Schrif­te­lijke vragen proef met legale parti­cu­liere canna­bis­kweek


Geachte voorzitter,

De gemeente Utrecht heeft bij het Ministerie van Volksgezondheid ontheffing aangevraagd om een experiment te starten waarbij volwassenen via een gesloten clubmodel recreatief cannabis kunnen gebruiken en telen[1].

Het doel van het initiatief is om onnodige gezondheidsschade door onverantwoord cannabisgebruik tegen te gaan. Het gaat om een kleinschalig initiatief waarin de leden, voor eigen recreatief gebruik, door de club op verantwoorde, controleerbare manier geteelde cannabis gebruiken. Inmiddels is de stichting Social Cannabis Club Domstad (SCCD) opgericht. Als eerste stap dienen zij nu een aanvraag in ter verkrijging van een ontheffing van de verboden opgenomen in de Opiumwet. Deze ontheffing is nodig om te voorkomen dat wordt gehandeld in strijd met het verbod om cannabis te telen, zoals de Opiumwet nu nog bepaalt. Met deze ontheffing in de hand levert het telen van cannabis geen strafbaar feit op en kunnen de club noch de leden vervolgd worden door het Openbaar Ministerie.

Omdat het gaat om het vermijden van onnodige gezondheidsschade haalt de Social Cannabis Club Domstad (SCCD) met een ontheffing het hele proces van kweek tot en met kleinschalig recreatief gebruik uit de sfeer van het strafrecht. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat sinds ruim dertig jaar ten grondslag ligt aan het Nederlandse drugsbeleid. De gemeente Utrecht zal toezien op de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de locatie.

Inmiddels heeft staatssecretaris van Rijn via de pers laten weten dat hij het initiatief weinig kans geeft[2]. GroenLinks, PvdA, D66, HSP en de Partij voor de Dieren vinden dit echter een zeer interessant initiatief en wil daarom onder vermelding van artikel 38 van het reglement van orde de volgende vragen stellen.

1. Is het college het met GroenLinks, PvdA, D66, HSP en PvdD eens dat de Utrechtse proef waarbij een ontheffing van de Opiumwet is aangevraagd voor het kweken en recreatief gebruiken van cannabis door een speciaal opgerichte vereniging ook in Den Haag navolging verdient? Graag een nadere toelichting.

2. Is het college bereid om de door Utrecht aangevraagde ontheffing van de Opiumwet voor deze proef te ondersteunen door een beroep op de minister van volksgezondheid te doen deze goed te keuren zodat ook andere gemeenten in het land kunnen leren van de uitkomsten? Graag een nadere toelichting.

3. Wat is de mening van het college over de argumentatie van staatssecretaris Van Rijn dat het initiatief weinig kans heeft? Is het college bereid hierover met de staatssecretaris in gesprek te gaan? Graag een nadere toelichting.

[1] http://www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=12564&persberichtID=391110&type=pers#

[2] http://nos.nl/artikel/550155-kabinet-geeft-wietclub-weinig-kans.html

Antwoorddatum: 15 okt. 2013

De raadsleden de heer R. Guernaoui, de heer M.D. Rietveld, mevrouw M. Bolle, de heer G.H.M. Wijsmuller en mevrouw M.J.E. de Groot hebben op 12 september 2013 een brief met daarin drie vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

"De gemeente Utrecht heeft bij het Ministerie van Volksgezondheid ontheffing aangevraagd om een experiment te starten waarbij volwassenen via een gesloten clubmodel recreatief cannabis kunnen gebruiken en telen.

Het doel van het initiatief is om onnodige gezondheidsschade door onverantwoord cannabisgebruik tegen te gaan. Het gaat om een kleinschalig initiatief waarin de leden, voor eigen recreatief gebruik, door de club op verantwoorde , controleerbare manier geteelde cannabis gebruiken. Inmiddels is de stichting Social Cannabis Club Domstand (SCCD) opgericht. Als eerste stap dienen zij nu een aanvraag in ter verkrijging van een ontheffing van de verboden opgenomen in de Opiumwet. Deze ontheffing is nodig om te voorkomen dat wordt gehandeld in strijd met het verbod om cannabis te telen, zoals de Opiumwet nu nog bepaalt. Met deze ontheffing in de hand levert het telen van cannabis geen strafbaar feit op en kunnen de club noch de leden vervolgd worden door het Openbaar Ministerie.

Omdat het gaat om het vermijden van onnodige gezondheidsschade haalt de Social Cannabis Club Domstad (SCCD) met een ontheffing het hele proces van kweek tot en met kleinschalig recreatief gebruik uit de sfeer van het strafrecht. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat sinds ruim dertig jaar ten grondslag ligt aan het Nederlandse drugbeleid. De gemeente Utrecht zal toezien op de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de locatie.

Inmiddels heeft staatssecretaris van Rijn via de pers laten weten dat hij het initiatief weinig kans geeft. GroenLinks, PvdA, D66, HSP en PvdD vinden dit echter een zeer interessant initiatief en willen daarom onder vermelding van artikel 38 van het reglement van orde de volgende vragen stellen. BSD/2013.1241 2

1. Is het college het met GroenLinks, PvdA, D66, HSP en PvdD eens dat de Utrechtse proef waarbij een ontheffing van de Opiumwet is aangevraagd voor het kweken en recreatief gebruiken van cannabis door een speciaal opgerichte vereniging ook in Den Haag navolging verdient? Graag een nadere toelichting.

Het is mogelijk om voor wetenschappelijk onderzoek of ter bevordering van de volksgezondheid een ontheffing van de Opiumwet aan te vragen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De gemeente Utrecht is van mening dat beide ontheffingsgronden van toepassing zijn. Het college stelt echter vast dat het volgens twee betrokken bewindslieden nog maar zeer de vraag is of deze redenering standhoudt. Volgens de staatssecretaris van VWS heeft het initiatief weinig kans van slagen.

Zolang onduidelijkheid bestaat over de juridische haalbaarheid acht het college het prematuur een standpunt in te nemen over het al dan niet navolgen van de Utrechtse proef.

2. Is het college bereid om de door Utrecht aangevraagde ontheffing van de Opiumwet voor deze proef te ondersteunen door een beroep op de minister van Volksgezondheid te doen deze goed te keuren zodat ook andere gemeenten in het land kunnen leren van de uitkomsten? Graag een nadere toelichting.

3. Wat is de mening van het college over de argumentatie van staatssecretaris Van Rijn dat het initiatief weinig kans heeft? Is het college bereid hierover met de staatssecretaris in gesprek te gaan? Graag een nadere toelichting

Ten aanzien van de regulering van wietteelt is geen ruimte voor gemeentelijke initiatieven. De burgemeester heeft bij de Minister van Veiligheid en Justitie bepleit de kwestie van de wietteelt c.a. te agenderen voor het artikel 19 overleg, het overleg van de Minister en de regio burgemeesters.

Het college van burgemeester en wethouders,


de secretaris,
mw. A.W.H. Bertram

de burgemeester,
J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer