Raads­vragen Beleid ten aanzien van land­bouw­huis­dieren op stads­boer­de­rijen


Gemeenteraadsfractie Den Haag


Den Haag, 23 februari 2012

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

In verband met vragen die wij hebben ontvangen vanuit bezorgde inwoners van Den Haag ten aanzien van de landbouwhuisdieren op de stadsboerderijen stelt ondergetekende onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

1. Bij navragen bij het ministerie van ELI naar aanleiding van het registratienummer van stiertje Heiko (registratienummer 390723411) is ons gebleken dat Heiko op 3 februari 2009 is geslacht. Is het college daarvan op de hoogte?

In een krantenartikel van de Telegraaf d.d. 13 februari 2008 (zie bijlage) heeft de gemeente gegarandeerd dat zij dit keer goed in de gaten zal houden hoe het deze voormalige lieveling van de Haagse kinderen op zijn nieuwe adres zal vergaan.
2. Hoe verhoudt zich deze belofte tot het feit dat Heiko alsnog binnen een jaar bij de slacht blijkt te zijn beland? Wat vindt het college daarvan?

3. Is het college bereid de status van de verkochte dieren sinds 2007 op te vragen bij Dienst Regelingen? Zo ja, op welke termijn zal het college ons deze informatie verschaffen? Zo nee, waarom niet?

“Boeren met Beleid’ staat het fokken met landbouwhuisdieren toe om de populatie op peil te houden. In de praktijk betekent dit dat per stadsboerderij maximaal één dier per ras gedekt wordt (koeien, schapen, geiten, varkens). Indien nodig worden overige landbouwhuisdieren via aanschaf verworven.

Met kleine dieren (konijnen, cavia`s en kippen) van de stadsboerderijen wordt niet meer gefokt. In principe wordt bij benodigde aanvullingen op het gebied van konijnen en cavia`s eerst de Haagse knaagdierenopvang ‘het Knagertje’ geraadpleegd voor beschikbare dieren. De afgelopen periode heeft dit ertoe geleid dat om en nabij 95% van de benodigde aanvullingen op deze manier ingevuld konden worden. In de andere gevallen zijn de dieren via kinderboerderijen buiten Den Haag verkregen.

Ten aanzien van het grote vee: Geiten, Schapen, Koeien en Varkens) wordt echter nog wel altijd gefokt. Er zijn dan ook wat die diersoorten betreft nog altijd overtollige dieren die herplaatst moeten worden bij een hobbyboer.

5. Klopt het dat tussen 2008-2011 meer dan 300 dieren van de stadsboerderijen afgevoerd zijn? Zo ja, kan het college aan geven in hoeveel van de gevallen de dieren zijn afgevoerd vanwege overtolligheid en hoe vaak vanwege afwijkend gedrag?

6. Kan het college de huisvestingscapaciteit per stadsboerderij per diercategorie aangeven?

7. Kunt u aangeven hoe het kan dat wanneer ten aanzien van het fokken met landbouwhuisdieren om de populatie op peil te houden (in de praktijk dat per boerderij een dier per ras per soort wordt gedekt) het beleid is er de afgelopen jaar 39 bokken, 45 geiten, 20 rammen en 26 ooien zijn geboren? Onderschrijft het college dat de aanwas gebaseerd moet zijn op de huisvestingscapaciteit om verkoop te voorkomen? Graag een toelichting.

8. Is het college bereid om te stoppen met het fokken van landbouwhuisdieren en deze via aanschaf te verwerven conform de kleine dieren? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Marieke de Groot Bart van Kent Joris Wijsmuller
Partij voor de Dieren SP Haagse Stadspartij


Antwoorddatum: 29 mrt. 2012

sv 2012.111
RIS 246928
Regnr. DSB/2012.168 Den Haag, 27 maart 2012
Inzake: Beleid ten aanzien van landbouwhuisdieren op stadsboerderijen
De gemeenteraad

De raadsleden mevrouw M.J.E. de Groot en de heren B. van Kent en G.H.M. Wijsmuller hebben op 23 februari 2012 een brief met daarin 7 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.
In verband met vragen die wij hebben ontvangen vanuit bezorgde inwoners van Den Haag ten aanzien van de landbouwhuisdieren op de stadsboerderijen stelt ondergetekende onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

1. Bij navragen bij het ministerie van ELI naar aanleiding van het registratienummer van stiertje Heiko (registratienummer 390723411) is ons gebleken dat Heiko op 3 februari 2009 is geslacht. Is
het college daarvan op de hoogte?

Nee. Volgens de afspraken uit het door de raad vastgestelde ‘Boeren met Beleid’ (RIS 123353), blijft de gemeente Den Haag tot een half jaar na verkoop eigenaar van het verkochte dier en behoudt in die periode een bepaalde verantwoordelijkheid. In dit concrete geval betrof het een dier dat op 6 januari 2008 is verkocht. De genoemde verantwoordelijkheid van de gemeente liep dus tot 6 juli 2008.


In een krantenartikel van de Telegraaf d.d. 13 februari 2008 (zie bijlage) heeft de gemeente gegarandeerd dat zij dit keer goed in de gaten zal houden hoe het deze voormalige lieveling van de
Haagse kinderen op zijn nieuwe adres zal vergaan.

2. Hoe verhoudt zich deze belofte tot het feit dat Heiko alsnog binnen een jaar bij de slacht blijkt te zijn beland? Wat vindt het college daarvan?

Zie het antwoord op vraag 1.

3. Is het college bereid de status van de verkochte dieren sinds 2007 op te vragen bij Dienst Regelingen? Zo ja, op welke termijn zal het college ons deze informatie verschaffen? Zo nee,
waarom niet?

Nee. Het college houdt zich aan de gemaakte afspraken in Boeren met Beleid aangaande de verkoop van dieren van de Haagse stadsboerderijen. In de periode van een half jaar volgt de gemeente wel de status van de dieren, daarna niet meer. DSB/2012.168 2

“Boeren met Beleid’ staat het fokken met landbouwhuisdieren toe om de populatie op peil te houden. In de praktijk betekent dit dat per stadsboerderij maximaal één dier per ras gedekt wordt (koeien, schapen, geiten, varkens). Indien nodig worden overige landbouwhuisdieren via aanschaf verworven.
Met kleine dieren (konijnen, cavia`s en kippen) van de stadsboerderijen wordt niet meer gefokt. In principe wordt bij benodigde aanvullingen op het gebied van konijnen en cavia`s eerst de Haagse
knaagdierenopvang ‘het Knagertje’ geraadpleegd voor beschikbare dieren. De afgelopen periode heeft dit ertoe geleid dat om en nabij 95% van de benodigde aanvullingen op deze manier
ingevuld konden worden. In de andere gevallen zijn de dieren via kinderboerderijen buiten Den Haag verkregen.
Ten aanzien van het grote vee (Geiten, Schapen, Koeien en Varkens) wordt echter nog wel altijd gefokt. Er zijn dan ook wat die diersoorten betreft nog altijd overtollige dieren die herplaatst moeten
worden bij een hobbyboer.
4. --

5. Klopt het dat tussen 2008-2011 meer dan 300 dieren van de stadsboerderijen afgevoerd zijn? Zo ja, kan het college aan geven in hoeveel van de gevallen de dieren zijn afgevoerd vanwege
overtolligheid en hoe vaak vanwege afwijkend gedrag?

Ja. Dieren kunnen om diverse redenen niet op de stadsboerderijen gehouden worden. De mannelijke dieren worden in elk geval niet op een stadsboerderij gehouden in verband met veiligheid voor bezoekers (57% van de dieren). Ook komt het sporadisch voor dat dieren worden verkocht in verband met onveilig gedrag voor andere dieren (2%). Voor een ander deel van dieren is geen
huisvestingscapaciteit aanwezig (41%). 6. Kan het college de huisvestingscapaciteit per stadsboerderij per diercategorie aangeven?
De gemiddelde huisvestingscapaciteit bedraagt per landbouwhuisdier per stadsboerderij:
Koe : 2
Schaap : 8
Geit : 8
Voor Nederlandse begrippen hebben de Haagse stadsboerderijen een relatief klein dierenbestand. Dit omdat het vanuit het Haags oogpunt van educatie geen meerwaarde heeft om grote kuddes te houden.

7. Kunt u aangeven hoe het kan dat wanneer ten aanzien van het fokken met landbouwhuisdieren om de populatie op peil te houden (in de praktijk dat per boerderij een dier per ras per soort wordt
gedekt) het beleid is er de afgelopen jaar 39 bokken, 45 geiten, 20 rammen en 26 ooien zijn geboren? Onderschrijft het college dat de aanwas gebaseerd moet zijn op de
huisvestingscapaciteit om verkoop te voorkomen? Graag een toelichting.

De regel is dat maximaal één dier per ras per stadsboerderij wordt gedekt. Dit houdt in de praktijk in dat met maximaal acht dieren per locatie kan worden gefokt. Aangezien een dier meer dan één jong kan werpen, kan het zijn dat op een locatie meer dan acht dieren worden geboren. Het uitgangspunt van Boeren met Beleid is dat dieren natuurlijk gedrag vertonen, waaronder paargedrag. Het afgesproken selectieve fokbeleid heeft daarbij een educatief doel (schoollessen over jonge dieren) en een medisch doel (het drachtig zijn voorkomt vervetting van dieren, zie ook de Evaluatie Boeren met beleid, RIS 147308). Kortom, de aanwas vindt plaats conform de afspraken uit Boeren met Beleid en niet op basis van de - nog meer beperkende - capaciteit van de locaties.
DSB/2012.168 3

8. Is het college bereid om te stoppen met het fokken van landbouwhuisdieren en deze via aanschaf te verwerven conform de kleine dieren? Zo nee, waarom niet?

Nee. Het stoppen met fokken zal gevolgen hebben voor het individuele dierenwelzijn, het dierenbestand en het daaraan gekoppelde educatieprogramma. De aankoop van pas geboren dieren
biedt hiervoor geen oplossing.


Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de locoburgemeester,
Annet Bertram Marnix Norder

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer