Schrif­te­lijke vragen Bouw­blunders bij buiten­ruimte Haags Buiten


Indiendatum: 22 sep. 2022

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Haags Buiten is een nieuwbouwproject in Wateringse Veld waarvan in mei 2021 de laatste woning werd opgeleverd. Er was sprake van hoge duurzaamheidsambities. Zo werd door het college erop ingezet dat het Erasmusveld de meest duurzame wijk van Nederland zou worden. In 2021 ontving het project de tweede prijs bij de “Award Natuurinclusief Bouwen en Ontwerpen”. Desondanks zijn er zorgwekkende signalen dat de uitvoering van de aanleg van een deel van het openbaar groen ernstig te wensen overlaat.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  1. Kan het college toelichten wie er in deze wijk verantwoordelijk is voor het aanleg van het openbaar groen? In hoeverre is dit hetzelfde als of afwijkend van andere nieuwbouwprojecten?

  2. Kan het college het bestek dat van toepassing was op de aanleg van het openbaar groen in deze wijk delen?

  3. Hoe wordt gecontroleerd dat het geleverde werk voldoet aan de eisen zoals die in het bestek staan?

  4. Kan het college aangeven welke bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden de afgelopen 5 jaar en door wie en met welk doel deze zijn uitgevoerd?

  5. Kan het college garanderen dat het openbaar groen in Haags Buiten zal worden afgerond conform de kwaliteitseisen? Hoe gaat het college hierop toezien?

  6. Kan het college toelichten wie er in de wijk Haags Buiten nu en de komende jaren verantwoordelijk is voor het beheer van het openbaar groen?

  7. Bij wie kunnen bewoners van Haags Buiten het beste terecht met zorgen en vragen over de inrichting van de openbare ruimte? Wat vindt het college van de manier waarop bewoners hun aanmerkingen en zorgen kunnen uiten? Worden bewoners volgens het college voldoende ondersteunt door een partij die de belangen van de bewoners begrijpt en daarvoor opkomt?

    Speelterrein

  8. Herkent het college de signalen dat het speelveld in de wijk in eerste instantie is opgeleverd met een hoge mate van puin in de toplaag van de bodem? Wat vindt het college hiervan en hoe is het mogelijk dat juist een speelterrein met onveilige bodem opgeleverd wordt?

  9. Vind het college het acceptabel dat er speelterreinen in Den Haag worden opgeleverd die vol liggen met puin? Zo niet, wat ziet het college voor mogelijkheden om dit te verhelpen?

  10. Is het college bereid excuses te maken richting de omwonenden voor het toestaan van deze gevaarlijke situatie? Wat vindt het college dat er richting de omwonenden mogelijk is ter compensatie van deze situatie?

  11. Komt er vanuit het college een evaluatie van hoe het heeft kunnen gebeuren dat een speelterrein vol met puin is opgeleverd?

  12. Welke eisen stelt het college met betrekking tot de op te leveren grond bij speelterreinen in nieuwbouwwijken? Hoe wordt voorkomen dat er puin (en/of andere vervuiling) in zit?

    Water

  13. Kan het college aangeven of de waterpartij tussen de woningen op de Nannie van Wehlstraat en de Carry van Bruggenhof correct aangelegd is, inclusief de juiste diepte en verbindingen?
  14. Zijn volgens het college de oevers die vanaf de de Nannie van Wehlstraat aflopen richting de waterpartij correct aangelegd om te kunnen functioneren als natuurvriendelijke oever en/of plaats om te verblijven, of zijn deze steiler dan volgens de bouwplannen? Hoe kijkt het college hier tegenaan?

    In het Planuitwerkingskader Haags Buiten Erasmusveld (RIS281396) wordt bijvoorbeeld gesteld: “een natuurvriendelijke oever heeft een zo flauw mogelijk talud van 1:5 of flauwer.” Op brede stukken is het gewenste talud 1:6.

  15. Kan het college aangeven of en zo ja welke oevers in de wijk conform de voorwaarden in dit PUK aangelegd zijn?

  16. Is het college bekend met het afsterven van de vissen in de waterpartij in de wijk? Hoe kijkt het college aan tegen de sterfte van de vissen door het botulisme op deze locatie?

  17. Kan het college aangeven of er richtlijnen zijn over het gebruik van slootwater waar botulisme is geconstateerd om de openbare ruimte te sproeien? Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat dit zeer onwenselijk, gevaarlijk en een milieudelict is? Heeft het college signalen ontvangen dat dit gebeurd is? Zo ja, hoe wordt hierop geacteerd?

  18. Is deze waterpartij volgens het college geschikt om een gezonde leefomgeving voor vissen en watervogels te zijn?

  19. Kan het college aangeven wat het proces is als botulisme geconstateerd wordt? Heeft de gemeente hier contact over met bijvoorbeeld het Hoogheemraadschap en/of de Omgevingsdienst? Wordt beoordeeld of geëvalueerd of de waterpartij goed is aangelegd?
    Kan de college delen wat de opvatting is van het Hoogheemraadschap over deze waterpartij?

  20. Hoe zit het met de waterdoorstroming op dit stuk? Kan het college aangeven of alle doorstroompunten en verbindingen goed functioneren? Loopt de waterdoorstroming zoals in het ontwerp van de openbare ruimte beoogd was?

    Bodem

  21. Wat voor eisen vindt het college dat de bodem in de openbare ruimte aan moet voldoen? Zijn hier bepaalde kaders voor?

    In het bestemmingsplan staat: “Uit het uitgevoerde bodemonderzoek is gebleken dat de locatie vervuild is en dat de bestaande bodemkwaliteit niet voldoet voor de functie wonen of publiekstoegankelijk openbaar gebied. Daarom zal het terrein volledig gesaneerd worden door middel van het aanbrengen van leeflaagconstructie van minimaal 1 meter grond.”

  22. Kan het college garanderen dat er uitvoering gegeven is het aanbrengen van een leeflaagconstructie van minimaal 1 meter grond? Wat is de definitie van een leeflaagconstructie?

    Een luchtige bodem is belangrijk voor bodemleven, voor de groeiomstandigheden voor het groen en voor afwatering.

  23. Kan het college aangeven of er rekening gehouden wordt met de structuur van de bodem? Zo ja, stelt het college op basis hiervan eisen aan het gebruik van zwaar materieel om
    bodeminklinking tegen te gaan? Zo niet, waarom niet?

  24. Ziet het college risico’s voor het functioneren van de wadi’s in de wijk Haags Buiten als de bodemstructuur erg verdicht is? Hoe wordt hierop gecontroleerd?

    Beplanting

  25. Is het college bekend met verschillende plekken waar de beplanting niet aanslaat, waardoor er nu sprake is van erosie?

  26. Kan het college aangeven hoe hoog de uitval van bomen is? Ziet het college een relatie tussen bijvoorbeeld de slechte bodemkwaliteit, de manier van aanplant, en de uitval?

  27. Hoe kijkt het college aan tegen de wildgroei van distels en aanwezigheid van de Aziatische Duizendknoop in de ecologische verbindingszone (Erasmuszone)? Ziet het college dit als aanleiding om de natuurwaarden hier beter te beschermen? Zo ja, hoe?

    Aan de rand van Haags Buiten staat ook veel Reuzenberenklauw.

  28. Kan het college aangeven of er bij de aanleg geïnventariseerd is of planten zoals de Aziatische Duizendknoop en Reuzenberenklauw al aanwezig waren? Zijn er richtlijnen om te voorkomen dat deze planten in een wijk verschijnen na bodemwerkzaamheden? Zijn deze bij Haags Buiten nageleefd?

  29. Hoe reflecteert het college op het feit dat bij het verlenen van de kapvergunning (bijvoorbeeld deel 2 van de vergunning, kenmerk 201715627/6555312) de compensatie door middel van bomen in tuinen van bewoners in doorslaggevende overwegingen en adviezen is meegenomen? Vindt het college dat dit goed gewerkt heeft? Zo ja, waarom? Zo niet, waarom niet?

  30. Kan het college aangeven of deze constructie, waarbij bomencompensatie wordt uitgevoerd door contractuele verplichtingen aan nieuwe bewoners, vaker wordt toegepast? Zo ja, waar en hoe vaak? Is het college van plan dit vaker toe te passen?

  31. Kan het college “Het beplantingsvoorstel Haags Buiten” van Vollmer en Partners B.V. van 27 november 2017, met kenmerk 2526-200 met de raad delen, aangezien dit plan een belangrijk onderdeel van de vergunningverlening was?

    Werkzaamheden en boomwortels

    Tijdens het vervangen van de bovenlaag van de bodem bij een speelterrein zag de grond rondom de bomen er als volgt uit (foto bijlage).

  32. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat deze manier van graven onwenselijk is?

  33. Wat vindt het college ervan dat juist ten tijde van grote droogte de wortels van een boom niet alleen afgesneden worden, maar ook onafgedekt bloot worden gesteld aan intens zonlicht?

  34. Ziet het college mogelijkheden om beter te borgen dat bomen niet in gevaar worden gebracht door dit soort werkzaamheden, ook overwegende dat dit soort incidenten vaker voorkomen (bijv. RIS312893)?

  35. Ziet het college aanleiding om richting aannemers beter te communiceren en beter te handhaven over de omgang met bomen bij werkzaamheden? Zo niet, waarom niet?

Robert Barker
Partij voor de Dieren