Bijdrage Onder­mijning


Cie Bestuur

29 januari 2020

Eerste termijn

De Partij voor de Dieren vindt het goed dat er meer samenwerking is tussen verschillende instanties om ondermijning tegen te gaan. De wet Bibob is hierbij een handig instrument. Waar mijn fractie echter twijfels bij heeft, is een bepaalde aanpassing in de APV. De heer Dubbelaar lichte het al kort toe, ik ga er iets verder op in. De burgemeester mag een vergunning weigeren als hij of zij inschat dat ‘de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is’. Juridisch gezien is dit een ongelofelijk vage omschrijving, omdat werkelijk alles hierbij betrokken kan worden. Het ziet er nu naar uit dat hier geen criteria aan verbonden zijn, wat zou betekenen dat de beslissingen die door de burgemeester gemaakt kunnen worden, niet getoetst of gecontroleerd zouden kunnen worden. Kan de burgemeester dit toelichten? In deze hoedanigheid lijkt dit op een losse-pols regeling en dat zou erg ongewenst zijn. Vooral nu we als gemeente, als raad en als college meer stil willen staan bij integriteit, moeten de afspraken helder en transparant zijn. Laten we als raad gewoon duidelijke criteria stellen waaraan een exploitant of beheerder moet voldoen bij het aanvragen van een vergunning. Ik stel dan ook voor om punt C, ‘de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is’, te vervangen voor een nader te bepalen eisenlijstje. Hoe staat de burgemeester hier tegenover?

Mijn fractie zet ook vraagtekens bij het omarmen van alle 14 aanbevelingen van het RIEC. De meesten zijn goed te begrijpen, maar punt 9, een beleid starten gericht op ‘use reduction’, vinden wij niet in dit lijstje thuishoren. Dit houdt in preventie van drugsgebruik of interventies gericht op het stoppen van problematisch drugsgebruik. Hoe ziet het college dit voor zich? Gaat dit ook om sofdrugs en XTC? Als het hier om voorlichting gaat, valt dat toch niet onder het ondermijningsbeleid? Graag een reactie van de burgemeester.

Tweede termijn

Voorzitter,

Dank aan de burgemeester voor het beantwoorden van de vragen. Helaas zitten er wel nog wat gaten in de beantwoording.

Ten eerste over de aanpassing in de APV, over het criterium ‘slecht levensgedrag’. In de beantwoording staat dat de jurisprudentie over dit criterium nauwlettend in de gaten wordt gehouden. In dat geval is de burgemeester misschien wel bekend met het feit dat onlangs in de rechtbank van Amsterdam is geoordeeld dat dit criterium buiten toepassing moest worden gelaten omdat in de APV Amsterdam noch de toelichting daarop wordt ingegaan op de vraag wanneer een (horeca)exploitant van slecht levensgedrag is of dat wordt verduidelijkt onder welke omstandigheden aan het criterium ‘slecht levensgedrag’ wordt voldaan.Is de burgemeester bekend met deze uitspraak?

Dit kunnen we in Den Haag voor zijn, door wél duidelijke criteria op te nemen. Is de burgemeester bereid om een betere toelichting op het criterium ‘slecht levensgedrag’ op te nemen in de APV? Zo nee, waarom niet?

Ten tweede over mijn vraag over het opnemen van beleid gericht op ‘drugsgebruik-vermindering’ in het Ondermijningsbeleid. De beantwoording hierop lijkt een copy/paste-alinea uit het Haagse gezondheidsbeleid. En dat is ook waar het thuishoort, want het gaat hier om voorlichting en volksgezondheid, niet over ondermijning. Want in Nederland is drugsgebruik niet verboden.

En kan de burgemeester mij uitleggen hoe preventieprogramma’s zouden worden toegepast in het eerste focusgebied; de Weimarstraat?

Het preventieprogramma wat in dit antwoord wordt aangehaald, richt zich trouwens ook op preventie van tabak en alcoholmisbruik, waarom wordt er onderscheid gemaakt in het ondermijningsbeleid? Graag een reactie.