Raads­vragen over de verlichting op de Boulevard


Naar aanleiding van het bericht op Westonline genaamd “'Nieuwe lampen Scheveningse boulevard te fel'1 stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de klachten van bewoners aan de Boulevard over de nieuwe lichtmasten op de Boulevard1?
2. Zijn de bewoners van tevoren op de hoogte gesteld over de plaatsing van de hoge, felle lichtmasten? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
3. Is er een passende beoordeling uitgevoerd naar de effecten die deze hoge felle lichten hebben op de meervleermuis die beschermd is in het kader van Natura 2000? Zo ja, wat waren de resultaten hiervan? Zo neen, waarom niet? Uit het profieldocument2 van het ministerie blijkt dat verlichting een mogelijk significant negatief effect heeft. Voordat een plan of project uitgevoerd wordt, dient er dan ook zekerheid te zijn dat zich geen significante effecten met betrekking tot de beschermde soorten voordoet. Op welke wijze is die zekerheid dan verkregen?
4. Is het college ervan op de hoogte dat lichthinder ook voor veel vogels, en amfibieën een sterke afstotende werking hebben? Zo ja, op welke wijze heeft dat de plaatsing van de lichten, de hoogte van de masten en de felheid van de lichten beïnvloedt?
5. Is het college ervan op de hoogte dat (felle) buitenverlichting ook kan leiden tot gezondheidseffecten bij omwonende, onder andere door verstoringen van het dag-nacht ritme? Zo ja, is bij het instellen van de felheid van de lampen hier rekening mee gehouden?
6. Is er bij deze lichtmasten gebruik gemaakt van led-licht? Zo neen waarom niet?
7. Is het college bereid met de bewoners in gesprek te gaan en de lichten op zijn minst minder fel te maken? Graag een toelichting.

1 http://www.omroepwest.nl/nieuws/nieuwe-lampen-scheveningse-boulevard-te-fel
2 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/profielen/soorten/profiel_soort_H1318.pdf

Antwoorddatum: 6 mrt. 2012

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 1 februari 2012 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoorden wij deze vragen als volgt.

1. Is het college bekend met de klachten van bewoners aan de Boulevard over de nieuwe lichtmasten op de Boulevard?

Ja.

2. Zijn de bewoners van tevoren op de hoogte gesteld over de plaatsing van de hoge, felle lichtmasten? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Nee. Door de grote tijdsdruk die op het project rust – komend strandseizoen moet dit deel van de Boulevard weer normaal functioneren – is ten onrechte verzuimd om de bewoners te informeren over de wijze waarop de verlichting uiteindelijk vorm heeft gekregen.

3. Is er een passende beoordeling uitgevoerd naar de effecten die deze hoge felle lichten hebben op de meervleermuis die beschermd is in het kader van Natura 20001 Zo ja, wat waren de resultaten hiervan? Zo neen, waarom niet? Uit het profieldocument van het ministerie blijkt dat verlichting een mogelijk significant negatief effect heeft. Voordat een plan of project uitgevoerd wordt, dient er dan ook zekerheid te zijn dat zich geen;significante effecten met betrekking tot de beschermd; soorten voordoet. Op welke wijze is die zekerheid dan verkregen?

Een beoordeling in het kader van Natura 2000 is niet verplicht voor dit project en derhalve niet uitgevoerd. Uit recent onderzoek blijkt dat de meervleermuis langs de Vliet foerageert. In Meijendel zijn winterslaapplaatsen bekend. Meervleermuizen worden niet waargenomen in de buurt van de boulevard.

4. Is het college ervan op de hoogte dat lichthinder ook voor veel vogels, en amfibieën een sterke afstotende werking hebben? Zo ja, op welke wijze heeft dat de plaatsing van de lichten, de hoogte
van de masten en de felheid van de lichten beïnvloedt?

Ja. Vogels en amfibieën in de stad hebben altijd te maken met openbare verlichting. Ze verblijven bij voorkeur in het groen. Behalve voor bijvoorbeeld meeuwen, is de boulevard is geen favoriete plek voor vogels of amfibieën.

5. Is het college ervan op de hoogte dat (felle) buitenverlichting ook kan leiden tot gezondheidseffecten bij omwonenden, onder andere door verstoringen van het dag-nacht ritme? Zo ja, is bij het instellen van de felheid van de lampen hier rekening mee gehouden?

Ja. Op de Boulevard is de lichtintensiteit zodanig berekend dat voldaan wordt aan de stedelijke normen voor verlichting van de openbare ruimte. De toepassing van led-verlichting met de daarbij gebruikte schakelapparatuur maken het mogelijk om de openbare verlichting in de nachtelijke uren te dimmen. Het voornemen is om hier gebruik van te maken, maar daarvoor is eerst overleg noodzakelijk met betrokken partijen, zoals de politie en de horeca. Voor de verlichting van de Beeldentuin is nadrukkelijk rekening gehouden met de wens om zo min mogelijk strooilicht naar de woningen te veroorzaken. Deze keuze heeft geleid tot hoge lichtmasten met gerichte lichtbundels op de verschillende beelden. Momenteel zijn de beelden nog niet aanwezig, dus zijn de lampen omlaag gericht en verlichten nu vooral de lichtmasten, waardoor deze extra in het oog springen. Nadat de beelden zijn geplaatst, naar verwachting in de tweede helft van maart, zullen ze gericht worden.

6. Is er bij deze lichtmasten gebruik gemaakt van led-licht? Zo neen waarom niet?

Ja, voor de Openbare Verlichting is gebruik gemaakt van led-licht. Voor de Beeldentuin is gebruik gemaakt van CDMT lampen om zo min mogelijk strooilicht te veroorzaken.

7. Is het college bereid met de bewoners in gesprek te gaan en de lichten op zijn minst minder fel te maken? Graag een toelichting.

Ja. Overleg met een aantal bewoners nabij de Beeldentuin heeft geleid tot de volgende maatregelen:
- een lichtmast, die op korte afstand voor Scheveningseduijn zou worden geplaatst, wordt vervangen door twee van een lager type en deze worden uit het zicht geplaatst;
- de lichtmast die het meest in het uitzicht van de bewoners van Princelandt staat, zal vervangen worden door een lager exemplaar;
- een schijnwerper die gericht is op de buskeerlus krijgt een lagere intensiteit;
- de verlichting van de Beeldentuin wordt voorzien van een tijdschakeling, waardoor het verlichtingsniveau later in de nacht verlaagd kan worden.

Verdere aanpassingen zijn binnen de eisen voor de aanlichting van de beelden en de verlichting van de openbare ruimte aldaar niet, of slechts tegen zeer hoge kosten mogelijk.


Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer