Schrif­te­lijke vragen Aange­troffen giftige insec­ti­ciden in Haagse mezen


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Jonge mezen bleken in het voorjaar van 2018 te sterven in het nest. In het voorjaar kende Nederland ook een opmars van de buxusmotrups. Deze dieren zijn een voedselbron voor de insectenetende vogels, zoals de koolmees en de pimpelmees. Door onderzoekers werd een mogelijke relatie gelegd tussen de vogelsterfte en de chemische bestrijding van de buxusmotrups. Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) heeft hier onderzoek naar gedaan.1 De meeste insecticiden die in de mezen zijn aangetroffen lijken te wijzen op illegaal gebruik door particulieren, wat kan komen door onwetendheid over (verlopen) toelatingen van middelen. In het onderzoek is onder andere een jonge pimpelmees uit Den Haag onderzocht op aanwezigheid van eventuele bestrijdingsmiddelen.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid mevrouw Teunissen, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

1. Is het college bekend met het onderzoek “Mezensterfte door buxusmotbestrijding?” van het CLM?

2. In de overleden jonge pimpelmees uit Den Haag zijn de stoffen Azoxystrobin, Fipronil, Imidacloprid, Indoxacarb en Permethrin aangetroffen. Welk van deze stoffen zijn verboden voor resp. gebruik door de gemeentelijke groenbeheerder en particulier gebruik?

Mezen zoeken in een heel beperkt gebied naar voedsel als ze jongen hebben (circa 3.000m2). De genomen monsters voor het onderzoek komen uit stedelijk gebied. Daardoor stellen onderzoekers dat het onwaarschijnlijk is dat de stoffen uit de landbouw komen.

3. Kan het college verklaren hoe het kan dat deze stoffen in voedsel van jonge mezen terecht zijn gekomen?

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat (verboden) gifstoffen die schadelijk zijn voor mens, dier, natuur en milieu niet gebruikt moeten worden in Den Haag?

5. Welke maatregelen treft het college om gebruik van gif door gemeentelijke groenbeheerders en particulieren te voorkomen op Haags grondgebied?

6. Zijn er nog tuincentra en andere winkels in Den Haag die verboden gifstoffen verkopen voor particulier gebruik? Zo ja, wat gaat het college daar aan doen?

1 https://www.clm.nl/uploads/pdf...

Christine Teunissen

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 16 okt. 2018

Het raadslid mevrouw Teunissen heeft op 11 september 2018 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Jonge mezen bleken in het voorjaar van 2018 te sterven in het nest. In het voorjaar kende Nederland ook een opmars van de buxusmotrups. Deze dieren zijn een voedselbron voor de insectenetende vogels, zoals de koolmees en de pimpelmees. Door onderzoekers werd een mogelijke relatie gelegd tussen de vogelsterfte en de chemische bestrijding van de buxusmotrups. Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) heeft hier onderzoek naar gedaan.1 De meeste insecticiden die in de mezen zijn aangetroffen lijken te wijzen op illegaal gebruik door particulieren, wat kan komen door onwetendheid over (verlopen) toelatingen van middelen. In het onderzoek is onder andere een jonge pimpelmees uit Den Haag onderzocht op aanwezigheid van eventuele bestrijdingsmiddelen.

1. Is het college bekend met het onderzoek “Mezensterfte door buxusmotbestrijding?” van het CLM?

Ja, het college is hiermee bekend.

2. In de overleden jonge pimpelmees uit Den Haag zijn de stoffen Azoxystrobin, Fipronil, Imidacloprid, Indoxacarb en Permethrin aangetroffen. Welk van deze stoffen zijn verboden voor resp. gebruik door de gemeentelijke groenbeheerder en particulier gebruik?

Geen van deze stoffen wordt toegepast in het gemeentelijk groenbeheer. Genoemde stoffen zijn verwerkt in middelen die voor particulier gebruik zijn toegestaan. De stoffen worden toegepast in middelen voor particulier gebruik voor de bestrijding van mieren, kakkerlakken, wespen, vlooien, teken en schimmels.

Mezen zoeken in een heel beperkt gebied naar voedsel als ze jongen hebben (circa 3.000m2). De genomen monsters voor het onderzoek komen uit stedelijk gebied. Daardoor stellen onderzoekers dat het onwaarschijnlijk is dat de stoffen uit de landbouw komen.

3. Kan het college verklaren hoe het kan dat deze stoffen in voedsel van jonge mezen terecht zijn gekomen?

Zie beantwoording vraag 2.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat (verboden) gifstoffen die schadelijk zijn voor mens, dier, natuur en milieu niet gebruikt moeten worden in Den Haag?

Het toestaan van en handhaven op het gebruik van bestrijdingsmiddelen is geen gemeentelijke taak.

5. Welke maatregelen treft het college om gebruik van gif door gemeentelijke groenbeheerders en particulieren te voorkomen op Haags grondgebied?

De lijn in het openbaar groen is dat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, ook niet als het onderhoud is uitbesteed aan derden. Het gebruik door particulieren is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel zal de gemeente op de website www.hethaagsegroen.nl aandacht besteden aan het gevaar van het (onjuist) gebruik van bestrijdingsmiddelen door particulieren.

6. Zijn er nog tuincentra en andere winkels in Den Haag die verboden gifstoffen verkopen voor particulier gebruik? Zo ja, wat gaat het college daar aan doen?

Het college gaat er vanuit dat tuincentra en winkels in Den Haag zich ook wat betreft de verkoop van bestrijdingsmiddelen aan de wet houden. Controle op naleving hiervan is een taak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Peter HennephofPauline Krikke