Raads­vragen Duiven sterven hongerdood


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Naar aanleiding van het bericht van de Haagse Dierenbescherming van vandaag over duiven die een langzame en pijnlijke dood zijn gestorven op het dak van de Haagse Bluf, stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

Inleiding
Op het dak van winkelgebied ‘Haagse Bluf’ in hartje Den Haag zijn deze week dode duiven aangetroffen in een vangkooi. De dieren die in de vangkooien terechtkwamen kregen geen water en voer. Ze stierven daardoor een langzame en pijnlijke hongerdood. Het ongediertebestrijdingsbedrijf dat de kooien heeft geplaatst, doet de kwestie af als ‘Een foutje’.

1. Is het college bekend met bovenstaand bericht?

2. Is het college bekend wie de opdrachtgever is voor het plaatsen van de vangkooien?

3. Klopt het dat KTT Ongediertebestrijding uit Den Haag verantwoordelijk is voor dit dierenleed? Zo ja, welke stappen gaat het college ondernemen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst niet meer voor kan komen?

4. Wanneer de opdracht tot het vangen van de duiven is gegeven door een bedrijf of particulier; is dit toegestaan? Zo ja, betekent dit dan dat stadsduiven vogelvrij zijn? Acht u dit een wenselijke situatie en hoe verhoudt zich dat tot de intrinsieke waarde van elk dier?

5. Bent u met mij van mening dat het onwenselijk is dat ieder bedrijf of particulier zomaar opdracht kan geven tot het wegvangen van dieren die vermeend overlast veroorzaken, terwijl de gemeente in haar beleid heeft vastgesteld dat de drietapsaanpak, van voorlichting, preventie en als laatste redmiddel bestrijding RIS 180652, de meest effectieve en diervriendelijke aanpak is?

6. Was de overlast bij de Haagse Bluf dermate ernstig dat direct tot het wegvangen van de duiven diende te worden overgegaan? Graag een toelichting.

7. Is het college met mij van mening dat het dierenwelzijn door deze vangactie ernstig is geschaad?

Het vangen en doden van duiven leidt niet tot een structurele oplossing van eventuele schade en overlast van stadsduiven. Het wegvangen en doden van duiven betekent alleen maar een open plaats die weer snel zal worden opgevuld door nieuwe exemplaren. Door een versnelde reproduktie van overgebleven vogels na het wegvangen kan de populatie stadsduiven zelfs groter worden dan vóór het wegvangen het geval was. Dit blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken van de Wetenschapswinkel Biologie te Utrecht, van Bureau Stadsnatuur Rotterdam, alsmede uit onderzoek van de Urban Wildlife Society.

8. Is het college ervan op de hoogte dat wegvangen van dieren die vermeende overlast veroorzaken zinloos is (zie bovenstaande toelichting), omdat de leeggekomen plaatsen snel weer zullen worden ingenomen door andere dieren en de populatie zelfs kan groeien door versnelde reproduktie?

Duiven die overlast veroorzaken kunnen het beste worden opgevangen in een til in de buurt van de overlastlocatie. Door de duiven daar te voeren en evt. eieren te vervangen door gipseieren kan de populatie onder controle gehouden worden.

9. Is het college met mij van mening dat preventieve maatregelen bij de bestrijding van overlast door duiven beter zullen werken dan het zinloos en met veel dierenleed gepaard gaande wegvangen van duiven?

10. Is het college bereid om in geval van een melding van overlast deze overlast aan te pakken met behulp van de drietrapsaanpak, zoals beschreven in het onderzoek naar aanleiding van de afdoening van de motie dierenoverlast?
Waarom is deze werkwijze bij de Haagse Bluf niet gevolgd?

11. Is het college bereid om een bemiddelende en adviserende rol te spelen bij een melding van overlast door een bedrijf of een particulier, waarbij de meest diervriendelijke methode zal worden aangeraden? Is het college met mij van mening dat de drietrapsaanpak daarbij maatgevend moet zijn?
Ook bij een melding door een bedrijf of particulier mag een dier immers in geen geval worden weggevangen of gedood wanneer niet eerst is geprobeerd de overlast te verminderen door voorlichting en preventie.
Op welke wijze gaat uw college bewerkstelligen dat bedrijven en particulieren zich aan deze werkwijze conformeren?

12. Is het college op de hoogte van meer meldingen van overlast in Den Haag door duiven? Zo ja, om hoeveel meldingen gaat het en waar bevinden zich deze locaties?

13. Gezien de actie op het dak van de Haagse Bluf wordt er kennelijk overlast ervaren door duiven. Hoe gaat u hier de drietrapsaanpak inzetten?

14. Bent u bereid om speciale voederplekken al dan niet in de vorm van duiventillen in Den Haag te plaatsen zodat de duivenpopulatie minder overlast veroorzaakt en ook gecontroleerd kan worden?

Jaarlijks verdwalen er in Nederland honderdduizenden postduiven tijdens dieronvriendelijke wedvluchten. Deze geringde duiven vestigen zich in steden en dorpen en zorgen aldaar voor ongeringde nakomelingen. Het percentage geringde duiven onder de stadsduiven varieert per stad en is mede afhankelijk van de vluchtroutes van wedstrijden met postduiven. In sommige steden bestaat zelfs wel 75% van de stadsduiven uit verdwaalde postduiven en alleen al op één locatie in Rotterdam worden per jaar meer dan 2000 verdwaalde postduiven aangetroffen.

15. Hoeveel postduivenhouders herbergt Den Haag?

16. Hoeveel verdwaalde postduiven met nakomelingen bevinden zich in Den Haag?

17. Hoe gaat het college deze ongewenste aanwas voorkomen? Graag een toelichting

18. Is het college bereid om de postduivenhouders die deelnemen aan wedstrijden en daardoor bijdragen aan de aanwas van de duivenpopulatie in Den Haag, te wijzen op hun verantwoordelijkheid al dan niet in de vorm van een financiële bijdrage aan de duiventil?

19. Is het college bereid om terughoudend te zijn bij het verlenen van vergunningen voor duiventillen van particulieren?

Met vriendelijke groet,

Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Gemeente Den Haag


Antwoorddatum: 21 jul. 2011

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 22 juli 2011 een brief met daarin negentien vragen aan
de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden
van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Op het dak van winkelgebied ‘Haagse Bluf’ in hartje Den Haag zijn deze week dode duiven
aangetroffen in een vangkooi. De dieren die in de vangkooien terechtkwamen kregen geen water en
voer. Ze stierven daardoor een langzame en pijnlijke hongerdood. Het ongediertebestrijdingsbedrijf
dat de kooien heeft geplaatst, doet de kwestie af als ‘Een foutje’.


1. Is het college bekend met bovenstaand bericht?
Ja.

2. Is het college bekend wie de opdrachtgever is voor het plaatsen van de vangkooien?
Nee.

3. Klopt het dat KTT Ongediertebestrijding uit Den Haag verantwoordelijk is voor dit dierenleed ?
Het college heeft vernomen dat dit bedrijf de vangkooi heeft geplaatst.

Zo ja, welke stappen gaat het college ondernemen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst niet
meer voor kan komen?
Het vangen van duiven met een vangkooi op particulier terrein is in beginsel toegestaan.

Indien daarbij een overtreding van de wet- en regelgeving ten aanzien van dierenwelzijn (in casu de
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren) plaatsvindt, zal de gemeente daarvan melding doen bij de
politie of de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. De gemeente heeft hierin geen specifieke
handhavende taak.
4. Wanneer de opdracht tot het vangen van de duiven is gegeven door een bedrijf of particulier; is
dit toegestaan? Zo ja, betekent dit dan dat stadsduiven vogelvrij zijn? Acht u dit een wenselijke
situatie en hoe verhoudt zich dat tot de intrinsieke waarde van elk dier?
Zie antwoord vraag 3.

5. Bent u met mij van mening dat het onwenselijk is dat ieder bedrijf of particulier zomaar opdracht
kan geven tot het wegvangen van dieren die vermeend overlast veroorzaken, terwijl de gemeente
in haar beleid heeft vastgesteld dat de drietrapsaanpak, van voorlichting, preventie en als laatste
redmiddel bestrijding RIS 180652, de meest effectieve en diervriendelijke aanpak is?
Zie antwoord op vraag 3.

6. Was de overlast bij de Haagse Bluf dermate ernstig dat direct tot het wegvangen van de duiven
diende te worden overgegaan? Graag een toelichting.
Zie antwoord op vraag 3.

7. Is het college met mij van mening dat het dierenwelzijn door deze vangactie ernstig is geschaad?
Zie antwoord op vraag 3.
Het vangen en doden van duiven leidt niet tot een structurele oplossing van eventuele schade en
overlast van stadsduiven. Het wegvangen en doden van duiven betekent alleen maar een open plaats
die weer snel zal worden opgevuld door nieuwe exemplaren. Door een versnelde reproduktie van
overgebleven vogels na het wegvangen kan de populatie stadsduiven zelfs groter worden dan
vóór het wegvangen het geval was. Dit blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken van de
Wetenschapswinkel Biologie te Utrecht, van Bureau Stadsnatuur Rotterdam, alsmede uit onderzoek
van de Urban Wildlife Society.

8. Is het college ervan op de hoogte dat wegvangen van dieren die vermeende overlast veroorzaken
zinloos is (zie bovenstaande toelichting), omdat de leeggekomen plaatsen snel weer zullen worden
ingenomen door andere dieren en de populatie zelfs kan groeien door versnelde reproduktie?
Het college is er van op de hoogte dat er een kans bestaat dat andere dieren gebruik gaan maken van
dezelfde habitat, als ze dat al niet deden.
Duiven die overlast veroorzaken kunnen het beste worden opgevangen in een til in de buurt van de
overlastlocatie. Door de duiven daar te voeren en evt. eieren te vervangen door gipseieren kan de
populatie onder controle gehouden worden.

9. Is het college met mij van mening dat preventieve maatregelen bij de bestrijding van overlast door
duiven beter zullen werken dan het zinloos en met veel dierenleed gepaard gaande wegvangen van
duiven?
In het geval van overlast door dieren in de openbare ruimte is het college voorstander van een aanpak
zoals beschreven in de afdoening van de motie dierenoverlast (RIS 180652): eerst voorlichting, dan
preventie en pas als laatste bestrijding. Overigens staat op de website van de gemeente Den Haag
informatie over de maatregelen die burgers en bedrijven kunnen treffen om vogeloverlast – ook door
duiven – tegen te gaan.

10. Is het college bereid om in geval van een melding van overlast deze overlast aan te pakken met
behulp van de drietrapsaanpak, zoals beschreven in het onderzoek naar aanleiding van de
afdoening van de motie dierenoverlast?
Ja.

Waarom is deze werkwijze bij de Haagse Bluf niet gevolgd?
Dierenoverlast in de openbare ruimte wordt door de gemeente aangepakt conform het beleid zoals
beschreven bij de afdoening van de motie dierenoverlast (RIS 180652). De gemeente is niet
verantwoordelijk voor acties van particulieren op eigen terrein.

11. Is het college bereid om een bemiddelende en adviserende rol te spelen bij een melding van
overlast door een bedrijf of een particulier, waarbij de meest diervriendelijke methode zal worden
aangeraden? Is het college met mij van mening dat de drietrapsaanpak daarbij maatgevend moet
zijn?
Nee, zie het antwoord op vraag 3. Op de website van de gemeente Den Haag staat informatie over de
maatregelen die burgers en bedrijven kunnen treffen om vogeloverlast tegen te gaan.

Ook bij een melding door een bedrijf of particulier mag een dier immers in geen geval worden
weggevangen of gedood wanneer niet eerst is geprobeerd de overlast te verminderen door
voorlichting en preventie. Op welke wijze gaat uw college bewerkstelligen dat bedrijven en
particulieren zich aan deze werkwijze conformeren?
Zie het antwoord op vraag 9.

12. Is het college op de hoogte van meer meldingen van overlast in Den Haag door duiven? Zo ja, om
hoeveel meldingen gaat het en waar bevinden zich deze locaties?
Klachten met betrekking tot de openbare ruimte worden geregistreerd in het Klachten- en
Meldingensysteem (KMS). Dit systeem heeft niet de mogelijkheid een selectie te maken op aard van
de klacht.

13. Gezien de actie op het dak van de Haagse Bluf wordt er kennelijk overlast ervaren door duiven.
Hoe gaat u hier de drietrapsaanpak inzetten?

De gemeente is niet verantwoordelijk voor acties van particulieren op eigen terrein.

14. Bent u bereid om speciale voederplekken al dan niet in de vorm van duiventillen in Den Haag te
plaatsen zodat de duivenpopulatie minder overlast veroorzaakt en ook gecontroleerd kan worden?
Nee, in de vorige collegeperiode is – in samenwerking met de Haagse Dierenbescherming en de
Haagse Vogelbescherming - gepoogd om geschikte locaties voor duiventillen te vinden. Het bleek niet
mogelijk om geschikte locaties te vinden op de plekken waar de overlast optreedt.
Jaarlijks verdwalen er in Nederland honderdduizenden postduiven tijdens dieronvriendelijke
wedvluchten. Deze geringde duiven vestigen zich in steden en dorpen en zorgen aldaar voor
ongeringde nakomelingen. Het percentage geringde duiven onder de stadsduiven varieert per stad en
is mede afhankelijk van de vluchtroutes van wedstrijden met postduiven. In sommige steden bestaat
zelfs wel 75% van de stadsduiven uit verdwaalde postduiven en alleen al op één locatie in Rotterdam
worden per jaar meer dan 2000 verdwaalde postduiven aangetroffen.

15. Hoeveel postduivenhouders herbergt Den Haag?
Daarover houdt de gemeente Den Haag geen cijfers bij.

16. Hoeveel verdwaalde postduiven met nakomelingen bevinden zich in Den Haag?
Daarover houdt de gemeente Den Haag geen cijfers bij.

17. Hoe gaat het college deze ongewenste aanwas voorkomen? Graag een toelichting.
De gemeente heeft geen taak op het vlak van de populatieregulering van verwilderde postduiven.

18. Is het college bereid om de postduivenhouders die deelnemen aan wedstrijden en daardoor
bijdragen aan de aanwas van de duivenpopulatie in Den Haag, te wijzen op hun
verantwoordelijkheid al dan niet in de vorm van een financiële bijdrage aan de duiventil?
Nee, zie het antwoord op vraag 14.

19. Is het college bereid om terughoudend te zijn bij het verlenen van vergunningen voor duiventillen
van particulieren?
Op duiventillen is het regime van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing.
De gemeente Den Haag onderscheidt twee categorieën: een sierduiventil en een postduivenhok. Een
aanvraag voor een sierduiventil wordt verleend indien het bouwwerk voldoet aan algemene
voorwaarden ten aanzien van omvang en uiterlijk.Een aanvraag voor een postduivenhok wordt per geval beoordeeld, omdat de situatie met betrekking
tot Welstand zeer locatiespecifiek is.


Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer