Schrif­te­lijke vragen - Den Haag scoort slecht volgens Gemeen­te­lijke Duur­zaam­heids­index GDI-2015


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

De Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI-2015) is deze week verschenen. Deze index van Stichting Duurzame Samenleving heeft aan de hand van 24 indicatoren gemeten hoe duurzaam gemeenten zijn. Den Haag scoort op het gebied van duurzaamheid slecht in de regio. Ook presteert de gemeente van de vier grote steden het slechtst. De score toont aan dat Den Haag op veel punten aanzienlijk lager presteert dan de gemiddelde gemeente. Den Haag loopt vooral achter op de punten afvalscheiding, hernieuwbare energie, de CO2-uitstoot van verkeer, het aantal mensen met een minimum inkomen, veiligheid, gezondheid en het aantal inwoners dat sport. Volgens de Partij voor de Dieren wijst de index erop dat Den Haag er wat betreft duurzaamheid slecht voor staat en dat de gemeente zijn inspanningen om een duurzame stad te worden verder moet vergroten.

Onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:

1. Is het college bekend met het bericht “Den Haag scoort slecht in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex” en de slechte score van Den Haag?[1]

2. Wat is de reactie van het college op deze lage positie?

3. Welke verklaring heeft het college voor de lage score van Den Haag op de indicatoren afvalscheiding, natuur, minima, gezondheid, onderwijs, veiligheid, Hagenaars die sporten, de CO2-uitstoot van verkeer, de reguliere CO2 –uitstoot en hernieuwbare energie? Graag per punt een toelichting.

Over verschillende punten uit de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex verschijnen nieuwe beleidsplannen, zoals het Huishoudelijk Afvalplan, het Groen Beleidsplan, of zijn deze net verschenen, zoals het Actieplan Luchtkwaliteit.

4. Is het college bereid de scores op de betreffende punten uit de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex mee te nemen in het in het opstellen van nieuwe plannen en mee te nemen in de bespreking van de reeds verschenen beleidsplannen? Is het college bereid de huidige beleidsdoelstellingen en –maatregelen bij te stellen om de betreffende bovengenoemde scores te verbeteren?

Dit jaar zijn de koplopers in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex Staphorst, Zeewolde en Nunspeet. Zeewolde scoort al jaren hoog. De grootste vooruitgang is behaald door Ouder-Amstel, Renswoude en Woudenberg, vooral door verbeteringen op het gebied van energiebesparing, lucht en vervoerswijze.[2]

5. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat verbetering op de slecht scorende indicatoren noodzakelijk is? Wat gaat het college doen bij de verschijning van de nieuwe Gemeentelijke Duurzaamheidsindex hoger te scoren op bovenstaande punten? Graag per punt een toelichting.

6. Is het college bereid contact te zoeken met de 10 duurzaamste gemeenten van Nederland en te onderzoeken wat Den Haag kan leren van deze gemeenten? Zo nee, waarom niet?

[1] http://denhaagfm.nl/2015/10/16/den-haag-scoort-slecht-in-gemeentelijke-duurzaamheidsindex/;

[2] http://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/gemeenten-minder-duurzaam.9496652.lynkx

Antwoorddatum: 20 nov. 2015

De gemeenteraad,

Het raadslid mevrouw Teunissen heeft op 22 oktober 2015 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

De Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI-2015) is deze week verschenen. Deze index van Stichting Duurzame Samenleving heeft aan de hand van 24 indicatoren gemeten hoe duurzaam gemeenten zijn. Den Haag scoort op het gebied van duurzaamheid slecht in de regio. Ook presteert de gemeente van de vier grote steden het slechtst. De score toont aan dat Den Haag op veel punten aanzienlijk lager presteert dan de gemiddelde gemeente. Den Haag loopt vooral achter op de punten afvalscheiding, hernieuwbare energie, de CO2-uitstoot van verkeer, het aantal mensen met een minimum inkomen, veiligheid, gezondheid en het aantal inwoners dat sport. Volgens de Partij voor de Dieren wijst de index erop dat Den Haag er wat betreft duurzaamheid slecht voor staat en dat de gemeente zijn inspanningen om een duurzame stad te worden verder moet vergroten.

1. Is het college bekend met het bericht “Den Haag scoort slecht in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex” en de slechte score van Den Haag?1
Wij zijn bekend met het artikel en kennen de positie van Den Haag op die index.

2. Wat is de reactie van het college op deze lage positie?
Er bestaan meerdere duurzaamheidsmonitors en duurzaamheidsindexen, waar de GDI (een particulier initiatief) er één van is. De initiatiefnemers stellen zich ten doel om de ontwikkeling naar een duurzame samenleving te bevorderen. Het college onderschrijft dat doel.

Deze index is een middel om de mate van duurzaamheid te kunnen meten en vergelijkingen te kunnen maken en daarmee een van de middelen om aan dat doel bij te dragen. Maar in zo’n index schuilt ook meteen een valkuil: de betrekkelijke waarde van dit soort lijsten. Een stad is namelijk niet vergelijkbaar met een plattelandsgemeente en ook toevalligheden spelen een rol in de ranking. De positie is dus geen weergave van de gepleegde inspanning. Zoals de bijsluiter van de GDI voorschrijft: “De beschikbare data zijn nuttig als hulpmiddel om met elkaar in gesprek te gaan, de juiste maatregelen te treffen en om de vooruitgang te monitoren. Maar cijfers kunnen ook een eigen leven leiden en dat is nu juist niet de bedoeling. Data, de cijfers, zijn er voor mensen, niet omgekeerd.”


3. Welke verklaring heeft het college voor de lage score van Den Haag op de indicatoren afvalscheiding, natuur, minima, gezondheid, onderwijs, veiligheid, Hagenaars die sporten, de CO2-uitstoot van verkeer, de reguliere CO2 –uitstoot en hernieuwbare energie? Graag per punt een toelichting.

Deze index biedt ons de mogelijkheid om de vergelijking te maken met de andere grote steden. Onderstaand reageren wij per score indicator op die vergelijking.

Afvalscheiding: scheidingspercentage grof + fijn huishoudelijk afval. Landelijk doel: 60% in 2015, 75% in 2020. De afvalscheidingspercentages van Den Haag zijn vergelijkbaar met Amsterdam en Rotterdam. In het nieuwe Huishoudelijk Afvalplan worden de Haagse doelstellingen geformuleerd en de te nemen maatregelen.

Natuur: natuurkwaliteit van de landoppervlakte van een gemeente. Bron: CBS, PBL, Compendium voor de Leefomgeving Jaar: 2010 Doel: 15%. Voor de kwaliteit van landnatuur is nog niet veel lokale informatie per gemeente beschikbaar. Daarom is teruggevallen op landelijk gemiddelde getallen. Hierdoor is de uiteindelijke berekening van de natuurkwaliteit slechts een eerste benadering, die verdere verfijning behoeft. Den Haag scoort hier hoger dan de andere G4 steden.

Minima: percentage personen in particuliere huishoudens met een inkomen lager dan 105% van het sociaal minimum. Er blijkt een significante correlatie te bestaan tussen het percentage minima in een gemeente en het aantal inwoners. Den Haag scoort hier hetzelfde als Amsterdam en Rotterdam. Dit onderwerp is een belangrijk speerpunt van het college.

Gezondheid: percentage van de bevolking ouder dan 19 jaar met ernstig overgewicht.
Hiervoor zijn de gegevens afkomstig uit de Haagse Gezondheidsmonitor 2014 gebruikt met gebaseerd op gegevens uit 2012. De monitor geeft het percentage van de bevolking ouder dan 19 jaar weer dat ernstig overgewicht heeft (Body Mass Index >30 kg/m2). Het college besteedt met verschillende projecten veel aandacht aan dit onderwerp.

Onderwijs: percentage voortijdig schoolverlaters in voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (cijfers uit 2012.)
In grote steden, waar relatief veel leerlingen een achterstand hebben of worstelen met sociaal-maatschappelijke problemen, ligt het percentage voortijdig schoolverlaters consequent hoger dan het nationaal gemiddelde. Den Haag scoort op dit vlak iets beter dan Rotterdam en vergelijkbaar met Amsterdam en Utrecht. Elke leerling die van school gaat zonder diploma, zonder startkwalificatie, is er echter een teveel. Daarom is de vsv-aanpak een belangrijk speerpunt van dit college. Daarbij dient gezegd te worden dat het percentage voortijdig schoolverlaters in Den Haag de laatste jaren is gedaald.”

Veiligheid: Geregistreerde misdrijven per 1.000 inwoners.
De correlatie tussen het aantal geregistreerde misdrijven per 1.000 inwoners en het aantal inwoners laat een duidelijk stijgende trend zien bij toenemend aantal inwoners per gemeente. Met andere woorden: in grote steden gebeurt ook relatief meer dan in plattelandsgemeenten. Den Haag scoort daarbij beter dan Amsterdam en Rotterdam.
Veiligheid is al jaren een belangrijk speerpunt van het college. Dit resulteert in afnemende misdrijfcijfers volgens de politiestatistieken en een afnemend gevoel van onveiligheid en afnemend slachtofferschap volgens de landelijke veiligheidsmonitor.

Hagenaars die sporten: percentage van de bevolking ouder dan 19 jaar dat voldoet aan de NNGB norm.
In de duurzaamheidsindex zijn de gegevens van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) gebruikt, afkomstig uit de Gezondheidsmonitor 2012 van elke GGD. De NNGB geeft het percentage van de bevolking ouder dan 19 jaar weer dat tenminste 5 dagen per week matig intensief lichamelijk actief is. Deze norm gaat niet over sportdeelname, maar over lichamelijke activiteit in het kader van de gezondheid. Om de persoonlijke ontwikkeling van Hagenaars te meten op het gebied van sport gebruiken we in Den Haag, evenals in veel andere steden de RSO-vragenlijst (gestandaardiseerde vragenlijst Richtlijnen Sportdeelname). In 2014 is dit gemeten via het Stadspanel. Zo’n 67% van de Hagenaars tussen 16-70 jaar sport. In vergelijking met landelijke cijfers (Trendrapportage Bewegen en Gezondheid 2015 TNO) ligt dit op/boven het landelijke gemiddelde.

