Schrif­te­lijke vragen Onderzoek verbod op terras­ver­warmers


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

De koude maanden zijn aangebroken en Den Haag hangt weer vol met terrasverwarmers. In 2008 nam het Europese Parlement een rapport aan van Liberaal-democraat Fiona Hall over een Actieplan voor Energie-efficiëntie dat opriep tot een uitfasering van terrasverwarmers (PE390.513v02-00, p. 7).

In Amsterdam is terrasverwarming jarenlang verboden geweest. Aan terrasvergunningen werd een verbod op terrasverwarming verbonden. Door deze praktijk is in 2011 een streep gezet door de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2011:BU7907), die het verbod “onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd” achtte.

In datzelfde jaar riep het Haags Milieucentrum op tot een Haags verbod. Naar aanleiding daarvan hebben raadsleden De Groot (RIS181817) en De Mos (RIS181889) toen schriftelijke vragen gesteld. Het college van B en W stelde in antwoord daarop dat er geen beleid gevoerd wordt ten aanzien van terrasverwarmers en dat het niet voornemens was een verbod in te stellen.

De Partij voor de Dieren vindt terrasverwarmers een onwenselijke vorm van energieverspilling.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  • 1) Is het college bekend met de lijst met erkende maatregelen voor energiebesparing voor Hotels en restaurants in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer[1], waarin onder meer wordt aanbevolen het geïnstalleerd vermogen van de buitenverlichting te beperken?
  • 2) Is het college bekend met de energiebesparingsplicht in het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarin bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van meer dan 50.000 kWh of een jaarlijks verbruik aan aardgasequivalenten van meer dan 25.000 m3 worden verplicht alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen?
  • 3) Kan het college nagaan of het weghalen van terrasverwarmers onder deze energiebesparingsplicht valt? Kan het college dit toelichten? Indien dit onder de energiebesparingsplicht valt, is het college bereid hierop te handhaven?
  • 4) Het college zet in op het beter isoleren van verwarmde ruimtes om energieverspilling tegen te gaan. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat deze inzet hand in hand moet gaan met het niet meer verwarmen van de buitenruimte?
  • 5) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat een verbod op terrasverwarmers aansluit bij de hierboven genoemde oproep van het Europees Parlement uit 2008?
  • 6) Is het college bereid te onderzoeken hoe een juridisch draagkrachtig gemotiveerd lokaal verbod op terrasverwarming kan worden vormgegeven?
  • 7) Is het college bereid, indien dit juridisch mogelijk wordt bevonden, een Haags verbod op terrasverwarming in te voeren?
  • 8) Vanwege hun concurrentiepositie is het voor individuele terrashouders onaantrekkelijk om eenzijdig hun terrasverwarming te verwijderen. Is het college bereid in gesprek te gaan met de ondernemersvereniging om tot gebiedsafspraken te komen omtrent het gebruik van terrasverwarmers?


Robert Barker
Partij voor de Dieren

[1] https://www.infomil.nl/publish/pages/126634/12_activiteitenregeling_milieubeheer_2018_hotels_restaurants.docx