Schrif­te­lijke vragen Ad-hocre­gel­geving door Omge­vingswet


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

De invoering van de Omgevingswet komt eraan en hierover zijn minicolleges georganiseerd. Daaruit bleek onder meer dat er ook onder ambtenaren nog veel zaken met betrekking tot de invoering van deze wet onduidelijk waren. Om de politieke discussie tijdig te beginnen stelt ondergetekende onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde de volgende vragen:

1. Bent u bekend met het artikel “Omgevingswet plaveit de weg voor ad hoc regelgeving”[1] van de website Sociale Vraagstukken?
2. Op welke manieren gaat het college voorkomen dat burgers machtelozer worden door de Omgevingswet ten opzichte van sterke marktpartijen?
3. Op welke manieren zal het college voorkomen dat de smalle definitie van “belanghebbende” die in de Omgevingswet is vervat ervoor zorgt dat bewoners zeggenschap verliezen over ontwikkelingen in de stad die hen nauw aan het hart liggen? Welke mogelijkheden heeft de Raad om deze invloed veilig te stellen?
4. Op welke wijze zal de flexibele omgang met regels die uit de Omgevingswet volgt burgerinitiatieven ten goede komen?
5. Hoe wil het college voorkomen dat het voor de gemeenteraad veel lastiger wordt om te sturen op deze belangen?

6. Bent u bekend met het artikel “Is er iets mis met ‘ruimte bieden aan de initiatiefnemer’?”[2] van de website De Ruimtemaker?
7. Bij de minicolleges bleek dat de gemeente in vroege stadia van planvorming het betrekken van de omwonenden aan de ontwikkelaar overlaat, als facultatieve nevenactiviteit. Dit leidt er volgens het artikel toe dat als ontwikkelaars tegenstand vanuit de buurt weten te voorkómen, de gemeente meewerkt. Een van de vele risico’s hiervan is dat planvorming al grotendeels is afgerond voordat omwonenden op de hoogte worden gesteld, wat de invloed van omwonenden op plannen in hun buurt nadelig beïnvloedt. Is het college bereid om de implementatie van de Omgevingswet zo vorm te geven dat ook in vroege stadia van ontwikkeling omwonenden verplicht bij de planvorming van ontwikkelaars betrokken worden?
8. Op welke wijze worden minderheidsbelangen bij ontwikkelingen geborgd? Hoe zal dit worden vastgelegd in regelgeving?

9. Bent u bekend met het artikel “Afwijkplanologie” in het blad Rooilijn, Jaargang 50, Nummer 1[3]?
10. Hoe beoordeelt het college de constatering van de auteur dat door het college goedgekeurde afwijkactiviteiten de gemeenteraad voor een voldongen feit stellen?
11. Is het college van mening dat hiermee de kaderstellende en controlerende taak van de Raad op een juiste manier vorm krijgt? Zo nee, op welke manieren gaat het college zich inzetten om deze taken op een juiste manier vorm te geven?
12. Op welke manier is het college voornemens zich naar de Raad te verantwoorden voor afwijkactiviteiten onder de nieuwe Omgevingswet?

13. Bent u bekend met het artikel “Planologie vanuit de skybox”[4] van de website Mooiwaarts?
14. Bent u bekend met de antwoorden van de Minister van Infrastructuur en Milieu op de schriftelijke vragen over de Omgevingswet[5]?
15. Uit het artikel en de beantwoording blijkt dat de realisatie van “meerwaardegesprekken” bij plannen die omgevingswaarden dreigen aan te tasten door de minister wordt toegejuicht, maar niet door de minister wordt geregeld. Is het college van plan de participatie op deze manier vorm te geven? Zo nee, op welke manier wordt de participatie dan vormgegeven?
16. Bent u bereid om een voorstel te doen voor een werkbespreking over de wijzen waarop burgers en de Raad bij individuele bouwplannen na invoering van de Omgevingswet kunnen worden betrokken?

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen
Partij voor de Dieren

[1] https://www.socialevraagstukken.nl/omgevingswet-plaveit-de-weg-voor-ad-hoc-regelgeving/
[2] http://deruimtemaker.nl/2017/04/01/is-er-iets-mis-met-ruimte-bieden-aan-de-initiatiefnemer/#more-928
[3] http://archief.rooilijn.nl/download?type=documentcomplete&identifier=623998
[4] http://www.mooiwaarts.nl/planologie-vanuit-de-skybox/
[5] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33118-H.html

Antwoorddatum: 28 nov. 2017

Het raadslid mevrouw Teunissen heeft op 2 november 2017 een brief met daarin 16 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

1. Bent u bekend met het artikel “Omgevingswet plaveit de weg voor ad hoc regelgeving” van dewebsite Sociale Vraagstukken?

Ja.

2. Op welke manieren gaat het college voorkomen dat burgers machtelozer worden door de Omgevingswet ten opzichte van sterke marktpartijen?

3. Op welke manieren zal het college voorkomen dat de smalle definitie van “belanghebbende” die in de Omgevingswet is vervat ervoor zorgt dat bewoners zeggenschap verliezen over ontwikkelingen in de stad die hen nauw aan het hart liggen? Welke mogelijkheden heeft de Raad om deze invloed veilig te stellen?

Ad 2 en 3. Een kernpunt van de Omgevingswet is het vroegtijdig samenwerken met de omgeving: bewoners, bedrijven, belangenorganisaties. Zij worden betrokken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie, het omgevingsplan en grote projecten. Het college is bezig met het verder vormgeven van de participatie en zal bij de invoering van de Omgevingswet de voorstellen aan de raad voorleggen. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet wordt bij het omgevingsplan Binckhorst reeds werk gemaakt van een actieve inbreng van belanghebbenden, bijvoorbeeld door het faciliteren van Ronde Tafels op de Binckhorst waarin bewoners en bedrijven participeren.

4. Op welke wijze zal de flexibele omgang met regels die uit de Omgevingswet volgt burgerinitiatieven ten goede komen?

De omgevingsvisie en het omgevingsplan zullen mede op basis van een participatieve inbreng tot stand komen en geënt moeten zijn op de verbetering en bescherming van de fysieke leefomgeving. De wet biedt daartoe mogelijkheden om maatwerk te regelen.

5. Hoe wil het college voorkomen dat het voor de gemeenteraad veel lastiger wordt om te sturen op deze belangen?

De gemeenteraad is het bevoegd gezag dat op basis van de Omgevingswet zowel de omgevingsvisie als het omgevingsplan vaststelt. Daarmee kan zij in hoge mate zelf ook haar betrokkenheid en invloed bepalen.

6. Bent u bekend met het artikel “Is er iets mis met ruimte bieden aan de initiatiefnemer’?” van de website De Ruimtemaker?

Ja.

7. Bij de minicolleges bleek dat de gemeente in vroege stadia van planvorming het betrekken van de omwonenden aan de ontwikkelaar overlaat, als facultatieve nevenactiviteit. Dit leidt er volgens het artikel toe dat als ontwikkelaars tegenstand vanuit de buurt weten te voorkómen, de gemeente meewerkt. Een van de vele risico’s hiervan is dat planvorming al grotendeels is afgerond voordat omwonenden op de hoogte worden gesteld, wat de invloed van omwonenden op plannen in hun buurt nadelig beïnvloedt. Is het college bereid om de implementatie van de Omgevingswet zo vorm te geven dat ook in vroege stadia van ontwikkeling omwonenden verplicht bij de planvorming van ontwikkelaars betrokken worden?

Bij de minicolleges is voor wat dit onderwerp betreft verwezen naar artikel 16.55 van de Omgevingswet (aanvraagvereisten) op grond waarvan “participatie” een indieningsvereiste voor de vergunningaanvraag wordt. Zodra de betreffende onderliggende ministeriële regeling beschikbaar is zal het college met voorstellen komen over de verder invulling van participatie.

8. Op welke wijze worden minderheidsbelangen bij ontwikkelingen geborgd? Hoe zal dit worden vastgelegd in regelgeving?

In het kader van een goede belangenafweging dienen alle belangen betrokken te worden, dus ook minderheidsbelangen en dient een zorgvuldige belangenafweging te worden gemaakt. Deze zorgvuldige belangenafweging is op basis van de Algemene wet bestuursrecht verplicht.

9. Bent u bekend met het artikel “Afwijkplanologie” in het blad Rooilijn, Jaargang 50, Nummer 1?

Ja.

10. Hoe beoordeelt het college de constatering van de auteur dat door het college goedgekeurde afwijkactiviteiten de gemeenteraad voor een voldongen feit stellen?

Voorbarig. Onder de werking van de Omgevingswet wijzigt de huidige verklaring van geen bedenking in een adviesrecht. In welke hoedanigheid, bij welke initiatieven en hoe vaak dit adviesrecht zich zal voordoen is afhankelijk van de wijze waarop het omgevingsplan wordt ingericht en de afspraken, die de raad met het college hierover maakt.

11. Is het college van mening dat hiermee de kaderstellende en controlerende taak van de Raad op een juiste manier vorm krijgt? Zo nee, op welke manieren gaat het college zich inzetten om deze taken op een juiste manier vorm te geven?

De bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen ligt bij de gemeenteraad. Daarmee is de gemeenteraad kaderstellend. De controlerende taak krijgt vorm en inhoud in de monitoring zoals omschreven in hoofdstuk 20 van de wet.

12. Op welke manier is het college voornemens zich naar de Raad te verantwoorden voor afwijkactiviteiten onder de nieuwe Omgevingswet?

Zie antwoord bij vraag 10.

13. Bent u bekend met het artikel “Planologie vanuit de skybox” van de website Mooiwaarts?

Ja.

14. Bent u bekend met de antwoorden van de Minister van Infrastructuur en Milieu op de schriftelijke vragen over de Omgevingswet?

Ja.

15. Uit het artikel en de beantwoording blijkt dat de realisatie van “meerwaardegesprekken” bij plannen die omgevingswaarden dreigen aan te tasten door de minister wordt toegejuicht, maar niet door de minister wordt geregeld. Is het college van plan de participatie op deze manier vorm te geven? Zo nee, op welke manier wordt de participatie dan vormgegeven?

Een meerwaardegesprek is een vervolg van of op de participatie, die de initiatiefnemer in het kader van de indiening van zijn aanvraag met belanghebbende heeft gevoerd. Het meerwaardegesprek is een gesprek dat de gemeente heeft met een initiatiefnemer, waarbij het met name gaat over de vraag wat de initiatiefnemer kan bijdragen aan de fysieke leefomgeving.

16. Bent u bereid om een voorstel te doen voor een werkbespreking over de wijzen waarop burgers en de Raad bij individuele bouwplannen na invoering van de Omgevingswet kunnen worden betrokken?

Zoals nu reeds gebruikelijk is worden er regelmatig werkbesprekingen met de raadscommissie georganiseerd. Ook in 2018 zetten we dit door, uiteraard is daarbij participatie een belangrijk onderwerp.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Koen de SnooPauline Krikke