Bijdrage - Thema­be­spreking parkeren


24 augustus 2016

Voorzitter,

Op dit moment bepalen auto’s voor een groot deel het Haagse straatbeeld. De openbare ruimte in Den Haag is schaars en waar een auto geparkeerd staat kan op die plek geen fietspad of speeltuintje worden aangelegd, ORAC worden geplaatst of boom worden gepland. De verwachting van het CBS is dat het inwoneraantal van Den Haag de komende decennia flink toe zal nemen en als ieder nieuw gezin in Den Haag een of meerdere auto’s bezit en die hier ook wil parkeren, verdrinken we in Den Haag straks in een zee van auto’s. Om de stad gezond en leefbaar te maken moeten we inzetten op een mobiliteitsverandering. De auto moet plaatsmaken voor de voetganger, de fietsers en openbaar vervoer. Het is cruciaal dat het gemeentelijke vervoersbeleid, waar het parkeerbeleid een wezenlijk onderdeel van is, deze mobiliteitsverandering ondersteunt en stimuleert.

Voorzitter, dat dit nu onvoldoende het geval is, blijkt onder andere uit de evaluatie van de tariefverlaging voor de tweede parkeervergunning. Hieruit blijkt dat de halvering van de tarieven verschillende negatieve gevolgen heeft gehad, namelijk een schrikbarend snelle stijging van het aantal vergunningen en op verschillende plekken ook een stijging van het aantal auto’s op straat, wat slecht is voor de verkeersveiligheid en de gezondheid.

Voorzitter, de tartiefverlaging voor een tweede parkeervergunning is een maatregel die alleen tot doel lijkt te hebben het bezit van een tweede auto te vergemakkelijken en daarmee ook aan te moedigen, terwijl we als stad juist moeten proberen met een mobiliteitsverandering een andere weg in te slaan en afmoeten van het idee dat vervoer voornamelijk per auto gebeurt.

Voorzitter, hoe rechtvaardigt de wethouder zo’n tariefverlaging, nu uit de evaluatie is gebleken dat de parkeerdruk erdoor toeneemt en we aankunnen nemen dat de bevolking van Den Haag ook in de komende jaren toe zal nemen?

De Partij voor de Dieren meent dat we de tariefverlaging beter ongedaan zouden kunnen maken om beter aan te sluiten bij een vervoersbeleid dat een mobiliteitsverandering niet ontmoedigt. Deelt de wethouder die mening en gaat hij de verlaging ongedaan maken?

Voorzitter, dat de wethouder in principe een vervoersbeleid voor ogen heeft dat de nodige mobiliteitsverandering juist wel zou ondersteunen, daar is de Nota Doorontwikkeling Park & Ride een goed voorbeeld van. De Partij voor de Dieren is erg positief over het voornemen de Park & Ride-mogelijkheden aan de rand van de stad te vergroten.

Mijn fractie vraagt zich wel af of de prijs van een P&R ticket niet goedkoper zou moeten zijn. In de Nota wordt aangegeven dat een gezin van vier personen een tarief van 8 euro zou betalen, wat vergelijkbaar is met twee uren parkeren in de binnenstad. Uit onderzoek blijkt dat dit de hoogte is waarop men het bedrag acceptabel vindt, maar wat weerhoudt de gemeente ervan een aantrekkelijker tarief te hanteren en zo P&R nog meer te stimuleren? Graag een reactie.

En als laatste punt voorzitter, voor de zomer is er een heel goede motie van D66 aangenomen door de Raad, die wij ook gesteund hebben, met betrekking tot een pilot om parkeerplaatsen tijdelijk in terrassen om te vormen. De Partij voor de Dieren vindt dit een heel goed idee, omdat het de leefbaarheid in de stad vergroot. In eerdere commissievergaderingen hebben wij, zoals u zich zult herinneren, ook gepleit voor een soortgelijk idee, leefstraten, waarbij parkeerplaatsen tijdelijk andere invulling krijgen, bijvoorbeeld als speelplek. Kan de wethouder mij uitleggen waarom het college wel ten gunste van commercie wil kijken naar tijdelijke andere invullingen van parkeerplekken, maar niet ten gunste van bewoners en kinderen. Juist als uit voorbeelden van andere steden blijkt dat zulke initiatieven de leefbaarheid vergroten en bijdragen aan de gewenste mobiliteitsverandering. Graag een reactie. Mijn fractie overweegt een motie op dit onderwerp.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer