Bijdrage Raad Algemene Beschou­wingen


27 september 2012

Voorzitter, het college lijkt bij deze begroting geïnspireerd te zijn door Rupsje Nooitgenoeg. Het lijkt wel of er nooit genoeg prestige projecten zijn waar we ons belastingsgeld aan kunnen kwijtraken.

Zo wordt er geld gepompt in het WK hockey, het WK Cross Triatlon en een Grand Slam Beachvolleybal, en wil het college ook nog Culturele Hoofdstad zijn.

Maar dat is nog niet genoeg, ook worden miljoenen bijeengesprokkeld voor een stuk doodlopend asfalt, voor een peperduur cultuurforum en verdubbelen we het budget voor de Dr. Kuyperdam, zodat er bootjes onderdoor kunnen.

Waar Rupsje Nooitgenoeg op het eind van het verhaal verandert in een wonderschone vlinder, is dat lot de stad helaas niet beschoren.

Want het geld voor al die dure grote projecten moet natuurlijk wel ergens vandaag komen, en daar zit nou net de crux. Daar draait de gewone burger voor op. Die moet namelijk inleveren; op buurthuizen, bibliotheken, kunst- en cultuurinstellingen en een mooie en gezonde woonomgeving.

Voorzitter, u zult begrijpen de Partij voor de Dieren hier niet achter kan staan. Wij zien het liever andersom; eerst zorgen dat de voorzieningen en leefbaarheid op wijkniveau op orde zijn en dan pas gaan investeren in dure prestige projecten.

De Partij voor de Dieren vindt dat de begroting hoort te gaan over wat we ons kunnen veroorloven. In financiële zin, maar ook in termen van milieugebruiksruimte, tegenover mensen in arme landen, tegenover de zwakkeren in onze samenleving, tegenover komende generaties en tegenover dieren, natuur en milieu.

Wij leven nu al alsof wij twee aardbollen tot onze beschikking hebben -- wat niet het geval is. Zorg voor milieu en natuur is voor ons dan ook niet een luxe waar nu even geen geld voor is, maar een essentiële voorwaarde voor een duurzame economische ontwikkeling, zonder een focus op groei.

En dat is in Den Haag hard nodig want ondanks de mooie ambities die dit college heeft zoals een groei van 40% van het openbaar vervoer en 30% minder CO2 uitstoot in 2020, raken steeds verder uit zicht.

Maar desondanks wordt op milieu en duurzaamheid weer zwaar bezuinigd. Dat roept bij mijn fractie dan ook de vraag op waarom we topindicatoren vast stellen, als we niet ingrijpen wanneer blijkt dat het beleid niet het gewenste effect heeft. Sterker nog juist op maatregelen die bijdrage aan het halen van de topindicator van verminderde CO2 emissie wordt bezuinigd ! Veel gekker moet het niet worden. Maar voorzitter, ik vraag me af waarom de collegepartijen topindicatoren vaststelt als zij niet bereid zijn aanvullende maatregelen te nemen, wanneer blijkt dat we de doelen niet gaan halen.

Tijdens de begrotingsbehandeling in 2011 en tijdens de behandeling van de voorjaarsnota heeft de Partij voor de Dieren hier ook al moties over ingediend en vragen over gesteld. Maar het college blijkt haar kop in het zand te steken. Waar men bij de grote projecten zoals de Rotterdamsebaan een onuitputtelijke creativiteit aan de dag legt om voldoende gelden te vinden, wordt een brute hakbijl gebruikt als het om milieu en duurzaamheid gaat. Voor een goed en vooruitstrevend dierenwelzijnsbeleid wilde dit college en deze raad nog geen 50.000 euro vrij maken, maar als het gaat om asfalt en steen worden keer op keer miljoenen gevonden. Onbegrijpelijk.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren zal hier tijdens de behandeling in de commissies nog uitgebreid op terugkomen. Want juist om ook op de lange termijn een aangename en aantrekkelijke stad te zijn, zullen we moeten investeren in groen, milieu en duurzaamheid. Volgens de cijfers zal het inwoneraantal van de stad verder toenemen, wat betekent dat de openbare ruimte en het groen in de stad steeds meer onder druk zullen komen te staan. Ook op het gebied van energie en afval zal dit vragen om een andere koers. Een koers die gericht is op de lange termijn zodat ook onze kinderen nog aangenaam kunnen wonen en leven en werken in deze stad. Dat betekent investeren in de fiets en in het OV, in decentrale energie opwekking, in CO2 reductie en in een gezonde leefomgeving. En daarvoor moeten we de vervuiler laten betalen in plaats van de gemeenschap. Dat is pas eerlijk en solidair.

Dus niet elk jaar weer met een kaasschaaf over de milieu en groen budgetten, maar daar juist in investeren. Dat verdient zich terug in gelukkige, gezonde bewoners en een aantrekkelijke stad voor bedrijven en instellingen. Gisteren kwam weer een nieuw onderzoek uit, waaruit bleek dat de maatschappelijke baten van groen 1,5 tot 2 keer zo groot zijn als de kosten. Dat is nog eens een winstgevende investering. Daar moet de wethouder van financiën toch ook gelukkig van worden!

Voorzitter, juist door te kiezen voor een groene en gezonde leefomgeving kunnen we ervoor zorgen dat deze stad uitgroeit tot een wonderschone vlinder.
Dank u wel.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer