Bijdrage - Wijk­pro­gramma’s


13 april 2016

Voorzitter,

Bedankt. Om wijken staan geen muren. Voor de Partij voor de Dieren gaat het om gericht werken, niet per se om wijkgericht werken. Mijn fractie heeft dan ook de nodige vraagtekens bij de gekozen wijkaanpak.

Bij gebiedsgericht werken moeten we ons de vraag stellen: welke problemen kunnen wel en welke niet het beste op wijkniveau aangepakt worden?

Als er problemen zijn in een bepaald gebied, betekent dat niet vanzelfsprekend dat ook de oorzaak en de oplossing van deze problemen in dat gebied liggen. Een goed voorbeeld hiervan is de aanpak van probleemjongeren; die gaan vaak in een andere wijk naar school en hebben ook vrienden buiten de eigen wijk en dus vereist het probleem ook aandacht buiten de wijkgrenzen. Voor een effectief wijkprogramma is het dus noodzakelijk een goede analyse te maken van welke problemen op wijkniveau kunnen worden aangepakt en welke niet. Kan de wethouder aangegeven of en hoe deze analyse voor de wijkprogramma’s is gemaakt? Graag een toelichting.

In de wijkprogramma’s wordt aangegeven dat de eigen kracht van bewoners en ondernemers centraal staat. Maar een wijkaanpak in combinatie met een beroep doen op de Haagse Kracht kan leiden tot verdere ongelijkheid in tussen wijken. Een sprekend voorbeeld komt uit Rotterdam. In het Oude Westen hebben burgers de Leeszaal opgericht, nadat de bibliotheek in de buurt was wegbezuinigd. Volgens bijzonder hoogleraar Samenlevingsopbouw Justus Uitermark een uitzondering. Het runnen van een bibliotheek is namelijk een complex project dat veel inzet vraagt van bewoners en vrijwilligers. Het is hier goed gegaan omdat de wijk een netwerk van actieve en betrokken buurtbewoners heeft. Maar sociale samenhang in een wijk is helemaal niet vanzelfsprekend. Daarnaast wordt er vaak ten onrechte van uitgegaan dat geografische grenzen samenvallen met de grenzen van de sociale gemeenschap van wijkbewoners. De Partij voor de Dieren wil dat ongelijkheid tussen wijken als mogelijk effect van de wijkprogramma’s mee wordt genomen in een evaluatie van de wijkaanpak. Is de wethouder hiertoe bereid?

Een wijkgerichte aanpak kan een goede methode zijn om erachter te komen wat er 'speelt in de wijk' en om ruimtelijke problemen aan te pakken die wel wijkgerelateerd zijn. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een vergroeningsopgave in de woonomgeving kan daar goed op wijkniveau een oplossing voor worden bedacht.

Transvaal en Schilderswijk worden benoemd als wijken met beperkte maatschappelijke betrokkenheid en als wijken met een openbare ruimte die op achterstand staat. Zo is vaker zwerfvuil op straat te vinden en is er vaak een gebrek aan groen. Ook in de Rivierenbuurt, Archipelbuurt, Kortenbos en in het centrum van Loosduinen is weinig groen. Ook de wijkorganisaties van het Zeeheldenkwartier stippen dit aan. Ik mis daadkracht in de wijkprogramma’s op dit punt. Is de wethouder bereid om harder te lopen en voor het centrum meer vergroening van deze wijken te realiseren? Graag een reactie.

In andere wijken, zoals Bouwlust, Leyenburg, Vredesrust, Waldeck en Moerwijk waar best wat groen is, blijken juist de gevolgen van te weinig budget voor groenonderhoud. Hoe kan de wethouder bewoners in deze wijken aanspreken over achterstallig onderhoud van hun huizen als de gemeente de openbare ruimte zelf verwaarloost? Is de wethouder bereid om ook groenonderhoud door de gemeente expliciet op te nemen in de wijkprogramma’s?

Voorzitter, daarnaast krijgt koning auto bij de inrichting van de openbare ruimte teveel voorrang. De wijkplannen van Rustenburg en Leyenburg springen er op dit punt in negatieve zin uit. Het college geeft aan dat de jeugd minder plek heeft om buiten te spelen sinds het herinrichten van de wijk voor meer parkeerplekken. Gekker moet het niet worden: het speelplezier van kinderen lijdt onder de autolobby. Gaat de wethouder de afname van speelruimte compenseren? Bijvoorbeeld door de aanleg van een natuurspeelplaats? Graag een reactie van de wethouder.

Voorzitter, het college maakt in de wijkprogramma’s, op basis van alle inbreng van bewoners, een financiële en beleidsmatige afweging binnen en tussen wijken. Deze afwegingen zijn in de wijkplannen echter niet terug te zien. Dit zorgt ervoor dat het voor bewoners niet zichtbaar is wat met hun punten is gedaan. Ook is niet terug te zien of de opgeschreven voornemens financieel haalbaar zijn. Dit maakt het moeilijk voor de Raad om haar controlerende taak uit te voeren. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Is hij bereid om in de wijkplannen de inbreng van de bewoners in een bijlage samengevat toe te voegen, met een financiële onderbouwing?

Tot slot, voorzitter, de Partij voor de Dieren zet kritische vraagtekens bij de prioritering in de wijkprogramma’s. Vergroening is iets wat bij uitstek op wijkniveau kan plaatsvinden, terwijl andere problemen mogelijk beter wijkoverstijgend kunnen worden aangepakt. Wij missen een duidelijke analyse van het college hierover en missen daarbij een koppeling met overkoepelende beleidsprogramma’s. Mijn fractie is daarom erg benieuwd naar de antwoorden van de wethouder.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer