Bijdrage Begroting 2016 - Stads­ont­wik­keling en biodi­ver­siteit


14 oktober 2015

Voorzitter,

Ik wil vandaag vooral ingaan op een aantal zaken die volgens mijn fractie in de begroting ontbreken. Eerst een aantal opmerkingen m.b.t het gebruik van de schaarse ruimte en behoud van de kwaliteit van de leefomgeving. Door de bevolkingsgroei neemt de druk op de schaarse ruimte toe. De Partij voor de Dieren wil de leefomgeving zo inrichten dat deze leefbaar wordt en blijft voor mens en dier.

Bij bespreking van nieuwe bouwprojecten in de Commissie is de stadsecoloog herhaaldelijk aan de orde geweest. Ik heb toen weleens gezegd dat er rondom deze stadsecoloog een groot mysterie hangt. De rol, de betrokkenheid en het advies van de stadsecoloog bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn momenteel vrijwel onzichtbaar. De Partij voor de Dieren pleit voor een of meerdere toegankelijke en zichtbare stadsecologen. Deze zouden moeten worden betrokken bij plannen die betrekking hebben op stadsontwikkeling en bij uitwerking van de structuurvisies. Is de wethouder bereid om de rol van de stadsecoloog helder te definiëren en naar buiten toe te communiceren? Wij willen van de wethouder weten of er aanvullende middelen hiervoor nodig zijn en of hij 1 stadsecoloog voldoende acht om ervoor te zorgen dat deskundig advies van een ecoloog bij alle bouw- en groenprojecten kan worden betrokken.

Voorzitter, in de begroting lijkt het alsof bij stadsontwikkeling groen alleen een kostenpost is. De maatschappelijke baten van groen lopen echter uiteen van een betere luchtkwaliteit tot een betere waterhuishouding - en van meer vastgoedwaarde van woningen tot aan een hogere arbeidsproductiviteit. De begroting is wat mijn fractie betreft een plaats waarin zowel de economische als de maatschappelijke baten tegenover de lasten moeten worden weergegeven. Met het rekenprogramma TEEB (The Economics of Ecosystems and Biodiversity), ontwikkeld door de VN, kunnen de baten van natuur en water worden gekwantificeerd en zo kunnen deze baten inzichtelijk worden gemaakt. In combinatie met een stadsecoloog die kijkt naar de soortenrijkdom kan de gemeente de waarde voor mens, dier en het ecosysteem beter inschatten. Door de maatschappelijke en economische waarden van natuur en water te betrekken bij stadsontwikkeling kunnen er evenwichtiger beslissingen worden gemaakt die helpen de leefkwaliteit te waarborgen binnen een steeds drukker wordende stad. Daarom vraag ik de wethouder te onderzoeken of TEEB-systematiek bij stadsontwikkeling kan worden toegepast.

Voorzitter, de komende tijd gaat er veel gebouwd en gerenoveerd worden. Bij renovatie en nieuwbouw houdt het college momenteel weinig rekening met plant- en diersoorten in de stad. Terwijl er van de oorspronkelijke biodiversiteit in Nederland nog nauwelijks iets over is, stijgt de rijkdom aan flora en fauna juist in de steden. In Den Haag komen bijvoorbeeld veel beschermde diersoorten voor zoals de slechtvalk, de vleermuis en de huismus. Hier en daar een stukje Den Haag onttegelen is niet voldoende als we deze dieren ook in de toekomst een leefbare stad willen bieden. Een simpele en effectieve maatregel om een aangename leefomgeving te creëren is biodiversiteit meenemen in renovatie- en nieuwbouwprojecten. Vooraf maatregelen nemen om gebouwen plant- en diervriendelijk te maken kost bovendien minder tijd en geld dan achteraf veranderingen in de gebouwen aanbrengen. Dit kan bijvoorbeeld door bij elke vergunningsaanvraag de checklist Groen Bouwen mee te sturen. Het koppelen van de checklist aan de vergunningaanvraag garandeert dat, naast de wettelijke verplichtingen, er altijd stil wordt gestaan bij de kansen voor dieren, milieu en natuur. Vorig jaar heeft mijn fractie gevraagd om deze checklist toe te passen. Het bleek dat informatie over Groen Bouwen niet op denhaag.nl mocht worden gepubliceerd omdat het niet gemeentelijke informatie betreft. Daarom zou het college de mogelijkheden samen met afdeling Vergunningen & Toezicht bekijken. Kan de wethouder ons informeren over de stand van zaken? Zijn deze mogelijkheden inmiddels bekeken?

Daarnaast is de gemeente een grootgrondbezitter en heeft veel grond waarop het voornemen is om in de toekomst te bouwen. De gemeente kan bij zijn eigen grondexploitatie een voorbeeldfunctie vervullen en biodivers bouwen als uitgangspunt opnemen in de programma’s van eisen bij toekomstige grondexploitaties. Is de wethouder bereid de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken?

Voorzitter, in Den Haag zijn bovendien veel, soms tijdelijke, braakliggende terreinen. Deze terreinen hebben grote potentie voor het vergroenen en verduurzamen van Den Haag. De wethouder heeft eerder in de commissie aangegeven dat het college al actief de benutting van braakliggende terreinen stimuleert, maar wij krijgen signalen van burgers dat de mogelijkheden onvoldoende inzichtelijk zijn. Het komt erop neer dat als een burger zelf het initiatief wil nemen, hij met de gemeente in gesprek kan gaan. De braakliggende gemeentelijke terreinen zijn niet makkelijk te vinden op de website en braakliggende terreinen van projectontwikkelaars staan er niet op. Ik wil vragen om te kijken naar Amsterdam. De gemeente heeft daar een actieve kaart van beiden. Ik wil de wethouder oproepen om een actief stimuleringsbeleid voor het gebruik van braakliggende terreinen te voeren. En kan hij daarbij aangeven of daarvoor aanvullende financiële middelen nodig zijn? Graag een reactie.

Bedankt

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer