Bijdrage -  Fiets­par­keer­normen


23 juni 2016

Voorzitter,

Bij verdere verdichting wordt de openbare ruimte schaars en ontstaat druk op het huidige aantal fietsstallingsplaatsen. Indien er niet voldoende plek is om je fiets te stallen zullen mensen minder snel de fiets pakken. Het is daarom logisch dat projectontwikkelaars bij nieuwe ontwikkelingen ook rekening houden met bezoekers die hun fiets willen stallen en dat hier normen voor worden gesteld. Hiermee kan worden voorkomen dat openbare ruimte opgeofferd moet worden om aan de stijgende behoefte aan fietsparkeerplekken te voldoen.

Voorzitter, mijn fractie vindt echter dat de eis te makkelijk is af te kopen. Als projectontwikkelaar zal je vaak bij deze lage tarieven kiezen om de eis af te kopen en zo de verantwoordelijkheid naar de gemeente te schuiven. Een situatie zoals in de Grote Marktstraat, waarbij projectontwikkelaars hun verantwoordelijkheid van het aanleggen van voldoende fietsparkeerplekken makkelijk konden ontlopen en de gemeente met een groot probleem bleef zitten, moeten we voorkomen. Hoe wordt voorkomen dat de normen niet gewoon worden afgekocht en er toch een groot beslag op de openbare ruimte wordt gelegd?

Daarnaast, voorzitter, zijn de normen die gesteld worden voor de berekening van de behoefte aan fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en andere voorzieningen, bijna allemaal lager dan de soortgelijke normen die de gemeente Utrecht stelt. Terwijl er, bijvoorbeeld, bij de bouw van een theater in Utrecht rond de 20 fietsparkeerplekken moeten worden gerealiseerd per 100 vierkante meter oppervlak, is dat in Den Haag slechts ongeveer 4. Hoe verklaart de wethouder zulke grote verschillen? Waarom kiest de wethouder voor lagere normen?

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer