22 apr. 2025
Schriftelijke vragen Konijnen in de knel
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Staatsbosbeheer heeft in februari van 2025 een artikel geschreven, getiteld “Duinen en konijnen: een perfect duo”. [1] In dit artikel wordt de belangrijke rol van konijnen voor het natuurbeheer en het ecosysteem van de duinen benadrukt. De konijnenpopulaties zijn aan het krimpen, mede vanwege ziektes maar ook vanwege een teveel aan stikstofneerslag.
Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robin Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:
- Is het college bekend met het artikel van Staatsbosbeheer?
- Herkent het college de signalen van een krimpende konijnenpopulatie in de context van de Haagse duinen?
- Heeft het college informatie over de oorzaken van het krimpen van de konijnenpopulatie in de Haagse duinen? Zo ja, welke maatregelen worden er genomen om deze oorzaken aan te pakken? Zo nee, is het college bereid om onderzoek te doen naar deze oorzaken?
Wilde konijnen zijn voornamelijk te vinden in zandgebieden, omdat er hier goed gegraven kan worden. Dit zorgt niet alleen voor hun holen en burchten, maar is ook goed voor de zandverstuiving die essentieel is voor het voortbestaan van de Haagse duinen. Ook vormen oude holen een basis voor broedplaatsen van beschermde vogelsoorten, zoals de tapuiten en bergeenden. De krimpende konijnenpopulatie zorgt er niet alleen voor dat de tapuiten en bergeenden minder broedplaatsen hebben [2], maar ook dat predatoren, zoals de blauwe kiekendief, de hermelijn en de vos niet meer op het konijn kunnen jagen.
- Erkent het college de noodzaak van konijnen als natuurlijke natuurbeheerders binnen het duinlandschap?
- Erkent het college de noodzaak van konijnen voor het voortbestaan van andere beschermde diersoorten zoals de tapuit en de bergeend?
- Heeft het college informatie over de populaties, voornamelijk de broedplaatsen en omvang, van de tapuit en de bergeend? Zo ja, kan het college deze informatie delen met de raad?
- Heeft het college informatie over de populaties, voornamelijk de omvang en locaties, van de hierboven genoemde predatoren van konijnen? Zo ja, kan het college deze informatie delen met de raad?
- Wat voor verbanden ziet het college tussen de krimpende konijnenpopulatie, de krimpende tapuiten- en bergeendenpopulatie en de mogelijke krimp van predatoren van konijnen?
Naast graven zijn konijnen ook erg actief met grazen in de duinen. Konijnen eten kruidige plantjes, jonge grassen en kiemplantjes. Deze grassen en duindoorn overwoekeren snel en verdringen andere bloemrijke vegetaties [3]. Doordat er minder konijnen zijn, worden deze planten niet snel genoeg gegeten. Dit resulteert in minder insecten en dus minder insectenetende vogels. Bovendien leggen de grassoorten en duindoorn het zand vast en kunnen de konijnen de vergroeide grassen niet verteren. Met dichte begroeiing en minder korte vegetaties wordt het konijnen moeilijker gemaakt om te overleven. Een teveel aan stikstofneerslag heeft dit effect alleen maar versterkt. Doordat het zand vast komt te liggen door de vergroeide grassen, komt er veel minder kalkrijk zand in het duingebied. Dit heeft verdere negatieve gevolgen voor het ecosysteem.
- Ziet het college in dat de krimpende konijnenpopulatie resulteert in vergroeide grassen, waardoor het duinzand vast komt te liggen met alle gevolgen van dien?
- Heeft het college zicht op de vegetatie in de duinen die geschikt zijn voor konijnen? En zijn er vanuit de gemeente maatregelen om deze vegetatie te onderhouden, zodat de vegetatie eetbaar is voor konijnen?
- Heeft het college zicht op de effecten van stikstofneerslag op de flora en fauna van de duinen, en dan specifiek op de konijnenpopulatie en hun voedselbronnen? Zo ja, kan het college deze informatie delen met de raad?
Ook ziektes dragen bij aan de sterke afname van de konijnenpopulatie. Ziektes zoals de Rabbit Haemorrhagic Diseases (RHD1&2) en Myxomatose zorgen ervoor dat binnen een aantal jaren hele konijnenpopulaties weggevaagd worden.
- Is het college bekend met de gezondheid van de konijnenpopulaties in de Haagse duinen, en dan specifiek over de mogelijke aanwezigheid van ziektes binnen de populaties? Graag een toelichting.
- Wat voor maatregelen kunnen wij als gemeente nemen om de gezondheid van de Haagse wilde konijnenpopulatie te vergroten?
Staatsbosbeheer heeft drie opties [1] om de konijnenpopulaties terug te brengen naar de oorspronkelijke grootte. Als er nog konijnen leven, is de beste manier om te proberen het gebied zo te verbeteren dat de populatie weer groeit.
- Hoe kijkt het college naar de drie opties die Staatsbosbeheer aandraagt? Graag een toelichting.
- Hoe is de zoogdiervereniging betrokken bij het beschermen en vergroten van de konijnenpopulatie in de Haagse duinen?
- Hoe gaat het college het leefgebied van de wilde konijnenpopulatie in de Haagse duinen versterken en beschermen?
Robin Smit
Partij voor de Dieren
[3]
Het raadslid de heer Smit heeft op 22 april 2025 een brief met daarin zestien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.
Staatsbosbeheer heeft in februari van 2025 een artikel geschreven, getiteld “Duinen en konijnen: een perfect duo”. In dit artikel wordt de belangrijke rol van konijnen voor het natuurbeheer en het ecosysteem van de duinen benadrukt. De konijnenpopulaties zijn aan het krimpen, mede vanwege ziektes maar ook vanwege een teveel aan stikstofneerslag.
- Is het college bekend met het artikel van Staatsbosbeheer?
Het college is hiermee bekend.
- Herkent het college de signalen van een krimpende konijnenpopulatie in de context van de Haagse duinen?
De konijnenpopulatie in de Haagse duinen wordt al sinds 2006, in het kader van het landelijke Meetprogramma Dagactieve Zoogdieren Konijnentellingen, gemonitord. Zoals vermeld in de Haagse groenmonitor (RIS320641) van 26 november 2024, is met name sinds 2017 de populatie behoorlijk afgenomen. Voor meer detailinformatie wordt verwezen naar de Haagse groenmonitor.
- Heeft het college informatie over de oorzaken van het krimpen van de konijnenpopulatie in de Haagse duinen? Zo ja, welke maatregelen worden er genomen om deze oorzaken aan te pakken? Zo nee, is het college bereid om onderzoek te doen naar deze oorzaken?
Zoals vermeld in de Haagse groenmonitor en het artikel van Staatsbosbeheer, heeft de Haagse konijnenpopulatie, net als in een groot deel van de rest van Nederland, sterk te lijden onder virusinfecties en predatie door de vos. Een gezonde konijnenpopulatie is tevens afhankelijk van voldoende jong en kort gras. Een voldoende grote konijnenpopulatie in een duingebied zorgt zelf voor kort gras. Met de huidige populatiegrootte lukt dit niet meer. Met het - conform het vigerende provinciale Natura 2000-beheerplan - inzetten van grote grazers in de duinen, die gras korter houden, wordt dus ook de lokale konijnenpopulatie ondersteund.
Wilde konijnen zijn voornamelijk te vinden in zandgebieden, omdat er hier goed gegraven kan worden. Dit zorgt niet alleen voor hun holen en burchten, maar is ook goed voor de zandverstuiving die essentieel is voor het voortbestaan van de Haagse duinen. Ook vormen oude holen een basis voor broedplaatsen van beschermde vogelsoorten, zoals de tapuiten en bergeenden. De krimpende konijnenpopulatie zorgt er niet alleen voor dat de tapuiten en bergeenden minder broedplaatsen hebben, maar ook dat predatoren, zoals de blauwe kiekendief, de hermelijn en de vos niet meer op het konijn kunnen jagen.
- Erkent het college de noodzaak van konijnen als natuurlijke natuurbeheerders binnen het duinlandschap?
Ja. Er is in Nederland een brede consensus dat het konijn een belangrijke rol vervult binnen de West-Europese duinecosystemen.
- Erkent het college de noodzaak van konijnen voor het voortbestaan van andere beschermde diersoorten zoals de tapuit en de bergeend?
Ja. Zowel tapuit als bergeend broeden in holen en zijn voor de beschikbaarheid van holen sterk afhankelijk van het konijn.
- Heeft het college informatie over de populaties, voornamelijk de broedplaatsen en omvang, van de tapuit en de bergeend? Zo ja, kan het college deze informatie delen met de raad?
Binnen de gemeentegrens van Den Haag zijn beide soorten niet als broedvogel aanwezig. Naast een eventueel tekort aan geschikte broedplaatsen, geldt voor het Westduinpark dat voor tapuit de recreatiedruk veel te hoog is. Dit is vrijwel zeker ook het geval voor bergeend. Voor de laatste soort ontbreken ook de juiste foerageer- en opgroeimogelijkheden voor de jongen.
- Heeft het college informatie over de populaties, voornamelijk de omvang en locaties, van de hierboven genoemde predatoren van konijnen? Zo ja, kan het college deze informatie delen met de raad?
Hoewel het college niet beschikt over exacte gegevens omtrent de omvang en locaties van deze predatoren, kan er op basis van algemene informatie wel een goed beeld worden geschetst van de lokale situatie. De vos wordt op tal van plekken in het duin en de stad gesignaleerd en is door zijn aanwezigheid eerder een belemmering voor de populatieontwikkeling van het konijn dan andersom. Hermelijn leeft in de meer vochtige landschappen en wordt uit de regio gemeld uit de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder, de Nieuwe Driemanspolder en uit de veenweidegebieden rond Delft. De blauwe kiekendief ten slotte, is een in Nederland zeer zeldzame broedvogel die uitsluitend in Noord-Nederland broedt.
- Wat voor verbanden ziet het college tussen de krimpende konijnenpopulatie, de krimpende tapuiten- en bergeendenpopulatie en de mogelijke krimp van predatoren van konijnen?
Dit verband is voor het Haagse grondgebied niet aan de orde. Zie de antwoorden op de vragen 6 en 7.
Naast graven zijn konijnen ook erg actief met grazen in de duinen. Konijnen eten kruidige plantjes, jonge grassen en kiemplantjes. Deze grassen en duindoorn overwoekeren snel en verdringen andere bloemrijke vegetaties. Doordat er minder konijnen zijn, worden deze planten niet snel genoeg gegeten. Dit resulteert in minder insecten en dus minder insectenetende vogels. Bovendien leggen de grassoorten en duindoorn het zand vast en kunnen de konijnen de vergroeide grassen niet verteren. Met dichte begroeiing en minder korte vegetaties wordt het konijnen moeilijker gemaakt om te overleven. Een teveel aan stikstofneerslag heeft dit effect alleen maar versterkt. Doordat het zand vast komt te liggen door de vergroeide grassen, komt er veel minder kalkrijk zand in het duingebied. Dit heeft verdere negatieve gevolgen voor het ecosysteem.
- Ziet het college in dat de krimpende konijnenpopulatie resulteert in vergroeide grassen, waardoor het duinzand vast komt te liggen met alle gevolgen van dien?
De beperkte aanwezigheid van het konijn in het duin is een van oorzaken van de verstruweling van de duinen.
- Heeft het college zicht op de vegetatie in de duinen die geschikt zijn voor konijnen? En zijn er vanuit de gemeente maatregelen om deze vegetatie te onderhouden, zodat de vegetatie eetbaar is voor konijnen?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 3.
- Heeft het college zicht op de effecten van stikstofneerslag op de flora en fauna van de duinen, en dan specifiek op de konijnenpopulatie en hun voedselbronnen? Zo ja, kan het college deze informatie delen met de raad?
Dergelijke specifieke, gekwantificeerde informatie is niet beschikbaar. In zijn algemeenheid is er in Nederland een brede consensus over het gegeven dat een verhoogde stikstofdepositie in de duinen leidt tot verruiging en daarmee tot een afname van habitatgeschiktheid voor het konijn. Ook ziektes dragen bij aan de sterke afname van de konijnenpopulatie. Ziektes zoals de Rabbit Haemorrhagic Diseases (RHD1&2) en Myxomatose zorgen ervoor dat binnen een aantal jaren hele konijnenpopulaties weggevaagd worden.
- Is het college bekend met de gezondheid van de konijnenpopulaties in de Haagse duinen, en dan specifiek over de mogelijke aanwezigheid van ziektes binnen de populaties? Graag een toelichting.
Er is, voor zover het college heeft kunnen nagaan, geen onderzoek uitgevoerd naar de veterinaire gezondheid van de konijnenpopulatie in Den Haag. In zijn algemeenheid geldt dat binnen de Nederlandse konijnenpopulatie het RDH-virus nog steeds rondgaat. Dit virus, wat zorgt voor een sterftecijfer van 70-90%, muteert relatief snel, waardoor er telkens nieuwe varianten ontstaan en resistentie onder konijnen nauwelijks ontwikkelt. Een recente bedreiging komt van een hazenmyxomatose, die ook konijnen infecteert.
- Wat voor maatregelen kunnen wij als gemeente nemen om de gezondheid van de Haagse wilde konijnenpopulatie te vergroten?
Afgezien van de begrazing in het Westduinpark, waarmee het college direct de habitatgeschiktheid van de duinen voor het konijn vergroot, ziet het college vooralsnog geen andere mogelijkheden om de wilde konijnenpopulatie in de duinen te doen toenemen. Het is niet mogelijk om ziektes buiten de deur te houden en het college is geen voorstander van predatiebeperkende maatregelen, zoals jacht. Ten aanzien van het introduceren van konijnen van elders, volgt het college het OBN-werkprotocol Konijnen uitzetten voor populatieherstel, dat stelt dat wanneer en nog konijnen aanwezig zijn, er primair ingezet moet worden op habitatherstel. Opgemerkt wordt dat de maatregelen voor het stimuleren van de konijnenpopulatie in de duinen moet volgen uit een Natura 2000-beheerplan en binnen de kaders van dat plan moet plaats vinden. Vanuit de Natura 2000-beheeropgave wordt sterk ingezet op het verwijderen van exoten uit het duingebied, wat op de langere termijn het duinhabitat geschikter maakt voor het konijn. Voor de periode 2025–2028 is voor het Westduinpark een budget ter grootte van 1 miljoen beschikbaar, wat grotendeels besteed wordt aan het verwijderen van exoten en het optimaliseren van begrazing.
Staatsbosbeheer heeft drie opties om de konijnenpopulaties terug te brengen naar de oorspronkelijke grootte. Als er nog konijnen leven, is de beste manier om te proberen het gebied zo te verbeteren dat de populatie weer groeit.
- Hoe kijkt het college naar de drie opties die Staatsbosbeheer aandraagt? Graag een toelichting.
Het college zet reeds in op habitatherstel en is vooralsnog geen voorstander van het bijplaatsen van konijnen in een bestaande populatie. Het bijplaatsen geeft, vanwege het sociale gedrag van konijnen, stress onder de dieren die er nog zijn. De overlevingskans van de bestaande populatie neemt daardoor af. In de Haagse duinen zijn geen deelgebieden zonder konijnen aanwezig, waarmee ook de optie van herintroductie niet aan de orde is.
- Hoe is de zoogdiervereniging betrokken bij het beschermen en vergroten van de konijnenpopulatie in de Haagse duinen?
Het college werkt mee aan het Meetprogramma Dagactieve Zoogdieren Konijnentellingen, dat door de zoogdierverenging wordt gecoördineerd. Verdere betrokkenheid vanuit de zoogdiervereniging is niet aan de orde.
- Hoe gaat het college het leefgebied van de wilde konijnenpopulatie in de Haagse duinen versterken en beschermen?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 13.
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
Ilma Merx Jan van Zanen