Bijdrage cie Ruimte - Jaar­re­kening: wonen en duur­zaamheid/stads­ont­wik­keling


3 juni 2015

Voorzitter, het huishoudboekje is mooi op orde. Maar het is nog maar de vraag of onze stad goed op orde is. Mijn fractie maakt zich onder andere zorgen om de toenemende CO2-uitstoot. Den Haag heeft ver beneden de streefwaarde gepresteerd voor wat betreft CO2-reductie. Begroot was, dat de CO2-uitstoot met 21 % zou afnemen ten opzichte van 2006. Het tegendeel is het geval: er is juist 2% meer uitgestoten. In 2013 werd zelfs 5% meer Co2 uitgestoten, wat toen werd geweten aan een strenge winter. Maar in 2014 was van een strenge winter geen sprake en toch stoten we nog steeds meer gassen uit ten opzichte van 2006. Schokkend vind ik het gebrek aan verantwoording van het blijkbaar gefaalde beleid. Hoe is dit te verklaren volgens de wethouder? Graag een heldere uiteenzetting. Ook zou ik van de wethouder willen weten welke van de verschillende regelingen en subsidies het meest hebben bijgedragen aan het het CO2-doel.

De Partij voor de Dieren maakt zich ook zorgen over verdere verstening van de stad. Hoewel er relatief weinig woningen ten opzichte van 2013 zijn bijgebouwd, zijn veel woningen in aanbouw genomen. Samen met de stadsvernieuwing, levert dit een stroom aan bebouwing op.

Door de bouwambities binnen de Haagse gemeentegrenzen komt het groen steeds meer onder druk te staan.Verontruste bewoners luidden vorige week terecht de noodklok in het AD. Het centrum en omgeving dreigen onleefbaar te worden als de bouwstroom op deze manier doorgaat. Onderzoek van de Wageningen Universiteit laat zien dat de stad tot een van de meest 'versteende' steden van Nederland behoort doordat het in de bebouwde kom ontbreekt aan stadsnatuur. Omdat we op beperkte ruimte recht moeten doen aan verschillende belangen, is een meer integrale aanpak voor natuur, water en stedelijke ontwikkeling hard nodig. Niet langer een rigide onderscheid tussen stadsontwikkeling en ontwikkeling buitenruimte, maar samenwerking binnen de diensten.

Binnen de dienst stadsontwikkeling (DSO), is het noodzakelijk dat we groen eerder in het bouwproces integreren dan nu wordt gedaan. Bij grondexploitatie Spuikwartier moest de raad bijvoorbeeld bijsturen met moties om het geheel groener te maken. Dit moet ook gebeuren bij de ontwikkeling van de Grote Marktstraat, waar nog steeds geen groen is aangelegd. We zien het ook bij het Anna van Buerenplein, dat weliswaar een verbetering ten opzichte van de vorige situatie is, maar in geen enkel opzicht een groene oase genoemd mag worden.

De jaarrekening is uitermate typerend voor deze werkwijze: de bouwplannen zijn volop in ontwikkeling, maar pas vanaf 2016 wordt er een beetje extra geld uitgegeven, slechts een halve ton voor de hele stad, om ‘waar mogelijk’ extra groen aan te leggen. Waar het ecologie betreft, is de jaarrekening niets dan een zwart gat.

Er wordt momenteel geen enkele eis gesteld aan projectontwikkelaars om ook bij te dragen aan een aantrekkelijke openbare ruimte.Groen en stadsvernieuwing schijnen voor dit college twee compleet separate entiteiten te zijn, terwijl de kwaliteit van de leefomgeving een gedeelde verantwoordelijkheid en ook een gedeeld belang is van publiek, privaat en particulier.

De Partij voor de Dieren wil het groenbeleid steviger in het beleid op het gebied van stadsontwikkeling verankeren. Het blijkt goed mogelijk te zijn concrete en toetsbare voorwaarden te formuleren en die bijvoorbeeld in de gronduitgifte op te nemen.

Zo zou de gemeente minimale groeneisen kunnen stellen, bijvoorbeeld het aanleggen van geveltuinen. Ook in het programma van eisen zouden groeneisen kunnen worden gesteld. Is de wethouder bereid om te onderzoeken in welk voorstadium voor grondexploitaties, projecten en andere bouwplannen groeneisen kunnen worden opgenomen?

Dan voorzitter, een andere manier om de ecologische kwaliteit van bouwplannen te ontwikkelen en te toetsen. In 2008 zei Joris Wijsmuller, toen nog raadslid voor de HSP: “Stadsecologie moet in het gemeentebeleid een centrale plaats krijgen om de natuur beter te beschermen tegen de stroom aan bouwplannen. Een ecologische aanpak kan de gemeente bovendien veel kosten besparen aan onderhoud”. Het Haagse Milieucentrum kwam in opdracht van de HSP en D66 met een vergelijkend onderzoek naar het functioneren van stadsecologen in vergelijkbare steden met Den Haag. De conclusie was helder: Den Haag had meerdere zichtbare stadsecologen nodig voor publiek, gemeentelijke diensten en politiek, een overlappende structuur van dienstoverlappend contact tussen ecologen. Een stad met de omvang van Den Haag moest meerdere stadsecologen aan te stellen, zo concludeerde het rapport, binnen de betrokken diensten Stadsbeheer (DSB), Stadsontwikkeling (DSO) en het Ingenieursbureau Den Haag (IDH).

Voorzitter, wat is er met dit rapport gedaan? Als ik nu google op ‘stadsecoloog gemeente Den Haag’, vind ik als eerste hit een vacature voor een stadsecoloog uit 2011: een zorgwekkend teken. Graag wil ik van de wethouder een brief waarin hij de huidige stand van zaken uiteenzet met betrekking tot de stadsecoloog. En ik vraag om te onderzoeken of er een stadsecoloog kan worden aangesteld voor de dienst stadsontwikkeling, en of er tevens een stadsecoloog kan worden aangesteld voor de welstandscommissie.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer