Duurzaam voedsel; nog een tandje bijzetten


Robert Barker (Partij voor de Dieren), Joris Wijs­muller (Haagse Stads­partij) en Janneke Holman (PvdA)

11 juni 2019

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

1. Inleiding

Den Haag heeft als doel om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Om dit te bewerkstelligen is adequaat voedselbeleid onontbeerlijk. De productie van ons voedsel veroorzaakt namelijk een fors deel van de totale broeikasgassenuitstoot. Ook draagt de huidige voedselketen bij aan bodemuitputting, insectensterfte en gezondheidsschade. Dit is de reden dat organisaties als de WRR, het PBL en het IPCC van de VN adviseren beleid te maken voor het verduurzamen van ons consumptiepatroon[1]. Onder duurzaam voedsel verstaan we voedsel dat voorziet in de voedingsbehoefte van mensen nu en in de toekomst, en dat tegelijkertijd de ecologische systemen beschermt. Ook draagt duurzaam voedsel bij aan het tegengaan van klimaatverandering en de gezondheid van mensen. Het kabinet heeft eerder deze handschoen opgepakt door in 2017, tijdens de hier in Den Haag gehouden Nationale Voedseltop, de ambitie uit te spreken dat Nederland over 5 à 10 jaar wereldwijd koploper wil zijn in gezonde en duurzame voeding, en wil naar kringlooplandbouw in 2030. Ook voor gemeenten is hierbij een belangrijke rol weggelegd vanwege de rol die zij kunnen vervullen tussen consument en voedselketen, en tussen stad en omgeving. De gemeente Den Haag heeft al een voedselstrategie, voortgekomen uit het in 2012 aangenomen initiatiefvoorstel (H)eerlijk Haags. Met dit initiatiefvoorstel ‘Duurzaam voedsel; nog een tandje bijzetten’ bouwen we hierop voort en bieden we handvatten om de noodzakelijke voedseltransitie te stimuleren. Hiervoor hebben we geput uit de door de gemeente Den Haag ondertekende City Deal ‘Voedsel op de stedelijke agenda’, en het Haagse Klimaatpact dat een overgrote meerderheid van de partijen in de gemeenteraad heeft ondertekend.

[1] PBL. Perspectieven op duurzaam voedsel - Pluriformiteit in debat en beleid.

2. Probleemstelling

Voedsel is onmisbaar; zonder voedsel geen leven. De manier waarop we voedsel produceren en consumeren staat echter niet meer in verhouding tot de beschikbare grondstoffen en heeft grote negatieve gevolgen door de uitstoot van broeikasgassen, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de vervreemde relatie tussen consument en productie[1]. Zo gaat de productie van dierlijke consumptiegoederen gepaard met een hoger grondstoffengebruik dan de productie van plantaardige consumptiegoederen, een slechtere luchtkwaliteit en meer broeikasgassen[2]. Daarnaast gaat het grootschalig produceren van voedsel vaak gepaard met een te lage, niet-eerlijke prijs, met veel transport en gifgebruik. De huidige intensieve manier van voedsel produceren veroorzaakt een enorm verlies aan biodiversiteit[3]. Bovendien heeft onze huidige consumptie schadelijk gezondheidseffecten; bijvoorbeeld door het inademen van fijnstof en bestrijdingsmiddelen. Dit tegengaan vereist een voedseltransitie naar het eten van gezond, lokaal, seizoensgebonden en duurzaam geproduceerd voedsel. Met de aanschaf en consumptie van ons voedsel kunnen we verschil maken. De gemeente kan bijdragen aan de voedseltransitie door duurzame vormen van voedselconsumptie te stimuleren en dit voedsel binnen haar eigen organisatie in te kopen. De stad zal niet kunnen concurreren met de voedselproductie elders (en moet dit ook niet willen), maar door de voedselketen duurzamer en dichter bij huis te helpen organiseren zijn er ook nieuwe kansen voor de lokale economie en werkgelegenheid.

[1] Wageningen Universiteit. Food Transitions 2030

[2] Milieueffecten van Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten

[3] Wat op land geldt, geldt ook in de zee. Maar liefst 88% van de vissoorten is overbevist.

3. Aanpak

Duurzaam voedsel

De gemeente bouwt allereerst verder op de vigerende stedelijke voedselstrategie die zich concentreerde op een betere gezondheid, het realiseren van een groenere leefomgeving, impuls voor ruimtelijke ontwikkeling en kleinschalige economie, en het stadslandbouwloket. Ook kunnen binnen bestaande programma’s nieuwe accenten worden gezet, bijvoorbeeld op het gebied van inkoop. Zo kan de gemeente de benodigde eiwittransitie zelf helpen inzetten door op bijeenkomsten die zij organiseert meer plantaardig eten aan te bieden. Allereerst heeft dit een direct effect op de consumptie, maar ook indirect is er een effect. Door in contact te komen met plantaardig eten en te zien dat dit gangbaar is zullen mensen eerder geneigd zijn om thuis ook vaker plantaardig te eten. Daarom stellen we voor om binnen de gemeentelijke organisatie en op bijeenkomsten die de gemeente organiseert een groter plantaardig voedselaanbod te hebben (lunches waren vorig jaar bijvoorbeeld maar in 14,3% van de gevallen plantaardig). Ook kan, met het behouden van de keuzevrijheid, bij gelegenheden de vegetarische optie als standaard worden behandeld in plaats van een optie met vlees of vis. Daarnaast stellen we voor om in overleg met horeca en andere organisaties meer plantaardige producten op de menukaart aan te bieden, en de vleesconsumptie te verminderen. Dit kan de gemeente meenemen bij de gesprekken bij duurzaamheidskringen of soortgelijke bijeenkomsten. Het kan hierbij helpen dat organisaties kennis over dit thema uitwisselen. Een aantal organisaties, bijvoorbeeld aan de Grote Markt, heeft hier al ervaringen mee. De gemeente kan hier een faciliterende rol spelen. Een ander aspect, waar de gemeente een voorbeeldfunctie kan verrichten, is de inkoop van biologisch voedsel. Bij de productie van biologisch voedsel houden boeren zoveel mogelijk rekening met milieu en dierenwelzijn. Zo gebruiken ze geen chemische bestrijdingsmiddelen, voorkomen ze mestoverschotten en krijgen dieren meer ruimte. Nu biedt de gemeente bijvoorbeeld in het bedrijfsrestaurant slechts weinig biologische producten aan en hetzelfde geldt voor aangeboden lunches. In vergelijking met de Rijksoverheid en andere gemeenten loopt Den Haag hier achter[1]. Wel heeft het college de ambitie uitgesproken om meer biologisch in te kopen.

Regionale voedselketen en tegengaan van verspilling

Daarnaast is het van belang dat de gemeente de voedseltransitie op andere manieren stimuleert. Veel mensen weten niet waar hun voedsel vandaan komt en wat gezond eten is. Door de verbinding tussen burger en voedsel te herstellen kunnen we mensen bewuster maken van de waarde van voedsel. In onze regio wordt veel voedsel geproduceerd door meer traditionelere boeren en natuurlijk in het Westland. De gemeente kan initiatieven ondersteunen en faciliteren die bijdragen aan het organiseren van een kortere keten. Hier kunnen de verschillende succesvolle voedselinitiatieven (zie stadslandbouwdenhaag.nl) aan bijdragen, maar ook het aanbieden van gezond, lokaal, seizoensgebonden en duurzaam geproduceerd voedsel in de zorg, bij scholen en andere partners van de gemeente is hierbij noodzakelijk. Met lesprogramma’s in het kader van milieueducatie zoals in het Zuiderpark kan de gemeente ruim aandacht besteden aan gezonde en duurzame voeding. En de gemeente kan een bewustwordingscampagne initiëren over gezond en duurzaam voedsel en het verkorten van ketens, waarin ook het tegengaan van voedselverspilling aandacht kan krijgen. Elk jaar gooien we alleen al in Nederland voor enkele miljarden euro’s aan goed bruikbaar voedsel weg of verwerken we het onnodig laagwaardig. Voedselverspilling gebeurt overal: bij de oogst, tijdens opslag en transport, in supermarkten en horeca, maar vooral bij de consument thuis. De gemiddelde Nederlander gooit jaarlijks zo’n 50 kg goed voedsel weg, dat is maar liefst de helft van alle verspilling. 7 op de 10 Nederlanders zijn ook bereid de eigen voedselverspilling terug te dringen, maar veel mensen weten niet hoe zij dat kunnen doen. Naast de informatie in een bewustwordingscampagne kan de gemeente ook het composteren van organisch afval stimuleren.

Gezonde voedselomgeving en sociale inclusiviteit

Goedkoop en sterk bewerkt voedsel is vrijwel overal binnen handbereik. Dit zorgt mede voor een groeiende groep van Hagenaars die kampt met overgewicht en slechte gezondheid. Deze komen relatief vaak uit lagere sociaaleconomische klassen: onderzoek wijst uit dat mensen met lagere inkomens en een lagere opleiding meer gezondheidsproblemen hebben en gemiddeld korter leven. Bovendien blijkt uit onderzoek van de LUMC-campus Den Haag en de GGD dat een kwart van de inwoners uit Haagse krachtwijken te weinig geld heeft om gezonde voeding te kopen.[2] Daarom zal de gemeente beleid moeten voeren om een gezondere stedelijke voedselomgeving te creëren. Voor een gevarieerd, en onbewerkt plantaardig voedingspatroon: gezond, duurzaam én betaalbaar. Dit kan door het stimuleren van een gezonde voedselkeuze (bewustzijn en goede voorbeelden) en het verbeteren van voedselvaardigheden (kennis, vaardigheden en gedrag). De gemeente kan dit bereiken door samen te werken met scholen, zorginstellingen en andere organisaties in hun verantwoordelijkheid om gezonde en duurzame voeding aan te bieden. Daarnaast werkt groene ruimte inspirerend en bevordert het de gezondheid en het welzijn van mensen. Het stimuleren van bredere gemeenschapsinitiatieven rond voedsel kan ook bijdragen aan een sterkere sociale verbinding. Voedselinitiatieven en projecten bereiken nu nog een te beperkte groep Hagenaars. De gemeente kan dit verbeteren door hieraan meer aandacht te geven in de verschillende stadsdeelplannen, voedselinitiatieven te stimuleren, en ook een plek te geven bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals in ZuidWest.

[1]Zie bijvoorbeeld: Pianoo. Duurzame inkoop van catering en planten en duurzaam groenbeheer.

[2] AD. Grote groep Hagenaars heeft niet genoeg geld voor eten

4. Financiële paragraaf

Het voorstel om meer plantaardig en biologisch eten aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie en bij haar bijeenkomsten kan budgetneutraal. Over het algemeen is het aanbieden van meer plantaardig eten in plaats van vlees zelfs een kostenbesparing. Daarnaast kan bij gesprekken in duurzaamheidskringen of andere contacten plantaardig eten bij organisaties onder de aandacht brengen. Dit kan ook binnen de bestaande budgettaire kaders. Het stimuleren van voedselinitiatieven voor versterking van sociale inclusiviteit kan ondersteuning vinden in het reeds bestaande initiatievenbudget Duurzaamheid in Haagse wijken.

In reguliere contacten met scholen, zorginstellingen en andere organisaties kan de gemeente wijzen op hun verantwoordelijkheid om gezonde en duurzame voeding aan te bieden. Ook het aanbieden van educatieprogramma’s is al gangbare praktijk. Wel is een intensivering van contacten wenselijk en is budget nodig om het uitvoeringsprogramma verder te ontwikkelen en op te starten, en om bewustwordingscampagne over gezond en duurzaam voedsel te kunnen starten. De inschatting is dat dit neerkomt op de inzet van zes ton verspreid over 2 jaar, maar de precieze invulling hiervan wordt aan het college gelaten. Deze intensiveringen kunnen bekostiging vinden in de beschikbare extra coalitiemiddelen.

5. Planning en communicatie

Van belang is dat duurzaam voedsel integraal onderdeel wordt van de duurzaamheidsambities van de gemeente. Het college kan dit als eerste stap in de programmabrief van het najaar verankeren. Vervolgens kan het college in vervolg op de gemeentelijke voedselstrategie een uitvoeringsagenda ontwikkelen. Dit kan plaatsvinden in het voorjaar van 2020 en dit is ook het moment om breder te communiceren met burgers en bedrijven alsook met de metropoolregio, provincie en rijk. Een gerichte publiciteitscampagne vormt hier een onderdeel van.

6. Ontwerp-raadsbesluit

De gemeenteraad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen d.d. …, gezien het voorstel van Robert Barker (Partij voor de Dieren), Joris Wijsmuller (Haagse Stadspartij) en Janneke Holman (PvdA).

Besluit:

I. Duurzaam voedsel op te nemen als onderdeel van de duurzaamheidsambities;

II. In vervolg op de gemeentelijke voedselstrategie en in overleg met bewoners en ondernemers een uitvoeringsagenda te ontwikkelen waarin in ieder geval is opgenomen:

    a. Het verminderen van de ecologische voetafdruk, eiwittransitie, en het verduurzamen van voedselketens;

    b. Het stimuleren van initiatieven vanuit stad en omgeving op het gebied van duurzaam voedsel;

    c. Via duurzaamheidskringen met organisaties en horeca in overleg om een meer aantrekkelijk plantaardig menu op de kaart te zetten, de vleesconsumptie te verminderen en voedselverspilling tegen te gaan;

    d. Het stimuleren van gebruik van gezond, lokaal, seizoensgebonden en duurzaam geproduceerd voedsel in de zorg, bij scholen en andere partners van de gemeente;

    e. Het bevorderen van een gezonde voedselomgeving en stimuleren van gezonde voedselkeuze die bijdraagt aan het verminderen van gezondheidsverschillen en voedselarmoede;

    f. Stadslandbouw en andere voedselinitiatieven inzetten voor het versterken van sociale inclusiviteit;

    g. Het stimuleren, ondersteunen en faciliteren van duurzame voedselproductie en distributie in de regio, en het bevorderen van duurzame, eerlijke voedselketens;

    h. Het tegengaan van voedselverspilling en het composteren van organisch afval;

    III. In de uitvoeringsagenda met hetzelfde oogmerk ook acties binnen de gemeentelijke organisatie en op bijeenkomsten van de gemeente op te nemen, waaronder:

    a. Het stimuleren van plantaardig eten;

    b. Vegetarisch eten als standaard aan te bieden;

    c. Het aanbieden van gezond, lokaal, seizoensgebonden en duurzaam geproduceerd voedsel;

    d. Biologisch voedsel als standaard aan te bieden.

    IV. In het kader van de uitvoeringsagenda een bewustwordingscampagne te starten voor gezond, duurzaam en betaalbaar voedsel.

    V. De te ontwikkelen uitvoeringsagenda in het voorjaar van 2020 aan de raad aan te bieden;

    VI. Samenwerking binnen de metropoolregio, provincie en rijk op het gebied van duurzaam voedsel waar mogelijk te initiëren en te stimuleren.

    Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van … … … … … … … ….

    De griffier, De voorzitter,