Schrif­te­lijke vervolg­vragen grote zorgen over popu­lie­renkap


Indiendatum: 31 okt. 2016

Geachte voorzitter,

In Den Haag worden de komende twee jaar zo’n 800 populieren gekapt omdat ze onveilig zouden zijn. In het onderzoeksrapport van Wageningen UR (PPO/PRO-rapport 2016-05) staat als doel omschreven: “Het valideren van de door de gemeente Den Haag gebruikte methodiek ter onderbouwing van het populierenvervangingsplan. Verder, waar mogelijk, het geven van aanbevelingen om de methodiek te verbeteren.”

Wageningen stelt dat uit de analyse blijkt dat wanneer de boombeoordeling louter op veiligheid zou gebeuren er een andere uitkomst zou zijn dan wat er volgens de BWN-systematiek uitkomt. Ook de voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde op 6 oktober 2016 dat er “kanttekeningen zijn te plaatsen bij de door het college in navolging van de Bomenwacht gevolgde systematiek, …”.

Over deze kwestie hebben GroenLinks, Partij voor de Dieren en Groep de Mos/Ouderenpartij eerder vragen gesteld (RIS 295023). Omdat de antwoorden op de vragen de onduidelijkheid alleen maar hebben vergroot, stellen GroenLinks, PvdD en GdM/OP onder vermelding van artikel 30 van het reglement van orde, de volgende vervolgvragen:

1. Erkent het college dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de gevolgde systematiek? Graag een toelichting.

2. Is het college bereid om de aanbevelingen van Wageningen ten aanzien van verbetering van de systematiek door de Bomenwacht over te nemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

3. Waarom wordt vastgehouden aan deze beoordelingssystematiek? Een mogelijk alternatief is de Visual tree assessment (VTA) methode (IPC Groene Ruimte 2008). Is het college bereid om deze methode toe te passen? Zo nee, waarom niet?

Wageningen UR stelt dat de beoordelingsmethodiek volgens de formule C x V x B = K (conditie x veiligheid x beheerbaarheid = kwaliteit) wetenschappelijk gezien voldoet voor de bewuste toepassing: het beoordelen van de kwaliteit. Als het echter voornamelijk om de veiligheid gaat, zegt Wageningen: “Als men de veiligheid als prioriteit hanteert, dan is het raadzaam om de variabele veiligheid prioritair te stellen bij het bepalen van een vervangingstermijn.”

Wageningen UR doet ook een aanbeveling over de wijze waarop de vervangingstermijn wordt vastgesteld. De vervangingstermijn wordt nu direct verbonden aan het kwaliteitscijfer. Hierdoor worden bomen die veilig zijn toch op korte termijn gekapt omdat ze slecht scoren op beheerbaarheid en/of conditie. En andersom, blijft een flink aantal onveilige bomen toch langer dan 5 jaar staan omdat ze goed scoren op beheerbaarheid en/of conditie.

4. Wordt de vervangingstermijn van alle beoordeelde populieren nu opnieuw bezien? Zo nee, waarom niet en hoe wordt dan voorkomen dat veilige populieren gekapt worden terwijl onveilige populieren nog jaren behouden blijven?

In vraag 4 van onze eerdere schriftelijke vragen vragen wij om een overzicht van de 226 populieren die voldoende of hoger scoorden op het aspect veiligheid maar die in de kwaliteitscategorie boom functioneert niet’ of ‘boom functioneert niet naar behoren’ vallen. De beantwoording gaat hier geheel aan voorbij.

5. Waarom is er geen overzicht verstrekt zoals gevraagd? Kan dit alsnog verstrekt worden, zo nee waarom niet?

In antwoord op vraag 5 van onze eerdere schriftelijke vragen (12 sep ’16), schrijft u over bovengenoemde 226 bomen die zijn aangemerkt als veilig: “De andere parameters conditie en beheerbaarheid beïnvloeden de noodzaak om te handelen. Bij 30 van deze 226 populieren geven deze parameters aanleiding om te handelen.”

6. Waarom is dit handelen noodzakelijk gezien de bomen geen veiligheidsrisico met zich meebrengen? Graag een toelichting wat in dit verband met ‘handelen’ bij deze 30 populieren precies wordt bedoeld? Is het mogelijk om de locatie van deze populieren aan te geven en zo nee, waarom niet?

7. Is het correct te stellen dat bij de overige 196 bomen (226-30) het college dus geen noodzaak tot handelen ziet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom worden de betreffende bomen dan toch gekapt?

8. Naast kappen en vervangen zijn er andere handelingen mogelijk, zoals snoeien. Waarom worden de alternatieve handelingen niet doorgevoerd? Graag een toelichting.

9. Waarom wil het college voor deze 226 populieren die geen direct veiligheidsrisico met zich meebrengen niet wachten op de uitspraak van de Raad van State op het ingestelde beroep?

10. Is het mogelijk een overzicht te krijgen van het aantal ongelukken dat in de afgelopen 5 jaar heeft plaatsgevonden in Den Haag door takbreuk van populieren, met vermelding van de data, locaties en omschrijving van de opgelopen schade?

11. Graag zouden wij inzicht krijgen in alle correspondentie die vanuit de gemeente in dit kader met Wageningen UR is gewisseld met betrekking tot de beoordelingsystematiek van de populieren. Indien dit niet mogelijk is, graag een toelichting.

12. Wat zijn de totale kosten en (hout-)opbrengsten van het populierenvervangingsplan (inclusief kap en herplant)? Uit welk budget wordt dit gedekt? Zijn de beschikbare middelen toereikend?

Arjen Kapteijns Christine Teunissen Lex Kraft van Ermel
GroenLinks Partij voor de Dieren Groep de Mos/Ouderenpartij

Indiendatum: 31 okt. 2016
Antwoorddatum: 3 nov. 2016

De raadsleden de heren Kapteijns, Kraft van Ermel en mevrouw Teunissen hebben op 31 oktober 2016 een brief met daarin 12 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.


In Den Haag worden de komende twee jaar zo’n 800 populieren gekapt omdat ze onveilig zouden zijn. In het onderzoeksrapport van Wageningen UR (PPO/PRO-rapport 2016-05) staat als doel omschreven: “Het valideren van de door de gemeente Den Haag gebruikte methodiek ter onderbouwing van het populierenvervangingsplan. Verder, waar mogelijk, het geven van aanbevelingen om de methodiek te verbeteren.” Wageningen stelt dat uit de analyse blijkt dat wanneer de boombeoordeling louter op veiligheid zou gebeuren er een andere uitkomst zou zijn dan wat er volgens de BWN-systematiek uitkomt. Ook de voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde op 6 oktober 2016 dat er “kanttekeningen zijn te plaatsen bij de door het college in navolging van de Bomenwacht gevolgde systematiek, …”. Over deze kwestie hebben GroenLinks, Partij voor de Dieren en Groep de Mos/Ouderenpartij eerder vragen gesteld (RIS 295023). Omdat de antwoorden op de vragen de onduidelijkheid alleen maar hebben vergroot, stellen GroenLinks, PvdD en GdM/OP onder vermelding van artikel 30 van het reglement van orde, de volgende vervolgvragen:


1. Erkent het college dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij de gevolgde systematiek? Graag een toelichting.
Ja, de Wageningen Universiteit heeft aanbevelingen gedaan ten aanzien van de beoordelingsmethode.

2. Is het college bereid om de aanbevelingen van Wageningen ten aanzien van verbetering van de systematiek door de Bomenwacht over te nemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?
De Wageningen UR adviseert een accentverschuiving naar meer nadruk op het aspect veiligheid. Dit zal worden meegenomen in de volgende beoordelingsronde. Dit betekent mogelijk dat een groter aantal populieren moet worden gekapt.

3. Waarom wordt vastgehouden aan deze beoordelingssystematiek? Een mogelijk alternatief is de Visual tree assessment (VTA) methode (IPC Groene Ruimte 2008). Is het college bereid om deze methode toe te passen? Zo nee, waarom niet?
De VTA methode wordt door de gemeente veelvuldig toegepast bij de reguliere veiligheidscontroles van het Haagse bomenbestand. De gebruikte methode is een verdiepingsslag op de VTA waarbij meerdere criteria worden meegenomen.

Uitsluitend de VTA toepassen gaat voorbij aan de specifieke problemen die zich voordoen bij populieren, namelijk dat veiligheid niet verbetert door snoei. Het toepassen van uitsluitend de VTA zou een stap terug zijn.

Wageningen UR stelt dat de beoordelingsmethodiek volgens de formule C x V x B = K (conditie x veiligheid x beheerbaarheid = kwaliteit) wetenschappelijk gezien voldoet voor de bewuste toepassing: het beoordelen van de kwaliteit. Als het echter voornamelijk om de veiligheid gaat, zegt Wageningen: “Als men de veiligheid als prioriteit hanteert, dan is het raadzaam om de variabele veiligheid prioritair te stellen bij het bepalen van een vervangingstermijn.” Wageningen UR doet ook een aanbeveling over de wijze waarop de vervangingstermijn wordt vastgesteld. De vervangingstermijn wordt nu direct verbonden aan het kwaliteitscijfer. Hierdoor worden bomen die veilig zijn toch op korte termijn gekapt omdat ze slecht scoren op beheerbaarheid en/of conditie. En andersom, blijft een flink aantal onveilige bomen toch langer dan 5 jaar staan omdat ze goed scoren op beheerbaarheid en/of conditie.

4. Wordt de vervangingstermijn van alle beoordeelde populieren nu opnieuw bezien? Zo nee, waarom niet en hoe wordt dan voorkomen dat veilige populieren gekapt worden terwijl onveilige populieren nog jaren behouden blijven?

De gemeente laat geen onveilige populieren staan. Ook de uitspraak van de Raad van State op de voorlopige voorziening geeft geen aanleiding om de vervangingstermijn te bezien: ,,De voorzieningenrechter constateert op grond van de in het dossier aanwezige onderzoeksrapporten dat bepaalde kanttekeningen zijn te plaatsen bij de door het college in navolging van de Bomenwacht gevolgde systematiek, maar het college heeft voldoende overtuigend naar voren gebracht dat alle onder het besluit ressorterende bomen, met uitzondering van één waarover geen discussie bestaat, op het aspect veiligheid zodanig laag scoren dat de bedoelde kanttekeningen niet meebrengen dat de kap van deze bomen ontoelaatbaar zou zijn”.
In vraag 4 van onze eerdere schriftelijke vragen vragen wij om een overzicht van de 226 populieren die voldoende of hoger scoorden op het aspect veiligheid maar die in de kwaliteitscategorie boom functioneert niet’ of ‘boom functioneert niet naar behoren’ vallen. De beantwoording gaat hier geheel aan voorbij.

5. Waarom is er geen overzicht verstrekt zoals gevraagd? Kan dit alsnog verstrekt worden, zo nee waarom niet?
Ja, dit kan worden verstrekt. Voor de details zie bijlage 1.

In antwoord op vraag 5 van onze eerdere schriftelijke vragen (12 sep ’16), schrijft u over bovengenoemde 226 bomen die zijn aangemerkt als veilig: “De andere parameters conditie en beheerbaarheid beïnvloeden de noodzaak om te handelen. Bij 30 van deze 226 populieren geven deze parameters aanleiding om te handelen.”

6. Waarom is dit handelen noodzakelijk gezien de bomen geen veiligheidsrisico met zich meebrengen? Graag een toelichting wat in dit verband met ‘handelen’ bij deze 30 populieren precies wordt bedoeld? Is het mogelijk om de locatie van deze populieren aan te geven en zo nee, waarom niet?

7. Is het correct te stellen dat bij de overige 196 bomen (226-30) het college dus geen noodzaak tot handelen ziet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom worden de betreffende bomen dan toch gekapt?

8. Naast kappen en vervangen zijn er andere handelingen mogelijk, zoals snoeien. Waarom worden de alternatieve handelingen niet doorgevoerd? Graag een toelichting.
Antwoord op vraag 6, 7 en 8.

Het populierenvervangingsplan (2014, RIS 278129) is gebaseerd op een gedegen besluitvormingsproces. Als onderdeel daarvan zijn 7000 populieren (straatbomen) gecontroleerd. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat 1400 populieren gebreken vertonen. Deze groep is gecontroleerd door middel van een beoordelingsmethode die gebaseerd is op de uitgebreide praktijkervaring met populieren. Deze methode maakt gebruik van drie parameters, die elk iets zeggen over het duurzaam functioneren van de populieren in de openbare ruimte. Het gaat daarbij om conditie, veiligheid en beheerbaarheid. Dit leidde tot de huidige circa 800 populieren die vervangen worden.

De genoemde 30 populieren zijn onderdeel van deze groep omdat bij deze bomen zware snoei is toegepast in verband met takbreuk, maar de kans op (herhaling van) takbreuk groot blijft door een uitzakkende kroon. Een ander voorbeeld zijn bomen in een rij of groep waarbij omringende bomen vervangen worden. De achterblijvende boom komt daarmee vol in de wind te staan waardoor het risico van takbreuk veel groter wordt. Voor de locaties zie bijlage 2. De overige 196 bomen maken inderdaad geen deel uit van de huidige circa 800 populieren die vervangen worden.
Zoals aangegeven in vraag 3 verbetert snoeien de veiligheid niet. De houtstructuur in het overgebleven deel van de populier blijft zwak en gaat verder achteruit. Na de snoei ontstaat snel weer veel bladmassa waardoor het risico van takbreuk aanzienlijk blijft.

9. Waarom wil het college voor deze 226 populieren die geen direct veiligheidsrisico met zich meebrengen niet wachten op de uitspraak van de Raad van State op het ingestelde beroep?
Zie beantwoording vraag 4 tot en met 8.

10. Is het mogelijk een overzicht te krijgen van het aantal ongelukken dat in de afgelopen 5 jaar heeft plaatsgevonden in Den Haag door takbreuk van populieren, met vermelding van de data, locaties en omschrijving van de opgelopen schade?
Ja, zie bijlage 3.

11. Graag zouden wij inzicht krijgen in alle correspondentie die vanuit de gemeente in dit kader met Wageningen UR is gewisseld met betrekking tot de beoordelingsystematiek van de populieren. Indien dit niet mogelijk is, graag een toelichting.
Zie bijlage 4.

12. Wat zijn de totale kosten en (hout-)opbrengsten van het populierenvervangingsplan (inclusief kap en herplant)? Uit welk budget wordt dit gedekt? Zijn de beschikbare middelen toereikend?
In de programmabegroting 2014-2017 is hiervoor structureel € 0,4 mln. gereserveerd. De kosten worden gedekt vanuit Openbaar Groen 560.1.01. Het vervangingsproces is momenteel in volle gang en in 2016 wordt nog één maand gewerkt, om die reden is het door u gevraagde inzicht in de kosten op dit moment nog niet te leveren.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer