Weer fossiele reclame uit de openbare ruimte


14 december 2021

Inhoudsopgave

Inleiding

Fossiele reclame heeft als doel dat consumenten en bedrijven fossiele brandstof en de fossiele industrie normaal blijven vinden en dat ze (meer) producten blijven afnemen die gebaseerd zijn op fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas). Deze fossiele brandstoffen zijn grote veroorzakers van klimaatverandering en luchtvervuiling. Aangezien Den Haag een klimaatneutrale stad wil zijn met schone gezonde lucht en grote duurzaamheidsambities heeft, is het niet passend dat in het straatbeeld fossiele producten en diensten aangeprezen worden die dit doel ondermijnen. Dit voorstel beoogt uitingen van fossiele reclame uit het Haagse straatbeeld te weren met als uiteindelijk doel dat inwoners en bezoekers van Den Haag minder fossiele producten afnemen en beseffen dat de fossiele industrie nog steeds een grote rol speelt in het verergeren van klimaatverandering.

Aanleiding

Den Haag wil in 2030 een klimaatneutrale gemeente zijn. De gemeenteraad heeft in december 2019 de klimaatcrisis uitgeroepen. Een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering is de fossiele industrie. Het gebruiken en verbranden van fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas zorgt voor veel uitstoot van CO2. Den Haag kan dit soort uitstoot voorkomen door fossiele reclames die immers als uiteindelijk doel hebben meer fossiele producten te doen afnemen, te weren uit het straatbeeld.

Juridische context

Middels de motie ‘Fossielvrije bushokjes’ heeft de gemeenteraad van Den Haag het college verzocht om de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) op te roepen om fossiele reclame niet meer toe te staan in haar nieuwe contract voor de reclame in bus- en tramhokjes. In de afdoening van de motie werd gesteld dat de MRDH hier momenteel geen gehoor aan geeft, met het argument dat zij zich baseren op vigerend reclamebeleid van de gemeente Den Haag. Het college stelt dat een aanvullende verordening in het reclamebeleid, met steun van een meerderheid van de raad, in een nieuw kader voor het gemeentelijke Reclamebeleid Buitenruimte verwerkt kan worden, dat volgens planning volgend jaar wordt herzien.

De initiatiefnemer wil - gezien de urgentie van de klimaatcrisis en gezien het feit dat er meerjarige contracten afgesloten worden - de geplande herziening van het gemeentelijke Reclamebeleid Buitenruimte niet afwachten. De initiatiefnemer ziet mogelijkheden om in onze gemeente uitingen van fossiele reclame te weren. Het gaat hier specifiek om buitenreclame. De APV definieert handelsreclame in de openbare ruimte als volgt: “iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen”. Het begrip reclame is echter breder. Het gaat daarbij niet alleen om het aanprijzen van goederen of diensten, maar ook om merkreclame, aankondigingen of het aanprijzen van een bepaald thema. Daarom wordt niet het begrip handelsreclame in dit voorstel gehanteerd, maar het bredere begrip reclame. In andere gemeenten, bijvoorbeeld in de Utrechtse reclameverordening, wordt ook het bredere begrip van reclame gehanteerd.

De gemeente stelt zelf de regels op waar reclame-uitingen in de openbare ruimte aan moeten voldoen. Het wijzigen van de APV is een raadsbevoegdheid.

Daarnaast heeft de gemeente directe invloed op de contracten met reclame-exploitanten, middels het programma van eisen dat voor de aanbesteding opgesteld wordt. Het gaat hier om langlopende contracten met exploitanten over reclame in haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines en billboards. Deze regels en contracten kunnen bepalingen krijgen die het weren van fossiele reclame toestaat. Deze bevoegdheid ligt bij het college.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ziet toe op de vrijheid van meningsuiting, waar reclame onder valt. Het Hof is van mening dat de vrijheid van meningsuiting, waaronder dus ook reclame, beperkt kan worden als daarmee een groter doel van algemeen belang wordt gediend. Doelen zijn onder meer veiligheid en gezondheid. Fossiele reclame heeft als doel consumenten en bedrijven te verleiden tot het kopen van producten op fossiele brandstoffen en dat draagt bij aan klimaatverandering. En klimaatverandering heeft een negatieve impact op de volksgezondheid, zo betoogt onder meer het RIVM. Recent stelden meer dan 200 vooraanstaande medische tijdschriften eveneens dat klimaatverandering leidt tot onder meer sterfte door hitte, huidkanker, tropische infecties en allergieën. Door fossiele reclame uit de openbare ruimte te weren, beschermen we de volksgezondheid.

Den Haag wil een stad zijn waarin leefbaarheid en rechtvaardigheid voorop staan. Den Haag investeert daarom in schone lucht, onder andere door de Aanpak schoon vervoer en door het aangaan en ondertekenen van het Schone Lucht Akkoord. Het weren van fossiele reclame uit het straatbeeld past dan ook in de Haagse ambitie voor een schone en gezonde stad en sluit eveneens aan bij het voorzorgsprincipe dat stelt dat de overheid maatregelen kan nemen om inwoners te beschermen tegen ernstige of onomkeerbare schade aan de samenleving of het milieu.

Voor dit initiatiefvoorstel is inspiratie geput uit een voorstel over dit onderwerp dat in oktober 2021 in door de Partij voor de Dieren fractie in de Utrechtse gemeenteraad is ingediend. Het voorstel uit Utrecht is mede gebaseerd op extern juridisch advies van Eiffel over het weren van fossiele reclame uit de openbare ruimte in Utrecht. Het advies van Eiffel is eveneens toegevoegd aan dit voorstel als bijlage.

Probleemstelling

Fossiele reclame verleidt tot fossiele aankopen en draagt bij aan meer CO2-uitstoot en luchtvervuiling en veroorzaakt daarmee gezondheidsschade

Fossiele reclame heeft als doel dat consumenten meer producten afnemen die gebaseerd zijn op fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas). Fossiele producten zoals voertuigen op verbrandingsmotoren en grijze energie veroorzaken uitstoot van stoffen als CO2 en fijnstof. Dit heeft een directe en negatieve invloed op klimaatverandering en luchtkwaliteit, en daarmee op de gezondheid van inwoners en bezoekers van Den Haag. De raad is bevoegd om besluiten te nemen die het belang van de gemeente (waaronder volksgezondheid) en de huishouding van de gemeente betreffen.

Fossiele reclame staat haaks op Global Goals en gemeentelijke beleidsambities

Wereldwijd zijn de fossiele brandstoffen een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering. Het weren van fossiele reclame en daarmee het beperken van CO2-uitstoot en het voorkómen van klimaatverandering sluit goed aan op de SDG’s, ook wel Global Goals genoemd, en in het bijzonder aan doelstelling 13 ‘Klimaatactie’. Als je bedenkt dat de productie van fossiele brandstoffen ook gepaard gaat met een negatieve impact op werkomstandigheden, natuur, (leef)milieu en mensenrechten wereldwijd, worden ook andere Global Goals geraakt.

Door reclame-uitingen van de fossiele industrie te weren, draagt Den Haag ook bij aan de eigen klimaatdoelstellingen. Dit is in lijn met de Haagse ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. De Haagse gemeenteraad heeft vastgesteld dat Europese, nationale en lokale overheden alles moeten doen wat in hun macht ligt om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. Deze committering is ook door de Nederlandse overheid bevestigd met het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs. Het weren van fossiele reclame sluit ook aan bij gemeentelijke beleidsdocumenten als Aanpak schoon vervoer en het Schone Lucht Akkoord beogen om de lucht in Den Haag te verschonen, door vervuilende vervoersmiddelen te weren en schoon vervoer te bevorderen, met als doel de volksgezondheid te verbeteren.

Fossiele reclame is misleidend en haalt de urgentie uit de energietransitie.

Fossiele reclame wekt ten onrechte de indruk dat de energietransitie bij de fossiele industrie in goede handen is. Immers, met hun reclames benadrukken ze hun groene inspanningen, die in werkelijkheid slechts een fractie van hun veelal vervuilende activiteiten vertegenwoordigen. Met deze reclames normaliseert de fossiele industrie hun eigen sector en hun zeer schadelijke producten. Door deze advertenties wordt de urgentie in de samenleving tot vergroenen en verduurzamen weggenomen, terwijl dat juist zeer dringend nodig is. Groene reclames van vervuilende bedrijven worden vaak ingezet om de lobby te ondersteunen. Omdat in Den Haag het landelijke politieke centrum zit, zijn er onze stad rond belangrijke politieke beslismomenten veel misleidende lobby-advertenties te zien. Den Haag heeft daardoor een extra verantwoordelijkheid om deze reclame te weren. De groene investeringen van de fossiele industrie bedroegen in 2019 slechts 2% van het totaal. Nog steeds zoekt de fossiele industrie naar nieuwe olie- en gasvelden.

Aanpak

Beoogd effect

Dit voorstel beoogt uitingen van fossiele reclame in het Haagse straatbeeld te weren met als doel dat inwoners en bezoekers van Den Haag hierdoor ook minder fossiele producten afnemen en beseffen dat de fossiele industrie nog steeds een grote rol speelt in het verergeren van klimaatverandering. Zo wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van klimaatverandering en daarmee het beschermen van de gezondheid.

Definitie van fossiele reclame

De Alliantie Amsterdamse Reclame Fossielvrij heeft namens 51 organisaties een advies opgesteld voor het Amsterdamse college van B&W over hoe om te gaan met het weren van fossiele reclame. Deze alliantie stelde de volgende definitie van fossiele reclame op:

Product Fossiele brandstof

  • Fossiele brandstof voor vervoer (bijvoorbeeld benzine, diesel, gas)
  • Fossiel opgewekte elektriciteit en warmte

Dienst Vliegen & zeevaart

  • Alle vlieg- en bootreizen op fossiele brandstof, ongeacht de afzender van de advertentie (kan Djoser, Corendon, TUI, SunWeb zijn, maar ook Albert Heijn of Kruidvat of een ambassade)
  • Pakketreizen naar bestemmingen buiten Europa waar de vliegreis of bootreis niet bij inbegrepen is

Dienst Auto’s

  • Nieuwe vervoermiddelen en lease-vervoermiddelen met een fossiele verbrandingsmotor en hybride auto’s (zoals de SUV, benzineauto)

Issue- and image-advertenties voor de volgende sectoren

  • Bedrijven in de olie- en gaswinning
  • Luchtvaartbedrijven en luchthavens

Fossiele reclame laat zich hiermee beschrijven als reclame door bedrijven uit de kolensector, de olie- en gassector en de luchtvaartsector met de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties/vliegtickets, grijze stroom- en gascontracten, cruisereizen en auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor. Onder deze definitie vallen issue- en image-advertising en sponsoring van bedrijven uit genoemde sectoren. Initiatiefnemer stelt voor deze definitie toe te voegen aan de APV, en verzoekt het college deze definitie op te nemen in het Reclamebeleid Buitenruimte.

Andere gemeentes en landelijk beleid

Er is nog geen inhoudelijk landelijk kader om fossiele reclame te verbieden. Het burgerinitiatief Verbied Fossiele Reclame beoogt het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Ook is er een Europees burgerinitiatief voor een EU-breed verbod op fossiele reclame. Het Rijk heeft wel al tabaksreclames verboden en beperkende regels opgesteld voor het aanprijzen van alcohol, beide vanwege de negatieve impact van dat soort producten op de volksgezondheid en de maatschappelijke kosten die eraan verbonden zijn. Fossiele reclame is hiermee vergelijkbaar, want zorgt voor schade aan klimaat en natuur, en daarmee aan de gehele samenleving. Zolang een landelijk kader ontbreekt, is een lokaal verbod noodzakelijk om die negatieve impact te voorkomen. De gemeente Amsterdam onderzoekt op verzoek van de raad een verbod op fossiele reclame en als eerste stap heeft het GVB een convenant afgesloten op basis waarvan er geen fossiele reclame meer wordt getoond in de metrostations. Ook in gemeentes als Enschede, Leiden en Haarlem wil de meerderheid van de gemeenteraad af van fossiele reclame.

Impact op bedrijven

Bedrijven mogen binnen bepaalde grenzen bepalen waar ze reclame voor maken en consumenten maken natuurlijk hun eigen keuzes. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ziet toe op de vrijheid van meningsuiting waar reclame ook toe wordt gerekend. Reclame kan beperkt worden als een groter doel zoals de gezondheid in het geding komt. Klimaatverandering, alsook uitstoot middels fossiele brandstoffen hebben een negatieve invloed op de gezondheid van inwoners.

Omdat reclame maken cruciaal is voor de meeste commerciële bedrijven, kan het weren van fossiele reclame voor bedrijven in deze sectoren bovendien een extra impuls geven om sneller naar een groen en niet-vervuilend business over te stappen.

Hierbij kan opgemerkt worden dat er in dit initiatiefvoorstel sprake is van gedeeltelijke beperking van reclame mogelijkheden voor bedrijven. Dit initiatiefvoorstel heeft niet tot doel fossiele reclame geheel te verbieden, enkel te weren uit de buitenruimte. Dit voorstel heeft geen betrekking op fossiele reclame die bijvoorbeeld via print, radio, tv of digitaal in Den Haag verspreid wordt. Ook voorziet de voorgestelde wijziging van de APV in een clausule waardoor bedrijfsnamen, logo’s en reclames aan of in de directe nabijheid van winkelpanden bijvoorbeeld nog steeds mogelijk zijn. De bedrijfsvoering van fossiele bedrijven wordt dus maar beperkt begrensd. Tegelijkertijd wordt wel de groeiende groep inwoners erkend die zich zorgen maken over klimaatverandering en aanstoot nemen aan fossiele reclame in het straatbeeld.

Omgang met bestaande contracten

De gemeente heeft met verschillende partijen overeenkomsten gesloten over het exploiteren van reclamedragers. Het gaat dan om reclames in haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines en billboards. Het is mogelijk om in overleg een bestaande concessie aan te passen, zonder dat er een nieuwe aanbesteding moet worden gevoerd. Aanvullende afspraken worden dan bijvoorbeeld in een apart convenant of in een aangepaste overeenkomst vastgelegd. Een nieuwe aanbesteding is noodzakelijk wanneer er sprake is van wezenlijke wijzigingen in essentiële onderdelen van de opdracht. Uit jurisprudentie van het Europese Hof blijkt dat afspraken over het weren van een bepaald type reclame niet zo ingrijpend is dat de opdracht wezenlijk verandert.

Daarbij is het zo dat concessies verleend zijn waarbij gesteld wordt dat reclame-uitingen niet in strijd mogen zijn met verordeningen én dat de concessiehouder zich dient te houden aan het reclamebeleid van de gemeente waar de reclamevitrines zich bevinden. Dit impliceert dat wanneer fossiele reclame uit het straatbeeld geweerd wordt volgens het gemeentelijk reclamebeleid en volgens de APV, de reclame-uitingen zich daar aan conformeren.

Financiën

Het weren van fossiele reclame uit de openbare ruimte hoeft niet voor inkomstenderving te zorgen bij de gemeente en bij exploitanten, aangezien deze vorm van reclame wordt vervangen door andere reclame-uitingen. Hiermee hoeft het initiatiefvoorstel geen financiële consequenties te hebben. Het voorstel heeft ook geen financiële gevolgen in die zin dat er niet getornd wordt aan het aantal plekken waar reclame gemaakt kan worden.

Planning en communicatie

  • Als de de voorgestelde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Den Haag wordt vastgesteld dan kunnen nieuwe vergunningaanvragen worden getoetst aan het verbod.
  • De gemeente zal waar toepasselijk contact op moeten nemen met exploitanten van buitenreclame om hen te wijzen op de wijzigingen in de APV en in het gemeentelijk reclamebeleid. Het komt ook voor dat HTM is aangewezen als Service manager, en in die rol verantwoordelijk is voor de communicatie met de concessiehouder aangaande het handhaven van de APV. Het college draagt zorg dat de wijzigingen ook bij HTM goed bekend zijn.
  • Eventueel zoekt de gemeentelijke organisatie actief contact met de bedrijven die het meest adverteren met fossiele reclame in onze buitenruimte om ze tijdig te wijzen op het weren ervan.
  • Het college dringt bij het rijk erop aan te komen tot een landelijk verbod op fossiele reclame en sponsoring. Het rijk verbiedt behalve fossiele reclame in de buitenruimte ook expliciet fossiele reclame in/op (sociale) media.
  • Tot slot wordt gevraagd uiterlijk aan het einde van het derde kwartaal in 2022 te rapporteren over deze in gang gezette acties aan de Raad.

Besluit

De gemeenteraad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen d.d. PM, gezien het voorstel van Robert Barker, Partij voor de Dieren. Besluit

1. Fossiele reclame in de openbare ruimte van Den Haag te verbieden door:

a. In de Algemene plaatselijke verordening onder artikel 1:1 het volgende lid toe te voegen:

    “fossiele reclame: reclame door of voor bedrijven in de kolensector, de olie- en gassector en de luchtvaartsector en reclame door of voor deze bedrijven over de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen of auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor.”

    b. In de Algemene plaatselijke verordening onder artikel 2:97 lid 5 de volgende extra weigeringsgrond aan de opsomming toe te voegen:

          “indien sprake is van een situatie zoals beschreven in het zevende lid van dit artikel.”

          c. In de Algemene plaatselijke verordening onder artikel 2:97 Handelsreclame een zevende lid toe te voegen:

          “Fossiele reclame is verboden, tenzij het gaat om

          a. bedrijfsnamen, bedrijfslogo’s en reclames aan of in de directe nabijheid van het pand waar de activiteiten plaatsvinden waar de reclame betrekking op heeft;

          b. wegwijzers op bedrijventerreinen.”

          d. In de Algemene plaatselijke verordening onder de eerste leden van artikel 6:1 en 6:1a (strafbepaling en boetebepaling bestuurlijke boete) aan de opsomming artikel 2:97, lid 5 toe te voegen.

          2. Deze verordening in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.

          3. Het college opdracht te geven het huidige door haar vastgestelde beleid overeenkomstig dit voorstel aan te passen.

          4. Het college opdracht te geven de exploitanten van reclamedragers in Den Haag te wijzen op de wijziging in de APV en het gemeentelijk reclamebeleid, teneinde fossiele reclames in onder ander haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines en billboards te weren. Daarbij in de eerste paar maanden op basis van meldingen een exploitant te waarschuwen en daarna pas over te gaan op handhaving.

          5. Bij het rijk erop aan te dringen om te komen tot een landelijk verbod op fossiele reclames en sponsoring. Het landelijke verbod geldt niet alleen in de buitenruimte, maar ook in de (social) media.

          6. Het college te verzoeken om voor het einde van het derde kwartaal van 2022 de voortgang van de genoemde acties aan de raad mee te delen.

          Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van …

          De griffier,De voorzitter,

          Bijlages


          Status

          Ingediend