Vervolg­vragen over finan­ciering van zwerf­die­ren­opvang


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Het college stelt in antwoord op onze vragen­ haar wettelijke taak uit te voeren m.b.t. de opvang van zwerfdieren, maar het blijft onduidelijk wat het college hier precies onder verstaat. Ter verduidelijking stellen wij daarom de volgende vervolgvragen.

1. Is de gemeente voornemens om haar wettelijke verplichting na te komen door voor het opvangen van 'artikel 5:8 lid 3 BW dieren' een kostendekkende vergoeding te betalen?

In antwoord op eerdere vragen heeft het college vorig jaar aangegeven te hebben bezuinigd op het budget voor de uitvoering van haar wettelijke verplichting. De besteding van de gemeente kwam neer op zo'n 80% van het door de dierenopvang geoffreerde bedrag. Het uitgangspunt bij de bepaling van de vergoeding was het door de raad vastgestelde, verlaagde, budget. Het college beweerde daarmee te voldoen aan haar wettelijke taak.

2. Kan het college onderbouwen of het inderdaad gaat om een kostendekkende vergoeding? Zo nee, hoe verhoudt zich dit tot de bewering dat het college aan haar wettelijke taak voldoet?

3. Kan het college de raad door middel van een brief inzicht geven in de geldende normprijsberekeningen en kwaliteitscriteria, zoals aangehaald in de beantwoording van eerder genoemde vragen, alsmede de berekeningen die ten grondslag liggen aan de bepaling van de vergoeding die de gemeente betaalt?

De gemeente Rotterdam is met Stichting Dierenopvang Rijnmond een bedrag van € 1,50 exclusief BTW per inwoner overeengekomen, waarbij zowel vervoer en opvang, alsmede ook het opvangen van gedwongen opgenomen dieren (opname huisdiereigenaar in psychiatrisch ziekenhuis of in detentie) is inbegrepen. De bedragen zullen per regio centen kunnen verschillen.

Rotterdam en Den Haag zijn voornemens een metropoolregio te gaan vormen: mede omdat beide steden veel overlappen kennen, en de dynamiek van beide steden overeenkomt. Ook de gemeente Rotterdam heeft de afgelopen jaren moeten bezuinigen ten gevolge van de crisis.

4. Bent u met ons van mening, dat een gemiddeld bedrag van € 1,50 per inwoner voor het uitvoeren van het wettelijke artikel 5: 8 lid 3 BW taak in een Randstedelijk urbaan gebied realistisch kostendekkend begroot is? Zo nee, kan het college onderbouwen wat een realistisch kostendekkend bedrag zou zijn?

5. Is de gemeente Den Haag bereid, om net als haar metropool collega Rotterdam, een vergelijkbaar bedrag per inwoner te reserveren voor de gehele keten van vervoer en opvang?


Met vriendelijke groet,

Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Gemeente Den Haag

Antwoorddatum: 7 mei 2013

Het raadslid Mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 12 april 2013 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het college stelt in antwoord op onze vragen1 haar wettelijke taak uit te voeren m.b.t. de opvang van zwerfdieren, maar het blijft onduidelijk wat het college hier precies onder verstaat. Ter verduidelijking stellen wij daarom de volgende vervolgvragen.

1. Is de gemeente voornemens om haar wettelijke verplichting na te komen door voor het opvangen van 'artikel 5:8 lid 3 BW dieren' een kostendekkende vergoeding te betalen?

Nee. De gemeente geeft uitvoering aan haar wettelijke verplichtingen door met dierenwelzijnsorganisaties vergoedingen overeen te komen, die zijn bedoeld voor het uitvoeren van de wettelijke taken. In Den Haag is geen financiering ingesteld op basis van volledige kostendekking.

In antwoord op eerdere vragen heeft het college vorig jaar aangegeven te hebben bezuinigd op het budget voor de uitvoering van haar wettelijke verplichting. De besteding van de gemeente kwam neer op zo'n 80%3 van het door de dierenopvang geoffreerde bedrag. Het uitgangspunt bij de bepaling van de vergoeding was het door de raad vastgestelde, verlaagde, budget. Het college beweerde daarmee te voldoen aan haar wettelijke taak.

2. Kan het college onderbouwen of het inderdaad gaat om een kostendekkende vergoeding? Zo nee, hoe verhoudt zich dit tot de bewering dat het college aan haar wettelijke taak voldoet?

Zie antwoord vraag 1.

3. Kan het college de raad door middel van een brief inzicht geven in de geldende normprijsberekeningen en kwaliteitscriteria, zoals aangehaald in de beantwoording van eerder genoemde vragen, alsmede de berekeningen die ten grondslag liggen aan de bepaling van de vergoeding die de gemeente betaalt?

Voor nadere toelichting op de financieringssystematiek en kwaliteitscriteria wordt verwezen naar de raadsmededeling 124 (2002) ‘Organisatie en financiering dierenwelzijnsorganisaties in Den Haag’ (RIS97452).

Leidend voor de organisatie en financiering van het Haagse dierenwelzijnsbeleid zijn de gemeentelijke kaders, waarbij op basis van normprijsberekeningen en kwaliteitscriteria wordt gewerkt. Wanneer instanties bij de aanbesteding een (hoger) tarief hanteren dan de normprijs, kan dat resulteren in een overschrijding van de beschikbare budgetten. Uitgangspunt daarbij is het door de raad vastgestelde budget voor dierenwelzijn in de meerjarenbegroting, bestemd voor de uitvoering van de wettelijke taken.

De gemeente Rotterdam is met Stichting Dierenopvang Rijnmond een bedrag van € 1,50 exclusief BTW per inwoner overeengekomen, waarbij zowel vervoer en opvang, alsmede ook het opvangen van gedwongen opgenomen dieren (opname huisdiereigenaar in psychiatrisch ziekenhuis of in detentie) is inbegrepen. De bedragen zullen per regio centen kunnen verschillen.
Rotterdam en Den Haag zijn voornemens een metropoolregio te gaan vormen: mede omdat beide steden veel overlappen kennen, en de dynamiek van beide steden overeenkomt. Ook de gemeente Rotterdam heeft de afgelopen jaren moeten bezuinigen ten gevolge van de crisis.

4. Bent u met ons van mening, dat een gemiddeld bedrag van € 1,50 per inwoner voor het uitvoeren van de wettelijke artikel 5: 8 lid 3 BW taak in een Randstedelijk urbaan gebied realistisch kostendekkend begroot is? Zo nee, kan het college onderbouwen wat een realistisch kostendekkend bedrag zou zijn?

Nee. Zie antwoord vraag 3.

5. Is de gemeente Den Haag bereid om net zoals haar Metropoolcollega Rotterdam, een vergelijkbaar bedrag per inwoner te reserveren voor de gehele keten van vervoer en opvang?

Nee, de gemeente Den Haag ziet geen relatie tussen de financiering van de zwerfdierenopvang en het aantal inwoners van de stad.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,
mw. A.W.H. Bertram

de burgemeester,
J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer