Raads­vragen voeren en overlast dieren


Den Haag, 23 november 2011


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Naar aanleiding van de berichtgeving in het AD/Haagsche Courant d.d. 23 november 2011 “Ratten geven zich niet gewonnen”, stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

1) Bent u bekend met het bericht uit de AD/Haagsche Courant d.d. 23 november 2011 genaamd ”Ratten geven zich niet gewonnen”?

2) Klopt het dat de broodcontainer aan de Maartendijkslaan nog maar weinig worden gebruikt? Zo ja, wat is daar de reden van? Wat gaat de gemeente doen om ervoor zorg te dragen dat de broodcontainer wordt gebruikt zodat bewoners niet langer brood aan dieren geven?

3) Herkent het college zich in de opmerking van het wijkberaad Vrederust dat de broodcontainer niet vaak genoeg wordt geleegd, waardoor mensen brood ook op en om de container dumpen? Is het college bereid in overleg te treden met het wijkberaad om een oplossing te zoeken?

3) Op welke plaatsen zijn er nog meer broodcontainers geplaatst? Wordt er van deze broodcontainers voldoende gebruik gemaakt? Zo nee, wat gaat de gemeente doen om ervoor zorg te dragen dat de broodcontainer wordt gebruikt zodat bewoners niet langer brood aan dieren geven?

4) Hoe vaak worden de broodcontainers in Den Haag geleegd, hoeveel is er het afgelopen jaar opgehaald en wat is er met het brood gebeurd?

Het succes van dieren in de stad is mede te danken aan het ruime voedselaanbod mede door het feit dat mensen dieren bewust dan wel onbewust van voedsel voorzien. In het Onderzoek naar Dierenoverlast in Den Haag (RIS 180652) wordt terecht opgemerkt dat generiek gezegd kan worden dat sturing in de beschikbaarheid van voedsel en leefruimte het grootste effect zal hebben op de omvang van de populaties.
5) Klopt het dat er een rattenplaag is in Den Haag? Zo ja, in welke wijken is sprake van een plaag en welke omvang heeft deze plaag? Wat is de onderliggende oorzaak van deze rattenplaag? Op welke wijze wordt dit probleem aangepakt? Kan het college daarbij aangeven hoe het “nee, tenzij” principe daarin tot uiting is gekomen en hoe de werkwijze op grond van de drietrapsraket (1. Voorlichting 2. Preventie 3. Bestrijding) is vorm gegeven.

6) Op welke wijze vindt er op moment door de gemeente rattenbestrijding plaats? Hoeveel geld kost deze bestrijding?

Ten aanzien van ratten en muizen wordt in het Onderzoek naar Dierenoverlast in Den Haag (RIS 180652) gezegd dat er voorlichting wordt gegeven gericht op het niet voeren van dieren, en mogelijkheden ter preventie van overlast.
7) Op welke wijze wordt er voorlichting gegeven? Is deze voorlichtingsvorm effectief?
8) Met het oog op de mogelijke rattenplaag in Haagse wijken lijkt de voorlichting onvoldoende. Is het college bereid na te denken over een betere voorlichtingsvorm wat betreft voeren van in het wild levende dieren?

9) Kennelijk vindt er op dit moment reeds bestrijding plaats door Ongedierte MeldpuntTettero. Op welke manier probeert de gemeente particuliere ongediertebestrijders dezelfde lijn te laten volgen als de gemeente met name wat betreft de drietrapsraket en het nee-tenzij principe opdat er een structurele gezamenlijke aanpak en dus verbetering in de situatie ontstaat? Ziet het college de meerwaarde van een structurele gezamenlijke aanpak in het kader van deze problematiek? Graag een toelichting.

In het AD/Haagsche Courant geeft Ongedierte Meldpunt Tettero een zeer slechte tip. “Voer de vogels alleen ‘s morgens want dan hebben de vogels het meeste honger en eten ze alles meteen op.” Dit is natuurlijk een totaal ongewenste situatie en totaal verkeerde informatievoorziening naar de burger toe. Voeren in de ochtend is zeker geen garantie dat vogels het voer direct zullen opeten. Het risico is levensgroot dat er wel degelijk voer voor ratten en muizen zal blijven liggen. Door vogels - en dus indirect ook ratten en muizen bij te voeren - zullen deze dieren in het volgende jaar meer jongen voortbrengen omdat de vruchtbaarheid toeneemt. Daardoor heb je dus ook meer potentieel overlast van eenden, meeuwen, ganzen, ratten etcetera.
Daarnaast is brood zeer ongezonde voeding voor vogels en worden ze bovendien afhankelijk van deze vorm van voedselvoorziening door de mens. Het uitgangspunt zou moeten zijn “niet voeren in de openbare ruimte”.
10) Is het college het met mij eens dat deze “tip” van Ongedierte Meldpunt Tettero de overlast bestendigd? Graag een toelichting.

11) Is het college het met mij eens dat deze foute tip een rectificatie van de gemeente behoeft nu burgers de indruk krijgen dat voeren (zij het enkel in de ochtend) acceptabel is? Is het college het met mij eens dat de communicatie naar burgers toe wat dit betreft eenduidig moet zijn dat er niet gevoerd moet worden in de openbare ruimte? Is het college het met mij eens dat afstemming met particuliere ongediertebestrijders binnen de gemeente dan ook nodig is? Graag een toelichting.


Marieke de Groot
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 23 nov. 2011

Den Haag, 10 januari 2012
Inzake: Voeren en overlast dieren
De gemeenteraad
Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 23 november 2011 een brief met daarin twaalf vragen
aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde
voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als
volgt.
1. Bent u bekend met het bericht uit de AD/Haagsche Courant d.d. 23 november 2011 genaamd ”Ratten geven zich niet gewonnen”?
Ja.

2. Klopt het dat de broodcontainer aan de Maartensdijklaan nog maar weinig worden gebruikt? Zo ja, wat is daar de reden van? Wat gaat de gemeente doen om ervoor zorg te dragen dat de
broodcontainer wordt gebruikt zodat bewoners niet langer brood aan dieren geven? De broodcontainer is geplaatst op initiatief van de woningcorporatie Vestia. Het is bij de gemeente
niet bekend in welke mate er gebruik wordt gemaakt van de broodcontainer. Wij zullen er bij Vestia op aandringen dat zij hun bewoners gaan motiveren om (nog) meer gebruik te maken van de
broodcontainer.

3. Herkent het college zich in de opmerking van het wijkberaad Vrederust dat de broodcontainer niet vaak genoeg wordt geleegd, waardoor mensen brood ook op en om de container dumpen? Is het college bereid in overleg te treden met het wijkberaad om een oplossing te zoeken?

De broodcontainer wordt één keer per week geleegd. Het stadsdeel Escamp gaat deze locatie de komende tijd monitoren. Als blijkt dat hier sprake is van een structureel probleem, dan zal het
stadsdeel in samenspraak met de bewonersorganisatie hiervoor een oplossing zoeken.

4. Op welke plaatsen zijn er nog meer broodcontainers geplaatst? Wordt er van deze broodcontainers voldoende gebruik gemaakt? Zo nee, wat gaat de gemeente doen om ervoor zorg
te dragen dat de broodcontainer wordt gebruikt zodat bewoners niet langer brood aan dieren geven?

In Den Haag heeft de gemeente broodcontainers geplaatst in de:
- Herman Costerstraat, op terrein stadsboerderij Woelige Stal;
- Ketelstraat, hoek Stuwstraat;
- Tenierplantsoen, naast stadsboerderij de Schildershoeve;
- Stuwstraat, naast stadsboerderij de Molenweide.
Van deze broodcontainers wordt voor zover ons bekend voldoende gebruik gemaakt.

Daarnaast is in de Ulenpasstraat 42, bij het tehuis voor geestelijke gezondheidszorg, ook een broodcontainer geplaatst. Op initiatief van bewoners en met ondersteuning van woningcorporatie
Steadion is op de Gaarde / Vrederustlaan, Ambachtsgaarde en in de Zwaardvegersgaard / Erasmusweg
een broodcontainer geplaatst.

5. Hoe vaak worden de broodcontainers in Den Haag geleegd, hoeveel is er het afgelopen jaar opgehaald en wat is er met het brood gebeurd?

De door de gemeente geplaatste broodcontainers worden twee keer per week geleegd en een keer per week schoongemaakt. Vervolgens worden de broodresten verwerkt tot compost. De broodcontainers in Escamp worden wekelijks gelijktijdig met het GFT afval geleegd.
Het succes van dieren in de stad is mede te danken aan het ruime voedselaanbod mede door het feit dat mensen dieren bewust dan wel onbewust van voedsel voorzien. In het Onderzoek naar
Dierenoverlast in Den Haag (RIS 180652) wordt terecht opgemerkt dat generiek gezegd kan worden dat sturing in de beschikbaarheid van voedsel en leefruimte het grootste effect zal hebben op de omvang van de populaties.

6. Klopt het dat er een rattenplaag is in Den Haag? Zo ja, in welke wijken is sprake van een plaag en welke omvang heeft deze plaag? Wat is de onderliggende oorzaak van deze rattenplaag? Op welke wijze wordt dit probleem aangepakt? Kan het college daarbij aangeven hoe het “nee, tenzij” principe daarin tot uiting is gekomen en hoe de werkwijze op grond van de drietrapsraket (1.
Voorlichting 2. Preventie 3. Bestrijding) is vorm gegeven.

Voor zover bekend is, is er geen rattenplaag in Den Haag. Conform de beleidslijn is opgetreden naar aanleiding van meldingen over enkele locaties in Scheveningen en Laak. In Scheveningen betrof het de Suezkade/Conradkade, de haven en de Nieboerweg. In Laak is het afgelopen jaar na meldingen van bewoners twee keer extra ingezet in de Stieltjesstraat en bij de Laakweg/Laakkade. De oorzaak is een combinatie van voedsel op straat, huisvuil en de sloten die naast genoemde straten liggen. In deze gevallen is de HMS ingezet om ongedierte op straat te bestrijden. In Laak zijn recent 14 extra rattenboxen bijgeplaatst. Volgens de bewoners worden er minder ratten gesignaleerd.
Via de website Den Haag.nl wordt er voorlichting gegeven. Ook wordt op bewonersavonden bij vragen informatie gegeven. Bewoners kunnen via de website hun melding over ratten in de openbare ruimte direct aan de HMS doorgeven die vervolgens de melding naloopt, bewoners advies geeft en de ratten bestrijdt. Bovendien monitort de HMS de geplaatste boxen.
Wij verwachten dat met de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (orac’s) en het afnemen van de huisvuilzak op straat het voedselaanbod zal teruglopen.
7. Op welke wijze vindt er op moment door de gemeente rattenbestrijding plaats? Hoeveel geld kost deze bestrijding?

Zoals wij in de afdoening Motie Dierenoverlast (RIS 177566), de nota Dierenwelzijn Den Haag (RIS 181354a) en het Onderzoek naar dierenoverlast (RIS180652) hebben aangegeven, is en blijft ons beleid gericht op het nee-tenzij principe. Zie ook de beantwoording van vraag 6. Voor de ongediertebestrijding waaronder rattenbestrijding is in 2011 € 169.000,00 beschikbaar.
Ten aanzien van ratten en muizen wordt in het Onderzoek naar Dierenoverlast in Den Haag (RIS 180652) gezegd dat er voorlichting wordt gegeven gericht op het niet voeren van dieren, en
mogelijkheden ter preventie van overlast.

8. Op welke wijze wordt er voorlichting gegeven? Is deze voorlichtingsvorm effectief?

Zie beantwoording van vraag 6.

9. Met het oog op de mogelijke rattenplaag in Haagse wijken lijkt de voorlichting onvoldoende. Is het college bereid na te denken over een betere voorlichtingsvorm wat betreft voeren van in het
wild levende dieren?

Dit is niet aan de orde. Er is geen sprake van een rattenplaag en zien daarom geen aanleiding de huidige voorlichting volgens het nee-tenzij principe aan te passen.

10. Kennelijk vindt er op dit moment reeds bestrijding plaats door Ongedierte Meldpunt Tettero. Op welke manier probeert de gemeente particuliere ongediertebestrijders dezelfde lijn te laten volgen als de gemeente met name wat betreft de drietrapsraket en het nee-tenzij principe opdat er een structurele gezamenlijke aanpak en dus verbetering in de situatie ontstaat? Ziet het college de meerwaarde van een structurele gezamenlijke aanpak in het kader van deze problematiek? Graag
een toelichting.

De commerciële bestrijders hebben geen rol in de openbare ruimte. Zie verder beantwoording vraag 9.
In het AD/Haagsche Courant geeft Ongedierte Meldpunt Tettero een zeer slechte tip. “Voer de vogels alleen ‘s morgens want dan hebben de vogels het meeste honger en eten ze alles meteen op.” Dit is natuurlijk een totaal ongewenste situatie en totaal verkeerde informatievoorziening naar de burger toe. Voeren in de ochtend is zeker geen garantie dat vogels het voer direct zullen opeten. Het risico is levensgroot dat er wel degelijk voer voor ratten en muizen zal blijven liggen.

Door vogels - en dus indirect ook ratten en muizen bij te voeren - zullen deze dieren in het volgende jaar meer jongen voortbrengen omdat de vruchtbaarheid toeneemt.
Daardoor heb je dus ook meer potentieel overlast van eenden, meeuwen, ganzen, ratten etcetera. Daarnaast is brood zeer ongezonde voeding voor vogels en worden ze bovendien afhankelijk van deze vorm van voedselvoorziening door de mens. Het uitgangspunt zou moeten zijn “niet voeren in de openbare ruimte”.
11. Is het college het met mij eens dat deze “tip” van Ongedierte Meldpunt Tettero de overlast bestendigd? Graag een toelichting.

Deze tip past niet in ons beleid om het zwerfvuil in de stad te verminderen.

12. Is het college het met mij eens dat deze foute tip een rectificatie van de gemeente behoeft nu burgers de indruk krijgen dat voeren (zij het enkel in de ochtend) acceptabel is? Is het college het
met mij eens dat de communicatie naar burgers toe wat dit betreft eenduidig moet zijn dat er niet gevoerd moet worden in de openbare ruimte? Is het college het met mij eens dat afstemming met
particuliere ongediertebestrijders binnen de gemeente dan ook nodig is? Graag een toelichting.

Nee, de tijd die is verstreken sinds de publicatie van het artikel is te groot om met rectificatie nog effect te hebben. de genoemde tip staat niet vermeld op de gemeentelijke website. Daarmee wordt aangegeven dat de gemeente de werkwijze niet ondersteunt. De tip is geen reden om tot afstemming te komen met de bedrijven die ongedierte bestrijden.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer