Schrif­te­lijke vragen voeder­verbod


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Wederom zijn berichten in de krant verschenen over het voedselaanbod in de openbare ruimte en een toename van dieren die overlast kunnen geven. De Partij voor de Dieren wil graag een effectieve aanpak van dit probleem en stelt daarom - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - in navolging op eerder gestelde vragen de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de toenemende muizenoverlast in de stad[1]?

2. Deelt het college de opvatting van de bestrijdingsdienst dat deze dieren het zo goed doen doordat er veel voedsel op straat te vinden is? Zo neen, hoe zit het dan?

Doordat mensen vogels in de stad bijvoeren komen er veel voedselresten in openbare ruimtes. Hierdoor kunnen dierpopulaties van bijvoorbeeld meeuwen en muizen flink toenemen, waar burgers vervolgens weer overlast aan ondervinden. Het college heeft gezegd dat er een verbod is op het dumpen van voedsel en dat dat afdoende is om dit probleem aan te pakken.

3. Onderschrijft het college dat door het voeren van eenden of vogels in de tuin, onbedoeld dieren zoals muizen en meeuwen hier ook door gevoerd worden[1,2]? Zo ja, wat doet het college hieraan?

4. Deelt het college de mening dat in plaats van effect bestrijding (het bestrijden van de overlast) bronbestrijding (het drastisch verminderen van het voedselaanbod) effectiever is? Zo ja, vindt het college dat dat nu voldoende gebeurt en kan het college dat uitleggen? Zo neen, hoe zit het dan?

5. Hoeveel mensen zijn in de laatste vier jaar aangehouden of bekeurd vanwege het dumpen van voedsel? Is het college van mening dat deze maatregel afdoende werkt?

6. Is het college bereid om alsnog een voederverbod in te stellen of het Amsterdamse voorbeeld[3] te volgen? Zo neen, hoe denkt het college dan een effectieve oplossing te bieden?

Met vriendelijke groet,

Marieke de Groot
Fractievoorzitter
Partij voor de Dieren Den Haag

[1] Muis rukt op in oude buurten AD/Haagsche Courant, 28 augustus 2013
[2] Steeds meer meeuwen in de stad AD/Haagsche Courant, 14 augustus 2013
[3] SV 536 Voederverbod

Antwoorddatum: 24 sep. 2013

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 29 augustus 2013 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Wederom zijn berichten in de krant verschenen over het voedselaanbod in de openbare ruimte en een toename van dieren die overlast kunnen geven. De Partij voor de Dieren wil graag een effectieve aanpak van dit probleem en stelt daarom - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - in navolging op eerder gestelde vragen de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de toenemende muizenoverlast in de stad?[1]

Nee, het college is niet bekend met signalen dat het aantal muizen in de stad sterk toeneemt.

2. Deelt het college de opvatting van de bestrijdingsdienst dat deze dieren het zo goed doen doordat er veel voedsel op straat te vinden is? Zo neen, hoe zit het dan?

Ja. Zoals in een eerdere beantwoording van schriftelijke vragen (RIS 254763) is aangegeven, is het evident dat er plekken zijn waar het voedselaanbod andere dieren, waaronder muizen, aantrekt. Doordat mensen bijvoorbeeld vogels in de stad bijvoeren komen er veel voedselresten in openbare ruimtes. Hierdoor kunnen dierpopulaties van bijvoorbeeld meeuwen en muizen flink toenemen, waar burgers vervolgens weer overlast van ondervinden.

3. Onderschrijft het college dat door het voeren van eenden of vogels in de tuin, onbedoeld dieren zoals muizen en meeuwen hier ook door gevoerd worden[1,2]? Zo ja, wat doet het college hieraan?

Ja, de locaties waar overlast is als gevolg van het voederen van vogels zijn geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat maatwerk ter plekke nodig is om de overlast weg te nemen. Handhaving, communicatie en het plaatsen van afvalbakken worden daarbij als instrumenten ingezet.

4. Deelt het college de mening dat in plaats van effect bestrijding (het bestrijden van de overlast) bronbestrijding (het drastisch verminderen van het voedselaanbod) effectiever is? Zo ja, vindt het college dat dat nu voldoende gebeurt en kan het college dat uitleggen? Zo neen, hoe zit het dan?

Het gaat hierbij niet om een keuze tussen bestrijding aan de bron (goede communicatie over de ongewenst effecten van het voedselaanbod en het plaatsen van afvalbakken) en het bestrijden van het effect (de handhaving). Alleen de combinatie van beiden kan leiden tot het gewenste effect.

5. Hoeveel mensen zijn in de laatste vier jaar aangehouden of bekeurd vanwege het dumpen van voedsel? Is het college van mening dat deze maatregel afdoende werkt?

Bij de registratie van overtredingen wordt geen onderscheid gemaakt naar de overtreding ‘dumpen van voedsel’ of het ‘dumpen van ander afval’. Daarom kunnen we uit de registratie niet herleiden hoeveel mensen zijn aangehouden of bekeurd vanwege het dumpen van voedsel.

6. Is het college bereid om alsnog een voederverbod in te stellen of het Amsterdamse voorbeeld[3] te volgen? Zo neen, hoe denkt het college dan een effectieve oplossing te bieden?

Nee.


Het college van burgemeester en wethouders,

de locosecretaris,
G.J. Boot

de burgemeester,
J.J. van Aartsen

[1] Muis rukt op in oude buurten AD/Haagsche Courant, 28 augustus 2013
[2] Steeds meer meeuwen in de stad AD/Haagsche Courant, 14 augustus 2013
[3] SV 536 Voederverbod

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer