Cie Leef­om­geving MIRT


25 januari 2012

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

Voorzitter, laat ik beginnen met het zeggen dat het eindeloos asfalteren rondom de stad voor de partij voor de Dieren geen oplossing is. Ook uit de voorliggende plannen blijkt weer dat de verkeersproblemen met de poorten en inprikkers niet zijn opgelost. Met de oplopende olieprijzen, de vergrijzing en opkomst van het nieuwe werken is het ook nog maar de vraag in hoeverre al dat extra asfalt nodig is. Juist in een stad als Den Haag waar ruimte schaars is, is groen ook om de stad van levensbelang. Niet alleen voor de recreatiebehoeftes van de bewoners maar ook voor het leefklimaat in de stad. Zo willen we toch allemaal schone lucht inademen, in plaats van continu de stank van uitlaatgassen ruiken.
Met de voorliggende plannen komt die ruimte en het groen om de stad nog meer onder druk te staan. Hoeveel meer, weten we nog niet gezien we nog wachten op de Mer. Doordat de mer er nog niet is, blijft onduidelijk wat de verwachte effecten van nog meer asfalt zullen zijn op natuur, de leefomgeving en het milieu. Ik wil dan ook van de wethouder graag weten wanneer de mer openbaar komt, en wanneer de verwachting is dat commissie mer met haar oordeel komt. Kan de wethouder toezeggen dit zo snel mogelijk naar de raad te zullen sturen?

In de resultatennotitie worden wel beweringen gedaan, maar deze zijn niet onderbouwd. Daarom heb ik hier een aantal vragen over voor de wethouder. Ik hoop dat hij daar al wat meer duidelijkheid over kan geven. Zo staat er op blz 36 en op blz 57 een grafiek over de toename in NO2 concentraties. Ik mis hier het betrouwbaarheidsinterval, ik neem aan dat dit op basis van modelberekeningen is bepaald die een zekere mate van onzekerheid kent.

Voor fijnstof wordt verwezen naar de Mer, maar die kunnen wij niet inzien. Ik hoor dan ook graag van de wethouder of er ook al rekening gehouden wordt met de normen voor PM2,5 die vanaf 2015 gaan gelden?

Over de geluidsbelasting in het kader van Natura 2000, op basis van welke inzichten wordt gezegd dat er zekerheid is dat de toename van geluid geen significante effecten op de aangewezen soorten heeft? Onderschrijft de wethouder dat de habitatrichtlijn daarbij geen onderscheid maakt tussen het oppervlakte van het gebied dat een hogere belasting heeft, maar puur kijkt naar de effecten op de aangewezen soorten?

Volgens het stuk kan niet worden uitgesloten dat de stikstofdepositie geen significante effecten heeft. De verwachting is dat het oplosbaar is. Maar volgens de raad van state en de habitatrichtlijn moet er zekerheid zijn dat er geen significante effecten zijn. Onderschrijft de wethouder dit? Op welke wijze wordt die zekerheid verkregen? Wordt hierbij gebruik gemaakt van ontwikkelruimte in het kader van de PAS? De habitatrichtlijn schrijft voor dat daar zekerheid over moet bestaan, onderschrijft de wethouder dit?

Wat wordt er concreet bedoelt met mogelijk ruimtebeslag van de EHS?

Dan heb ik nog een tweetal andere vragen: de congestie problemen worden door deze investering niet volledig opgelost. Hoe gaat het dan ook met aanvullende maatregelen die nog nodig zijn, wie gaat dat betalen?

Is er gekeken naar het effect van de varianten op de verkeerscirculatie in de stad zelf en daarmee op de samenhangende leefbaarheid in de woonbuurten?

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer