Schrif­te­lijke vragen Gebrek aan interesse in groene energie bewoners Den Haag


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Om in 2040 klimaatneutraal te zijn, moet Den Haag als stad grote stappen zetten in de energiebesparing. De noodzaak om het gebruik van fossiele energie terug te dringen naar nul is groot. Exacte cijfers zijn er niet, maar geschat wordt dat van de sectoren wonen, kantoren en overige bedrijven, de sector wonen de grootste energievraag kent.[1] Deze sector heeft naar schatting 908 kton aan CO2 uitgestoten in 2008. Dit zijn oude cijfers, maar in de Programmarekening van 2014[2] is te lezen dat de CO2 uitstoot nog steeds ver boven de nulmeting van 2006 zat en de reductie niet zoals begroot heeft plaatsgevonden. Dit maakt extra stappen in de transitie naar duurzame energie noodzakelijk.

Onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:

1. Is het college bekend met het bericht op Omroep West ‘Inwoners Den Haag minst geïnteresseerd in groene energie’?[3]

Gezien de gestelde doelstellingen en de huidige uitstoot van CO2 is het noodzakelijk dat ook bewoners van Den Haag anders omgaan met hun energieverbruik. In de evaluatie van het initiatievenbudget Duurzaamheid in Haagse wijken komt echter naar voren dat er in 2014 zeer weinig duurzaamheidsprojecten hebben plaatsgevonden in enkele stadsdelen, waarbij in Loosduinen zelfs nul. Daarbij waren de 31 projecten verspreid over minder dan de helft van alle Haagse Wijken.

2. Wat zijn de doelstellingen van het college ten aanzien van het aantal duurzaamheidsprojecten en de verspreiding ervan over de Haagse wijken?

De gemeente zet met de campagne Haagse Krach-1000 in op het zogenaamde multiplier-effect, waarmee wordt bedoeld dat koplopers uit de Haagse wijken bewoners in hun nabije persoonlijke kring inspireren om ook mee te doen aan de verduurzaming van bijvoorbeeld de energievraag.

3. Heeft het college onderzoek gedaan naar de effectiviteit van dit zogenaamde multiplier-effect? Is elders al aangetoond dat deze werking grote effecten heeft gehad? Graag een toelichting.

De gemeente zet met de campagne Haagse Krach-1000 in op het zogenaamde multiplier-effect, waarmee wordt bedoeld dat koplopers uit de Haagse wijken bewoners in hun nabije persoonlijke kring inspireren om ook mee te doen aan de verduurzaming van bijvoorbeeld de energievraag.

4. Hoe wordt er in de Haagse Krach-1000 aandacht besteed aan de wijken waar in 2013 en 2014 geen of zeer weinig duurzaamheidsprojecten hebben plaatsgevonden? Worden bewoners uit wijken zoals Loosduinen en Laak bijvoorbeeld actief benaderd om deel te nemen aan Haagse Krach-1000?

5. Heeft het college nagedacht over aanvullende maatregelen om bewoners te bereiken die buiten het bereik van de Haagse Krach-1000 liggen, om ook hun gedrag ten aanzien van energieverbruik te veranderen?

6. Samenwerking op lokaal niveau verhoogt de kans van slagen van energiebesparing door gedragsverandering. Is het college bereid om samen met woningcorporaties na te denken over een strategie ‘energiebesparing en gedragsverandering’ voor bewoners van (sociale) huurwoningen?

7. Is het college bereid een strategie en stappenplan voor bewustwording en gedragsverandering ten aanzien van energieverbruik op te nemen in het aankomende Programma Duurzaamheid?

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen

Partij voor de Dieren

Den Haag

[1] Energie visie 2011, ris 180173, pagina 16

[2] Programmarekening 2014, pagina 128

[3] http://www.omroepwest.nl/nieuws/10-06-2015/inwoners-den-haag-minst-ge%C3%AFnteresseerd-groene-energie


Antwoorddatum: 23 sep. 2015

De gemeenteraad,

Het raadslid mevrouw Teunissen heeft op 12 juni 2015 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.


Om in 2040 klimaatneutraal te zijn, moet Den Haag als stad grote stappen zetten in de energiebesparing. De noodzaak om het gebruik van fossiele energie terug te dringen naar nul is groot. Exacte cijfers zijn er niet, maar geschat wordt dat van de sectoren wonen, kantoren en overige bedrijven, de sector wonen de grootste energievraag kent1. Deze sector heeft naar schatting 908 kton aan CO2 uitgestoten in 2008. Dit zijn oude cijfers, maar in de Programmarekening van 20142 is te lezen dat de CO2 uitstoot nog steeds ver boven de nulmeting van 2006 zat en de reductie niet zoals begroot heeft plaatsgevonden. Dit maakt extra stappen in de transitie naar duurzame energie noodzakelijk.

Onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:

1.) Is het college bekend met het bericht op Omroep West ‘Inwoners Den Haag minst geïnteresseerd in groene energie’?3

Ja

Gezien de gestelde doelstellingen en de huidige uitstoot van CO2 is het noodzakelijk dat ook bewoners van Den Haag anders omgaan met hun energieverbruik. In de evaluatie van het initiatievenbudget Duurzaamheid in Haagse wijken komt echter naar voren dat er in 2014 zeer weinig duurzaamheidsprojecten hebben plaatsgevonden in enkele stadsdelen, waarbij in Loosduinen zelfs nul. Daarbij waren de 31 projecten verspreid over minder dan de helft van alle Haagse Wijken.

2.) Wat zijn de doelstellingen van het college ten aanzien van het aantal duurzaamheidsprojecten en de verspreiding ervan over de Haagse wijken?

Hoe de Haagse kracht, een initiatief vanuit de wijken, zich ontwikkelt, is niet van boven af op te leggen. Het college stelt iedere Hagenaar in de gelegenheid om mee te doen en streeft naar een gelijke verdeling over de stadsdelen van dit duurzaamheidbudget. Voor de ‘subsidieregeling Duurzaamheid door Haagse wijken’ zijn in 2015 42 aanvragen binnengekomen. De aanvragen zijn afkomstig uit alle stadsdelen.

De gemeente zet met de campagne Haagse Krach-1000 in op het zogenaamde multiplier-effect, waarmee wordt bedoeld dat koplopers uit de Haagse wijken bewoners in hun nabije persoonlijke kring inspireren om ook mee te doen aan de verduurzaming van bijvoorbeeld de energievraag.

3.) Heeft het college onderzoek gedaan naar de effectiviteit van dit zogenaamde multiplier-effect? Is elders al aangetoond dat deze werking grote effecten heeft gehad? Graag een toelichting.

Naar het multiplier-effect is geen onderzoek gedaan, maar is gebaseerd op ervaring. Bij de gemeentelijke ‘subsidieregeling Duurzaamheid door Haagse wijken’ zijn bijvoorbeeld ‘oude koplopers’ en ‘nieuwe geïnteresseerde groepen’ samengebracht in een netwerkbijeenkomst. Dit heeft er mede toe geleid dat 34 aanvragen (van de 42 aanvragen) zijn ingediend door ‘nieuwe geïnteresseerde groepen’.
De campagne Haagse Kracht-1000 wordt overigens georganiseerd door de Stichting Duurzaam Den Haag (DDH) en het Haags Milieu Centrum.


4.) Hoe wordt er in de Haagse Krach-1000 aandacht besteed aan de wijken waar in 2013 en 2014 geen of zeer weinig duurzaamheidsprojecten hebben plaatsgevonden? Worden bewoners uit wijken zoals Loosduinen en Laak bijvoorbeeld actief benaderd om deel te nemen aan Haagse Krach-1000?

In de organisatie van Haagse kracht-1000 zitten zowel vertegenwoordigers vanuit Laak als Loosduinen. Verder heeft DDH een ambassadeursprogragramma. Met dit programma wil DDH laten zien wat Haagse bewoners en professionals allemaal doen op het gebied van duurzaamheid en zo andere bewoners en professionals inspireren om ook duurzaam aan de slag te gaan. De targets voor 2015 zijn vijf bewoners en vijf vertegenwoordigers van het midden- en kleinbedrijf in elke wijk waarin DDH actief is. Wijken in Laak en Loosduinen horen daar ook bij.

5.) Heeft het college nagedacht over aanvullende maatregelen om bewoners te bereiken die buiten het bereik van de Haagse Krach-1000 liggen, om ook hun gedrag ten aanzien van energieverbruik te veranderen?

Alle bewoners liggen binnen het bereik van de Haagse Krach-1000. Op basis van een steekproef van het GBA worden bewoners (uit alle stadsdelen) uitgenodigd per brief.

6.) Samenwerking op lokaal niveau verhoogt de kans van slagen van energiebesparing door gedragsverandering. Is het college bereid om samen met woningcorporaties na te denken over een strategie ‘energiebesparing en gedragsverandering’ voor bewoners van (sociale) huurwoningen?

Ja. In de volkshuisvestelijke agenda (RIS 280594) vraagt de gemeente corporaties om hun huurders uit te dagen bewuster met energie om te springen, hun aanwezige voorzieningen optimaal te benutten en bewoners hierover actief voor te lichten, bij voorkeur in samenwerking met huurdersvertegenwoordigers. Op basis van de volkshuisvestelijke agenda worden nu prestatieafspraken gemaakt met corporaties.

7.) Is het college bereid een strategie en stappenplan voor bewustwording en gedragsverandering ten aanzien van energieverbruik op te nemen in het aankomende Programma Duurzaamheid?

Het College heeft een faciliterende en een aanmoedigende rol op het gebied van Duurzaamheid. Deze rol moet zowel in tekst, activiteiten als in maatregelen herkenbaar zijn.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer