Raads­vragen over vleu­gelloze lieve­heers­beestjes


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,


Naar aanleiding van het bericht in het NRC Handelsblad van 11 juni jl. over de inzet van vleugelloze lieveheersbeestjes, stelt ondergetekende - onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde - de volgende vragen:

Allereerst een korte inleiding:
Bladluizen maakten tot een paar jaar geleden met hun honingdauw de Haagse terrassen tot een plakkerige boel. Sinds vier jaar worden lieveheersbeestjes uitgezet om de luizen op te eten en zo de plakkerige overlast te voorkomen. Dit werkt bijzonder effectief.

Op dit moment worden door de Universiteit Leiden bij wijze van proef vleugelloze lieveheersbeestjes ingezet omdat lieveheersbeestjes met vleugels weg vliegen.
De reden om vleugelloze lieveheersbeestjes in te zetten in Den Haag is volgens wethouder Dekker dat er anders ieder jaar opnieuw larven van lieveheersbeestjes uitgezet moeten worden.

1. Gaat de gemeente Den Haag inderdaad meedoen aan de proef met de vleugelloze lieveheersbeestjes?

2. Zo ja, heeft de gemeente bij de Universiteit Leiden nagevraagd wat er gedurende de proef gebeurt met de gekweekte lieveheersbeestjes die wel vleugels hebben? Worden deze ook uitgezet of vernietigd?
Het ‘vleugelloze’ gen overerft recessief zodat bij het kweken van vleugelloze lieveheersbeestjes te verwachten is dat ook lieveheersbeestjes met vleugels gekweekt zullen worden.

3. De vleugelloze lieveheersbeestjes blijven maar een paar dagen op één en dezelfde plant. Daarnaast worden juist de larven ingezet omdat die voor het popstadium veel luizen eten en op dezelfde plek blijven. Ook in het geval van vleugelloze lieveheersbeestjes zullen dus ieder jaar nieuwe larven moeten worden uitgezet. Is de proef met de vleugelloze lieveheersbeestjes wel zinvol aangezien beide soorten diertjes de plek verlaten en het uiteindelijk toch om de larven gaat?

5. Is het bekend dat vleugelloze lieveheersbeestjes geen of nauwelijks schild hebben waardoor hun natuurlijke afweer tegen vijanden mogelijk verloren gaat en de diertjes gevoeliger worden voor uitdroging waardoor ze eerder zullen sterven en er ook meer diertjes zullen sterven? Vindt u dit acceptabel? Zo ja, waarom vindt u dat acceptabel? Nu u weet dat de proef onnuttig is, bent u dan nog steeds de mening toegedaan dat de proef acceptabel is?

6. Verwacht u met het uitzetten van de gemuteerde diertjes een negatief effect op de huidige populatie lieveheersbeestjes? Zo nee, waarop baseert u dat?
Zo ja, wat heeft dit voor ecologische consequenties?

7. Vooral bomen met een verminderde weerstand zijn gevoelig voor aantasting door insecten. Is gemeente Den Haag bereid om te investeren in de gezondheid van de bomen in de stad waardoor plagen tot een minimum beperkt kunnen blijven? Zo ja, op welke manier doet u dat? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,


Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Gemeente Den Haag

Antwoorddatum: 23 jun. 2010

Het raadslid mevrouw M.J.E. de Groot heeft op 22 juni 2010 een brief met daarin zes vragen aan de
voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Ingevolge het bepaalde in artikel 38, van het reglement van orde voor vergaderingen en andere
werkzaamheden van de raad, antwoorden wij als volgt.

Allereerst een korte inleiding:
Bladluizen maakten tot een paar jaar geleden met hun honingdauw de Haagse terrassen tot een
plakkerige boel. Sinds vier jaar worden lieveheersbeestjes uitgezet om de luizen op te eten en zo de
plakkerige overlast te voorkomen. Dit werkt bijzonder effectief.
Op dit moment worden door de Universiteit Leiden bij wijze van proef vleugelloze lieveheersbeestjes
ingezet omdat lieveheersbeestjes met vleugels weg vliegen.
De reden om vleugelloze lieveheersbeestjes in te zetten in Den Haag is volgens wethouder Dekker dat
er anders ieder jaar opnieuw larven van lieveheersbeestjes uitgezet moeten worden.

1. Gaat de gemeente Den Haag inderdaad mee doen aan de proef met de vleugelloze
lieveheersbeestjes?

Nee. De gemeente Den Haag doet niet mee met de proef met vleugelloze lieveheersbeestjes.
Afhankelijk van de resultaten van de proef, uitgevoerd door de universiteiten van Wageningen en
Leiden, zal worden bepaald of er in de toekomst gebruik zal worden gemaakt van vleugelloze
lieveheersbeestjes.

2. Zo ja, heeft de gemeente bij de Universiteit Leiden nagevraagd wat er gebeurt met de
gekweekte lieveheersbeestjes die wel vleugels hebben? Worden die ook uitgezet of vernietigd?

De gekweekte lieveheersbeestjes met vleugels worden uitgezet.

3. De vleugelloze lieveheersbeestjes blijven maar een paar dagen op één en dezelfde plant.
Daarnaast worden juist de larven ingezet omdat die voor het pop stadium veel luizen eten en
op dezelfde plek blijven. Ook in het geval van vleugelloze lieveheersbeestje zullen dus ieder
jaar nieuwe larven moeten worden uitgezet. Is de proef met de vleugelloze lieveheersbeestjes
wel zinvol aangezien beide soorten lieveheersbeestjes de plek verlaten en het uiteindelijk toch
om de larve gaat?

De onderzoekers uit Leiden en Wageningen verwachten dat vleugelloze lieveheersbeestjes wel op de
(waard) planten blijven. Praktijkonderzoek van de universiteiten moet dit aantonen.

4. Is het bekend dat vleugelloze lieveheersbeestjes geen of nauwelijks schild hebben waardoor
hun natuurlijke afweer tegen vijanden mogelijk verloren gaat en de diertje gevoeliger worden
voor uitdroging waardoor ze eerder zullen sterven? Zo nee, waarop baseert u dat? Zo ja, wat
heeft dit voor ecologische consequenties?

De soort die nu is geselecteerd heeft wel dekschilden. Zowel de Universiteiten van Wageningen en
Leiden als de Plantenziektekundige Dienst van het Ministerie van LNV verwachten geen ecologische
consequenties.

5. Verwacht u met het uitzetten van de gemuteerde diertjes een negatief effect op de huidige
populatie lieveheersbeestjes? Zo nee, waarop baseert u dat?

Zie het antwoord op vraag 4.

6. Vooral bomen met een verminderde weerstand zijn gevoelig voor aantasting door insecten. Is
de gemeente bereid om te investeren in de gezondheid van de bomen in de stad waardoor
ziekten en plagen tot een minimum beperkt kunnen blijven? Zo ja, op welke manier doet u dat?
Zo nee, waarom niet?

Ook gezonde bomen hebben last van insectenplagen. Belangrijk uitgangspunt bij het planten van
bomen is, dat de bomen een goede (ondergrondse) groeiplaats krijgen. De gemeente Den Haag zet hier
maximaal op in. Daarnaast worden bij grote groepen bestaande bomen bodemverbeterende
maatregelen genomen. Soms op heel innovatieve wijze, zoals op het Lange Voorhout en de Lange
Vijverberg, waar speciale ondergrondse constructies zijn gemaakt om de boomwortels te behoeden
voor bodemverdichting en om de wortels meer ruimte te geven. Deze maatregelen zorgen voor een
goede conditie en een hogere levensverwachting van de bomen.

Het college van burgemeester en wethouders,
de locosecretaris, de locoburgemeester,
Steven Broers Marnix Norder

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer