Aanvul­lende raads­vragen vuur­werk­fes­tival


Indiendatum: sep. 2010

Den Haag, 21 september 2010

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Omdat de schriftelijke vragen over vuurwerkfestivals (RIS 174497) niet volledig beantwoord zijn stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende aanvullende vragen:

1. In de beantwoording van vraag 2 wordt aangegeven dat afval dat eventueel op het strand terechtkomt wordt opgeruimd met behulp van de beachcleaners.
Er wordt niet ingegaan op het afval dat in zee terechtkomt. Hoe wordt het afval van het vuurwerk opgeruimd dat wordt afgestoken vanaf het ponton en in zee terechtkomt?

2. In de beantwoording van vraag 3 wordt gesteld dat er sprake is van voldoende afstand tot de beschermde duingebieden. Volgens onze berekeningen is de afstand van het vuurwerkfestival tot de Natura-2000 gebieden minder dan 3 kilometer en loopt de gemeente het risico de vogels te verstoren. De gemeente Den Haag heeft derhalve een ontheffing nodig van de Provincie. U geeft aan dat de provincie geen bezwaar heeft tegen het afgeven van de vergunning. Graag wil ik echter weten of de gemeente Den Haag een ontheffing heeft aangevraagd?

3. Waaruit leidt u af dat er sprake is van voldoende afstand tot de beschermde gebieden?

4. Waaruit leidt u af dat de locatie en het tijdstip van het festival geen (significante) negatieve gevolgen voor de beschermde natuurwaarden van de Natura-2000 gebieden hebben?

5. U geeft aan dat de Provincie geen bezwaar heeft tegen het afgeven van de vergunning.
Waaruit blijkt dit?

6. In de beantwoording van vraag 6 wordt aangegeven dat Den Haag jaarlijks 3 á 4 vergunningen afgeeft voor vuurwerkevenementen. Hoe verhoudt zich dat tot het afsteken van vuurwerk op de kermis achter op het Malieveld op 4, 11 en 18 september 2010?

Met vriendelijke groet,

Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Gemeente Den Haag

Indiendatum: sep. 2010
Antwoorddatum: 9 nov. 2010

Het raadslid mw. M.J.E. de Groot heeft op 21 september 2010 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoorden wij deze vragen als volgt.

1. In de beantwoording van vraag 2 wordt aangegeven dat afval dat eventueel op het strand terechtkomt wordt opgeruimd met behulp van de beachcleaners. Er wordt niet ingegaan op het afval dat in zee terechtkomt. Hoe wordt het afval van het vuurwerk opgeruimd dat wordt afgestoken vanaf het ponton en in zee terechtkomt?

Het afval dat op het ponton achterblijft wordt aan wal gebracht. Het afval dat in zee terechtkomt van het afgestoken vuurwerk wordt niet opgeruimd, behalve het gedeelte dat aanspoelt op het strand.

2. In de beantwoording van vraag 3 wordt gesteld dat er sprake is van voldoende afstand tot de beschermde duingebieden. Volgens onze berekeningen is de afstand van het vuurwerkfestival tot de Natura-2000 gebieden minder dan 3 kilometer en loopt de gemeente het risico de vogels te verstoren. De gemeente Den Haag heeft derhalve een ontheffing nodig van de Provincie. U geeft aan dat de provincie geen bezwaar heeft tegen het afgeven van de vergunning. Graag wil ik echter weten of de gemeente Den Haag een ontheffing heeft aangevraagd?

De provincie Zuid-Holland beoordeelt of sprake is van een activiteit waarvoor op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 een aanvullende vergunning nodig is. Met de provincie is om deze reden de afspraak gemaakt dat de gemeente de aanvragers van evenementen in en rondom Natura 2000-gebieden doorverwijst naar de afdeling Vergunningen van de Directie Omgevingsdiensten van de provincie. De provincie informeert, na een inhoudelijke beoordeling, de organisator van het evenement over de eventuele vergunningsplicht. De gemeente ontvangt van deze correspondentie een afschrift.

Voor wat betreft het Vuurwerkfestival in Scheveningen heeft de provincie aan de gemeente aangegeven dat er geen aanvullende vergunning noodzakelijk is op basis van de natuurbeschermingswet 1998. Het is niet aan de gemeente om het afstandscriterium te beoordelen.

3. Waaruit leidt u af dat er sprake is van voldoende afstand tot de beschermde gebieden?

Zie antwoord op vraag 2.

4. Waaruit leidt u af dat de locatie en het tijdstip van het festival geen (significante) negatieve gevolgen voor de beschermde natuurwaarden van de Natura-2000 gebieden hebben?

Zie antwoord op vraag 2.

5. U geeft aan dat de Provincie geen bezwaar heeft tegen het afgeven van de vergunning. Waaruit blijkt dit?

Zie antwoord op vraag 2.

6. In de beantwoording van vraag 6 wordt aangegeven dat Den Haag jaarlijks 3 á 4 vergunningen afgeeft voor vuurwerkevenementen. Hoe verhoudt zich dat tot het afsteken van vuurwerk op de kermis achter op het Malieveld op 4, 11 en 18 september 2010?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen vergunningen voor vuurwerkevenementen en vergunningen voor het afsteken van vuurwerk. Voor vuurwerkevenementen, zoals het vuurwerkfestival in Scheveningen, geeft de gemeente jaarlijks 3 á 4 vergunningen af. Sinds de invoering van het Vuurwerkbesluit in 2002 geeft de gemeente Den Haag geen vergunningen meer af voor het afsteken van vuurwerk. Voor het afsteken van vuurwerk, zoals bij de najaarskermis op het Malieveld, is de provincie bevoegd gezag. Voor het evenement “najaarskermis” heeft de gemeente een evenementenvergunning afgegeven. Daarnaast heeft de organisatie bij de provincie om toestemming gevraagd om in het kader van dit evenement op 4, 11 en 18 september 2010 (drie zaterdagen) een “ondersteunend” vuurwerk te mogen organiseren. Hiermee wordt de najaarskermis echter geen vuurwerkevenement, zoals het Vuurwerkfestival in Scheveningen.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer