Vervolg Raads­vragen LED-schermen op de Pier


Uit klachten van omwonenden blijkt dat op de LED-schermen Scheveningse Pier en Rode Toren handelsreclame van diverse organisaties wordt geprojecteerd. De handelsreclame wordt wisselend en met tussenpozen geprojecteerd gedurende de gehele dag. Op grond van artikel 2:97 lid 1 APV Den Haag mag er geen handelsreclame worden gemaakt zonder een reclamevergunning verleend door het college van B&W. Uit eerdere schriftelijke vragen van de PPS blijkt dat de wisselend afgebeelde reclame voor de nodige lichtoverlast zorgt bij omwonenden. In aanvulling op de schriftelijke vragen, d.d. 20 januari 2011 en 2 augustus 2011, willen de fracties Politieke Partij Scheveningen en Partij voor de Dieren naar aanleiding van een aantal verontruste berichten van bewoners met verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde een aantal aanvullende vragen stellen:

1. Heeft de exploitant van de LED-schermen naast de inmiddels verleende bouwvergunning ook een reclamevergunning aangevraagd? Zo nee, waarom niet (in de motivatie gaarne jurisprudentie vermelden)?

2. Wanneer is deze reclamevergunning door exploitant van de LED-schermen aangevraagd? Zo ja, wanneer is de reclamevergunning door het bevoegde gezag afgegeven?

3. Wanneer loopt de bezwaartermijn van de reclamevergunning af? Kunnen belanghebbenden bezwaar maken?

4. In artikel 2:97 lid 5 sub c APV Den Haag wordt aangegeven dat de reclamevergunning geweigerd kan worden indien gebruikers in een nabij gelegen onroerende zaak overlast ondervinden. Is het college van B&W bereid nadere voorwaarden te stellen aan de reclamevergunning of de reclamevergunning gedeeltelijk in te trekken naar aanleiding van klachten van bewoners?

5. Voor zover na kan worden gegaan is lichthinder c.q. lichtoverlast niet geregeld in de Wet Milieubeheer . Heeft de exploitant op grond van het Activiteitenbesluit een zorgplicht om lichtoverlast die de LED-schermen veroorzaken voor belanghebbenden / bewoners te beperken op grond van artikel 2:97 lid 6 sub c APV Den Haag? Zo nee, waarom niet?

6. Gezien de overlast bij omwonenden wordt het college van B&W verzocht of zij bereid is volgens het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften aan het gebruik van LED-schermen op de Pier te stellen, zodat de schermen in het donker uit staan? Zo ja, is het college bereid dit te doen? Zo neen, waarom niet?


Met vriendelijke groeten,

Sandra Abbenhuis
Fractievoorzitter Politieke Partij Scheveningen

Marieke de Groot
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 30 okt. 2012

De raadsleden mevrouw A. Abbenhuis en mevrouw M.J.E. de Groot hebben op 18 september 2012 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Ingevolge het bepaalde in artikel 38, van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, antwoorden wij als volgt.

Uit klachten van omwonenden blijkt dat op de LED-schermen Scheveningse Pier en Rode Toren handelsreclame van diverse organisaties wordt geprojecteerd. De handelsreclame wordt wisselend en met tussenpozen geprojecteerd gedurende de gehele dag. Op grond van artikel 2:97 lid 1 APV Den Haag mag er geen handelsreclame worden gemaakt zonder een reclamevergunning verleend door het college van B&W. Uit eerdere schriftelijke vragen van de PPS blijkt dat de wisselend afgebeelde reclame voor de nodige lichtoverlast zorgt bij omwonenden. In aanvulling op de schriftelijke vragen, d.d. 20 januari 2011 en 2 augustus 2011, willen de fracties Politieke Partij Scheveningen en Partij voor de Dieren naar aanleiding van een aantal verontruste berichten van bewoners met verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde een aantal aanvullende vragen stellen:

1. Heeft de exploitant van de LED-schermen naast de inmiddels verleende bouwvergunning ook een reclamevergunning aangevraagd? Zo nee, waarom niet (in de motivatie gaarne jurisprudentie vermelden)?

Nee, de exploitant heeft geen reclamevergunning aangevraagd en is hierop gewezen. Overigens zal een reclamevergunning wanneer deze wordt aangevraagd naar verwachting worden verleend. Een reclamevergunning moet op grond van artikel 2:97 APV, vijfde lid, in beginsel worden getoetst aan de redelijke eisen van welstand, de verkeersveiligheid en de overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Op grond van het zesde lid onder b. van artikel 2:97 APV geldt de toets aan de redelijke eisen van welstand niet voor bouwwerken. De betreffende LED-schermen zijn bouwwerken.

Volgens hetzelfde zesde lid, onder c. van artikel 2:97 APV geldt de toets op overlast niet voor zover daarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Op de Scheveningse Pier rust een omgevingsvergunning voor milieu (zie ook het antwoord op vraag 6). Lichthinder valt daardoor onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer. Dat heeft tot gevolg dat lichthinder als gevolg van de LED-schermen geen reden kan zijn tot weigeren of intrekken van een reclamevergunning. Evenmin kunnen nadere voorschriften ter voorkoming van lichthinder aan een reclamevergunning worden verbonden.

Een aanvraag om reclamevergunning voor de LED-schermen kan alleen worden getoetst aan de verkeersveiligheid. Vanuit dat perspectief is er geen grond om de reclamevergunning te weigeren.
Gelet op deze vormen van reclame en de huidige regelgeving, beziet het college momenteel wel of en op welke wijze het reclamebeleid aanpassingen behoeft.


2. Wanneer is deze reclamevergunning door exploitant van de LED-schermen aangevraagd? Zo ja, wanneer is de reclamevergunning door het bevoegde gezag afgegeven?

Zie de beantwoording van vraag 1.


3. Wanneer loopt de bezwaartermijn van de reclamevergunning af? Kunnen belanghebbenden bezwaar maken?

Nee, omdat er geen reclamevergunning is afgegeven, is een bezwaartermijn ook niet aan de orde.


4. In artikel 2:97 lid 5 sub c APV Den Haag wordt aangegeven dat de reclamevergunning geweigerd kan worden indien gebruikers in een nabij gelegen onroerende zaak overlast ondervinden. Is het college van B&W bereid nadere voorwaarden te stellen aan de reclamevergunning of de reclamevergunning gedeeltelijk in te trekken naar aanleiding van klachten van bewoners?

Zie de beantwoording van vraag 1.


5. Voor zover na kan worden gegaan is lichthinder c.q. lichtoverlast niet geregeld in de Wet Milieubeheer. Heeft de exploitant op grond van het Activiteitenbesluit een zorgplicht om lichtoverlast die de LED-schermen veroorzaken voor belanghebbenden / bewoners te beperken op grond van artikel 2:97 lid 6 sub c APV Den Haag? Zo nee, waarom niet?

Nee, zie de beantwoording van vraag 1. De exploitant heeft een zorgplicht op grond van de Wet milieubeheer, niet op grond van de APV.


6. Gezien de overlast bij omwonenden wordt het college van B&W verzocht of zij bereid is volgens het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften aan het gebruik van LED-schermen op de Pier te stellen, zodat de schermen in het donker uit staan? Zo ja, is het college bereid dit te doen? Zo neen, waarom niet?

Nee, het stellen van maatwerkvoorschriften is niet aan de orde. Op 13 oktober 2011 is een lichthinderonderzoek uitgevoerd door Meutzner Licht Design MLD, waaruit blijkt dat de verlichtingssterkte van de LED-schermen voldoet aan de Algemene richtlijn betreffende lichthinder (NSVV) - deel 4 reclameverlichting. Gelet hierop is het niet proportioneel om een voorschrift in de vergunning op te nemen waarmee het gebruik van de schermen wordt beperkt. Op de Scheveningse Pier rust een omgevingsvergunning voor milieu met kenmerk SB2005-5676/BRON van 10 april 2006. De LED-schermen zullen hierin worden geregeld.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram
J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer