Schrif­te­lijke vragen Basis­in­komen in Den Haag?


Indiendatum: 27 mei 2021

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Verschillende partijen hebben in hun verkiezingsprogramma het basisinkomen benoemd, zowel landelijk[1] als lokaal[2]. De Partij voor de Dieren en GroenLinks zouden meer zicht willen hebben op de mogelijkheden om in Den Haag een pilot met basisinkomen in te voeren en het collegestandpunt hierover.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Robert Barker en Robin Smit, Partij voor de Dieren en het raadslid Erlijn Wenink, GroenLinks daarom de volgende vragen:

  1. Kan het college ingaan op de mogelijke voordelen van een (kleinschalige) gemeentelijke pilot met het basisinkomen in Den Haag? Welke maatschappelijke effecten verwacht het college als een basisinkomen wordt ingevoerd?
  2. Is een dergelijke pilot binnen de participatiewet juridisch mogelijk (gericht op de doelgroep van die wet)? Hoe lang mag een experiment binnen de participatiewet maximaal duren? Aan welke criteria moet zo’n pilot voldoen? Wat zijn eventuele beperkingen?
  3. Zou een pilot met basisinkomen ook mogelijk zijn met een (deels) andere doelgroep dan die van de participatiewet? Zo nee, waarom niet?
  4. Zou het college het uitvoeren van een pilot inzake een regelluwe bijstand wenselijk achten (breder dan het traject rond ondernemen in de bijstand)? In een dergelijke pilot zouden mensen binnen de bijstand deeltijdwerk kunnen accepteren met behoud van inkomen.
  5. Is er volgens het college gezien de maatschappelijke ontwikkelingen meer maatschappelijke draagvlak voor een basisinkomen dan voor de Covidcrisis?
  6. Ziet het college het als wenselijk dat de Rijksoverheid meer ruimte aan gemeenten geeft voor het uitvoeren van pilots met het basisinkomen?
  7. Zou het college bereid zijn om in de komende landelijke formatie bij de onderhandelende partijen te pleiten voor meer ruimte voor gemeentes om pilots met het basisinkomen uit te voeren? Zou het college bereid zijn om dit binnen de VNG en de G4 te bespreken?
Robert Barker

Partij voor de Dieren

Robin Smit

Partij voor de Dieren

Erlijn Wenink

GroenLinks


[1] PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren

[2] D66, PvdA en Partij voor de Dieren

Indiendatum: 27 mei 2021
Antwoorddatum: 7 sep. 2021

De raadsleden de heer Barker, de heer Smit en mevrouw Wenink hebben op 27 mei 2021 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Voordat we overgaan tot de beantwoording van uw schriftelijke vragen, geven wij u een veel gebruikte omschrijving. Een basisinkomen betekent een vast (maand)inkomen, dat de overheid aan iedere burger verstrekt, ongeacht zijn of haar verdere inkomsten of vermogen, zonder verplichtingen (tegenprestatie) of controle en onafhankelijk van de samenstelling van het huishouden (Basisinkomen| Divosa).

1. Kan het college ingaan op de mogelijke voordelen van een (kleinschalige) gemeentelijke pilot met het basisinkomen in Den Haag? Welke maatschappelijke effecten verwacht het college als een basisinkomen wordt ingevoerd?

Het college kan geen uitspraak doen over voordelen en over de maatschappelijke effecten van een basisinkomen, omdat op grond van de Participatiewet experimenten met het basisinkomen (vooralsnog) niet mogelijk zijn en er prudent omgegaan dient te worden met uitkeringen. Met betrekking tot de te verwachten maatschappelijke effecten zullen we ons moeten baseren op een aantal tot nu toe uitgevoerde onderzoeken en experimenten van de voor- en tegenstanders van een basisinkomen. Rutger Bregman definieert in zijn boek Gratis geld voor iedereen het basisinkomen als een individuele, onvoorwaardelijke toelage voor iedereen. Het basisinkomen moet er voor zorgen dat niemand onder de armoedegrens leeft. In zijn boek is een aantal experimenten te vinden waarin naar voren komt dat de invoering van een basisinkomen juist geld kan opleveren. Aan de andere kant zijn er de tegenstanders die spreken over de hoge kosten en het CPB geeft in haar onderzoek “De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid” aan dat generieke inkomensondersteuning via een basisinkomen een averechts effect heeft op de arbeidsparticipatie (De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid | CPB.nl): met inkomensondersteuning moet derhalve prudent en terughoudend omgegaan worden.

2. Is een dergelijke pilot binnen de participatiewet juridisch mogelijk (gericht op de doelgroep van die wet)? Hoelang mag een experiment binnen de participatiewet maximaal duren? Aan welke criteria moet zo’n pilot voldoen? Wat zijn eventuele beperkingen?

Nee.Op basis van artikel 83 eerste lid van de Participatiewet (Innovatie) is het in 2017 voor gemeenten wel mogelijk gemaakt om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) door middel van experimenten te onderzoeken hoe de Participatiewet doeltreffender uitgevoerd kan worden met betrekking tot
arbeidsinschakeling en financiering. Dat betrof dus niet de mogelijkheid voor de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Voorwaarden voor zo’n experiment waren wetenschappelijke onderbouwing en een antwoord gevend op de vraag wat het beste werkt om mensen aan het werk te helpen. Binnen een periode van drie jaar mochten gemeenten gedurende twee jaar afwijken van de Participatiewet. Deventer, Groningen, Nijmegen, Utrecht en Wageningen presenteerden begin mei 2020 de resultaten van hun experimenten. Zie voor meer informatie de Kamerbrief experimenten Participatiewet. De eerste resultaten van bovengenoemde experimenten op het gebied van regelluwe bijstand zijn voorzichtig positief. Het is duidelijk dat een grote groep mensen met een bijstandsuitkering voordeel heeft van intensieve begeleiding maar tegelijkertijd blijft een prudente omgang met inkomensondersteuning geboden. Ook valt te lezen dat nader onderzoek noodzakelijk is (CPB Infographic-Lessen-uitbijstandsexperimenten.pdf).

3. Zou een pilot met basisinkomen ook mogelijk zijn met een (deels) andere doelgroep dan die van
de participatiewet? Zo nee, waarom niet?

Het is denkbaar dat een pilot mogelijk is voor andere doelgroepen met een andere financieringsbron. Maar het college ziet daar vooralsnog geen rol in weggelegd voor de gemeente.

4. Zou het college het uitvoeren van een pilot inzake een regelluwe bijstand wenselijk achten (breder dan het traject rond ondernemen in de bijstand)?

In een dergelijke pilot zouden mensen binnen de bijstand deeltijdwerk kunnen accepteren met behoud van inkomen. Op dit moment is de insteek van het college om vanuit de G4-lobby te werken naar aanpassingen in de
Participatiewet. Afgelopen februari heeft de G4 een brief gestuurd naar de Kamer inzake de Participatiewet. In deze brief geven de wethouders van de G4 aan dagelijks te maken te hebben met een aantal bepalingen uit de Participatiewet die zij niet meer vinden passen bij deze tijd. De G4 vindt het de hoogste tijd om de uitgangspunten van de Participatiewet fundamenteel te herzien zodat de menselijke maat weer terugkomt en de overheid mensen weer vanuit vertrouwen benadert en niet vanuit wantrouwen. De G4 heeft in deze brief een aantal aanbevelingen gedaan en zal aansluiten bij de overleggen omtrent de wijzigingen in de Participatiewet.Kern van die aanbevelingen en insteek voor de fundamentele herziening van het vangnet is een minder strikte en minder harde wet, waarin ruimte is voor de menselijke maat en bestaanszekerheid het uitgangspunt is. Voor nieuwe initiatieven, zoals een regelluwe bijstand (basisinkomen) of de doorontwikkeling van de basisbaan in de vorm van de Haagse Instapeconomie, is een verruiming van de (experimenteerruimte) in de participatiewet noodzakelijk. Alleen dan kunnen we eerst op kleine schaal verkennen wat wel en niet werkt. Die mogelijkheden zijn nu beperkt, hierover zijn wij in gesprek met het Rijk, de VNG en Divosa.

5. Is er volgens het college gezien de maatschappelijke ontwikkelingen meer maatschappelijke
draagvlak voor een basisinkomen dan voor de Covidcrisis?

Op basis van een onderzoek van I&O Research in opdracht van de Vereniging Basisinkomen, uitgevoerd van 7 tot 10 mei 2021, blijkt dat de voor- en tegenstanders van het basisinkomen elkaar in evenwicht houden. Net als afgelopen jaar vindt ruim een derde een basisinkomen een goed idee (nu 37%, was 36%). Het aandeel dat zegt dit geen goed idee te vinden is toegenomen (van 32% naar 38%). In hoeverre de Coronacrisis hier een rol in heeft gespeeld of dat dit zonder Corona ook zo beoordeeld zou worden kunnen wij niet zeggen.

6. Ziet het college het als wenselijk dat de Rijksoverheid meer ruimte aan gemeenten geeft voor het
uitvoeren van pilots met het basisinkomen?

Ja. De Participatiewet zou in zijn algemeenheid meer ruimte moeten geven voor pilots.

7. Zou het college bereid zijn om in de komende landelijke formatie bij de onderhandelende partijen te pleiten voor meer ruimte voor gemeentes om pilots met het basisinkomen uit te voeren? Zou het college bereid zijn om dit binnen de VNG en de G4 te bespreken?

Zie ook beantwoording van vraag 4. Centraal uitgangspunt moet zijn om te verkennen wat werkt voor de diverse doelgroepen van de Participatiewet. De regelluwe bijstand (basisinkomen) kan daarvan een uitwerking zijn. Daarbij moeten wel mogelijke averechtse effecten op arbeidsparticipatie inzichtelijk worden gemaakt. Wij staan achter het standpunt van de VNG die pleit voor een fundamentele herziening van de Participatiewet, waarbij de hardheid van de wet plaats maakt voor de menselijke maat. Zo vindt de VNG dat de middelen voor armoedebestrijding, schuldhulpverlening en participatie structureel omhoog moeten en dat er meer experimenteerruimte moet komen voor gemeenten.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Ilma Merx
Jan van Zanen