Het stads­be­stuur moet groener


Opinie­ar­tikel van Jack Verduyn Lunel

12 maart 2022

Het huidige stadsbestuur van Den Haag laat zijn oren te veel hangen naar ontwikkelaars en heeft te weinig aandacht voor een groene stad. Dat vindt Jack Verduyn Lunel, oud-wethouder van GroenLinks. Bij deze verkiezingen kiest hij Partij voor de Dieren.

De afgelopen vier jaar zijn veel plannen in de gemeenteraad besproken die ten koste zijn gegaan van het groen, en steeds was er grote weerstand van bewoners. Zo zijn bomen bij de Koekamp net gekapt, terwijl bewoners en natuurverenigingen met verschillende alternatieven zijn gekomen. Ook staat het Scheveningse Bos bij Madurodam op de nominatie om gekapt te worden. Dit ondanks het feit dat dit bos onderdeel is van een aangewezen ecologische zone. Tegen deze boskap stonden GroenLinks en Groep de Mos eerst te demonstreren, maar uiteindelijk hebben ze ingestemd met de kap van deze honderden bomen. Het was niet eens een openlijk compromis in hun collegeakkoord, maar men verschool zich achter een pure leugen dat het “juridisch bindend” niet anders zou kunnen. Het eerdere besluit van de gemeenteraad waarachter zij zich verstopten werd met hun instemming vervolgens ook nog eens vergaand ontgroend: voor ongeveer de helft van de nieuwe gebouwen werd het niet meer verplicht die met groen begroeide daken te voorzien. Ook het stilzwijgend instemmen met de verwijdering van het grootste deel van de prachtige bomenrij aan de Scheveningseweg is een verzwegen compromis, zeg maar capitulatie, gebleken. De kans om daar ook daadwerkelijk grote bomen voor in de plaats te planten, iets waarvan ikzelf in de tachtiger jaren mocht aantonen dat dat ook mogelijk is, liet men oorverdovend stil voorbijgaan.

Een voortgaande ontgroening dreigt op veel meer plekken in Den Haag te gebeuren. Grote volwassen bomen worden overal vervangen door jonge sprietjes. De volgende slag gaat plaatsvinden in Zuidwest. Zo wordt zowel bij de Plannen in Dreven, Zichten en Gaarden en bij station Moerwijk in de ecologische zone gebouwd. En waarom? Omdat het voor de gemeente en projectontwikkelaar beter uitkomt om hier te bouwen en de bomen hier te kappen.

Er is helaas weinig of niets veranderd in het tekortschieten van de politieke bereidheid om bomen en groen, maar ook om historische en karakteristieke bebouwing te beschermen. Wat de politieke samenstelling van het College van B&W was bleek daarbij weinig uit te maken. Natuurlijk betekent meebesturen dat er ook compromissen gesloten moeten worden. Maar een deelname van partijen die pretenderen voor een groene, op leefbaarheid gerichte stad te kiezen, moet ook zichtbaar zijn in daadwerkelijke verandering. Je moet de wil hebben en tonen om het verschil te maken. Daarvan is helaas de laatste jaren weinig tot niets gebleken.

Maar verandering is na de komende verkiezingen harder nodig dan ooit. Een echt groen stadsbestuur moet opstaan, zodat de leefbaarheid van de stad op 1 komt. In plaats van het compenseren van het aantal gekapte bomen moet worden ingezet om oude waardevolle bomen te behouden. Juist die bomen zijn namelijk waardevol voor mens en dier, omdat ze nestgelegenheid bieden, water opvangen en hittestress tegengaan. Als we dan nog de vele versteende straten en pleinen vergroenen dragen we bij aan een groene stad.

Om dit te bereiken is een ander stadsbestuur nodig. Een stadsbestuur dat groen en duurzaamheid centraal zet. In een groeiende stad als Den Haag is dit des te belangrijker; zeker bij een stad aan zee die de gevolgen van de klimaatcrisis gaat voelen. Ik adviseer mensen daarom om bij de komende verkiezingen voor een groene stad te stemmen. Ik stem daarom op de Partij voor de Dieren.

Jack Verduyn Lunel