Schrif­te­lijke vragen Red een dier uit de brand


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Het komt regelmatig voor dat (huis)dieren omkomen in een woningbrand. Eind oktober nog redde de brandweer ternauwernood twee honden uit een brandend huis. Het is voor brandweerlieden niet altijd duidelijk of in een woning huisdieren aanwezig zijn. Inmiddels zijn diverse stickers ontworpen waarop het aantal dieren kan worden aangegeven. Deze sticker wordt op een zichtbare plek geplaatst. In geval van nood communiceert de sticker met de brandweerlieden die in een oogopslag zien of er actie moet worden ondernomen. De Vlaamse minister voor dierenwelzijn heeft dit jaar een sticker gelanceerd, waarop huisdiereigenaren het aantal inwonende dieren kunnen aangeven en die op de voordeur kunnen plakken.[1]

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  • 1) Is het college bekend met de stickers die als communicatiemiddel kunnen worden gebruikt om dieren uit de brand te helpen?

  • 2) Is het college bekend met het feit dat in onze regio in meerdere gemeenten deze sticker wordt gebruikt en sommige gemeenten nu zelfs overwegen om zo’n sticker uit te delen[2]?

In Rijswijk wordt door de partij Rijswijks Belang een voorstel ingediend om zo’n sticker uit te delen bij de gemeente. Een brandweerwoordvoerder reageert enthousiast. “Als we weten dat er een huisdier in huis is, kunnen we er naar zoeken. De brandweer vindt het super om meer informatie te krijgen over bewoners en dieren waar de brandweerlieden in actie moeten komen.

  • 3) Is de gemeente bereid om de sticker te verspreiden in Den Haag onder de bewoners, stadsdelen en de Huisdierinformatiepunten? Zo nee, waarom niet?

De gemeente heeft 10 stadsboerderijen in haar bezit. Ook daar kan brand uitbreken.

  • 4) Welke maatregelen zijn er getroffen (zoals hittemelders of sprinklerinstallaties) op de stadsboerderijen om brand op stadsboerderijen te voorkomen en/of om de schade te minimaliseren? Graag een reactie.
  • 5) Worden de stadsboerderijen regelmatig gecontroleerd op de brandveiligheid? Ook op de brandveiligheid van de dierenverblijven en de aanwezige (technische) installaties die voor brandgevaar kunnen zorgen? Zo ja, hoe vaak worden die controles uitgevoerd en door wie? Zo nee, waarom niet?
  • 6) Is er een calamiteitenplan beschikbaar bij alle stadsboerderijen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan dat worden gedeeld met de gemeenteraad?
  • 7) Is bij de brandweer bekend hoeveel dieren er aanwezig zijn op alle stadsboerderijen? Zo nee, is het college voornemens om een bord te laten plaatsen bij stadsboerderijen waarop het aantal gehuisveste dieren wordt vermeldt? Zo nee, waarom niet?

Ook zijn er andere locaties waar veel dieren worden gehouden in Den Haag zoals maneges, dierenopvangorganisaties, dierenwinkels en Sea Life.

  • 8) Worden deze instellingen (regelmatig) gecontroleerd op brandveiligheid? Zo ja, hoe vaak en door wie?
  • 9) Welke maatregelen zijn in de bovengenoemde dierenverblijven genomen om de brandveiligheid te vergroten? Graag een reactie.
  • 10) Zijn bij al de bovengenoemde dierenverblijven calamiteitenplannen aanwezig?
  • 11) Is het college voornemens om bij maneges, dierenopvangorganisaties, dierenwinkels en Sea Life de eigenaren van de dierenverblijven aan te schrijven om een sticker of bord te plaatsen waarop het aantal gehuisveste dieren wordt vermeld, om dieren uit de brand te redden? Zo nee, waarom niet?

Robin Smit

Partij voor de Dieren

[1] https://nos.nl/artikel/2230324-sticker-moet-vlaamse-huisdieren-redden-bij-brand.html?fbclid=IwAR0hMY0dzo9yOdAQSRBoLY2DfF2uJRatMmFE8CfmWKBnCqe08sXiyJM4w_A

[2] https://www.ad.nl/den-haag/sticker-maakt-brandweer-duidelijk-we-hebben-huisdieren~ace474bf/

Antwoorddatum: 20 mrt. 2019

Het raadslid de heer Smit heeft op 5 december 2018 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Het komt regelmatig voor dat (huis)dieren omkomen in een woningbrand. Eind oktober nog redde de brandweer ternauwernood twee honden uit een brandend huis. Het is voor brandweerlieden niet altijd duidelijk of in een woning huisdieren aanwezig zijn. Inmiddels zijn diverse stickers ontworpen waarop het aantal dieren kan worden aangegeven. Deze sticker wordt op een zichtbare plek geplaatst. In geval van nood communiceert de sticker met de brandweerlieden die in een oogopslag zien of er actie moet worden ondernomen. De Vlaamse minister voor dierenwelzijn heeft dit jaar een sticker gelanceerd, waarop huisdiereigenaren het aantal inwonende dieren kunnen aangeven en die op de voordeur kunnen plakken.1

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de stickers die als communicatiemiddel kunnen worden gebruikt om dieren uit de brand te helpen?

Ja.

2. Is het college bekend met het feit dat in onze regio in meerdere gemeenten deze sticker wordt gebruikt en sommige gemeenten nu zelfs overwegen om zo’n sticker uit te delen?

Ja.

In Rijswijk wordt door de partij Rijswijks Belang een voorstel ingediend om zo’n sticker uit te delen bij de gemeente. Een brandweerwoordvoerder reageert enthousiast. “Als we weten dat er een huisdier in huis is, kunnen we er naar zoeken. De brandweer vindt het super om meer informatie te krijgen over bewoners en dieren waar de brandweerlieden in actie moeten komen.

3. Is de gemeente bereid om de sticker te verspreiden in Den Haag onder de bewoners, stadsdelen en de Huisdierinformatiepunten? Zo nee, waarom niet?

Nee, het college is van mening dat het kopen en aanbrengen van een dergelijke sticker een verantwoordelijkheid van de individuele bewoners is, net zoals zowel de overige zorg voor het huisdier als het nemen van overige preventieve maatregelen voor het geval van brand.

De gemeente heeft 10 stadsboerderijen in haar bezit. Ook daar kan brand uitbreken.

4. Welke maatregelen zijn er getroffen (zoals hittemelders of sprinklerinstallaties) op de stadsboerderijen om brand op stadsboerderijen te voorkomen en/of om de schade te minimaliseren? Graag een reactie.

De stadsboerderijen moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de functie ‘lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’. Dit betekent onder ander andere dat de technische ruimte minimaal 60 minuten brandwerend dient te zijn. Bij nieuw- en verbouw worden eisen gesteld aan de constructieonderdelen en aankleding in stallen. Maatregelen als hittemelders en/of sprinklerinstallaties zijn wettelijk niet vereist. Op de 10 Haagse stadsboerderijen zijn inpandig rookmelders aanwezig met een doorschakeling voor alarm. Daarnaast zijn er ook diverse blusmiddelen aanwezig om in geval van brand de schade minimaal te houden. Sinds eind 2017 zijn ook alle terreinen van de stadsboerderijen rookvrij (gebouwen waren natuurlijk al langer rookvrij). Hierdoor is de kans dat iemand met een brandende sigaret op het terrein aanwezig is nog verder verkleind. Beheerders volgen één keer in de twee jaar een training brandbestrijding.

5. Worden de stadsboerderijen regelmatig gecontroleerd op de brandveiligheid? Ook op de brandveiligheid van de dierenverblijven en de aanwezige (technische) installaties die voor brandgevaar kunnen zorgen? Zo ja, hoe vaak worden die controles uitgevoerd en door wie? Zo nee, waarom niet?

Brandweer Haaglanden werkt met een risicoclassificering van bouwwerken om de inzet van capaciteit en middelen te bepalen. Primair richt de brandweer zich op de taken binnen de risicoklassen ‘midden’ en ‘hoog’. Secundair op de risicoklasse ‘laag’ voor zover dat betrekking heeft op specifieke brandveiligheidsvragen van de gemeenten. Stadboerderijen en dierenverblijven vallen binnen de inspectiecategorie ‘laag’. De stadsboerderijen worden jaarlijks gecontroleerd door een gespecialiseerd bedrijf. Zij controleren de aanwezige installaties en waar nodig worden onderdelen vervangen of aangepast.

6. Is er een calamiteitenplan beschikbaar bij alle stadsboerderijen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan dat worden gedeeld met de gemeenteraad?

Een calamiteitenplan ten aanzien van brand is er op dit moment nog niet voor alle boerderijen, maar dit zal in 2019 vastgesteld worden. Op twee grotere locaties hangt wel al een ontruimingsschema.

7. Is bij de brandweer bekend hoeveel dieren er aanwezig zijn op alle stadsboerderijen? Zo nee, is het college voornemens om een bord te laten plaatsen bij stadsboerderijen waarop het aantal gehuisveste dieren wordt vermeldt? Zo nee, waarom niet?

Bij de brandweer is niet bekend hoeveel dieren er op iedere boerderij aanwezig zijn. Het is geen voornemen om een bord te plaatsen met het aantal dieren. Reden hiervoor is dat het aantal dieren beperkt is en de samenstelling en/of het totaal aantal van de aanwezige dieren niet constant hetzelfde is. De stallen zijn overzichtelijk en over het algemeen is de stal met de dieren in één oogopslag te overzien. Aanvullend is er een goede afstemming tussen de gemeentelijke meldkamer, veiligheidsdiensten en verantwoordelijke van de afdeling stadsboerderijen waardoor er ook snel een dier- en locatiedeskundige ter plekke kan zijn.

Ook zijn er andere locaties waar veel dieren worden gehouden in Den Haag zoals maneges, dierenopvangorganisaties, dierenwinkels en Sea Life.

8. Worden deze instellingen (regelmatig) gecontroleerd op brandveiligheid? Zo ja, hoe vaak en door wie?

Grotere dierenverblijven zoals Sea Life en de Vogelkelder vallen, gezien de omvang van het bouwwerk en de aanwezigheid van diverse brandbeveiligingsinstallaties, binnen de inspectiecategorie ‘midden’. Deze bouwwerken worden één keer per vier jaar door de brandweer gecontroleerd. Zie tevens het antwoord op vraag 5.

9. Welke maatregelen zijn in de bovengenoemde dierenverblijven genomen om de brandveiligheid te vergroten? Graag een reactie.

Het Bouwbesluit stelt eisen aan bouwkundige-, installatietechnische- en organisatorische voorzieningen. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning, bouwen (voorheen: bouwvergunning) wordt getoetst of deze voorzieningen zijn opgenomen in het bouwplan. Afhankelijk van omvang moeten er meer of minder brandveiligheidsvoorzieningen worden aangebracht.

10. Zijn bij al de bovengenoemde dierenverblijven calamiteitenplannen aanwezig?

Bij de grotere dierenverblijven als Sea Life en de Vogelkelder zijn calamiteitenplannen voor de brandweer beschikbaar.

11. Is het college voornemens om bij maneges, dierenopvangorganisaties, dierenwinkels en Sea Life de eigenaren van de dierenverblijven aan te schrijven om een sticker of bord te plaatsen waarop het aantal gehuisveste dieren wordt vermeld, om dieren uit de brand te redden? Zo nee, waarom niet?

Nee. Gezien de aard van de inrichtingen zal het bekend zijn dat er dieren aanwezig zijn en zal hier in geval van brand rekening mee gehouden worden. Wanneer een dergelijk bord wel toegevoegde waarde heeft is het de verantwoordelijkheid van de inrichting om deze te plaatsen. Het college heeft hier geen rol in en kan dit ook niet voorschrijven.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Peter Hennephof



de burgemeester,

Pauline Krikke