie proactief openbaar moet maken. Er kunnen echter gegronde redenen zijn om dit in sommige gevallen niet te doen, bijvoorbeeld als de informatie de gemeente kan schaden. De privacy van betrokkenen of bedrijfsbelangen kunnen bijvoorbeeld in het geding zijn. Hier moet zeer terughoudend mee worden omgegaan, omdat burgers anders geen zicht hebben op wat de gemeente doet en waarom ze een besluit heeft genomen.
Zij moeten in principe de besluitvorming, de gemaakte keuzes en de redenen daarvoor voldoende kunnen volgen.

Verplicht
Een gemeente is daarom verplicht te motiveren waarom informatie geheim moet blijven. De Haagse Rekenkamer concludeert in haar onderzoek dat dit nu in Den Haag onvoldoende gebeurt. Dit moet echt beter. Dit is niet alleen wettelijk verplicht, maar is ook van belang voor de gemeenteraad om te kunnen bewaken dat het college niet te veel informatie geheimhoudt. Welke informatie geheim is, leidt nu ook met regelmaat tot discussie bij raadsleden, die niet begrijpen waarom de gemeenteraad sommige debatten in het geheim moet voeren. Ook moeten we voorkomen dat de indruk ontstaat dat de gemeente bewust informatie achterhoudt zodat het debat niet publiekelijk gevoerd hoeft te worden.

Nadat stukken het stempel ‘geheim’ hebben gekregen, is het bovendien van belang dat die op een gegeven moment wel openbaar worden. Gegevens over de verkoop van de Enecoaandelen kunnen bijvoorbeeld rond de onderhandelingen met de koper vertrouwelijk zijn, maar na de verkoop, of een tijd daarna, niet meer. Die zouden dan alsnog openbaar moeten worden. Zodat burgers kunnen nagaan op welke grond beslissingen toen zijn genomen. De Rekenkamer concludeert echter dat dit niet gebeurt. Het register van vertrouwelijke stukken wordt al jaren niet bijgehouden. De kans is dus groot dat een stuk veel langer dan noodzakelijk geheim blijft.

Aanpakken
De kritiekpunten van de Rekenkamer zijn zeer terecht en zijn gelukkig relatief eenvoudig aan te pakken. Het Haagse stadsbestuur moet dit alleen ook willen. Het moet dan in het vervolg bij ieder geheim stuk motiveren waarom het vindt dat het geheim moet zijn. Ook moet het stadsbestuur bekijken waarom het stuk niet deels openbaar kan worden. En op hetzelfde moment moet het bestuur dan aangeven wanneer het stuk weer openbaar kan worden. En dit alles moet in een bijgehouden register worden opgenomen. Als dit allemaal wordt gedaan, kan het Haagse stadsbestuur transparanter en controleerbaarder worden.
Robert Barker, Joris Wijsmuller, Bülent Aydin en Kavish Partiman zitten in de gemeenteraad voor respectievelijk de Partij voor de Dieren, de Haagse Stadspartij, de PvdA en het CDA.

Raadsleden Bülent Aydin, Robert Barker en Joris Wijsmuller (v.l.n.r.) in het stadhuis. | Archieffoto: Brian Mul