Partij voor de Dieren: behoud Schoen­ma­kers­vak­school


25 maart 2015

Op aandringen van de Partij voor de Dieren voert de gemeenteraad vanavond een debat over het behoud van de voormalige Schoenmakersvakschool. Dinsdag maakte wethouder Wijsmuller bekend dat de onderhandelingen tussen het bewonerscollectief en de projectontwikkelaar niet zijn geslaagd en dat de projectontwikkelaar door wil met zijn sloopplannen van dit markante gebouw aan de Crispijnstraat. De PvdD dient een motie in die het college oproept het gebouw met spoed op de monumentenlijst te plaatsen.

De Partij voor de Dieren vindt renovatie van bestaande bebouwing een belangrijk uitgangspunt, omdat het vaak duurzamer, goedkoper en minder schadelijk voor het milieu is dan sloop- en nieuwbouw. De Schoenmakersvakschool is daarnaast belangrijk cultureel-historisch erfgoed dat bescherming verdient. De partij heeft de wethouder in de commissievergadering van 21 januari opgeroepen er alles aan te doen om het markante gebouw in de Crispijnstraat te behouden. Verschillende gezaghebbende organisaties als het Haags Monumentenplatform en het Cuypersgenootschap, omwonende en zelfs de wethouder hebben aangegeven hoe bijzonder dit gebouw is. Dit blijkt ook uit de petitie die door meer dan 800 mensen is ondertekend.

Aangezien de wethouder nu aangeeft de sloop niet te zullen tegenhouden, wil de Partij voor de Dieren een motie indienen die het college oproept om via een spoedprocedure het gebouw, met zijn kenmerkende stijl, monumentaal trappenhuis en beeldbepalende terracotta gevelsculpturen, op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Daarnaast wil de partij dat gemeentelijk beschermde stadsgezichten in de toekomst beter worden beschermd. Zij wil dat bestemmingsplannen een waarborg bieden tegen de sloop van historische, karakteristieke panden in de gemeentelijk beschermde stadsgezichten.

Raadslid Christine Teunissen: “de Schoenmakersvakschool is een uniek en onvervangbaar gebouw. Een zorgzame gemeente ziet het als haar taak om het voortbestaan van gemeentelijk beschermde stadsgezichten te garanderen. Dat doe je niet door vrij spel te geven aan projectontwikkelaars, die in eerste instantie gericht zijn op financieel gewin en hun eigen regels kunnen opleggen.”