Bijdrage Partij voor de Dieren Cie Leef­om­geving


19 september 2012


Kadernota Openbare Ruimte

Voorzitter, om eens positief te beginnen. De Partij voor de Dieren steunt de wethouder in de voornemens om schoolpleinen en sportterreinen beter toegankelijk te maken . Ook het tijdelijk gebruik van braakliggende terreinen vinden wij een goed streven. In dat kader hoor ik graag van de wethouder wanneer de lijst met locaties en randvoorwaarden verspreid wordt. Ik was ook aangenaam verrast om in de Kadernota openbare ruimte al op blz. 9 over de gunstige effecten van groen te lezen. Groen en natuur in de woonomgeving zijn inderdaad van groot belang voor de leefbaarheid. Maar helaas hield daar het positieve nieuws op. Voorzitter, ik zal beginnen met de teleurstellende invulling die de wethouderhouder geeft aan groene stad aan zee, de plannen voor Sorghvliet, het gebruikersplan en heb ik nog een verzoek over het openstellen van terreinen.

Voorzitter, onder het kopje groene stad aan zee had eigenlijk stad met een groene verbinding naar zee moeten heten. Want welke projecten worden hier onder geschaard? De boulevard, de haven, de Utrechtsebaan, lijn 11 en lijn 9. Zo wordt over de haven gezegd: “Er zal fors worden geïnvesteerd in de positie van Scheveningen-haven als krachtig maritiem en toeristisch gebied. Ook de afronding van de boulevard zal een forse impuls geven. Daarmee wordt de positie van Den Haag aan zee versterkt.” Het woord groen komt hier niet in voor, sterker nog het is maar zeer de vraag of de huidige havenplannen in het kader van Natura 2000 acceptabel zijn.

Over groengebieden die niet op de lijn CS-Scheveningen liggen wordt niets gezegd, terwijl daar buiten ook zat groene parken, en pleinen liggen, die voor bewoners heel belangrijk zijn. En ook belangrijk zijn in het kader van groen in de woonwijken. Waar in de inleiding dit aspect nog genoemd werd, is daar in de rest van het stuk geen enkele invulling aan gegeven. En voorzitter, dat vindt de Partij voor de Dieren een groot gemis, want zolang er straten in Den Haag zijn, waar geen boom te bekennen is, vind ik groen in woonwijken een belangrijk aandachtspunt .

Er zijn nu straten, bijvoorbeeld op Scheveningen, waar het enige groen een grassprietje tussen de tegels is. En ook al wonen in die wijken misschien geen expats, de Haagse inwoner heeft ook recht op groen in zijn straat en daar mag in dit stuk wat de Partij voor de Dieren betreft best meer aandacht voor komen.

Voorzitter, dan het plan voor een internationaal park . De Partij voor de Dieren is zoals u weet groot voorstander van het verbinden en vergroten van natuurgebieden met groene corridors. Op deze wijze kunnen plant, mens en dier zich makkelijk tussen de verschillende gebieden verplaatsen wat in het kader van behoud van biodiversiteit enorm belangrijk is. Maar mijn fractie vraagt zich af of dit ook de insteek van het college is. Kan de wethouder uitleggen wat hij bedoelt met ‘de groengebieden beter bruikbaar en toegankelijk te maken’? En met ‘een echt park met internationale allure’? Wat moeten we hierbij voor ons zien? Een grasveld met hier en daar een boom, geasfalteerde wandelpaden en sportveldjes? Ik hoor graag een reactie van de wethouder, want bij dit soort zinnen gaan al mijn alarmbellen af.

Ook bij het plan om Sorghvliet open te gooien vraagt de Partij voor de Dieren zich af wat de motivatie hierachter is. Sorghvliet is een prachtig groen rijksmonument, met kwetsbare natuurwaarden en omringd door een muur die cultureel erfgoed is. Dit gebied, waar de natuurkwaliteit kwetsbaar is voor recreatiedruk, waardoor het niet 24 uur per dag voor iedereen toegankelijk is, maakt het gebied juist zo uniek. En dit gebied wil de wethouder opengooien. Voorzitter, dat zal het gebied kapot maken. Nut en noodzaak ontgaan mij dan ook volledig. Dit park kan blijven zoals het is en dat zal juist een meerwaarde met zich meebrengen. Ik wil er dan ook bij de wethouder op aandringen om dit plan nog eens te heroverwegen.

Dan het Gebruiksplan, moet ik dit zien als een verlanglijstje, waarbij als de ruimte of het geld na punt 3 op is punt vier pech heeft? Komt er een soort standaard gebruiksplan per stadsdeel of wijk, dat naar aanleiding van gesprekken met bewoners aangepast wordt? Want als het op basis van reeds vastgestelde beleidsplannen en nota’s gebeurt, kan de Raad het vast wel van tevoren te zien krijgen. Want ik zal eerlijk zijn, de Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over bijvoorbeeld de positie van groen in zo’n afwegingenlijstje. Graag een reactie.

Voorzitter, mijn laatste punt is het gebruik van chemisch bestrijdingsmiddelen op schoolpleinen en sportvelden. We hebben in deze commissie al de discussie over RoundUp gevoerd, maar helaas is er een heel scala aan gif op de markt tegen. Gif dat ook voor de mens en het milieu gevaarlijk is. Om die reden zijn chemische bestrijdingsmiddelen in een aantal Canadese steden bijvoorbeeld al verboden. Als we toch met scholen en sportverenigingen om de tafel gaan zitten over openstelling, dan kan dit punt mooi mee worden genomen. Wij willen toch allemaal dat onze kinderen veilig buiten kunnen spelen? Graag een reactie van de wethouder.

Wateragenda
Voorzitter, schoon en gezond water is belangrijk. Europa vind het zelfs zo belangrijk dat ze er een aparte richtlijn voor hebben opgesteld. En dat schone water is zo belangrijk dat er een deadline van 2015 voor geldt, met onder strenge voorwaarden een uitstelmogelijkheid tot 2027. Dat de rijksoverheid met haar oogkleppen op stug blijft volhouden dat het doeljaar 2027 is, is dan ook onjuist. Maar goed, dat is een discussie die de Partij voor de Dieren ook op andere bestuurslagen voert.

Voorzitter, het eerste dat mij opviel is dat het woord planten maar één keer voorkomt in de visie en wel als het gaat om de vorig beleidsdoelen. Ook vissen komt opvallend weinig voor, alleen in het kader van paaiplaatsen en passeerbaarheid. Dat terwijl in het concept waterplan wel nadrukkelijk werd genoemd.

In de wateragenda wordt nu gesproken van een watersysteem dat ecologisch robuust ingericht is. In het waterplan werd uitgelegd dat ecologisch robuust inhoudt dat: een grote hoeveelheid waterplanten in het oppervlaktewater aanwezig is. En bereikt worden door: de aanleg van natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen. Bij voorkeur om de aanleg van oevers met een (brede) aaneengesloten vegetatie vanaf het land tot op de waterbodem.
Wordt deze nadere invulling nog steeds onderschreven door de wethouder? Graag een reactie.

Ook in het waterplan stond dat de huidige toestand van het water onvoldoende was door:

- Te weinig geschikte plekken voor plantengroei, voor het paaien en opgroeien van vis en voor vismigratie;

- Beheer dat onvoldoende afgestemd is op de eisen die water†en oeverplanten, vissen en andere waterdieren aan hun leefomgeving stellen en

- Te hoge stikstof- en fosfaatconcentraties

In deze agenda mis ik hoe we voor meer geschikte plekken voor plantengroei gaan creëren. Als ik het programma lees staat er vooral onderzoek gepland, maar wanneer en hoeveel km natuurvriendelijke over wil dit college nu precies gaan aanleggen? Ook is mij niet duidelijk of beheer nu gaat worden afgestemd op behoeften van dieren en planten die in en om het water leven. Kan de wethouder hier duidelijkheid over geven?

Ten slotte valt het mij op dat er niets is opgenomen over ‘nieuwe’ problemen, namelijk hoge concentraties van medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en antibioticaresistente bacteriën. Is dit wel een gespreksonderwerp tussen de gemeente en het waterschap? Zijn hierop acties voorzien in de komende jaren? Graag een reactie.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer