Schrif­te­lijke vragen - Gevolgen TTIP en vestiging arbitrage-instituut in Den Haag


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op dit moment woedt er een brede maatschappelijke en politieke discussie over het overleg dat de Europese Unie op dit moment met de Verenigde Staten voert om te komen tot een Transatlantic Trade and Investment Partnerschip (TTIP).

De plannen voor het TTIP handelsverdrag stuiten op veel maatschappelijk verzet. Zowel in Nederland als daarbuiten [1]. Ook heeft een aantal Nederlandse gemeenten zich inmiddels expliciet uitgesproken tegen TTIP.

Oorzaak van het wereldwijde protest is dat door de verdragen met de VS (TTIP) en Canada (CETA) sociale en milieunormen worden aangetast en de bescherming voor consumenten en dieren afneemt. Maar vooral het arbitragesysteem (ISDS of ICS) waarmee buitenlandse investeerders een regering buiten de nationale rechtbank om kunnen aanklagen, roept weerstand op.

De Haagse Stadspartij, de PvdA, Groep de Mos/Ouderenpartij, Islam Democraten, SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, ChristenUnie/SGP, Partij van de Eenheid en Groep Okcuoglu stellen, onder verwijzing naar artikel van 30 van het reglement van orde, de volgende vragen:

1. Wat zijn volgens het college de gevolgen van TTIP en CETA voor de lokale democratie? Kunnen TTIP en CETA schadelijke gevolgen hebben voor de lokale regels omtrent sociale normen, milieu, economie, gezondheid, landbouw, intellectueel eigendom en cultuur?

2. Is het college het met ons eens dat via arbitrage (Investor-State Dispute Settlement, ISDS of Investor Court System ICS) buitenlandse bedrijven landen kunnen dwingen om besluiten in het belang van duurzaamheid, gezondheid en sociale rechtvaardigheid niet te nemen of anders bij die landen een enorme schadeclaim kunnen indienen? Zo nee, waarom niet?

3. Vindt het college het redelijk dat een Haags of ander binnenlands bedrijf zich niet kan beroepen op arbitrage en een buitenlands bedrijf wel? Is het college het met ons eens dat dit een ongewenste rechtsongelijkheid is?

TTIP en CETA maken het voor buitenlandse bedrijven mogelijk om Nederland aansprakelijk te stellen voor beleidsmaatregelen. Ook wanneer een gemeente een beslissing neemt, is de staat aansprakelijk tegenover het bedrijf. De staat voert dus ook de arbitrage-procedures voor de gemeenten. Onduidelijk is of het Rijk zich zal indekken tegen procedures door de beleidsvrijheid van gemeenten in te perken, of dat het Rijk schadeclaims als gevolg van gemeentelijk beleid zal doorberekenen aan de gemeente. In dat laatste geval is het onduidelijk of de gemeente als beleidsmaker ook zelf onderdeel kan zijn van de verdediging door de staat.

4. Is de gemeente, al dan niet in VNG-verband, in overleg met het rijk over de consequenties van TTIP en CETA voor de verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten? Zo nee, is het college van plan zo’n overleg op korte termijn op te starten? Zo ja, is er al iets bekend over de uitkomsten van overleg?

Op 7 oktober 2015 stelde de wethouder Internationale Zaken en Economie in een vergadering van de commissie bestuur dat als er een TTIP verdrag komt en daarmee een internationaal arbitrage-instituut wordt opgericht, Den Haag ernaar streeft dat dit instituut in Den Haag gevestigd wordt.

5. Is het college zich ervan bewust dat landen en burgers die opkomen voor het algemeen belang en worden teruggefloten door een Haags arbitrage-instituut het aan 'The Hague' zullen wijten dat ze het algemeen belang niet kunnen nastreven?

6. Is het college van mening dat het vestigen van een investor-state arbitrage-instituut in Den Haag een wereldwijd afbreukrisico betekent voor het positieve imago van Den Haag als stad van ‘Vrede en Recht’? Zo nee, waarom niet?
Met vriendelijke groet,

Joeri Oudshoorn Abderrahim Kajouane Arjen Dubbelaar Hasan Küçük
Haagse Stadspartij PvdA Groep de Mos/Ouderenpartij Islam Democraten

Bart van Kent Inge Vianen Christine Teunissen Pieter Grinwis
SP GroenLinks Partij voor de Dieren ChristenUnie/SGP

Arnoud van Doorn Mustafa Okcuoglu
Partij van de Eenheid Groep Okcuoglu

[1] Zie bijvoorbeeld: http://nos.nl/artikel/2061732-handtekeningen-aangeboden-tegen-handelsverdrag-ttip.html

Antwoorddatum: 14 okt. 2015

De raadsleden de dames Vianen en Teunissen en de heren Oudshoorn, Kajouane, Dubbelaar, Küçük, van Kent, Grinwis, van Doorn en Okçuoglu hebben op 8 oktober 2015 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.


1. Wat zijn volgens het college de gevolgen van TTIP en CETA voor de lokale democratie? Kunnen TTIP en CETA schadelijke gevolgen hebben voor de lokale regels omtrent sociale normen, milieu, economie, gezondheid, landbouw, intellectueel eigendom en cultuur?

Het is niet mogelijk om nu een inschatting te maken van eventuele gevolgen van TTIP voor de lokale democratie. De onderhandelingen tussen de EU en de VS zijn momenteel nog bezig. Bovendien vindt de besluitvorming voor TTIP plaats op Europees en nationaal niveau, niet op lokaal niveau. Het college kan derhalve geen uitspraken doen over eventuele gevolgen. Omdat CETA nog niet in werking is getreden, is het ook hier niet mogelijk in te schatten of er sprake zal zijn van negatieve gevolgen.

2. Is het college het met ons eens dat via arbitrage (Investor-State Dispute Settlement, ISDS of Investor Court System ICS) buitenlandse bedrijven landen kunnen dwingen om besluiten in het belang van duurzaamheid, gezondheid en sociale rechtvaardigheid niet te nemen of anders bij die landen een enorme schadeclaim kunnen indienen? Zo nee, waarom niet?

Het college kan hier geen uitspraken over doen. De onderhandelingen omtrent investeringsgeschillen vinden plaats tussen de EU en de VS. Gemeenten worden niet bij dit besluitvormingsproces betrokken.

3. Vindt het college het redelijk dat een Haags of ander binnenlands bedrijf zich niet kan beroepen op arbitrage en een buitenlands bedrijf wel? Is het college het met ons eens dat dit een ongewenste rechtsongelijkheid is?

Het college neemt hierover geen standpunt in.

TTIP en CETA maken het voor buitenlandse bedrijven mogelijk om Nederland aansprakelijk te stellen voor beleidsmaatregelen. Ook wanneer een gemeente een beslissing neemt, is de staat aansprakelijk tegenover het bedrijf. De staat voert dus ook de arbitrage-procedures voor de gemeenten. Onduidelijk is of het Rijk zich zal indekken tegen procedures door de beleidsvrijheid van gemeenten in te perken, of dat het Rijk schadeclaims als gevolg van gemeentelijk beleid zal doorberekenen aan de gemeente. In dat laatste geval is het onduidelijk of de gemeente als beleidsmaker ook zelf onderdeel kan zijn van de verdediging door de staat.

4. Is de gemeente, al dan niet in VNG-verband, in overleg met het rijk over de consequenties van TTIP en CETA voor de verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten? Zo nee, is het college van plan zo’n overleg op korte termijn op te starten? Zo ja, is er al iets bekend over de uitkomsten van
overleg?

De gemeente is in overleg met VNG en Europa Decentraal. De consequenties van TTIP en CETA voor de verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten zijn nog niet op de agenda gezet. De VNG voert hierover nog overleg met het Rijk.

Op 7 oktober 2015 stelde de wethouder Internationale Zaken en Economie in een vergadering van de commissie bestuur dat als er een TTIP verdrag komt en daarmee een internationaal arbitrage-instituut wordt opgericht, Den Haag ernaar streeft dat dit instituut in Den Haag gevestigd wordt.

5. Is het college zich ervan bewust dat landen en burgers die opkomen voor het algemeen belang en worden teruggefloten door een Haags arbitrage-instituut het aan 'The Hague' zullen wijten dat ze het algemeen belang niet kunnen nastreven?

Het college kan hierover geen uitspraken doen. De stad heeft geen betrokkenheid bij de inhoud van het verdrag.

6. Is het college van mening dat het vestigen van een investor-state arbitrage-instituut in Den Haag een wereldwijd afbreukrisico betekent voor het positieve imago van Den Haag als stad van ‘Vrede en Recht’? Zo nee, waarom niet?

Het in het Vredespaleis gevestigde Permanent Hof van Arbitrage (PHA) heeft sinds zijn oprichting (1899) vele investeringsgeschillen behandeld (er lopen momenteel 56 dergelijke geschillen). Daarnaast voert het PHA tevens arbitrage tussen staten uit. Het feit dat er in het verleden reeds
investeringsgeschillen in Den Haag zijn behandeld, heeft tot op heden niet geleid tot afbreuk van het positieve imago van Den Haag als internationale stad van vrede en recht. Sterker nog, het PHA heeft het positieve imago van de stad op internationaal niveau versterkt. Als TTIP daadwerkelijk doorgaat, is een arbitrage-mechanisme wenselijk voor een juiste naleving van het verdrag. In dat geval is Den Haag een logische vestigingsplaats. Het PHA is, vanwege de aanwezige kennis en expertise, momenteel al in gesprek met de EU over een eventuele rol in het arbitrage-mechanisme.


Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer