Raads­vragen over het aanmoe­digen van de sport­vis­serij


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,


Naar aanleiding van het bericht op de website van de gemeente van 5 oktober 2011 “Watersporten in Den Haag” stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde -de volgende vragen:

Inleiding:

In het artikel spreekt het voornemen van het college om als sportstad aan zee bekend te staan met als een van de vier sporten de sportvisserij. In het nieuwsbericht wordt doorverwezen naar een achtergrond pagina over de sportvisserij, waar het sportvissen als leuk uitje genoemd wordt en soorten als schar, makreel en kabeljauw als mogelijke vangsten. De toestand van deze bestanden, vooral die van kabeljauw en wijting, is zorgelijk gezien deze bestanden zich niet binnen de biologisch veilige grenzen bevinden.

  1. Bent u ervan op de hoogte dat de visbestanden van kabeljauw en wijting nog steeds niet binnen de biologisch veilige grenzen bevindt? Zo ja, waarom wordt het verder uitdunnen van deze bestanden dan op de gemeentelijke website aangeprezen? Zo neen, bent u dan bereid niet langer de visserij op deze soorten aan te moedigen? Zo neen, waarom niet?
  2. Waarom is er gekozen om kabeljauw en wijting expliciet te noemen als visbare soorten op de gemeentelijke website? Welk doel hoopte u hiermee te bereiken?
  3. Acht u het een taak van de gemeente om het verder leegvissen van de zee aan te prijzen als recreatieve bezigheid? Zo neen, bent u bereid dit van de website te halen?
  4. Deelt u de mening dat de gemeente ook een taak heeft om de bewoners te informeren over de zorgelijke toestand van de visbestanden in de Noordzee? Zo ja, op welke wijze geeft u daar reeds invulling aan en ziet u hier mogelijkheden voor verbetering?
  5. Kunt u toelichten waarom u enkel de visserij stimuleert in de genoemde artikelen en er verder geen enkele kanttekening over de toestand van de zee of de aantasting die hengelen op het dierenwelzijn veroorzaakt erbij vermeld? Bent u bereid dit alsnog aan te passen?
  6. Is er een passende beoordeling in het kader van Natura 2000 uitgevoerd naar de effecten van het sportvissen in de Noordzeekustzone? Zo ja, waar is die te vinden? Zo neen, op basis van welke wetenschappelijke inzichten is het optreden van significante effecten op habitattype en habitatsoorten dan uitgesloten?

Antwoorddatum: 8 nov. 2011

Regnr. DSB/2011-662 Den Haag, 8 november 2011

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 5 oktober 2011 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Naar aanleiding van het bericht op de website van de gemeente van 5 oktober 2011 “Watersporten in Den Haag” stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde -de volgende vragen:

Inleiding:
In het artikel spreekt het voornemen van het college om als sportstad aan zee bekend te staan met als een van de vier sporten de sportvisserij. In het nieuwsbericht wordt doorverwezen naar een
achtergrond pagina over de sportvisserij, waar het sportvissen als leuk uitje genoemd wordt en soorten als schar, makreel en kabeljauw als mogelijke vangsten. De toestand van deze bestanden,
vooral die van kabeljauw en wijting, is zorgelijk gezien deze bestanden zich niet binnen de biologisch veilige grenzen bevinden.

1. Bent u ervan op de hoogte dat de visbestanden van kabeljauw en wijting nog steeds niet binnen de biologisch veilige grenzen bevindt? Zo ja, waarom wordt het verder uitdunnen van deze bestanden dan op de gemeentelijke website aangeprezen? Zo neen, bent u dan bereid niet langer de visserij op deze soorten aan te moedigen? Zo neen, waarom niet?

Ja, het college is zich bewust van de problemen rond de vistand van sommige soorten in de Noordzee. De informatie op de gemeentelijke website is daarom ook niet bedoeld als aanmoediging om specifiek op deze soorten te vissen. De informatie op de website betreft algemene informatie voor bewoners en bezoekers van Den Haag over de watersportmogelijkheden in Den Haag. Hierbij wordt melding gemaakt van het zeevissen en daarbij van de soorten vis waarop in de praktijk gevist wordt. Voor het beoefenen van de sportvisserij en de vissen waarop wel en niet gevist mag worden zijn landelijke regels. Er zijn geen aanwijzingen dat deze regels bij het sportvissen op zee vanuit Den Haag worden overtreden. Zolang dat het geval is en de informatie op de website niet strijdig is met de regelgeving ziet het college geen reden om deze aan te passen.

2. Waarom is er gekozen om kabeljauw en wijting expliciet te noemen als visbare soorten op de gemeentelijke website? Welk doel hoopte u hiermee te bereiken?

Zie antwoord vraag 1.

3. Acht u het een taak van de gemeente om het verder leegvissen van de zee aan te prijzen als recreatieve bezigheid? Zo neen, bent u bereid dit van de website te halen?

Zie antwoord vraag 1.

4. Deelt u de mening dat de gemeente ook een taak heeft om de bewoners te informeren over de zorgelijke toestand van de visbestanden in de Noordzee? Zo ja, op welke wijze geeft u daar reeds
invulling aan en ziet u hier mogelijkheden voor verbetering?

Nee, dit is geen specifieke taak van de gemeente.

5. Kunt u toelichten waarom u enkel de visserij stimuleert in de genoemde artikelen en er verder geen enkele kanttekening over de toestand van de zee of de aantasting die hengelen op het
dierenwelzijn veroorzaakt erbij vermeld? Bent u bereid dit alsnog aan te passen?

Zie antwoorden vraag 1 en 4.

6. Is er een passende beoordeling in het kader van Natura 2000 uitgevoerd naar de effecten van het sportvissen in de Noordzeekustzone? Zo ja, waar is die te vinden? Zo neen, op basis van welke
wetenschappelijke inzichten is het optreden van significante effecten op habitattype en habitatsoorten dan uitgesloten?

Het beoordelen van effecten in het kader van Natura 2000 is geen bevoegdheid van de gemeente. Hier gaan de provincie en het Rijk over. Voor zover wij weten heeft een dergelijke beoordeling niet
plaatsgevonden.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer