Schrif­te­lijke vragen uitspraak RvS strand­huisjes


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:

De Raad van State heeft zich uitgesproken over 40 strandhuisjes bij Kijkduin.

1. Bent u bekend met Uitspraak 201609353/1/A1 van de Raad van State, aangaande de strandhuisjes bij Kijkduin[1]?
2. Kan het college aangeven wat deze uitspraak betekent voor de vergunning voor 40 strandhuisjes waar deze betrekking op heeft?
3. Deze uitspraak had betrekking op één vergunning voor 40 strandhuisjes bij Kijkduin, maar er zijn nog drie vergunningen verleend voor 35 (20+10+5) strandhuisjes. Kan het college overzichtelijk uiteenzetten welke procedures lopen rond deze drie vergunningen? Heeft deze uitspraak daar een invloed op? Zo ja, welke?
4. Bij de strandhuisjes was er een verschil van inzicht tussen gemeente en provincie. Welke instantie is in het algemeen verantwoordelijk voor beleid, beheer en handhaving op het strand?

Na het weghalen van de strandtent “Suiderstrand” lag het strand er als volgt bij:

5. Kan het college aangeven of de afgraving die plaats heeft gevonden een (negatieve) invloed heeft op de natuurwaarden van het strand en de duinen? Indien er een negatieve invloed is, is het college bereid maatregelen te treffen zodat deze in de toekomst wordt voorkomen?
6. Is het college bekend met de vergunning “Zandmotor Delflandse Kust”[1]?
7. Schaadt de op de foto’s weergegeven afgraving de ontwikkeling van embryonale duinen ter plaatse? Zo ja, welk bestuursorgaan zal hier, conform de vergunning, handhavend tegen optreden en op welke manier?

8. Op welke wijze is de riolering van bouwwerken op het strand geregeld?

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen Gerwin van Vulpen
Partij voor de Dieren Haagse Stadspartij

[1] http://vergunningenbank.overheid.nl/natuurbeschermingswet/nb-wet-1998-art-19d-vergunning-zandmotor-delflandse-kust

[1] https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=92740

De raadsleden mevrouw Teunissen en de heer Van Vulpen hebben op 23 november 2016 een brief met daarin 8 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

De Raad van State heeft zich uitgesproken over 40 strandhuisjes bij Kijkduin.

1. Bent u bekend met Uitspraak 201609353/1/A1 van de Raad van State, aangaande de strandhuisjes bij Kijkduin?

Ja

2. Kan het college aangeven wat deze uitspraak betekent voor de vergunning voor 40 strandhuisjes waar deze betrekking op heeft?

Met de betreffende uitspraak zijn de twee omgevingsvergunningen voor in totaal 40 ( 20+20) strandhuisjes herleefd en onherroepelijk geworden. Dit betekent dat deze 40 huisjes zonder meer de komende drie jaar op het strand bij Kijkduin mogen worden geplaatst.

3. Deze uitspraak had betrekking op één vergunning voor 40 strandhuisjes bij Kijkduin, maar er zijn nog drie vergunningen verleend voor 35 (20+10+5) strandhuisjes. Kan het college overzichtelijk uiteenzetten welke procedures lopen rond deze drie vergunningen? Heeft deze uitspraak daar een invloed op? Zo ja, welke?

Er is nog een beroepsprocedure aanhangig bij de rechtbank in verband met die drie vergunningen. Het betreft een beroep van de Vereniging Sail Center 107 en een beroep van Stichting Duinbehoud, dat is ingediend mede namens diverse andere natuurbeschermingsorganisaties. Met het herleven van de besluiten uit 2016 (40 huisjes), waren er meerdere besluiten van kracht die naast elkaar bestonden, maar betrekking hadden op dezelfde locaties en dezelfde periode, te weten de resterende 3 jaar van het pilotproject. Enige verschil was dat de besluiten uit 2017 zagen op in totaal 35 huisjes en de herleefde, onherroepelijke vergunningen op 40 huisjes. Om die reden hebben wij de rechtbank gemeld dat de beide eisers geen belang meer hadden bij behandeling van de beroepen. Voor Sail Center is de uitspraak van de Raad van State aanleiding geweest om het beroep in te trekken. De Stichting Duinbehoud heeft, mede namens de andere organisaties, laten weten van mening te zijn dat het een logische stap van de vergunninghouders zou zijn om de gemeente te vragen om de vergunningen in trekken. Die ontwikkeling zouden ze afwachten. Onlangs hebben de beide vergunninghouders ons verzocht om de drie omgevingsvergunningen voor in totaal 35 huisjes in te trekken, nu deze overbodig waren. Bij besluiten van 30 november 2017 hebben wij aan die verzoeken gehoor gegeven. De omgevingsvergunningen uit 2017 bestaan dus niet meer. De rechtbank is hiervan op de hoogte gesteld.

4. Bij de strandhuisjes was er een verschil van inzicht tussen de gemeente en provincie. Welke instantie is in het algemeen verantwoordelijk voor beleid, beheer en handhaving op het strand?

De provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) en de gemeente zijn op grond van verschillende wet- en regelgeving ieder voor zich en vanuit verschillende invalshoeken verantwoordelijk voor het beleid, beheer en handhaving op het strand.

Na het weghalen van de strandtent “Suiderstrand” lag het strand er als volgt bij: (zie de foto's hierboven).

5. Kan het college aangeven of de afgraving die plaats heeft gevonden een (negatieve) invloed heeft op de natuurwaarden van het strand en de duinen? Indien er een negatieve invloed is, is het college bereid maatregelen te treffen zodat deze in de toekomst wordt voorkomen?

Het strandpaviljoen “Suiderstrand” is onlangs, evenals alle overige seizoensgebonden strandbebouwing bij Kijkduin, voor de periode november tot maart verwijderd. Om de diverse bouwwerken stabiel te kunnen plaatsen, wordt het strand ter plaatse van de betreffende paviljoens ieder jaar in februari/maart waterpas gemaakt. Na het verwijderen van de strandpaviljoens heeft de natuur weer vrij spel. Het zand verstuift dan door de invloed van de wind. Dit alles gebeurt conform al jaren geleden verleende onherroepelijke vergunningen van de gemeente, de provincie en Delfland. Daarbij is derhalve geoordeeld dat er geen negatieve invloed is op de natuurwaarden van het strand en de duinen. Delfland is de partij die controleert of het verplaatsen van zand op de juiste wijze geschiedt. De provincie controleert of wordt gehandeld conform de verleende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (tegenwoordig Wet natuurbescherming).

6. Is het college bekend met de vergunning “Zandmotor Delflandse Kust”?

Ja

7. Schaadt de op de foto’s weergegeven afgraving de ontwikkeling van embryonale duinen ter plaatse? Zo ja, welk bestuursorgaan zal hier, conform de vergunning, handhavend tegen optreden en op welke manier?

Nee, de ontwikkeling van de embryonale duinen wordt/is niet geschaad door het verwijderen van het strandpaviljoen. Er is ook niets afgegraven. Deze situatie is gelijk aan de situaties ter plaatse van alle overige paviljoens na verwijdering van het bouwwerk. Zoals hierboven is vermeld, controleert Delfland of het een en ander op de juiste wijze gebeurt. De provincie controleert of wordt gehandeld conform de Natuurbeschermingswetvergunning.

8. Op welke wijze is de riolering van bouwwerken op het strand geregeld?

Voor het aanleggen, houden en verwijderen van kabels en leidingen (waaronder de riolering) in het strand en de duinen is toestemming nodig van Delfland. Dit op grond van de Keur Delfland 2010. Delfland heeft hiervoor vergunningen verleend. Ter plaatse van Natura 2000 gebied is tevens een vergunning vereist van de provincie. Ook deze heeft hiervoor eerder vergunningen afgegeven.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,
de burgemeester,
Koen de Snoo Pauline Krikke