Schrif­te­lijke vragen over voor­keurs­beleid circussen Den Haag


Den Haag, 2 juni 2014

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Van 28 mei t/m 9 juni 2014 staat Circus Renz International in Loosduinen/Vroondaal in Den Haag, zoals te lezen is in AD/Haagse Courant van 28 mei 2014. Dit circus gebruikt onder andere Indische olifanten, Siberische steppenkamelen en Spaanse volbloedpaarden voor vermaak[1]. Naar aanleiding van het voorgaande heeft ondergetekende de volgende vragen:

  1. Bent u ervan op de hoogte dat Circus Renz International van 28 mei t/m 9 juni voorstellingen geeft in Den Haag? Hoe is de vergunningverlening voor dit circus tot stand gekomen? Welke afwegingen ten aanzien van het gebruik van dieren zijn hierin opgenomen?

Uit het onderzoeksrapport ‘Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland’ van de Wageningen Universiteit blijkt dat wilde dieren die in circussen worden gebruikt, lijden door de onmogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen, door verveling, gebrek aan beweging, ruimtegebrek en door de frequente en langdurige transportsituaties.

  1. Hoe staat het college tegenover het gebruik van wilde dieren in circussen? Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat het gebruik van wilde dieren in circussen onacceptabel en onethisch is? Zo ja, is het college bereid aan te dringen bij het kabinet om het aangekondigde landelijke verbod op wilde dieren in circussen zo snel mogelijk in te voeren? Zo nee, waarom niet?

Naar aanleiding van het initiatiefvoorstel ‘Den Haag: stad van vrede en recht; ook voor dieren!’ heeft de gemeenteraad Den Haag een motie aangenomen die het college vraagt een voorkeursbeleid voor circussen zonder wilde dieren uit te voeren.

  1. Hoeveel vergunningaanvragen van circussen zijn het afgelopen jaar bij de gemeente Den Haag binnengekomen?
  2. Hoeveel circussen zonder dieren heeft de gemeente Den Haag sinds de invoering van het voorkeursbeleid zelf aangeschreven en hoe vaak?
  3. Kan het college aangeven hoeveel circussen met dieren geen vergunning hebben gekregen sinds de uitvoering van het voorkeursbeleid?
  4. Kan het college uiteenzetten of er sinds de uitvoering van het voorkeursbeleid minder circussen met wilde dieren naar Den Haag zijn gekomen dan voor de uitvoering? Kan het college dit onderbouwen met concrete aantallen?
  5. Is het college bereid om ter uitvoering van het voorkeursbeleid er actiever op te sturen dat de voor circussen beschikbare ruimte op jaarbasis volledig ingevuld wordt door circussen zonder dieren, bijvoorbeeld door beschikbare plaatsen en tijden te veilen waarbij circussen zonder dieren voorrang krijgen? Zo nee, waarom wil het college zich hier niet actief voor inzetten?

In raadsmededeling RIS 247148 geeft het college aan dat de gemeente niet bevoegd is om een vergunning voor circussen met wilde dieren te weigeren op basis van dierenwelzijnscriteria.

  1. Waarom heeft de gemeente de vergunningsaanvraag van Circus Renz International niet geweigerd krachtens de criteria vastgelegd in de APV, artikel 2.25, lid 6? Kan het college uiteenzetten hoe de regelmatige uitbraken van wilde dieren uit circussen en de grote risico’s die dit met zich meebrengt voor de openbare veiligheid toch te verenigen zijn met de criteria in de APV, artikel 2.25, lid 6?
  2. Is het college bereid om, in afwachting van het landelijk verbod op circussen met wilde dieren, toestemming te vragen aan de landelijke overheid om dierenwelzijn als weigeringsgrond in het Haagse gemeentelijke evenementenbeleid op te nemen? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen
Fractievoorzitter
Partij voor de Dieren Den Haag

[1] Olifanten in Vroondaal, Algemeen Dagblad Den Haag, 28-05-2014

Antwoorddatum: 10 jul. 2014

Het raadslid mevrouw C. Teunissen heeft op 2 juni 2014 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.
Van 28 mei t/m 9 juni 2014 staat Circus Renz International in Loosduinen/Vroondaal in Den Haag, zoals te lezen is in AD/Haagse Courant van 28 mei 2014. Dit circus gebruikt onder andere Indische olifanten, Siberische steppenkamelen en Spaanse volbloedpaarden voor vermaak. Naar aanleiding van het voorgaande heeft ondergetekende de volgende vragen:

1. Bent u ervan op de hoogte dat Circus Renz International van 28 mei t/m 9 juni voorstellingen geeft in Den Haag? Hoe is de vergunningverlening voor dit circus tot stand gekomen? Welke afwegingen ten aanzien van het gebruik van dieren zijn hierin opgenomen?

Ja. Een vergunning wordt verleend als aan de vergunningvereisten ten aanzien van de openbare orde en veiligheid wordt voldaan. Overwegingen over het gebruik van dieren spelen bij de vergunningverlening geen rol. Wel wordt als voorschrift in de verleende vergunningen de vergunninghouder er op gewezen dat moet worden voldaan aan de op dit onderdeel geldende regels. Een afschrift van deze vergunning wordt verzonden aan de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (L.I.D.) Deze dienst is belast met het toezicht op naleving van deze regels.

Uit het onderzoeksrapport ‘Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland’ van de Wageningen Universiteit blijkt dat wilde dieren die in circussen worden gebruikt, lijden door de onmogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen, door verveling, gebrek aan beweging, ruimtegebrek en door de frequente en langdurige transportsituaties.

2. Hoe staat het college tegenover het gebruik van wilde dieren in circussen? Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat het gebruik van wilde dieren in circussen onacceptabel en onethisch is? Zo ja, is het college bereid aan te dringen bij het kabinet om het aangekondigde landelijke verbod op wilde dieren in circussen zo snel mogelijk in te voeren? Zo nee, waarom niet?

Het college volgt het landelijke beleid en de daarbij geldende regelgeving op het gebied van dieren in circussen. De gemeente Den Haag wacht het landelijk beleid af, waarin het verbod op circussen met wilde dieren wordt uitgewerkt.

Naar aanleiding van het initiatiefvoorstel ‘Den Haag: stad van vrede en recht; ook voor dieren!’ heeft de gemeenteraad Den Haag een motie aangenomen die het college vraagt een voorkeursbeleid voor circussen zonder wilde dieren uit te voeren.

3. Hoeveel vergunningaanvragen van circussen zijn het afgelopen jaar bij de gemeente Den Haag
binnengekomen?

In 2013 zijn er negentien vergunningsaanvragen ontvangen.

4. Hoeveel circussen zonder dieren heeft de gemeente Den Haag sinds de invoering van het voorkeursbeleid zelf aangeschreven en hoe vaak?

Acht circussen zijn bij de invoering van het voorkeursbeleid uitgenodigd om zonder wilde dieren naar Den Haag te komen. Dat is eenmalig gebeurd.

5. Kan het college aangeven hoeveel circussen met dieren geen vergunning hebben gekregen sinds de uitvoering van het voorkeursbeleid?

6. Kan het college uiteenzetten of er sinds de uitvoering van het voorkeursbeleid minder circussen
met wilde dieren naar Den Haag zijn gekomen dan voor de uitvoering? Kan het college dit
onderbouwen met concrete aantallen?

Ad 5 en 6:
In 2012 zijn er negen vergunningaanvragen voor circussen ontvangen en gehonoreerd. In 2013 zijn er negentien aanvragen ontvangen, waarvan er acht gehonoreerd zijn en elf niet wegens onvolledigheid van de aanvraag. In 2014 zijn tot nu toe vijf aanvragen van circussen ontvangen. Daarvan is er één verleend, twee niet gehonoreerd vanwege onvolledigheid van de aanvraag en zijn er twee nog in behandeling.


Bij de registratie werd tot nog toe geen onderscheid gemaakt in circussen met of zonder wilde dieren. Wij zullen in het vervolg bij alle vergunningverleningen voor circussen registreren of zij wilde dierengebruiken.

7. Is het college bereid om ter uitvoering van het voorkeursbeleid er actiever op te sturen dat de voor circussen beschikbare ruimte op jaarbasis volledig ingevuld wordt door circussen zonder dieren, bijvoorbeeld door beschikbare plaatsen en tijden te veilen waarbij circussen zonder dieren
voorrang krijgen? Zo nee, waarom wil het college zich hier niet actief voor inzetten?

Nee. Den Haag stelt geen limiet aan het aantal circussen dat per jaar een aanvraag kan indienen. Ook betekent het voorkeursbeleid niet dat de gemeente aanvragen van circussen met wilde dieren kan afwijzen. In raadsmededeling RIS 247148 geeft het college aan dat de gemeente niet bevoegd is om een vergunning voor circussen met wilde dieren te weigeren op basis van dierenwelzijnscriteria.

8. Waarom heeft de gemeente de vergunningsaanvraag van Circus Renz International niet geweigerd krachtens de criteria vastgelegd in de APV, artikel 2.25, lid 6? Kan het college uiteenzetten hoe de regelmatige uitbraken van wilde dieren uit circussen en de grote risico’s die dit met zich
meebrengt voor de openbare veiligheid toch te verenigen zijn met de criteria in de APV, artikel 2.25, lid 6?

In de vergunning wordt de vergunninghouder erop gewezen zich te houden aan de veiligheidsvoorschriften van de Brandweer Den Haag en de Politie Haaglanden. Tot op heden is gebleken dat met regels de veiligheid voldoende is gewaarborgd.

9. Is het college bereid om, in afwachting van het landelijk verbod op circussen met wilde dieren, toestemming te vragen aan de landelijke overheid om dierenwelzijn als weigeringsgrond in het Haagse gemeentelijke evenementenbeleid op te nemen? Zo nee, waarom niet?

Nee. Gemeenten mogen geen eigen regels over dierenwelzijn opleggen aan circussen.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen