Raads­voorstel Reactie van het college op de Concept-RES


Cie Leef­om­geving

10 september 2020

Voorzitter,

Tijdens het debat van voor de zomer heeft de Partij voor de Dieren zich uitgesproken over deze concept-RES. Terwijl we weten dat we als Den Haag concreter moeten worden om echt klimaatneutraal te worden, komt de regio met een stuk wat in heel heel veel woorden aangeeft welk proces is doorlopen en waarom alles te snel gaat. Zinnen als: “Dat wordt voor het vervolgtraject de ‘stip op de horizon’, maar wel een die bottom-up is opgebouwd.” voeren de boventoon. Als het niet zo’n belangrijk document zou zijn dan zou je er een cabaretfestival mee kunnen vullen rond overheidslingo.

Voorzitter, en het college omarmt dit document en toont zo haar werkelijke duurzaamheidsambities. Een nietszeggende brief is de reactie, die vooral benadrukt dat het een goed stuk is. Kan de wethouder aangeven wat er nou zo goed aan dit stuk is?

Aan dit stuk is jaren gewerkt, maar dat is vooral af te zien aan het aantal pagina’s tekst; niet aan de inhoud. Kan de wethouder concreet maken waarom dit stuk niet een stuk beter en concreter kan? Waarom roepen we als Den Haag de regio niet op om wat ambitieuzer te zijn gegeven onze duurzaamheidsambities?

Kan de wethouder motiveren waarom de RES de energietransitie in Den Haag een steun in de rug geeft? En waarom zij vindt dat de regio in de Concept-RES een ambitieus, maar onderbouwd bod heeft opgenomen? Mist zij niet ook ambitie en concreetheid? Waarom niet pleiten om als regio energieneutraal te zijn? Wat vindt de wethouder ervan dat de regio dit scenario uitsluit?

Een strategie betekent ‘plan van handelen’. Maar de RES is geen plan. Er is geen kostenplaatje, geen tijdlijn met tussendoelen. Het is een vage beschrijving van ambities die iets te maken hebben met hoe we hier in 2050 aan onze energie komen. Wat heeft de regio hieraan?

Voorzitter, in de reactie wordt vervolgens aangegeven dat Den Haag niet de mogelijkheden heeft om volledig in de eigen energiebehoefte te voorzien in 2050. Waar denkt de wethouder de energie dan vandaan te halen?

Restwarmte lijkt een van die plekken te zijn. 56% van het warmte-aanbod in de regio bestaat in 2050 uit restwarmte. Dat is toch vaak helemaal niet duurzaam? Wie professor Jan Rotmans in de werkbespreking hoorde zijn we bezig met een verouderde techniek en noemde hij dit bijna crimineel.

Hoe kan de wethouder borgen dat die warmte in 2030 uberhaupt energieneutraal is? Welke afspraken maakt ze met de regio daarover?

Hoe kan daarbij de focus van de RES liggen op de leiding door het midden en tegelijkertijd de (gigantische!) energievraag van het Havenindustrieel Complex buiten beschouwing worden gelaten? Is dit niet heel opportunistisch vraag ik aan de wethouder?

In het stuk wordt verder gesteld dat in 2050 de regio jaarlijks nog 38 PJ aan aardgas importeert (p. 22). Dat is toch niet CO2-neutraal? Waarom ageert de wethouder hier niet tegen?

Tot slot, voorzitter vraag ik me af hoe bewoners en de goede initiatieven in Den Haag worden betrokken? Nu lijkt de focus op het hogetemperatuur warmtenet en lijken bewonersinitiatieven en lage temperatuurwarmte niet te boeien.