Raads­vragen Circus Althoff Den Haag


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Naar aanleiding van het feit dat van 3 t/m 20 juni aanstaande op verschillende locaties in Den Haag voorstellingen gepland staan van Circus Althoff, Circus Althof betreft een circus waarin wilde dieren worden gebruikt, stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

1.Is het college van Den Haag bekend met het rapport “Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland, Circuspraktijk in 2008*” van maart 2009?
(waaronder de volgende bevindingen: 71% van geobserveerde dieren vertoont klinische afwijkingen, de voedingstoestand van dieren was in 66% van de gevallen ondermaats, ondermaatse huisvesting, stressvol transport van dieren die op elkaar gepakt staan in donkere transportwagens etc.)
Zo ja, wat is het standpunt van het college over het thema wilde dieren in circussen?

2. Is het college bekend met het streven van de rijksoverheid naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)?
Zo ja, streeft het college eveneens MVO na en hoe verhoudt zich dat streven dan tot het verlenen van een vergunning aan een circus met wilde dieren?

3. Is het college bereid om in het kader van MVO waar mogelijk extra inspanningen te doen om het welzijn te garanderen en te controleren van (wilde) dieren in circussen en andere evenementen waar dieren worden geëxploiteerd voor vermaak? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, welke maatregelen wilt u - als vergunningverlenende en verantwoordelijke instantie - nemen om het wetenschappelijk aangetoonde lijden van circusdieren voor zover in uw macht te minimaliseren.?

4. Verleent de gemeente Den Haag subsidie aan circus Althoff?
Zo ja: Bent u bereid als gemeente in het kader van MVO niet langer subsidie te verstrekken aan evenementen die (wilde) dieren exploiteren voor vermaak?

5. Is de gemeente bereid ook anderszins géén stimulerende en/of faciliterende rol te spelen bij evenementen die (wilde) dieren exploiteren voor vermaak?

6. Heeft de gemeente Den Haag aan de Algemene Inspectiedienst (AID) en de plaatselijke Dierenbescherming al gevraagd om dierenwelzijnsinspecties uit te voeren?
Zo ja, worden er inspecties uitgevoerd?
Zo nee, waarom niet en wil de gemeente dat alsnog in gang zetten met het oog op de bevindingen van eerdergenoemd rapport?

7. In eerdergenoemd rapport hebben onderzoekers geconstateerd dat de tijd dat de dieren gedwongen zijn in de trailer te staan –zonder water en bewegingsvrijheid- vaak aanzienlijk wordt verlengd door de benodigde op- en afbouwtijd van het circus. Door betere afspraken tussen circus en gemeente kan deze tijd verkort worden. Dieren moeten nu vaak uren extra in krappe trailers opgehokt staan totdat het circus heeft opgebouwd: water- en elektravoorzieningen dienen aangelegd te worden en de gemeente verricht de zogenaamde ‘schouwing’ van het terrein. Om niet nog meer dierenleed te veroorzaken dient dit proces versneld te worden, luidt een aanbeveling van de onderzoekers. Gemeente en circus zouden daartoe een afsprakendraaiboek moeten maken. Is de gemeente daartoe bereid? Zo nee waarom niet?


Met vriendelijke groet,


Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Gemeente Den Haag

*Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland. Circuspraktijk in 2008, H. Hopster, M. van Dierendonck, H. van den Brandt en K. van Reeren, maart 2009.

Antwoorddatum: 6 jul. 2010

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 2 juni 2010 een brief met daarin zeven vragen aan de
voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Ingevolge het bepaalde in artikel 38, van het reglement van orde voor vergaderingen en andere
werkzaamheden van de raad, antwoorden wij als volgt.

1. Is het college van Den Haag bekend met het rapport “Welzijn van dieren in reizende circussen in
Nederland, Circuspraktijk in 2008” van maart 2009?
Zo ja, wat is het standpunt van het college over het thema wilde dieren in circussen.

Wij zijn bekend met dit rapport. Circussen (ook die met dieren) worden door de bewoners van Den
Haag, gezien het aantal bezoekers, gewaardeerd. Wij hebben echter wel zorg voor het welzijn van de
circusdieren en hebben daarom in het verleden al bij de minister van LNV aangedrongen op
aanvullende regelgeving met betrekking tot het welzijn van circusdieren.

2. Is het college bekend met het streven van de rijksoverheid naar Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen (MVO)? Zo ja, streeft het college eveneens MVO na en hoe verhoudt zich dat streven
dan tot het verlenen van een vergunning aan een circus met wilde dieren?

Wij zijn bekend met het streven van de rijksoverheid naar MVO. Ook wij streven MVO na, onder
meer door afspraken te maken met het Haagse bedrijfsleven.
Circusbedrijven zijn echter internationaal opererende bedrijven die vaak formeel gevestigd zijn in het
buitenland. De vergunningverlening aan circussen geschiedt op basis van de APV middels een
evenementenvergunning. Het welzijn van (circus)dieren is uitputtend geregeld in landelijke
wetgeving, waaronder de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd).
DSB/2010.288 2
De gemeente heeft wettelijk gezien geen bevoegdheid om in de APV aanvullende eisen en/of
verboden te stellen ten aanzien van circusdieren. Gezien het voorgaande heeft de gemeente dan ook
geen mogelijkheden om op het gebied van MVO aanvullende, afdwingbare afspraken te maken met
circussen.

3. Is het college bereid om in het kader van MVO waar mogelijk extra inspanningen te doen om het
welzijn te garanderen en te controleren van (wilde) dieren in circussen en andere evenementen
waar dieren worden geëxploiteerd voor vermaak? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, welke maatregelen wilt u – als vergunningverlenende en verantwoordelijke instantie –
nemen om het wetenschappelijk aangetoonde lijden van circusdieren voor zover in uw macht te
minimaliseren?

De gemeente heeft wettelijk gezien geen bevoegdheid om aanvullende eisen en/of verboden te stellen
ten aanzien van circusdieren in het kader van de evenementenvergunning en heeft op dat vlak dan ook
geen controlerende taak. Controle op het welzijn van circusdieren is een taak van de Algemene
Inspectiedienst.

4. Verleent de gemeente Den Haag subsidie aan circus Althoff? Zo ja, bent u bereid als gemeente in
het kader van MVO niet langer subsidie te verstrekken aan evenementen die (wilde) dieren
exploiteren voor vermaak?

De gemeente Den Haag heeft geen subsidie verstrekt aan circus Althoff.

5. Is de gemeente bereid ook anderszins géén stimulerende en/of faciliterende rol te spelen bij
evenementen die (wilde) dieren exploiteren voor vermaak?

Ten aanzien van circussen is de faciliterende rol van de gemeente beperkt tot het ter beschikking
stellen van het terrein van Ypenburg voor het evenement. Met het oog op rechtsgelijkheid tussen de
verschillende organisatoren van evenementen kan de gemeente dit ten aanzien van circussen niet
weigeren.

6. Heeft de gemeente Den Haag aan de Algemene Inspectiedienst en de plaatselijke
Dierenbescherming al gevraagd om dierenwelzijnsinspecties uit te voeren? Zo ja, worden er
inspecties uitgevoerd? Zo nee, waarom niet en wil de gemeente dat alsnog in gang zetten met het
oog op de bevindingen van eerdergenoemd rapport?

De Algemene Inspectie Dienst (AID) en de Dierenbescherming zijn niet gevraagd om inspecties uit te
voeren. Deze instanties voeren doorgaans slechts inspecties uit bij meldingen van misstanden. Deze
meldingen moeten worden gedaan door degene die getuige is geweest van de misstanden. Momenteel
is circus Althoff weer vertrokken uit Den Haag.

7. In eerdergenoemd rapport hebben onderzoekers geconstateerd dat de tijd dat de dieren
gedwongen zijn in de trailer te staan – zonder water en bewegingsvrijheid – vaak aanzienlijk
wordt verlengd door de benodigde op- en afbouwtijd van het circus. Door betere afspraken tussen
circus en gemeente kan deze tijd verkort worden.
Dieren moeten nu vaak uren extra in krappe trailers opgehokt staan, totdat het circus heeft
opgebouwd: water- en elektravoorzieningen dienen aangelegd te worden en de gemeente verricht
de zogenaamde ‘schouwing’ van het terrein. Om niet nog meer dierenleed te veroorzaken dient dit
proces versneld te worden, luidt een aanbeveling van de onderzoekers. Gemeente en circus zouden
daartoe een afsprakendraaiboek moeten maken. Is de gemeente daartoe bereid? Zo nee, waarom
niet?

In de vergunning die aan een circus wordt verleend wordt vermeld dat het exacte tijdstip van aankomst
vooraf moet worden doorgegeven aan de gemeente. De gemeente draagt er dan zorg voor dat het
terrein is geschouwd en in gereedheid is gebracht voordat het circus arriveert. Een versnelling is dan
ook niet nodig omdat dit op dit punt geen voordeel oplevert.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer