Raads­vragen over de effecten van de lucht­kwa­liteit op de gezondheid


Indiendatum: jan. 2012

Naar aanleiding van het bericht “Longpatiënt verlaat Randstad1”, stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

1. Kent het College het bericht “Longpatiënt verlaat Randstad”?
2. Zijn er signalen bij het college bekend van longpatiënten die door de hoge concentratie fijnstof Den Haag hebben moeten verlaten?
3. Hoe beoordeelt het College feit dat jaarlijks tientallen tot honderden mensen de Randstad verlaten vanwege de slechte luchtkwaliteit?
4. Is het College bekend met onderzoek dat aantoont dat fijnstof ook gezondheidseffecten heeft bij concentraties onder de wettelijke grenswaarde2?
5. Hoe oordeelt het College over het feit dat de gezondheidskundige advieswaarde voor fijnstof (PM10) van de WHO beduidend lager liggen dan de wettelijke grenswaarde3?
6. Hoe oordeelt het College over het feit dat de gezondheidskundige advieswaarde voor fijnstof (PM2,5) van de WHO twee keer zo laag is als de Europese grenswaarde die in 2015 van kracht wordt3?
7. Is het College bereid om landelijk aan te dringen op een aanscherping van de normen voor fijnstof?

Grootschalig Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat mensen die binnen 100 m van een snelweg of 50 m van een drukke stadsweg wonen, een 7% hogere kans hebben om vervroegd te overlijden aan een long- of hartziekte dan mensen die verder van de drukke weg wonen4. De Gezondheidsraad en het RIVM5 hebben dan ook vastgesteld dat wonen of naar school gaan nabij drukke wegen ongezonder is dan op grotere afstand van de weg en dat dit opgaat voor snelwegen, provinciale wegen en drukke binnenstedelijke wegen.

8. Kan het College aangeven hoeveel woningen er gelegen zijn binnen 100 m van een snelweg of 50 m van een drukke stadsweg6? Zo neen, kan het College dan een schatting geven?
9. Heeft het College gegevens over het voorkomen van hart- en longziektes in de nabijheid van drukke wegen? Zo neen, is het College bereid hier in samenwerking met zorgverleners of de GGD naar te kijken?
10. In de “Reactie van het College op het rapport van de Rekenkamer over luchtkwaliteit” staat dat het College nog kansen ziet om te kijken naar verbeteringen voor gevoelige bestemmingen zoals scholen en verzorginghuizen langs drukke wegen. Is hier inmiddels al meer duidelijkheid over? Om hoeveel locaties gaat dit en heeft het College hieromtrent al concrete plannen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
11. Klopt het dat de wettelijke grenswaarde voor fijnstof (PM10) gebaseerd zijn op een compromis tussen de haalbaarheid en bescherming van de gezondheid? Zo neen, waar is dat op gebaseerd?
12. Deelt het College de mening, mede in het licht van bovenstaande vragen, dat het gezondheidsniveau van omwonende nabij drukke wegen, onvoldoende gewaarborgd wordt met de huidige wettelijke grenswaarden? Zo ja, welke beleidsconclusies trekt het College hieruit? Zo neen, op welke wetenschappelijke inzichten baseert het College dit?

1 http://www.astmafonds.nl/nieuws/longpati-nt-verlaat-randstad
2http://www.rivm.nl/Onderwerpen/Onderwerpen/F/Fijn_stof
3 WHO. Air quality guidelines for particulate matter, ozone, nitrogen dioxide and sulphur dioxide, global update 2005, Geneva, 2006.
4 Beelen R., G. Hoek, P.A. van den Brandt et al. Long-term effects of traffic related air pollution on mortality in a Dutch cohort (NLCS-AIR study). Environmental Health Perspectives 116: p196-202, 2008
5 Gezondheidsraad. Advies aan de minister over Gevoelige Bestemmingen luchtkwaliteit. Publicatienummer 2008/09. Den Haag, 24 april 2008. Fischer, P., J. P. Wesseling, et al. Invloed van de afstand tot een drukke verkeersweg op de luchtkwaliteit en gezondheid: een quick scan. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Bilthoven, 2007
6 in onderzoeken gekwalificeerd als wegen met 10,000 mvh/24h6

Indiendatum: jan. 2012
Antwoorddatum: 15 mrt. 2012

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 10 januari 2012 een brief met daarin twaalf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

1. Kent het College het bericht “Longpatiënt verlaat Randstad”?

Ja.

2. Zijn er signalen bij het college bekend van longpatiënten die door de hoge concentratie fijnstof Den Haag hebben moeten verlaten?

Nee

3. Hoe beoordeelt het College feit dat jaarlijks tientallen tot honderden mensen de Randstad verlaten vanwege de slechte luchtkwaliteit?

Het is een feit dat de luchtkwaliteit op sommige plekken in Nederland minder goed is dan op andere plekken. Dit is bijvoorbeeld te zien op de kaarten op de website geodata.rivm.nl/gcn. Het is ook bekend dat longpatiënten extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. Het is daarom begrijpelijk dat sommige mensen de keus maken om op een plek met zo min mogelijk luchtverontreiniging te gaan wonen.

4. Is het College bekend met onderzoek dat aantoont dat fijnstof ook gezondheidseffecten heeft bij concentraties onder de wettelijke grenswaarde?

Ja, er is inderdaad geen grens bekend waaronder helemaal geen gezondheidseffecten optreden.

5. Hoe oordeelt het College over het feit dat de gezondheidskundige advieswaarde voor fijnstof (PM10) van de WHO beduidend lager liggen dan de wettelijke grenswaarde?

De WHO heeft voor PM10 de volgende richtlijnen (streefwaarden) opgesteld: 20 μg/m3 Jaargemiddelde; 50 μg/m3 daggemiddelde. De WHO heeft aangegeven dat acceptabele en haalbare waarden om de gezondheid zoveel mogelijk te beschermen afhankelijk zijn van lokale beperkingen, mogelijkheden en prioriteiten. De EU heeft op grond hiervan voor PM10 de volgende grenswaarden vastgesteld voor Nederland: 40 μg/m3 Jaargemiddelde; 50 μg/m3 daggemiddelde. Dit daggemiddelde mag maximaal 35 dagen per jaar overschreden worden. In onze stad liggen de jaargemiddelden op de meeste plaatsen iets boven de streefwaarde van de WHO, en overal ruim onder de EU-grenswaarde. De grenswaarde voor het daggemiddelde wordt niet overschreden jaar op de bekende NO2-knelpunten en -bijna-knelpunten (delen van Lekstraat, Neherkade, Raamweg en Vaillantlaan) nog wel benaderd. Het college richt zich op het behalen van de grenswaarden, maar erkent dat er ook onder de grenswaarden sprake kan zijn van gezondheidseffecten.

6. Hoe oordeelt het College over het feit dat de gezondheidskundige advieswaarde voor fijnstof (PM2,5) van de WHO twee keer zo laag is als de Europese grenswaarde die in 2015 van kracht wordt?

Zie ook vraag 5. Voor PM2,5 is de WHO-richtlijn 10 μg/m3 Jaargemiddelde. De EU-grenswaarde voor Nederland is 25 μg/m3 Jaargemiddelde (in 2015), en 20 μg/m3 (streefwaarde in 2020). De concentraties PM10 en het daarbinnen vallende PM2,5 hangen statistisch samen. Wanneer, zoals in Den Haag, de EU-grenswaarden voor PM10 niet worden overschreden, wordt de EU-grenswaarde voor PM2,5 ook niet overschreden.

7. Is het College bereid om landelijk aan te dringen op een aanscherping van de normen voor fijnstof?

Het college vindt het halen van de wettelijke grenswaarde vooralsnog voldoende. GGD en DSB zullen in 2012 samenwerken aan een voorstel voor een inzichtelijke maar ook gezondheidskundig relevante indicator “luchtkwaliteit en gezondheid”.

Grootschalig Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat mensen die binnen 100 m van een snelweg of 50 m van een drukke stadsweg wonen, een 7% hogere kans hebben om vervroegd te overlijden aan een long- of hartziekte dan mensen die verder van de drukke weg wonen4. De Gezondheidsraad en het RIVM5 hebben dan ook vastgesteld dat wonen of naar school gaan nabij drukke wegen ongezonder is dan op grotere afstand van de weg en dat dit opgaat voor snelwegen, provinciale wegen en drukke binnenstedelijke wegen.

8. Kan het College aangeven hoeveel woningen er gelegen zijn binnen 100 m van een snelweg of 50 m van een drukke stadsweg6? Zo neen, kan het College dan een schatting geven?

Deze cijfers worden in de loop van 2012 in kaart gebracht. In de voortgangsrapportage is door het college een nieuw actiepunt ‘gevoelige bestemmingen’ opgenomen in het Haagse luchtkwaliteitsbeleid. Dit actiepunt is een samenwerking tussen de Dienst Stadsbeheer en de GGD. Hierbij zal het aantal woningen en andere gevoelige bestemmingen zoals scholen, kindercentra, verpleeg- en verzorgingshuizen en ziekenhuizen langs snelwegen of drukke stadswegen nader in kaart worden gebracht. Hierbij wordt ook gekeken naar situaties langs drukke wegen waarbij wel aan de norm wordt voldaan. Vervolgens zal worden verkend of er reële mogelijkheden zijn om de blootstelling aan luchtverontreiniging in deze situaties te verminderen.

9. Heeft het College gegevens over het voorkomen van hart- en longziektes in de nabijheid van drukke wegen? Zo neen, is het College bereid hier in samenwerking met zorgverleners of de GGD
naar te kijken?

Nee, deze gegevens zijn op dit moment niet beschikbaar. In het kader van het genoemde actiepunt “gevoelige bestemmingen” (zie ook vraag 8) wordt wel door de GGD nagegaan in hoeverre het mogelijk en nuttig is om dit soort gegevens verder te onderzoeken.

10. In de “Reactie van het College op het rapport van de Rekenkamer over luchtkwaliteit” staat dat het College nog kansen ziet om te kijken naar verbeteringen voor gevoelige bestemmingen zoals
scholen en verzorginghuizen langs drukke wegen. Is hier inmiddels al meer duidelijkheid over? Om hoeveel locaties gaat dit en heeft het College hieromtrent al concrete plannen? Zo ja, welke?

Zo neen, waarom niet?

11. Klopt het dat de wettelijke grenswaarde voor fijnstof (PM10) gebaseerd is op een compromis tussen de haalbaarheid en bescherming van de gezondheid? Zo neen, waar is dat op gebaseerd?

Ja, zie vraag 6. Normen voor stoffen zonder risicodrempelwaarde (waarde waaronder geen gezondheidsklachten ontstaan) worden altijd vastgesteld door rekening te houden met gezondheidseffecten en maatschappelijke haalbaarheid en wenselijkheid.

12. Deelt het College de mening, mede in het licht van bovenstaande vragen, dat het gezondheidsniveau van omwonende nabij drukke wegen, onvoldoende gewaarborgd wordt met de huidige wettelijke grenswaarden? Zo ja, welke beleidsconclusies trekt het College hieruit? Zo neen, op welke wetenschappelijke inzichten baseert het College dit?

Nee, het college richt zich op het behalen van de grenswaarden, maar erkent dat er ook onder de grenswaarden sprake kan zijn van gezondheidseffecten. Om die reden is het actiepunt “gevoelige
bestemmingen” aan het Haagse luchtkwaliteitsbeleid toegevoegd.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer