Schrif­te­lijke vragen Evaluatie pilot strand­huisjes Kijkduin


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

In de Ruimtelijke Verkenning Strandhuisjes Zuiderstrand staat het volgende aangegeven:

“Gezien de ligging binnen het Masterplan Kijkduin (familiebadplaats gericht op wellness en natuurbeleving), de beperkte beschikbaarheid van ruimte op het strand en de voorkeur voor verhuur verdient het de voorkeur in eerste instantie maximaal 40 strandhuisjes mogelijk te maken (pilot).

Mocht de pilot strandhuisjes succesvol verlopen komen elders aan het Haagse strand locaties in beeld. Deze dienen dan opnieuw beoordeeld te worden.” (p. 21).

De pilot duurt vijf jaar. Inmiddels is de helft van de pilotperiode verstreken. Naar aanleiding hiervan stelt ondergetekende onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde de volgende vragen:

1. Welke criteria hanteert het college om het succes van de pilot te beoordelen? Op welke indicatoren wordt getoetst om het succes van de pilot te beoordelen?

2. Naar wij aannemen worden periodiek metingen uitgevoerd om de bedoelde indicatoren tijdens de pilotperiode te beoordelen. Klopt deze aanname? Hoe vaak worden deze metingen gedaan? Hoeveel metingen zijn al uitgevoerd?

3. Door welke instantie worden deze metingen uitgevoerd? Is deze onafhankelijk?

4. De Partij voor de Dieren is benieuwd of er al een trend zichtbaar is in de data die tot nu toe zijn verzameld. Kunt u ons de resultaten van de tot nu toe gedane metingen (inclusief de nulmeting die vóór de plaatsing van de strandhuisjes moet hebben plaatsgevonden) doen toekomen?

5. Hoe beoordeelt het college het succes van de pilot indien het geen metingen uitvoert?

6. De strandhuisjes worden iedere winter verwijderd. Wordt de ingegraven elektra ook iedere winter verwijderd en ieder voorjaar opnieuw aangelegd of blijft deze in de grond liggen?

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 17 mei 2018

Het raadslid mevrouw Teunissen heeft op 18 april 2018 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

In de Ruimtelijke Verkenning Strandhuisjes Zuiderstrand staat het volgende aangegeven:

“Gezien de ligging binnen het Masterplan Kijkduin (familiebadplaats gericht op wellness en natuurbeleving), de beperkte beschikbaarheid van ruimte op het strand en de voorkeur voor verhuur verdient het de voorkeur in eerste instantie maximaal 40 strandhuisjes mogelijk te maken (pilot).
Mocht de pilot strandhuisjes succesvol verlopen komen elders aan het Haagse strand locaties in beeld. Deze dienen dan opnieuw beoordeeld te worden.” (p. 21).

De pilot duurt vijf jaar. Inmiddels is de helft van de pilotperiode verstreken. Naar aanleiding hiervan stelt de ondergetekende onder verwijzing naar artikel 30 van het reglement van orde de volgende vragen:

1. Welke criteria hanteert het college om het succes van de pilot te beoordelen? Op welke indicatoren wordt getoetst om het succes van de pilot te beoordelen?

De criteria en de indicatoren van de evaluatie van de pilotperiode zijn toegespitst op het gebruik van de huisjes alsook het gebruik van het strand.

2. Naar wij aannemen worden periodiek metingen uitgevoerd om de bedoelde indicatoren tijdens de pilotperiode te beoordelen. Klopt deze aanname? Hoe vaak worden deze metingen gedaan? Hoeveel metingen zijn al uitgevoerd?

3. Door welke instantie worden deze metingen uitgevoerd? Is deze onafhankelijk?

4. De Partij voor de Dieren is benieuwd of er al een trend zichtbaar is in de data die tot nu toe zijn verzameld. Kunt u ons de resultaten van de tot nu toe gedane metingen (inclusief de nulmeting die vóór de plaatsing van de strandhuisjes moet hebben plaatsgevonden) doen toekomen?

5. Hoe beoordeelt het college het succes van de pilot indien het geen metingen uitvoert?

Ad. 2 t/m 5:
De ervaringen met het gebruik van het strand en de strandhuisjes tijdens de vijf strandseizoenen worden door de gemeente na ieder seizoen vastgelegd. Daarnaast wordt de duinvoet jaarlijks ingemeten. De inmeting van de duinvoet wordt door het Hoogheemraadschap van Delfland uitgevoerd.

Het college heeft bewust gekozen voor een pilotperiode met een duur van vijf strandseizoenen (RIS 252107). Deze periode is gekozen om deze nieuwe ontwikkeling over meerdere strandseizoenen te kunnen beoordelen.

6. De strandhuisjes worden iedere winter verwijderd. Wordt de ingegraven elektra ook iedere winter verwijderd en ieder voorjaar opnieuw aangelegd of blijft deze in de grond liggen?

Nee, net als bij de strandpaviljoens blijft de ingegraven elektra bij de strandhuisjes het gehele jaar liggen.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Peter Hennephof
de locoburgemeester,

Saskia Bruines