Schrif­te­lijke vragen Hand­having vuur­werk­vrije zones


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 14 december is in de Gemeenteraad gesproken over de jaarwisseling en de mogelijkheid om vuurwerkvrije zones in te stellen. Om hier voor de volgende jaarwisseling een gedegen debat over te hebben stelt ondergetekende onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde de volgende vragen:

1. Is het college met de Partij voor de Dieren van mening dat aangewezen vuurwerkvrije zones zonder proactieve handhaving ook al vuurwerkoverlast doet afnemen?

2. Indien gekozen zou worden om net als Leiden parken en natuurgebieden vuurwerkvrij te verklaren, hoeveel handhavingscapaciteit schat het college dat hiervoor nodig is? Hoeveel capaciteit zou nodig zijn indien slechts gekozen wordt voor handhaving na meldingen?

De Partij voor de Dieren heeft daarnaast voorgesteld om de wijk de Binnenstad1 vuurwerkvrij te verklaren.

3. Hoeveel handhavers zijn er gedurende de afsteektijden in de wijk de Binnenstad en hoeveel politiecamera’s hangen hier? Waarom zouden deze middelen en handhavers niet kunnen worden ingezet om de Binnenstad vuurwerkvrij te houden en wordt door de burgemeester ingeschat dat er veel extra handhavingscapaciteit nodig is voor een vuurwerkvrije zone? Het vuurwerkvrij verklaren van de Binnenstad kan daarbij juist zorgen voor meer veiligheid waardoor de politie-inzet op andere terreinen afneemt.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de inschatting van de burgemeester dat voor het handhaven van een vuurwerkvrije Binnenstadswijk 150 aanvullende handhavers nodig zijn een overschatting lijkt? Dit zou namelijk betekenen dat naast de bestaande ingezette capaciteit om het jaarfeest in goede banen te leiden in de Binnenstad in elke straat van de wijk een groepje handhavers extra moet staan; anders is het moeilijk om aan 150 handhavers voor een wijk te komen.

5. Is het college bereid om een gedegen inschatting te maken of onderzoek te doen naar de benodigde capaciteit en de budgettaire gevolgen van het tijdens de jaarwisseling 2018/2019 vuurwerkvrij verklaren van parken en natuurgebieden en de Binnenstad (zowel als proactief wordt gehandhaafd als indien slechts bij meldingen wordt gehandhaafd)? Is het college bereid dit voor de voorjaarsbesluitvorming aan de Raad te doen toekomen?

6. Is het college daarnaast bereid om in kaart te brengen wat de benodigde capaciteit en budgettaire gevolgen zouden zijn indien de door bewoners aangevraagde vrijwillig vuurwerkvrije zones in 2018 zouden worden aangewezen en (al dan niet proactief) gehandhaafd?

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen
Partij voor de Dieren

1 Zoals geduid op: https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/stadsdelen/centrum/wijkprogramma-centrumbinnenstad-
2016-2019.htm

Antwoorddatum: 10 jan. 2018

Het raadslid Teunissen heeft op 3 januari 2018 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Op 14 december is in de Gemeenteraad gesproken over de jaarwisseling en de mogelijkheid om vuurwerkvrije zones in te stellen. Om hier voor de volgende jaarwisseling een gedegen debat over te hebben stelt ondergetekende onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde de volgende vragen:

1. Is het college met de Partij voor de Dieren van mening dat aangewezen vuurwerkvrije zones zonder proactieve handhaving ook al vuurwerkoverlast doet afnemen?

De aangewezen vuurwerkvrije zones kennen inderdaad een natuurlijke acceptatie door het maatschappelijke karakter zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen en dierenasiels. Echter merkt het college op dat het aanwijzen geen schijnmaatregel moet worden en om die reden proactieve handhaving noodzakelijk is.

2. Indien gekozen zou worden om net als Leiden parken en natuurgebieden vuurwerkvrij te verklaren, hoeveel handhavingscapaciteit schat het college dat hiervoor nodig is? Hoeveel capaciteit zou nodig zijn indien slechts gekozen wordt voor handhaving na meldingen?

De politieinzet rond Oud en Nieuw is maximaal. Meer capaciteit is niet beschikbaar en kan, zoals ook blijkt uit bijgevoegde antwoorden op Kamervragen, ook niet door de gemeente worden ingekocht. Dit maakt de vraag van een inschatting van de benodigde extra capaciteit theoretisch. Daarbij is het aantal vuurwerkincidenten in natuurgebieden en het aantal overlastmeldingen daarover nihil.
De Partij voor de Dieren heeft daarnaast voorgesteld om de wijk de Binnenstad vuurwerkvrij te verklaren.

3. Hoeveel handhavers zijn er gedurende de afsteektijden in de wijk de Binnenstad en hoeveel politiecamera’s hangen hier? Waarom zouden deze middelen en handhavers niet kunnen worden ingezet om de Binnenstad vuurwerkvrij te houden en wordt door de burgemeester ingeschat dat er veel extra handhavingscapaciteit nodig is voor een vuurwerkvrije zone? Het vuurwerkvrij verklaren van de Binnenstad kan daarbij juist zorgen voor meer veiligheid waardoor de politie-inzet op andere terreinen afneemt.

Er worden enkele tientallen handhavers (politie + handhavingsteam) ingezet tijdens jaarwisseling in het centrum, dit verschilt per tijdstip.

In stadsdeel Centrum staan ruim 40 camera’s die uitgekeken worden door de politie voor eventuele openbare orde incidenten. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat de handhaving van een vuurwerkverbod met de bestaande capaciteit en middelen mogelijk is.

Zoals de burgemeester al in het raadsdebat heeft toegelicht is het niet haalbaar om de hele binnenstad vuurwerkvrij te verklaren door onvoldoende capaciteit in combinatie met onvoldoende draagvlak onder de burgers. Er is vanuit het centrum ook geen aanvraag geweest voor een vrijwillig vuurwerk vrije buurt.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de inschatting van de burgemeester dat voor het handhaven van een vuurwerkvrije Binnenstadswijk 150 aanvullende handhavers nodig zijn een overschatting lijkt? Dit zou namelijk betekenen dat naast de bestaande ingezette capaciteit om het jaarfeest in goede banen te leiden in de Binnenstad in elke straat van de wijk een groepje handhavers extra moet staan; anders is het moeilijk om aan 150 handhavers voor een wijk te komen.

5. Is het college bereid om een gedegen inschatting te maken of onderzoek te doen naar de benodigde capaciteit en de budgettaire gevolgen van het tijdens de jaarwisseling 2018/2019 vuurwerkvrij verklaren van parken en natuurgebieden en de Binnenstad (zowel als proactief wordt gehandhaafd als indien slechts bij meldingen wordt gehandhaafd)? Is het college bereid dit voor de voorjaarsbesluitvorming aan de Raad te doen toekomen?

6. Is het college daarnaast bereid om in kaart te brengen wat de benodigde capaciteit en budgettaire gevolgen zouden zijn indien de door bewoners aangevraagde vrijwillig vuurwerkvrije zones in 2018 zouden worden aangewezen en (al dan niet proactief) gehandhaafd?

Ad 4,5 en 6
De ‘Binnenstadswijk’ is ons onbekend maar we gaan er vanuit dat de wijk Centrum wordt bedoeld. Zoals eerder aangegeven is het in de huidige tijdsgeest niet reëel om grote delen van de stad vuurwerkvrij te verklaren, ook niet op basis van meldingen. De bewonersinitiatieven vuurwerkvrije buurt zijn in het leven geroepen om bewoners zelf de mogelijkheid te geven om gezamenlijk afspraken te maken. Wat betreft de capaciteit wordt verwezen naar het antwoord op vraag 2.

Naast de vuurwerkvrije zones en de bewonersinitiatieven vuurwerkvrije buurt worden er diverse maatregelen genomen om de jaarwisseling veilig en feestelijk te laten verlopen. Zo zijn er afgelopen jaar ook drie vuurwerkshows in de stad georganiseerd. In het Centrum vond er een vuurwerkshow plaats nabij de Hofvijver. Hier kwamen circa 15.000 bezoekers op af. De andere twee vuurwerkshows stonden gepland voor Scheveningen en Laak. Helaas konden deze vuurwerkshows niet door gaan vanwege het onstuimige weer. De vuurwerkshows passen binnen de tijdsgeest en sluiten bovendien naadloos aan op de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid om op centrale punten evenementen te organiseren om vuurwerkoverlast en vuurwerkletsel zoveel mogelijk te voorkomen.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Peter Hennephof
de burgemeester,

Pauline Krikke