Schrif­te­lijke vragen Rapport Reken­kamer Rotterdam over Leiding over Oost


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Het Warmtebedrijf Rotterdam wil restwarmte van de Rotterdamse industrie gaan leveren aan huishoudens in Leiden, om hun woningen mee te verwarmen. Deze warmte zou getransporteerd moeten worden over de zogeheten “Leiding over Oost”. Rotterdam overweegt fors en risicovol te investeren in deze warmteleiding om het kwakkelende Warmtebedrijf te redden. Deze investering is recentelijk in een kwaad daglicht komen te staan door een zeer kritische publicatie van de Rotterdamse Rekenkamer. De Partij voor de Dieren is benieuwd naar de gevolgen van deze publicatie voor het Haags-Rotterdamse zusterproject, de Leiding door het Midden.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

1) Is het college bekend met de brief van de Rekenkamer Rotterdam aan de Gemeenteraad Rotterdam betreffende “beoordeling vervolgstap herstelplan Warmtebedrijf Rotterdam”1?

2) Is het college bekend met het artikel “Rekenkamer Rotterdam fileert uitbreiding warmtenet naar Leiden” in Energeia2?

De Rotterdamse Rekenkamer concludeert dat er voor het transporteren van restwarmte naar Leidse huishoudens geen overtuigende businesscase is (conclusie 1). Het rendement van 3,3 procent voldoet niet aan de marktconforme waarde van 5 - 13 procent.

3) Wat zijn de reeds gemaakte en niet meer ongedaan te maken kosten (sunk costs) in de realisatie van de Leiding door het Midden?

4) Is er voor de Leiding door het Midden, waar het college volgens het coalitieakkoord “kansen in ziet,” al een businesscase bekend?

5) Wat is het geschatte rendement van de Leiding door het Midden?

6) Is al bekend of het college medewerking wil verlenen aan de Leiding door het Midden?

7) Is al bekend of het college risicovol wil investeren in de Leiding door het Midden?

De Rotterdamse Rekenkamer concludeert voorts dat Rotterdamse aansluitingen op het warmtenet meer bijdragen aan het vermijden van emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden, dan Leidse aansluitingen (conclusie 4).

8) Zou deze gereduceerde milieuwinst bij aanleg van de Leiding door het Midden ook voor Haagse aansluitingen gelden, aangezien zij verder van de bron liggen dan Rotterdamse?

De Rotterdamse Rekenkamer stelt verder: “De uitbreiding van het warmtenet draagt in zekere zin bij aan het continueren van [warmtebronnen in de Rotterdamse haven en de afvalverbrandingsinstallatie van AVR in Rozenburg] en hun uitstoot, doordat hun een perspectief wordt geboden op een duurzaam financieel rendement.” Deze algemene uitspraak geldt in principe voor alle restwarmte die wordt verkocht op de energiemarkt.

9) Hoe beoordeelt het college de bijdrage van de Leiding door het Midden aan het duurzame financiële rendement van Rotterdamse bedrijven die restwarmte produceren?

10) Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat leidingen voor restwarmte bijdragen aan de “carbon lock-in”?

De Rotterdamse Rekenkamer loopt tegen het feit aan dat de gemeente Rotterdam zich al juridisch gecommitteerd heeft aan warmtelevering aan Leiden.

11) Is er in het geval van de Leiding door het Midden ook sprake van een juridische binding? Zo nee, is het college van plan overeenkomsten met die strekking aan te gaan?

12) In hoeverre dient de Leiding door het Midden volgens het college het publieke belang?

Robert Barker
Partij voor de Dieren

1 https://rotterdam.raadsinformatie.nl/modules/1/ingekomen%20stukken/495154
2 https://energeia.nl/energeia-artikel/40078025/rekenkamer-rotterdam-fileert-uitbreiding-warmtenet-naar-leiden

Antwoorddatum: 16 apr. 2019

Het raadslid de heer Barker heeft op 18 februari 2019 een brief met daarin twaalf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Het Warmtebedrijf Rotterdam wil restwarmte van de Rotterdamse industrie gaan leveren aan huishoudens in Leiden, om hun woningen mee te verwarmen. Deze warmte zou getransporteerd moeten worden over de zogeheten “Leiding over Oost”. Rotterdam overweegt fors en risicovol te investeren in deze warmteleiding om het kwakkelende Warmtebedrijf te redden. Deze investering is recentelijk in een kwaad daglicht komen te staan door een zeer kritische publicatie van de Rotterdamse Rekenkamer. De Partij voor de Dieren is benieuwd naar de gevolgen van deze publicatie voor het Haags-Rotterdamse zusterproject, de Leiding door het Midden.

1. Is het college bekend met de brief van de Rekenkamer Rotterdam aan de Gemeenteraad Rotterdam betreffende “beoordeling vervolgstap herstelplan Warmtebedrijf Rotterdam”?

Ja.

2. Is het college bekend met het artikel “Rekenkamer Rotterdam fileert uitbreiding warmtenet naar Leiden” in Energeia?

Ja.

De Rotterdamse Rekenkamer concludeert dat er voor het transporteren van restwarmte naar Leidse huishoudens geen overtuigende businesscase is (conclusie 1). Het rendement van 3,3 procent voldoet niet aan de marktconforme waarde van 5 - 13 procent.

3. Wat zijn de reeds gemaakte en niet meer ongedaan te maken kosten (sunk costs) in de realisatie van de Leiding door het Midden?

De gemeente Den Haag heeft geen directe of indirecte financiële bijdrage geleverd aan de Leiding door het Midden.

4. Is er voor de Leiding door het Midden, waar het college volgens het coalitieakkoord “kansen in ziet,” al een businesscase bekend.

Nee.

5. Wat is het geschatte rendement van de Leiding door het Midden?

Er is geen schatting bekend van het rendement van de Leiding door het Midden.

6. Is al bekend of het college medewerking wil verlenen aan de Leiding door het Midden?

Het college ziet kansen in de Leiding door het Midden en wil meewerken indien aan de voorwaarden wordt voldaan die in het Coalitieakkoord zijn gesteld. Zie ook de brief: ”Voortgang Leiding door het Midden” (RIS 301430).

7. Is al bekend of het college risicovol wil investeren in de Leiding door het Midden?

Eneco heeft altijd aangegeven dat geen financiële bijdrage van de gemeente nodig is om de Leiding door het Midden te financieren.

De Rotterdamse Rekenkamer concludeert voorts dat Rotterdamse aansluitingen op het warmtenet meer bijdragen aan het vermijden van emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden, dan Leidse aansluitingen (conclusie 4).

8. Zou deze gereduceerde milieuwinst bij aanleg van de Leiding door het Midden ook voor Haagse aansluitingen gelden, aangezien zij verder van de bron liggen dan Rotterdamse?

Nee, de afstand heeft hier zeer beperkte invloed op. De Leiding door het Midden levert in Rotterdam en Den Haag milieuwinst op. De luchtkwaliteit in Den Haag wordt beter, omdat er minder gas wordt verbrand. De totale CO2-uitstoot (Rotterdam+Den Haag) neemt af.

De Rotterdamse Rekenkamer stelt verder: “De uitbreiding van het warmtenet draagt in zekere zin bij aan het continueren van warmtebronnen in de Rotterdamse haven en de
afvalverbrandingsinstallatie van AVR in Rozenburg] en hun uitstoot, doordat hun een perspectief wordt geboden op een duurzaam financieel rendement.” Deze algemene uitspraak geldt in principe voor alle restwarmte die wordt verkocht op de energiemarkt.

9. Hoe beoordeelt het college de bijdrage van de Leiding door het Midden aan het duurzame financiële rendement van Rotterdamse bedrijven die restwarmte produceren?

Bedrijven zullen restwarmte leveren als daar een rendement tegenover staat en er maatschappelijke of publicitaire drijfveren zijn. Indien wetgeving verandert, er CO2-beprijzing komt of een heffing op warmtelozing mee gaat spelen, verandert de businesscase.

10. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat leidingen voor restwarmte bijdragen aan de “carbon lock-in”?

Het college ziet kansen in de ‘Leiding door het Midden’ – de werktitel voor het project waarbij de restwarmte van de Rotterdamse Haven wordt gebruikt voor de energietransitie. We verbinden wel een aantal harde voorwaarden aan het mogelijk verlenen van onze medewerking hieraan: het netwerk moet geschikt gemaakt worden voor lokale warmte (zoals geothermie) en lokale duurzame initiatieven krijgen altijd voorrang. Ook moet er sprake zijn van een open net met een onafhankelijk netbeheer. Afnemers blijven ook in de toekomst redelijke tarieven betalen, en dit wordt onafhankelijk getoetst. Tot slot moeten de bedrijven die deze restwarmte leveren ook versneld verduurzamen.

Zoals in de brief “Voortgang leiding door het midden” (RIS 301430) is aangegeven is Eneco initiatiefnemer van de Leiding door het Midden. Eneco stelt in nauwe samenwerking met gemeente Den Haag een uitvoeringsplan op waarin bovenstaande voorwaarden worden geborgd en realisatie wordt voorbereid. Eneco heeft aangegeven aan de voorwaarden die door het college gesteld zijn te zullen voldoen. In het uitvoeringsplan wordt uitgewerkt hoe zij invulling aan de voorwaarden gegeven.

In de commissievergadering leefomgeving van 3 april is toegezegd om het uitvoeringsplan in Q3 van 2019 naar uw raad te sturen.

De Rotterdamse Rekenkamer loopt tegen het feit aan dat de gemeente Rotterdam zich al juridisch gecommitteerd heeft aan warmtelevering aan Leiden.

11. Is er in het geval van de Leiding door het Midden ook sprake van een juridische binding? Zo nee, is het college van plan overeenkomsten met die strekking aan te gaan?

De gemeente Den Haag is geen juridische binding aangegaan over de Leiding door het Midden. In de brief “Voortgang Leiding door het Midden” (RIS 301430) is aangekondigd dat met Eneco een uitvoeringsplan wordt opgesteld, onder andere om de voorwaarden die in het coalitieakkoord worden genoemd te borgen.

12. In hoeverre dient de Leiding door het Midden volgens het college het publieke belang?

Om de Haagse transitie naar duurzamere energie voortvarend op te pakken zullen alle mogelijke alternatieve energiebronnen benut moeten worden zo als de Leiding door het Midden. Dit is onderbouwd in de Backcastingstudies (RIS 301199).

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Peter HennephofPauline Krikke