CO2-uitstoot van verkeer: de uitstoot van CO2 door wegverkeer excl. Autosnelwegen in ton CO2 per inwoner. (Bron: Klimaatmonitor Jaar: 2013)
Nadat het onderzoek is gepubliceerd, heeft nog een correctie plaatsgevonden. In die correctie is de score van Den Haag uitgekomen op 7,9 in plaats van de gepubliceerde 3,7. Den Haag scoort hier dus goed.

Reguliere CO2-uitstoot: de CO2 uitstoot van woningen en publieke dienstverlening in ton CO2 per inwoner (Bron: Klimaatmonitor Jaar: 2013).
De indicatorwaarde van Den Haag is vergelijkbaar met de andere G4 steden. Bovendien scoort zo’n 90% van de gemeenten in de bandbreedte tussen 2 en 3. Alle gemeenten met meer dan 250.000 inwoners scoren net als Den Haag tussen 2 en 2,5. We voeren, net als de andere G4 steden al jaren een actief klimaatbeleid.

Hernieuwbare energie: de productie van hernieuwbare energie in kWh per inwoner per jaar, omvattende warmte en elektriciteit voor alloceerbare locaties en vervoer, incl. meestook in centrales en excl. warmtewinning uit buitenlucht, geothermie en zonneboilers (Bron: Klimaatmonitor).
De top 10 is gevuld met gemeentes waar een afvalcentrale staat. 50% van het verbrandde afval is in de definitie van de overheid immers duurzaam. Den Haag heeft geen afvalverbranding. Wij hebben wel het hoogst aantal bewoners en bedrijven met een zonnestroom aansluiting.


Over verschillende punten uit de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex verschijnen nieuwe beleidsplannen, zoals het Huishoudelijk Afvalplan, het Groen Beleidsplan, of zijn deze net verschenen, zoals het Actieplan Luchtkwaliteit. Is het college bereid de scores op de betreffende punten uit de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex mee te nemen in het in het opstellen van nieuwe plannen en mee te nemen in de bespreking van de reeds verschenen beleidsplannen? Is het college bereid de huidige beleidsdoelstellingen en –maatregelen bij te stellen om de betreffende bovengenoemde scores te verbeteren?

De indicatoren uit de duurzaamheidsindex zijn gebaseerd op landelijke of gemeentelijke cijfers die algemeen bekend zijn en vanzelfsprekend als basis dienen voor de afzonderlijke gemeentelijke beleidsplannen. In de GDI zijn deze kengetallen omgerekend tot een cijfer tussen de 1 en de 10 met behulp van het door de stichting opgestelde formules. Het college baseert zich liever op de onderliggende basisgegevens omdat die ook iets over de geleverde inspanning zeggen.

Dit jaar zijn de koplopers in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex Staphorst, Zeewolde en Nunspeet. Zeewolde scoort al jaren hoog. De grootste vooruitgang is behaald door Ouder-Amstel, Renswoude en Woudenberg, vooral door verbeteringen op het gebied van energiebesparing, lucht en vervoerswijze.2

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat verbetering op de slecht scorende indicatoren noodzakelijk is? Wat gaat het college doen bij de verschijning van de nieuwe Gemeentelijke Duurzaamheidsindex hoger te scoren op bovenstaande punten? Graag per punt een toelichting.

Zoals aangegeven zegt een slechte score op een indicator niets over de geleverde inspanning. Den Haag heeft op basis van het coalitieakkoord haar duurzaamheidsbeleid vormgegeven. Met de daarvoor door uw raad beschikbaar gestelde middelen wordt daar zo hard mogelijk aan gewerkt. Zoals uit bovenstaande reactie op de indicator scores blijkt, scoort Den Haag vergelijkbaar met andere grote steden. Het college gaat haar beleid daarom niet aanpassen aan de scores uit de GDI of andere index. Een toelichting per punt is bij vraag 3 gegeven.

5. Is het college bereid contact te zoeken met de 10 duurzaamste gemeenten van Nederland en te onderzoeken wat Den Haag kan leren van deze gemeenten? Zo nee, waarom niet?

Nee, de 10 duurzaamste gemeenten zijn niet vergelijkbaar. We hebben intensief contact binnen de G4, werken daar samen en wisselen ervaringen uit. Via ons lidmaatschap van het Klimaatverbond houden we contact met de andere gemeenten.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

1 http://denhaagfm.nl/2015/10/16/den-haag-scoort-slecht-in-gemeentelijke-duurzaamheidsindex/;

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer