Schrif­te­lijke vragen Den Haag duurzame winkelstad


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

In het voortgangsbericht Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2015-2018 (RIS299543) is ingegaan op allerlei elementen met betrekking tot de winkelgebieden in Den Haag. Echter, er is geen aandacht voor de duurzaamheid van de winkels.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  • 1) Kan het college ingaan op de acties die het college neemt, binnen of buiten het Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2015-2018, die gericht zijn op het duurzamer maken van de Haagse winkels?
  • 2) Wordt er bij winkeliers en verhuurders van winkelruimte aandacht gevraagd voor maatregelen om energie te besparen?
  • 3) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat constant openstaande winkeldeuren in de winter moeten worden tegengegaan? Zo nee, waarom niet? En zo ja, welke maatregelen treft het college daarvoor?
  • 4) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat er soms sprake is van onnodige verlichting buiten openingstijden? Zo nee, waarom niet? En zo ja, welke maatregelen treft het college daarvoor?
  • 5) Kan het college aangeven wat de energieprestaties (labels) van de winkelruimten zijn en hoe dit zich verhoudt tot andere steden?
  • 6) Indien winkels onvoldoende maatregelen nemen om de wettelijke plicht na te komen om rendabele energiebesparingen te treffen, zal er dan worden gehandhaafd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in welke gevallen zal dit plaatsvinden?
  • 7) Het college zet zich op verschillende manieren in om bepaalde winkelketens naar Den Haag te halen. In hoeverre wordt hierbij aandacht besteed aan duurzaamheidsaspecten van winkelketens? Wordt er ook actief ingezet op het faciliteren van de komst van duurzame winkels?
  • 8) Indien er een vervolg komt op het Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2015-2018, is het college bereid om uitvoerig aandacht te besteden aan duurzaamheidsaspecten?

Robert Barker
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 21 dec. 2018

Het raadslid de heer Barker heeft op 10 september 2018 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

1. Kan het college ingaan op de acties die het college neemt, binnen of buiten het Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2015-2018, die gericht zijn op het duurzamer maken van de Haagse winkels?

De gemeente heeft de afgelopen jaren op verschillende manieren het Haagse bedrijfsleven ondersteuning geboden voor verduurzaming. Ondernemers in de detailhandel konden gebruik maken van gratis energiescans en de milieubarometer.

In 2016 en 2017 zijn 155 MKB energiescans uitgevoerd. Hiermee zijn tot op heden 41 ondernemers geactiveerd tot maatregelen in 2017. Binnen het MKB is 75 ton CO2-uitstoot gereduceerd. Hier zitten ook een aantal winkeliers bij.

Sinds kort kunnen ondernemers terecht bij het loket Hou van je Zaak. Het loket biedt advies en energiescans.

2. Wordt er bij winkeliers en verhuurders van winkelruimte aandacht gevraagd voor maatregelen om energie te besparen?

Ja, bij winkeliers en verhuurders wordt aandacht gevraagd voor energiebesparing. Naast het stimulerend spoor (zie vraag 1) geldt ook een wettelijk kader voor energiebesparing. Voor winkels zijn twee regelingen relevant, het Activiteitenbesluit artikel 2.15 en de Energy Efficiency Directive (EED). Het toezicht op deze wettelijke regelingen is belegd bij de Omgevingsdienst Haaglanden.

3. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat constant openstaande winkeldeuren in de winter moeten worden tegengegaan? Zo nee, waarom niet? En zo ja, welke maatregelen treft het college daarvoor?

Ja, waar mogelijk streeft de gemeente een verstandig energiegebruik na. In 2010 heeft de gemeente een energiemodule voor de Haagse detailhandel laten ontwikkelen. In deze module wordt aandacht besteed aan het sluiten van winkeldeuren. Sindsdien worden openstaande winkeldeuren meegenomen in de energiescans.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat er soms sprake is van onnodige verlichting buiten openingstijden? Zo nee, waarom niet? En zo ja, welke maatregelen treft het college daarvoor?

Ja, in het kader van het SER Energieakkoord wordt meer prioriteit gegeven aan toezicht op energiebesparing, waaronder het verstandig omgaan met winkelverlichting. Om het toezicht te vereenvoudigen en effectiever te maken zijn per branche lijsten van erkende maatregelen opgesteld, waarvan vaststaat dat de terugverdientijd korter is dan 5 jaar. Ook voor de detailhandel is een lijst opgesteld met onder andere enkele maatregelen met betrekking tot verlichting. Verlichting buiten openingsuren heeft echter wel vaak een functie met betrekking tot veiligheid, maar ook ten aanzien van sfeer en het uitstallen en zichtbaar maken van producten in aantrekkelijke etalages.

5. Kan het college aangeven wat de energieprestaties (labels) van de winkelruimten zijn en hoe dit zich verhoudt tot andere steden?

Nee, een volledig overzicht van energielabels van winkelpanden is niet beschikbaar.

6. Indien winkels onvoldoende maatregelen nemen om de wettelijke plicht na te komen om rendabele energiebesparingen te treffen, zal er dan worden gehandhaafd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in welke gevallen zal dit plaatsvinden?

In het kader van duurzaamheid wordt door de Omgevingsdienst Haaglanden bij elke reguliere milieucontrole aandacht besteed aan energieverbruik.

Zie vraag 2 voor het wettelijk kader. Overigens zullen veel winkels in de categorie kleinverbruiker vallen (minder dan 25.000 m3 gas of 50.000 kWh elektriciteit per jaar). De energiebesparingsplicht is dan niet van toepassing.

7. Het college zet zich op verschillende manieren in om bepaalde winkelketens naar Den Haag te halen. In hoeverre wordt hierbij aandacht besteed aan duurzaamheidsaspecten van winkelketens? Wordt er ook actief ingezet op het faciliteren van de komst van duurzame winkels?

Het college zet bij acquisitie in op het minimaal op peil houden van het voorzieningenniveau en de werkgelegenheid om zo leegstand te voorkomen en werkgelegenheid te borgen. Het college gaat er vanuit dat alle winkels duurzaamheid nastreven en dat nieuwe bedrijven zich houden aan het wettelijk kader ten aanzien van duurzaamheid. Via het Haags Retailpunt worden ondernemers geïnformeerd over bijvoorbeeld de energiescans.

8. Indien er een vervolg komt op het Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2015-2018, is het college bereid om uitvoerig aandacht te besteden aan duurzaamheidsaspecten?

In de nota Duurzaamheid, die eind dit jaar wordt opgesteld en een actieprogramma dat van deze nota deel uit maakt zal aandacht worden besteed aan duurzaamheid bij bedrijven. Conform de afdoening van de motie ‘breng in raadvoorstellen het effect op milieu en klimaat in beeld (RIS 295471)’, zal in een nieuw Actieprogramma Den Haag Winkelstad een duurzaamheidsparagraaf worden opgenomen.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Peter HennephofPauline Krikke